Advertentie
Actualiteit, Geschiedenis
Sprekershoek
Sprekershoek

Kech en de wet van Moe Mie

De jaren '50 zijn terug
Kech

Mijn moeder zaliger was een eenvoudige vrouw. Ze ging tot haar twaalfde naar school. Daarna, zoals dat toen ging, hielp ze mee in het huishouden bij Moe Mie. Zo noemden we ons grootmoeder.

Kruisje

Ik herinner ze me als een kromgebogen vrouwtje. Op onze zolder ligt er nog een eigendomsakte van 1928. Het is de verkoop van het boerenhof van mijn overgrootouders. Moe Mie mocht in het bijzijn van haar man, zo staat het er duidelijk op, de verkoop van de boerderij bezegelen. Ze kon naar het schijnt lezen, maar schrijven lukte blijkbaar niet. Een kruisje, meer zette ze niet op die akte. Het kruis van de muur lezen, daar was ze dan weer kampioen in. Geen wonder dat ze krom liep. In 1960 zat ze dood op ’t huisken, het toilet buiten in de tuin. U weet wel, een plank met daarin een rond gat.

Hemdenfabriek

Mijn moeder werkte tot ze met mijn vader trouwde in een hemdenfabriekje hier bij ons in het dorp. Het fabrieksgebouw is nu omgetoverd tot mooie appartementen met zicht op het Sint-Antoniuspark. Het park en de fabriek waren eigendom van de burgemeester, toen. Moeder kreeg een hoop kinderen waarvan ik de jongste was. Gustaaf was de oudste. Als ik goed reken moet onze Gust verwekt zijn tijdens de invasie van ’40. Wat moet een mens anders doen, in het donker, terwijl er een oorlog uitbreekt?

Sluitingsuur

Onze Gust was een pleziermaker. Tot ergernis van ons moe en van Moe Mie, die bij ons inwoonde. Ik herinner me nog heel levendig een welbepaalde avond. Onze Gust zat op café met kameraden. Ons vader lag al te bed. Maar Moe Mie en ons moe zaten op onze Gust te wachten. Ik zat erbij. Als klein broekje was ik een slecht slapertje en daardoor spendeerde ik uren op de moederlijke schoot, zoekend naar slaap.

Met haar sneppestem zei Moe Mie: ”t Is veel te laat. Hij zit zeker op ’t ander dorp.’ Cafés hadden toen nog sluitingsuren en op ons dorp moest het café een uur vroeger dicht dan in ons buurdorp. De Koeiengrachtstraat vormde de scheiding tussen de twee dorpen. Een straat vol cafés. Toen de ene helft van de straat verplicht sloot, trokken de tooghangers de straat over om nog een uur in het andere dorp te zitten pintelieren.

De wet van Moe Mie

Moe Mie besloot de straat op te gaan. Er was einde jaren ’50 nog geen verlichting in de straten. De kromme vrouw stond in het pikdonker haar oudste kleinzoon op te wachten. Ik hoor ze het nog zeggen: ‘Hij is d’er!’ Mijn moeder – met mij in haar kielzog – trok naar het deurgat. Ik zag de schittering van het fietslicht van onze Gust. Er klonk gelach en gekir. Zijn fiets kraakte en de remmen piepten. Vooraan op het fietsstuur zat een vrouw en vanachter op zijn fiets zat er nog een. Ze hadden veel plezier. ‘Gust! ’t Is al veel te laat!’, ons moeder klonk kwaad. Inmiddels zat ik op haar arm. ‘Ik ga deze twee madammekes nog naar huis brengen’, antwoordde Gust. ‘Ge gaat gij juistekes niks!’, Moe Mie gaf hem twee klappen. ‘Naar binnen!’

Gust, was een volwassen kerel die in het magazijn van het hemdenfabriek werkte. ‘En die twee meiskes dan?’, probeerde mijn oudste broer nog. ‘Alle vrouwen die na twaalven op straat lopen dat zijn hoeren!’, ze gaf hem nog een klap.

Wat Moe Mie zei, dat was wet.

Ik las begin deze week mijn krant. ‘Kechs’ blijken hoeren te zijn. Vrouwen die na twaalven op café zitten. De jaren ’50 zijn terug. Maar Moe Mie, dat was wel een ferme vrouw.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans