Cultuur, Media
Karl van den Broeck

Karl van den Broeck: ‘Iedereen mag een mening hebben behalve journalisten’

Hoofdredacteur van Apache Karl van den Broeck, ex-hoofdredacteur van Knack en voormalig journalist bij De Morgen, schreef onlangs het interessante essay ‘Force Majeure’ naar aanleiding van de schandaalsfeer in de Wetstraat. Een reden te meer voor een gesprek over objectiviteit in de journalistiek en zijn carrière in de media- en cultuursector.

Doorbraak: Uw opstel over overmacht en verzuim in de Wetstraat bestond uit drie delen. Wat was de essentie precies?

Van den Broeck: ‘We verwachten van politici dat ze bezig zijn vorm te geven aan onze toekomst, maar in feite doen ze dat niet. Politici voeren schijndebatten in de hoop verkiezingen te kunnen winnen. Die debatten gaan zelden of nooit over de échte uitdagingen van vandaag. Neem nu de kreet: “Jobs! Jobs! Jobs!”. Die klinkt heel goed, maar hoe gaan we dat doen als er morgen geen jobs meer zijn? Buiten een steriele discussie over een robottaks heb ik daar nog altijd geen zinnig antwoord op gehoord. Politici op lokaal, regionaal en Belgisch niveau hebben al lang niet meer alle hefbomen in handen om ons leven vorm te geven. Alleen willen ze dat angstvallig stil houden voor de kiezer. En toch ben ik ervan overtuigd dat politici, als ze willen, wel maatregelen kunnen treffen die de toekomst vorm kunnen geven. Maar dat vergt moed.’

‘Enkele maanden geleden heb ik een documentaire over André Cools gezien. Philippe Moureaux werd daarin geïnterviewd. Hij zei: “Als vroeger de kopstukken van socialisten, christendemocraten en liberalen gingen samenzitten en iets beslisten, dan hadden zij een werkelijke impact op het leven van alle Belgen.” Wanneer de kopstukken van de regeringspartijen nu een akkoord sluiten, is het resultaat altijd gemorrel in de marge. De grote beslissingen worden door Europa genomen of door multinationale bedrijven. De politiek heeft haar greep op de economie losgelaten. Ze verwacht ook te veel heil van de economie alsof die alles zal oplossen. Dat is fout. De economie dient niet om de samenleving te vormen maar om aan onze materiële behoeften te voldoen. Niet de economie maar de politiek moet onze samenleving vormgeven.’

Symboliseert dat essay ook de waarden die Apache uitdraagt?

‘Wij doen inderdaad aan journalistiek vanuit een aantal waarden. Wij noemen die progressief in de zin dat we opkomen voor de zwakkeren, voor een duurzame planeet, voor diversiteit, transparantie, … Op de keper beschouwd, ken ik weinig mensen die daar tegen zijn. Er zijn wel verschillende manieren om die waarden te verwezenlijken. Wij journalisten moeten geen blauwdruk voor het goede leven schrijven, maar het is aan ons om het debat te organiseren.’

Zeventig procent van de journalisten noemt zichzelf progressief. Is er geen nood aan een beter evenwicht? Zo ontstond vorig jaar ook de nieuwssite Sceptr.net om de media een rechts tegengewicht te bieden.

‘De rechtse journalistiek staat onder druk. Gazet van Antwerpen verkocht vroeger dubbel zoveel kranten als vandaag en was toen een onvervalste rechtse krant. Dat is voorbij. De écht rechtse stemmen zitten niet meer in de mainstream media, terwijl vroeger de meeste kranten rechts of centrumrechts waren. Er was maar één linkse krant: De Morgen en één links weekblad: Humo. De meeste kranten waren eigendom van de christelijke zuil. En daarnaast had je een handvol liberale media. Links was in die tijd fors in de minderheid in de journalistiek.’

De pers krijgt nu nochtans eerder het verwijt dat ze te links is in plaats van te rechts.

‘Zo links vind ik de huidige pers niet, hoor. Eerder ‘centrum-links’; netjes binnen de lijntjes van de ‘paarse’ consensus. Dat journalisten vaker op linkse partijen stemmen, komt omdat ze meestal iets wereldverbeterends hebben. En als je denkt de wereld te kunnen veranderen, geloof je in de maakbaarheid van de samenleving en ben je vaak links of tenminste progressief, wat niet hetzelfde is. Op zich vind ik het niet erg of journalisten links of rechts of averechts zijn, zolang ze hun job maar doen. De keuzes die je maakt in de journalistiek zijn nooit neutraal. Naar objectiviteit kan je alleen maar streven. Een andere oplossing is streven naar pluralisme. Zo had de openbare omroep vroeger journalisten met partijkaarten van de verschillende partijen in dienst

‘Ik werd hoofdredacteur van Knack nadat ik wegging bij De Morgen. Pas toen viel het me op dat het spectrum aan meningen dat in De Morgen aan bod kon komen erg beperkt was. Veel redacties zijn gesloten biotopen en hebben soms sectaire trekjes. Politieke correctheid bestaat overal, zowel op links als op rechts.

Bij Knack was dat helemaal anders. Wij interviewden zowel Peter Mertens als Filip Dewinter. Dat was vanzelfsprekend voor ons. Knack is dan ook niet voor niets het eerste ontzuilde blad van Vlaanderen dat een lange traditie heeft om met verscheidenheid om te gaan. Dat betekent ook dat niet alle redacteurs hetzelfde denken. Er was vaak een levendige discussie op de redactie. Ik heb echt genoten van die tijd, met Rik Van Cauwelaert als grote mentor en aanjager. Hij had – en heeft nog steeds – een uitgesproken mening, maar hij zou je altijd aansporen om zelf een eigen mening te vormen. Op basis van feiten.’

Als je het hele politieke spectrum aan bod laat, in hoeverre ben je dan objectief?

‘Objectief? Wat is dat? Weet jij het, Alsof je de wereld vanuit een goddelijk standpunt kan bekijken. Dat is onmogelijk.’

Hoe verklaart u dan de kritiek dat media niet objectief zijn?

‘Ik begrijp niet vanwaar die komt, want het is nooit zo geweest. De op-ed-pagina’s van Amerikaanse kranten waren standpunten die tégen de mening van de hoofdredacteur ingingen. Dat zorgde voor een balans. In De Morgen wisselen Kristof Calvo en Joachim Pohlmann (N-VA-woordvoerder, S.C.) elkaar toch ook wekelijks af als columnist. Let op, er zijn grenzen aan dat pluralisme. Zo kreeg Bart De Wever vroeger wel een column in de kranten, maar Tom Van Grieken niet. Door de keuze van columnisten trekt een krant ook een streep in het zand. Kijk ook naar wat er met Abou Jahjah gebeurde.’

‘Als journalist moet je vooral ongebonden zijn; onafhankelijk in de zin dat de eerste verantwoording die je aflegt aan de waarheid en aan je lezers is. Externe druk is er altijd maar als je daaraan toegeeft, zit je al snel op een hellend vlak.

Vroeger werden kranten uitgegeven door de zuilen en werden de hoofdredacteurs door de partijen benoemd. Nu is het grootste probleem dat journalisten afhankelijk zijn van hun broodheren en dat de commerciële omgeving het werk grondig heeft veranderd én bemoeilijkt. Op den duur wordt het onmogelijk om je job op een kwaliteitsvolle manier te doen omdat je gewoon niet meer de middelen en de tijd krijgt. En omdat de druk van adverteerders vaak erg groot is.’

‘Steeds vaker, vooral in de lifestylejournalistiek, zie je dat de grens tussen copywriting en journalistiek vervaagt.De rock- en filmjournalistiek zijn vaak verkapte vormen van copywriting. Dat heb ik als chef cultuur bij De Morgen ondervonden. Platenfirma’s en filmhuizen bieden interviews aan en je wordt dan geacht reclame te maken voor hun cd’s of hun films. Ze outsourcen hun promotiebudget naar de redacties. En als je echt kritisch bent, dan nodigen ze je niet meer uit om de grote sterren te interviewen of om gratis concerten bij te wonen. Tussen de criticus en het kunstwerk staat altijd marketing- en communicatieafdeling. De tijd dat je nog rechtstreeks naar Tom Barman kon bellen is voorbij.’

‘Deze tendens zie je trouwens op alle maatschappelijke domeinen: woordvoerders dienen om ministers, bedrijfsleiders .. af te schermen van de pers, veel meer dan de pers grondig en objectief te informeren.’

Tegenwoordig kunnen zulke sectoren zelf hun eigen content verspreiden …

‘De vraag is: hoe gaan we daar mee om? Bart Brinckman zei daar onlangs in Knack zeer zinnige dingen over: wij moeten meerwaarde bieden. Zo is het conflict tussen N-VA en Apache en N-VA en De Standaard ontstaan: de partij verwijt ons niet objectief te zijn. Alsof er iets bestaat als objectiviteit. De vraag is of onze berichtgeving correct is. De commentaren en de duiding die wij daar aan toevoegen, zijn volledig voor onze rekening. Als je een persbericht letterlijk in de krant publiceert, ben je dan objectief? Partijen zouden dat natuurlijk wel willen, maar bij iedere paragraaf in zo’n bericht kan je wel kanttekeningen plaatsen. Waarom staat dàt wel in het bericht en dàt niet, bijvoorbeeld? Het is net de functie van de journalistiek om de retoriek te decoderen.’

Brinckman gaf ook toe dat het onderscheid tussen berichtgeving en opinie vervaagt.

‘Als de feiten waarop die opinie gebaseerd is correct zijn, stoort me dat niet. Alleen moet je altijd de tegenpartij het wederwoord geven. Tom Cochez schreef laatst op Apache enkele stukken over de inkomsten van politieke partijen. De toon ervan was erg geëngageerd. Tegelijk laten we ook de politieke partijen aan het woord die toegeven dat de partijfinanciering de spuigaten uitloopt. Wat is dan het probleem? Is de lezer niet volwassen genoeg om met onze mening om te gaan? Ik stoor me eraan dat iedereen tegenwoordig een mening mag hebben, behalve journalisten. Wij moeten koorknapen zijn die braaf nazingen wat de grote solisten in de Wetstraat ons voorzingen. Dat is niet mijn opvatting van journalistiek.’

Recent stelde Apache in een artikel de vraag of er politieke druk zou meegespeeld hebben bij het feit dat De Persgroep-kranten Het Laatste Nieuws en De Morgen niet berichtten over de dure hotelrekening van Geert Versnick in Bangkok. De Morgen nam jullie die insinuatie kwalijk.

‘Het Nieuwsblad en De Standaard(beide kranten behoren tot dezelfde uitgever; Mediahuis, S.C.) publiceerden die informatie als eersten. En ze bleek correct te zijn, wat de val van de liberaal Geert Versnick bespoedigde. De kranten van De Persgroep, een uitgever met een liberale pedigree, weigerden de primeur te publiceren die eerst aan hen was aangeboden. In ons artikel daarover vroegen we ons af of er inmenging is gebeurd. Kijk, er zijn maar drie mogelijkheden: ofwel hebben de redacties in eer en geweten beslist dat de feiten die ze van Groen kregen aangereikt niet ‘hard’ genoeg waren voor een artikel. Ofwel waren de feiten wel hard genoeg, maar beslisten de redacties om ze niet te publiceren omdat Versnick toch al politiek dood was. Ofwel er is druk van buitenaf geweest op de redacties. Wij hebben de kranten van De Persgroep om uitleg gevraagd.Het Laatste Nieuws weigerde elk commentaar.De Morgen antwoordde dat er geen sprake is van externe druk en het een eigen journalistieke beslissing is geweest omdat de informatie niet hard genoeg was. Ik neem nota van dat antwoord, maar het blijft wel onbevredigend. Alle andere media – Apache inbegrepen – die de informatie kregen, vonden ze wél voldoende voor publicatie. Zijn wij dan allemaal cowboys?’

‘Ik begrijp dat De Morgen boos is op ons. Vooral omdat we de vraag naar politieke inmenging expliciet in het artikel stelden. Maar laat ons elkaar geen Liesbeth noemen. Stel je even voor dat we die vraag niet letterlijk hadden gesteld? Wat was dan het verschil geweest? Zou de lezer het zich niet hebben afgevraagd? De vraag vertrekt toch vanuit een simpele vaststelling: het is op z’n minst significant dat twee kranten van dezelfde uitgever informatie weigeren te publiceren, die door andere media als persklaar beschouwd wordt.’

‘Laat ik een fictief voorbeeld geven om mijn punt helemaal af te maken. Het is geen geheim dat mijn vrouw schepen is voor Groen in Turnhout. Dat staat sinds jaar en dag open en bloot op mijn Facebook-pagina en op mijn Wikipedia-pagina. Stel dat Apache de onkostennota in handen zou krijgen van een Groen-provincieraadslid waaruit zou blijken dat hij de bloemetjes heeft buitengezet in Bangkok. Stel dat andere media de primeur zouden publiceren en te weten zouden komen dat ik verkoos om dat niet te doen. Denk je dan dat ik nog één dag hoofdredacteur zou zijn?’

Heeft u zelf ooit politieke of andere vormen van druk ondervonden om bepaalde informatie niet te publiceren?

‘Ik heb slechts een paar jaar Wetsstraatjournalistiek gedaan, maar als chef cultuur voelde ik voortdurend druk vanuit verschillende hoeken. Ik heb ooit een virulente woordenoorlog uitgevochten met Luc Perceval van het Toneelhuis. Toen was er wel druk op de hoofdredacteur om mij op een andere positie te zetten, wat niet gebeurd is. In die tijd heb ik heel bitsige discussies gevoerd met de cultuursector omdat ik vond dat er voor subsidies verantwoording moet worden afgelegd, niet alleen artistiek maar ook maatschappelijk. Dat standpunt werd me niet altijd in dank afgenomen.’

‘Wat puur politieke druk betreft: bij Knack gebeurde dat elke week en redactiedirecteur Rik Van Cauwelaert ving dat vakkundig op. Neem nu de rel rond de thesis van Freya Van den Bossche, dat was een heroïsche tijd.’

‘De huidige rechtszaak (naar aanleiding van het dossier van de Antwerpse Tunnelplaats, S.C.) tegen Apache komt niet rechtstreeks uit politieke hoek, maar van een projectontwikkelaar (Land Invest Group, SC) en een ambtenaar (Joeri Dillen, ex-kabinetschef van Bart De Wever, S.C.). Natuurlijk heeft ze wel een politieke lading. Bart De Wever weigert trouwens met ons te praten over deze zaak omdat wij volgens hem een lasterlijk medium zijn. Laster is een strafrechtelijk vergrijp. Het wordt stilaan tijd dat hij eens duidelijk zegt welke fouten wij in onze artikels gemaakt hebben. De commentaren die wij bij die feiten publiceren zijn vrij, me dunkt.’

Iets anders. Waarom bent u weggegaan bij De Morgen? In Knack zei u vorig jaar dat u er tien jaar te lang bent gebleven.

‘Omdat Rik Van Cauwelaert me gebeld heeft op Vrouwendag 2005 om eens af te spreken. Ik zal die dag nooit vergeten. We hadden elkaar nog nooit gezien en hij vroeg me doodleuk of ik hoofdredacteur van Knack wilde worden. Daar moest ik geen seconde over nadenken. Ik werkte nochtans heel graag bij De Morgen. Ik heb mijn hart en ziel aan die krant gegeven.Mijn vader (auteur Walter van den Broeck, S.C.) was nauw betrokken bij de reddingsactie van De Morgen in 1986. Ik vond dat allemaal enorm spannend en wilde daar absoluut werken. Op negentienjarige leeftijd ben ik in 1987 begonnen als avondmedewerker op de sportredactie. Ik heb er alle watertjes doorzwommen en ben er uiteindelijk chef cultuur en chef nieuws geworden.’

‘De redactie van De Morgen in het begin van de jaren 90 was een gouden generatie. Die krant was overgekocht door de NV Hoste (de voorloper van De Persgroep) maar Christian Van Thillo wilde er eigenlijk van af. Hij zette ze in 1992 voor één symbolische frank in de etalage. Piet Piryns werd ontslagen als hoofdredacteur en Walter De Bock nam de fakkel over. De krant werd toen gecoördineerd door Rudy Collier en Jules Hanot; twee raspaarden. Daaronder zat een nest woeste jonge wolven: ikzelf, Bart Brinckman, Gert Van Langendonck, Peter Mijlemans, Douglas De Coninck, Filip Rogiers, Walter Pauli, Ruud Goossens … Wij waren jong, maar we leerden al doende onze stiel. Het potentieel en de wendbaarheid van die reactie waren enorm.’

