fbpx


Satire
Wilmès

Karakterschets van Sophie Wilmès

Socrates et cetera 59


Op het verstandelijk beperkte deel van de Belgische bevolking na is iedereen het erover eens dat onze premier het land in een grotere chaos stortte dan het zich al bevond.

Ijdelheid kan een mens sociaal schaden

Ter staving een karakterschets die elke lezer naar eigen godsvrucht en vermogen mag gebruiken bij zijn virtuele toogpraatjes. De schets komt niet uit de koker van de schrijver van dit opstel, maar van een zeer goede vriend, ten zeerste vertrouwd met de Wetswijk. Ziehier wat hij mij de laatste avond van april vertelde.

‘IJdelheid, beste vriend, kan een man sociaal schaden. Hij wordt als een idioot bestempeld. Vrouwen kan ijdelheid nog lelijker parten spelen dan mannen. Koketteert zij met haar persoonlijkheid, wordt zij een speelbal in handen van wie haar figuurlijk dood wil. Dat is wat Sophie Wilmès overkomt. Door zich als een pauw pronkend met zijn veren te gedragen, is zij tot premier benoemd. Officieel door de koning, maar volgens de politieke geplogenheden van dit land door de partijdictators. Aanvankelijk waren Alexander De Croo, Wouter Beke, Bart De Wever, Gwendolyn Rutten en nog een paar anderen tuk om premier te worden. De virusplaag deed hen schrikken en hun kandidatuur inslikken. Zij stelden het uilskuiken voor. Door een dozijn valse superlatieven als haar waardige stijl, superbe talenkennis en modieuze kleding, aanvaardde zij — spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het land — het vergiftigde geschenk.’

Het is beter dat een sukkel het doet

Mijn vriend pauzeerde even en ging toen verder. ‘Ik werd door de koning op een late avond ontboden. De brave man had zijn kostuum al verwisseld voor een pyjama en een sjamberloek. Hij vroeg of ik het, als geheime koninklijke raadgever, eens was met het voorstel van de partijdespoten. “Ja, majesteit,” zei ik, “iemand moet het doen. Het is beter dat een sukkel het doet. Wordt een gedoodverfde kandidaat premier, zal het probleem niet opgelost geraken, de politieke toestand van het land kennende. En in zijn val sleurt hij alle andere kandidaat-premiers mee de dieperik in. Een sukkel daarentegen zal de schade beperken, al wordt hij door alle commentatoren met pek en veren bekleed.”

Enkele uren later was Wilmès premier. Deze dwaas-ijdele vrouw aanvaardde het aanbod sneller dan een raket de ruimte in schiet. Daar zij ervan overtuigd is dat zij stijlvoller danst en beter zingt in de drie landstalen dan eender welke andere politicus. Na de eedaflegging heeft zij uit een lade van haar boudoir een miniatuurportret van zichzelf gehaald en het meerdere malen gekust. Zo vernam ik van haar secretaresse, die me dit vertelde, hand op het hart. En daar zij geen politieke ambities heeft, kan zij niet beschuldigd worden iemand te zijn zonder hart.’

Geschrokken van zijn stoute taal, wilde mijn vriend opstappen. Ik bood hem mijn assistente aan — wetende dat zij niet afkerig stond tegenover mijn vriend. Het aanbod verblijdde hem zo sterk dat hij weer ging zitten en verder vertelde hoe hij over onze premier dacht, het relaas versterkend met voorbeelden van haar gedrag.

De Covid-19?

‘Eenmaal plaatsgenomen in de stoel van haar bureau, steeg haar pronkzucht zo sterk dat zij vergat waarom zij tot premier was benoemd. Haar kabinetschef moest haar herinneren aan het feit dat er een virusplaag is en deze al heel wat doden had gekost. Dat dit probleem alle andere overschaduwt. Van haar wordt verwacht dat zij het te lijf gaat, en in de slipstream een programma bedenkt voor het politieke drama ná de virusveldslag. Zij schrok want de Covid-19, noch enige andere virus, heeft politieke relaties en is haar dus volkomen vreemd. Zij weet enkel wat haar baat en wie haar ter wille is. Ze weet niet eens dat zij vijanden heeft of collega’s die haar een mes in de rug willen planten, haar Brutus voorop.’

De rimpels op mijn voorhoofd deden mijn vriend bekennen wie haar Brutus is. ‘Georges-Louis Bouchez. Nu hoort, cher ami. Bij elk politiek spel spelen alle medespelers vals, maar Wilmès dacht dat Bouchez haar partner in het vals spel was en haar zou bijstaan in plaats van afvallen. Je ziet dat onnozelheid een bijproduct van ijdelheid is. Bij Wilmès in zulke hoge mate dat zij niet de minste weet heeft van dubbelspel — nochtans een kwaliteit uit de top 3 van de politiek. Te laat zag zij in dat zij een speelbal van alle toppolitici was. Eenmaal ze dat door had, was het echter te laat om de Wetstraat uit te vluchten. Dat was trouwens onmogelijk. De spionnen van de kabinetshoofden van de toppolitici hadden alle deuren gesloten, zelfs het kattenluikje van het kleinste achterpoortje.’

Het was al ver over middernacht. Mijn vriend wilde opstappen, maar ik smeekte hem het verhaal af te ronden. Een fles Cointreau naar voor schuiven hielp zijn aarzeling te verbannen. Met een goed gevuld glas zette hij zich opnieuw in mijn beste oorfauteuil.

Karakterzwakke mensen zijn nooit nuchter

‘Op den duur laat de wanhoop zich niet onderdrukken, hoe dom men ook is. Sophie belde Noël Slangen en vroeg hem om raad. Hij is een zelfbenoemde spindoctor. Hij kan praten maar niet spreken. Wie kan spreken heeft eigen opinies. Slangen kan slechts uit die van anderen een mening fabriceren waar helaas gastheren van duidingsprogramma’s tuk op zijn. Wat bovendien voor hem pleit om het scherm te halen, is dat hij een vrouwelijk mooi gezicht heeft met twee kogelronde, grote kinderogen die met gespeelde verbazing de wereld inkijken. Zijn gefabriceerde opinies en vrouwelijk gezicht bevallen de simpelen des lands.

Dat Wilmès Noël belde, bewijst dat ook zij tot die categorie behoort. “Kijk, liefste,” zei hij, “je zit in een moeilijke positie en een uitweg is er niet. Het beste, om je politieke vel te redden, lijkt me niet de mening van journalisten en opiniemakers te weerleggen, maar toe te geven dat vergaderingen te laat beginnen, te lang duren en de communicatie beter kan. Een afwijzing levert bij de meerderheid van de bevolking een spuw in het gezicht op, een toegeving een aai over het hoofd.”

Dag van de Arbeid

Waarop nog wat over en weer gepraat werd, maar het gesprek eindigde omdat haar kabinetschef verscheen. Hij zei dat het haast middernacht was en de toplui naar huis wilden. Zij spoedde zich naar de raadszaal en liet zich op de mouw spelden wat haar beviel. Karakterzwakke mensen als zij zien nu eenmaal feiten en gebeurtenissen zoals ze die zelf willen zien. Ze zijn nooit nuchter.’

‘Zo,’ besloot hij,’ aan de hand van dit alles heb je nu, vermoed ik, een sterk besef van het karakter van Sophie Wilmès. Nu moet ik echt naar huis. Geen kus of knuffel, wegens je-weet-wel-wat. Ik vind de uitgang zelf wel. Salut.’ Waarop hij verdween, met medeneming van mijn bevallige assistente.

Vijf minuten later zat ik aan mijn klavier en tikte ons gesprek uit — eerder een monoloog van mijn goede vriend — want ga je naar bed, is na het ontwaken de helft ribbedebie. En ik vond dat ik de doorbraakkisten dit verhaal tot in zijn kleurrijkste details niet mocht onthouden.

Na als een razende te hebben gewerkt, ging ik naar bed en kort na de middag van 1 mei las ik mijn nachtelijk werk opnieuw, gooide er enkele kemels uit, en zond het toen naar de redactie. Een goed gevoel overspoelde mij. Op de Dag van de Arbeid had ik dubbel zo hard gewerkt als op andere dagen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Guido Lauwaert

Guido Lauwaert is regisseur, acteur, auteur, columnist en recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Knack en Doorbraak.