‘Maar het probleem was dat wij allemaal generatiegenoten waren. Op een bepaald moment begint de onderlinge concurrentie te spelen. Ego’s botsen, de ene maakt promotie en de andere niet … Als Kempenzoon ben ik altijd zeer bescheiden geweest en heb ik steeds mijn job gedaan. Achteraf heb ik beseft dat ik wat vaker mijn mond had moeten opendoen en wat vaker nee had moeten zeggen. Ik werd meestal ingezet om gaten dicht te fietsen. Ik heb dat dikwijls gedaan ten koste van mijn eigen journalistieke carrière. Ik had véél meer belangrijke stukken kunnen schrijven. In vergelijking met mijn collega’s heb ik eigenlijk vrij weinig geschreven. Ik heb vooral gecoördineerd: bij De Morgen heb ik de jongerenbijlage De Mix opgericht, ik heb ook de binnenlandpagina’s gecoördineerd, de cultuurpagina’s en op het einde hele krant.  Als ik zelf een stuk wilde schrijven, dan moest ik dat in het weekend doen.

‘Dat ik bij De Morgen niet zo veel heb ik kunnen schrijven was uiteraard mijn eigen schuld. Ik had maar meer op tafel moeten kloppen. Ik heb altijd heel graag boeken gerecenseerd maar mocht dat niet, omdat ik de zoon van een schrijver ben. Alsof ik de boeken van mijn vader zou recenseren … Toen Wouter Verschelden me in 2012 vroeg om chef boeken te worden was ik zo blij als een kind. Ik ben dat twee jaar geweest, totdat Yves Desmet terugkwam als hoofdredacteur. Hij wilde opnieuw dat ik ermee stopte.Toen was ik écht boos en was het voor mij ook gedaan bij De Morgen.’

Als u bij De Morgen niet zoveel kon schrijven, hoe heeft u dan de stiel geleerd?

‘Ik had één groot voordeel: ik was razendsnel. Ze noemden me Speedy Gonzalez. Ik was bovendien een allrounder, ik kon zowel sportwedstrijden als een Europese top verslaan.’

‘Maar het was vooral door het Vlaams Blok te volgen dat ik de stiel heb geleerd. Na Zwarte Zondag in 1991 vertrok Paul Goossens bij De Morgen. Piet Piryns heeft me toen samen met Walter De Bock op het Vlaams Blok gezet omdat we die partij eigenlijk niet op de voet hadden gevolgd en verrast werden door de grote doorbraak. Twee jaar heb ik het Vlaams Blok incognito kunnen volgen. Alle bijeenkomsten van het VB heb ik meegemaakt. Het VB kwam toen nog uit de catacomben en had heel veel bruine randjes die de partij niet wegstopte. Ik maakte een avond mee in Antwerpen waarop Voorpost huurlingen ronselde voor Kroatische milities die tegen de moslims vochten. Filip Dewinter was daar aanwezig. Ik ben naar lezingen geweest van Karim Van Overmeire over de Balkan waarbij ik niet wist wat ik hoorde. En op de IJzerbedevaart zat ik incognito op een zangavond naast Gerolf Annemans. Dat was soms op het scherp van de snee. Op den duur hadden ze natuurlijk ook door wie ik was.’

‘Ik heb ook het infame 70-puntenplan van het Vlaams Blok geanalyseerd en dat getoetst aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Op basis van mijn stuk is uiteindelijk in het Vlaams Parlement de resolutie gestemd die de wettelijke grondslag vormde voor het cordon sanitaire. Daar ben ik nog altijd trots op. Het Vlaams Belang mag van mij meedoen aan de verkiezingen maar wel met een democratisch programma. De collectieve deportatie van vreemdelingen hebben ze geschrapt zodat het programma nu niet langer in strijd is met de mensenrechten. De partij mag voor mij zelfs deelnemen aan de regering, maar ze moet zich wel eerst verontschuldigen voor zijn ondemocratische verleden. Dat vraagt het VB zelf ook van de PVDA. Zelf zeggen ze: ” Het Vlaams Blok en het Vlaams Belang, dat is net hetzelfde. Wij blijven bruin.”Als je ziet wat Dewinter allemaal mag doen, is er nog niks veranderd.’

‘Het VB vindt ook nog altijd dat het onterecht veroordeeld is voor racisme. Nochtans is dat arrest niet alleen geveld door het hof van beroep in Gent, dat volgens het VB zogezegd vol rechters van de loge zat, maar het is ook bekrachtigd door het hof van Cassatie. Het VB is trouwens niet in beroep gegaan op Europees niveau, want het wist dat het dan zou verliezen. Als ze niet erkennen dat hun programma in strijd was met de mensenrechten, dan moeten ze ook niet klagen dat er nog steeds een cordon sanitaire is.’

‘Bart De Wever heeft dat goed begrepen. Ik denk nog altijd dat als hij voor de keuze komt te staan om in de oppositie te gaan of een meerderheid te vormen met het Vlaams Belang, hij niet zal kiezen voor het Vlaams Belang – tot grote spijt van veel van zijn kiezers. Of alle kopstukken in zijn partij er zo over denken, is trouwens ook een andere zaak.’

Terug naar uw loopbaan. U vertrok in 2011 ietwat mysterieus bij Knack. Wat was er precies aan de hand?

‘Mijn ontslag is een heel banaal verhaal. Ik ben de collateral damage geweest van een jarenlange ruzie tussen Rik Van Cauwelaert en Jos Grobben. Toen Van Cauwelaert hoofdredacteur werd herschikte hij de redactie. Sterkhouders als Marc Reynebeau en Paul Goosens werden ontslagen, er werden nieuwe mensen aangeworven en Jos Grobben werd overgeplaatst. Dat heeft hij Van Cauwelaert nooit vergeven, vrees ik.’

‘Vanaf de eerste dag dat ik op Knack werkte, voelde ik de vijandigheid tussen die twee en omdat ik loyaal bleef aan Van Cauwelaert, moest ik weg. In 2010 is Jos Grobben uitgever geworden van Knack en zo werd hij ook onze rechtstreekse baas. “Nu moeten we oppassen, zei Rik toen tegen me.” Het conflict woekerde onderhuids voort en in juli 2011 liep het fout. Vóór mijn vakantie had ik van Rik De Nolf (Toen CEO van uitgever Roularta, S.C.) nochtans carte blanche gekregen: we mochten Walter Pauli aanwerven, ik mocht Knack restylen en ik kreeg zelfs opslag. Stel je voor! Bij Roularta is dat zoiets als een wereldwonder. Ik vertrok dus goedgemutst met vakantie, maar bij mijn terugkeer werd ik op staande voet ontslagen. Een reden voor mijn ontslag heb ik nooit gekregen.

‘Door mij te ontslaan, wilden ze volgens mij vooral Rik treffen. Hem hebben ze weggepromoveerd als directeur strategie. Mij ontslaan was gemakkelijker en goedkoper dan Rik ontslaan. Hij werkte al sinds 1980 bij Roularta. Zijn onderhandelingen hebben iets langer geduurd (lacht). Gelukkig heeft hij zijn slag thuisgehaald. Zijn ontslag was een regelrechte schande.’

U werd in 2014 gevraagd om hoofdredacteur te worden van Apache. Waren er al eerdere contacten?

‘Ja, sinds het begin van Apache al. Ik heb met Knack geprobeerd om met hen samen te werken, maar dat bleek niet evident te zijn. Apache is geen persbureau dat artikels aan opdrachtgevers levert.’

‘Toen ik benaderd werd door Apache was het een droom om daar te werken. Omdat ik met een boek bezig was, wilde ik slechts deeltijds werken. Ik zou er nu voltijds kunnen werken, maar ik houd dat nog even af.’

Uw andere deeltijdse job is coördinator bij kunstencentrum Bozar. Is dat een leuke afwisseling met de journalistiek?

‘Het is eigenlijk ook journalistiek. Mijn job is vergelijkbaar met die van een eindredacteur van een duidingsprogramma op televisie. Ik organiseer maatschappelijke debatten. De keuze hangt samen met de dramaturgie van het huis en de Europese thema’s die Bozar wil behandelen. Men weet dat in België niet, maar wat Bozar doet is uniek in Europa. Wij zijn bezig met een Europees cultuurhuis te worden. We proberen de politiek te overtuigen dat cultuur een wezenlijk onderdeel is van het toekomstige Europa. Men heeft cultuur altijd opzijgeschoven. Jean Monnet zou ooit de apocriefe uitspraak gedaan hebben: Si c’était à refaire, je commencerais par la culture”. Europa is begonnen met de economie, met staal en kolen. Als ze met cultuur waren begonnen dan hadden we een gemeenschappelijk Europa kunnen worden. Overal waar Europa zich manifesteert moet cultuur meegenomen worden om ook de verstandhouding op andere domein te verbeteren.’

‘Bozar werkte samen met musea in Rusland op het moment dat Europa sancties afkondigde tegen dat land. Wij hebben met Turken gewerkt maar ook met Armeniërs. Dat is allemaal niet evident. Bozar geeft veel meer geld uit dan waar het subsidie voor krijgt. Onze baas Paul Dujardin is een meester in het smeden van partnerschappen in binnen- en buitenland. En die partners zijn lang niet alleen culturele spelers. Het is een model dat de hele cultuursector kan inspireren. Ik leer elke dag nog iets bij Bozar en voor iemand die 50 jaar is, is dat erg leuk. Er gebeuren ongemeend boeiende dingen bij Bozar, alleen vind ik het jammer dat de Vlaamse pers daar weinig over schrijft. Met mijn departement nodig ik elke maand internationale topsprekers uit. Zo was Aubrey de Grey onlangs op bezoek. Hij is de man die voorspelt dat we allemaal duizend jaar gaan worden en speelt een prominente rol in Homo deus van Yuval Noah Harari. Geen enkele journalist is hem komen interviewen. Een gemiste kans, vind ik.’

In 2011, in uw laatste editoriaal in Knack schreef u: ‘Het blijft als cultuurliefhebber vooral zaak master of the game te blijven in een tijd waarin de strijd om de macht (tussen steden, landen, media, politici) vooral op het culturele slagveld wordt uitgevochten.’ Wat bedoelde u daar precies mee?

‘Men gebruikt cultuur vaak als prestige. De strijd tussen de steden om culturele infrastructuur, denk aan het MAS, heeft heel vaak te maken met burgemeesters die toevallig aan de macht zijn. In plaats van bijvoorbeeld de vraag te stellen hoeveel theaters, orkesten of opera’s Vlaanderen moet hebben, concurreert men elkaar dood. Turnhout, waar ik woon, heeft een enorm potentieel maar geen toppolitici in Brussel, dus er komen weinig cadeautjes. Het laatste wat we van Brussel gekregen hebben is de Warande (een van de eerste culturele centra in Vlaanderen en gebouwd in 1971, S.C.), toen Frans Van Mechelen minister van Cultuur was. Zo werkt het in Vlaanderen, men doet aan prestigepolitiek en cultuur is voor de meeste politici alleen interessant als er lintjes kunnen worden doorgeknipt of premières kunnen worden bijgewoond. Terwijl cultuur het belangrijkste beleidsdomein zou moeten zijn. Waarvoor doen we het anders?’

Wat vindt u eigenlijk van subsidies voor cultuur?

‘In de cultuursector heb ik heel veel vrienden gemaakt maar ook veel vijanden. Men nam het mij kwalijk dat ik een nestbevuiler was. Ik geloofde in de waarschuwing van voormalig minister van Cultuur Bert Anciaux aan het adres van de ‘ascetische elite’. Hij bedoelde daarmee een groep in de cultuursector die het vanzelfsprekend vindt dat er subsidies worden gegeven aan de cultuurvormen waarin alleen zij geïnteresseerd zijn. Meestal is dat de klassieke high brow-cultuur.’

‘Anciaux zei: “Als we niet verbreden, komt er op een bepaald moment een minister die zegt dat als er alleen maar cultuur mag zijn voor de elite, ze die dan maar zelf moet betalen”. In Nederland zijn intussen de subsidies gehalveerd, in Vlaanderen niet. Er is bespaard met de kaasschijfmethode, maar de N-VA heeft niet echt de grote aanval ingezet tegen de cultuursector. Die aanval werd wel verwacht en het heeft ze electoraal ook veel stemmen opgeleverd door de cultuurwereld als een linkse, subsidieslurpende club af te schilderen.’

‘Wat ik trouwens opmerkelijk vind: cultuur is goed voor ongeveer één percent van de Vlaamse begroting, voor bedrijfssubsidies is dat drie percent. Dat vindt men blijkbaar normaal. Elke week worden er op de ministerraad subsidiedossiers van honderdduizenden euro’s goedgekeurd voor bedrijven. Met 250.000 euro kan Stefan Perceval hier een theatergezelschap draaiende houden dat een fantastische meerwaarde voor deze stad betekent. Wat is maatschappelijke return van 250.000 euro expansiesteun aan een bedrijf? Staat daar steeds een jobgarantie tegenover en moeten ze die subsidie teruggeven als er geen jobs bijkomen? Een theatergezelschap dat winst maakt, moet zijn subsidie teruggeven. Is dat bij bedrijven ook zo? Bedrijfssubsidies hoeven voor mij niet afgeschaft te worden, maar ik zou wel willen dat ze onderhevig zouden zijn aan dezelfde criteria als de cultuursector. Iedere schrijver die een werkbeurs krijgt, staat in de krant te kijk als een grote zakenvuller, maar wat er niet bij staat is dat je dat geld niet krijgt als je meer verdient dan een licentiaat.’

Om terug te keren naar de journalistiek: moeten andere media het model van Apache volgen of zijn jullie een mooie aanvulling op de mainstream media?

Apache heeft zich teruggeplooid op de corebusiness. Journalistiek heeft verschillende facetten: sport, buitenland, binnenland, economie … De harde kern daarvan is onderzoeksjournalistiek. Het laatste waarop je zou moeten besparen is onderzoeksjournalistiek. Mijn droom – noem het utopie – is natuurlijk om over tien jaar een volwaardige krant op het internet te hebben. Maar de uitbreiding van Apache mag nooit ten koste gaan van onze corebusiness. We proberen soms nieuwigheden. Zo heeft schrijfster Ingrid Vander Veken voor ons een schitterende interviewreeks met journalisten gemaakt. Dat was geen klassieke onderzoeksjournalistiek maar het was wel een meerwaarde. We moeten voorzichtig blijven experimenteren met dit soort verbreding.’

En lezers appreciëren dat?

‘Ja, maar onze meest gelezen stukken zijn die over de media. Er is bij de bevolking een heel diepgewortelde onvrede over de media. Fake news is een begrip dat je in elk gesprek tegenkomt. Apache doet vaak aan mediakritiek. De andere media zetten ons dan ook nogal gemakkelijk weg als een rancuneus medium dat zich wil wreken op de mainstream pers. Ik kan mijn collega’s alleen maar zeggen: ik hou van jullie allemaal, want jullie staan in de frontlinie. Bij Knack heb ik daar ook gestaan en het is verschrikkelijk om in de huidige context in een hypercommerciële en – concurrentiële omgeving aan journalistiek te doen. En op het einde van de rit is het de hoofdredacteur die de zwartepiet toegestopt krijgt als de oplage daalt. Alsof hij de hefbomen in handen heeft om die oplage te doen stijgen tegen een wereldwijde trend in.’

‘De kritiek die we ook krijgen is dat we gestuurd worden door duistere linkse cenakels die opgericht zijn om bepaalde rechtse krachten ten val te brengen. Zo geeft schepen in Antwerpen Rob van de Velde (N-VA) geen antwoorden meer aan Apache zolang wij niet onder elk stuk schrijven dat mijn vrouw Groen-schepen is in Turnhout. Bart De Wever wil zelfs helemaal geen commentaar meer geven aan ons. “Wij werken niet samen met Apache”, zegt hij. Ik vraag helemaal geen samenwerking met hem, maar ik vraag dat hij antwoordt op onze vragen. Het is onze journalistieke plicht om een wederwoord te vragen als we over hem schrijven. Als hij weigert te antwoorden, maakt hij ons werk onmogelijk. Ik vind dat heel gevaarlijk, want een politicus kan zich niet naar goeddunken onttrekken aan het journalistieke proces. Daarom vind ik dat Stijn Tormans destijds in Knack gelijk had door enkel de vragen van het interview met De Wever te publiceren omdat hij weigerde een interview aan hem te geven.’

Vindt u dat politici interviews van bepaalde media niet mogen weigeren?

‘Een interview mag je altijd weigeren. Why not. Maar je mag niet weigeren om ja of nee te antwoorden op een vraag of iets al dan niet waar is. Ik heb jarenlang geschreven over het Vlaams Blok. Elke dag belde ik met Filip Dewinter om dingen te checken die ik over hem en zijn partij te weten was gekomen. Hij antwoordde me elke keer. Het werd haast een spelletje. Soms dreigde hij met een klacht wegens laster en eerroof, maar die is er nooit gekomen.’

‘De Wever onttrekt zich gewoon aan onze fact finding. Voor een politicus is dat totaal onaanvaardbaar. Maar de vragen die journalisten allemaal moeten beantwoorden tegenwoordig … Ik ben nu al anderhalf uur bezig (lacht). Binnenkort moeten wij op onze twee knieën smeken of we nog artikels mogen schrijven. Komaan, zeg.’

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans