fbpx


Binnenland

Kenneth Lasoen: ‘Minister Dedonder moet álles nog leren’




Door de acties (het spoorloos verdwijnen) van Jürgen Conings staan de inlichtingendiensten weer even in de schijnwerpers. Wanneer ze uit de schemerzone treden, waarin ze normaal gezien opereren, valt telkens weer op dat het een zootje is. De naijver tussen de verschillende diensten is spreekwoordelijk, evenals de weerzin om met elkaar samen te werken. Kenneth Lasoen, expert geheime diensten en docent Intelligence verbonden aan de Universiteit Antwerpen, schreef met Geheim België - geschiedenis van de inlichtingendiensten 1830-2020  een boek over de…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Door de acties (het spoorloos verdwijnen) van Jürgen Conings staan de inlichtingendiensten weer even in de schijnwerpers. Wanneer ze uit de schemerzone treden, waarin ze normaal gezien opereren, valt telkens weer op dat het een zootje is. De naijver tussen de verschillende diensten is spreekwoordelijk, evenals de weerzin om met elkaar samen te werken. Kenneth Lasoen, expert geheime diensten en docent Intelligence verbonden aan de Universiteit Antwerpen, schreef met Geheim België – geschiedenis van de inlichtingendiensten 1830-2020  een boek over de geschiedenis van de Belgische inlichtingendiensten. ‘Sinds het ontstaan van België is het eigenlijk steeds een zootje geweest. Ook nu worden weer een aantal pijnpunten blootgelegd, die al lang gekend zijn.’

De problemen binnen de ADIV, de militaire inlichtingendienst, zijn al lang gekend en zorgen er voor dat zelfs samenwerking tussen de eigen onderdelen onmogelijk blijkt te zijn. De Parlementaire Begeleidingscommissie voor het Comité P en I kwam op 25 mei in spoedzitting samen en het Comité I bezorgde hen een nota waarin ze de bestaande problemen en vaststellingen nog eens fijntjes oplijsten. Voor Lasoen staan er geen verrassingen in.

Oorlog binnen de AVID

Kenneth Lasoen; ‘Het Comité I bestaat al 25 jaar en elk toelichtingsverslag heeft dezelfde teneur: de diensten functioneren niet naar behoren, en dat geldt zeker voor de ADIV. Daar doen ze hun werk niet omdat ze nooit in een positie gesteld worden óm hun werk te doen. Iedere generaal die de voorbije jaren heeft geprobeerd om iets te doen aan de structurele problemen binnen de ADIV, werd onderweg tegengewerkt en gesaboteerd. Kijk maar naar Luitenant-Generaal Eddy Testelmans, die van 2012 tot 2017 baas was van de ADIV. Die hebben ze buiten gewerkt door allerlei lasterlijke schandalen te lekken.’

‘Zijn opvolger Luitenant-Generaal Claude Van de Voorde, hebben ze eveneens weggepest omdat hij van toenmalig minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) de opdracht had gekregen als hoofd van de ADIV het bordeel eens op te kuisen. Die man heeft dat geprobeerd, maar kreeg ogenblikkelijk interne tegenkanting, vooral vanuit de dienst Counter Intellignce (CI).’

Dat was de dienst onder leiding van Clement Vandenborre, die geen militair is?

‘Inderdaad. Sinds de Koude Oorlog bestaat de ADIV voornamelijk uit twee pijlers: de dienst Intelligence (I) en de dienst CI. De dienst I wordt bemand door militairen. De dienst CI telde tot voor kort enkel burgers, omdat men ervan uitgaat dat het geen gezonde situatie is wanneer militairen elkaar gaan onderzoeken. Die redenering op zich is niet verkeerd, maar heeft er wel voor gezorgd dat CI in de loop der jaren steeds meer zelfstandigheid heeft gekregen als burgerdienst binnen de militaire component ADIV.’

‘De laatste jaren is dat ontspoord. Toen Pieter De Crem (CD&V) minister van Defensie was heeft hij het Koninklijk Besluit dat het statuut van de directeur van de CI regelt aangepast, zodat diens positie nog meer versterkt werd en hij nog meer zelfstandigheid aan de dag kon leggen. Bij de hervormingspogingen onder minister Vandeput kwamen de politieke bezwaren ook voornamelijk vanuit de christendemocratische fractie.

Fijn. Het gaat dus over een strijd tussen een burgerdienst met politieke benoemingen en de zuiver militaire component van de ADIV. Op zich mag dat toch geen reden zijn om niet te functioneren?

‘Ach, bij de dienst CI was er op z’n minst sprake van slecht management. Dat blijkt uit alle performance audits die werden uitgevoerd door de ADIV. Daar komt dan bij dat er al decennia lang een ware oorlog aan de gang is tussen de dienst CI en de dienst I binnen de ADIV. Wanneer je zoekt naar de problemen die de ADIV totaal disfunctioneel maken, kom je steeds weer uit bij die strijd.’

‘Vandeput heeft als minister van Defensie al de toezichtrapporten van het Comité I die steeds weer dezelfde problematiek aan de kaak stellen doorgenomen. Hij heeft dan eerst Testelmans en nadien Van de Voorde, die pas in 2020 vertrokken is als hoofd van de ADIV, opdracht gegeven om iets aan de situatie te veranderen. De aanbevelingen van het Comité I zijn steeds duidelijk geweest. De ADIV had een hervorming nodig. Er moest iets gedaan worden aan die interne oorlog.’

Open brief

Hoe is dat concreet in z’n werk gegaan?

‘Testelmans heeft die taak ter harte genomen. Hij heeft een hervorming uitgetekend waardoor de interne en externe communicatieprocessen op punt werden gesteld, zodat de ADIV zich meer zou kunnen toespitsen op de echte prioriteiten. Het was ook eerder een hervorming waarin die twee pijlers werden opgeheven en vervangen door een meer laterale werking geënt op de specifieke veiligheidsuitdagingen (TESSOC genaamd: Terrorism Espionage Subversion Sabotage Organised Crime). Of er efficiënte communicatieprocessen uit zijn voortgekomen daar kan je nu dus aan twijfelen.’

‘Van zodra men dat in de praktijk wou brengen, zei Clement Vandenborre doodleuk ‘neen’. Daarmee was de kous af, want door zijn door De Crem versterkte statuut kon hij alles blokkeren. Zijn zelfstandigheid was zo versterkt dat hij tegen de directeur van de ADIV kon zeggen dat zijn dienst niet meedeed aan de hervorming.’

‘Aangezien Testelmans de minister achter zich had, heeft hij toch doorgezet. Toen is de dienst CI begonnen met de poten vanonder zijn stoel te zagen. In 2017 hebben mensen van de CI een open brief geschreven aan de minister waarin ze de situatie aanklaagden. Testelmans heeft daarop ontslag genomen en verdween naar de NAVO. Dat manoeuvre is als een boemerang in het gezicht van de CI teruggekomen. Vandeput heeft het Comité I naar aanleiding van die brief gevraagd een audit uit te voeren om de pijnpunten nogmaals in kaart te brengen. Daaruit bleek dat de CI als dienst niet functioneerde en er zo ook voor zorgde dat de ADIV niet naar behoren kon functioneren.’

Reden te meer dan om de hervorming toch te laten doorgaan…

‘Ondanks die aangewezen problemen werd vanuit de CI gewoon gepleit voor behoud van de status quo. Ze bedoelden het wel goed en hun bezorgdheden waren niet onterecht, maar zaten misschien wat vastgeroest in het Koude Oorlog-denken. De groep rond Vandenborre heeft getracht het Comité I weg te zetten als een gepolitiseerd orgaan, wat niet helemaal klopt in dit specifiek geval. Uiteindelijk zijn er zoveel problemen ontstaan, dat men Vandenborre geschorst heeft en zijn veiligheidsmachtiging heeft ingetrokken. In beroep heeft hij echter gelijk gekregen en werd de beslissing teruggedraaid.’

‘Ondertussen had Van de Voorde de fakkel van Testelmans overgenomen. Ook die hebben ze via allerlei manipulaties en dubieuze lekken met halve waarheden weggepest. Ze hebben Van de Voorde altijd verweten dat hij geen intel-achtergrond had en zonder kennis van zaken handelde. Daarom achtten sommigen hem ongeschikt als baas van de ADIV. Hij werd echter niet aangesteld omwille van wat hij al dan niet wist over intelligence, maar omwille van zijn talent als no-nonsense manager en reorganisator.’

Door al die heisa raakten de problemen dus nooit effectief opgelost. In een dienst die zo vierkant draait als de ADIV mag het niet verwonderen dat het personeel niet adequaat presteert bij het omgaan met een complex fenomeen als extremisme. Binnen Defensie ligt extremisme dan nog eens extra gevoelig, wat het allemaal niet makkelijker maakt.’

Structurele problemen blijven onopgelost

In een rapport dat we toevallig op straat vonden nadat het door een open raam in de Wetstraat naar buiten waaide  – ventilatie is cruciaal in de strijd tegen Het Virus – staan de opmerkingen van Comité I te lezen zoals ze meegedeeld werden aan de Parlementaire Begeleidingscommissie voor de Comité’s P en I. U verschiet niet echt van de inhoud…

‘Nee. Het is dertig jaar geleden dat de Bendecommissie haar aanbevelingen heeft gedaan. Er zijn ondertussen 5.000 pagina’s toezichtverslagen van het Comité I. Er werden sindsdien nog verscheidene parlementaire onderzoeken verricht, waaronder dat naar aanleiding van de aanslagen van 22 maart 2016. De rode draad blijft heel de tijd dat aan de structurele, de meest pertinente problemen binnen de inlichtingendiensten niets wordt gedaan.’

‘Dat wordt in dit verslag wederom benoemd. Men weet al lang waar de lamp brandt. Het is nu stilaan tijd om de koe bij de horens te vatten. Het Comité I pleit al lang voor een gedragscode. Daar is nog niets mee gedaan. De in- en uitstroom van gegevens en de doorstroming van rapporten naar de belanghebbenden is aan verbetering toe. Dat weten we ook al decennialang.’

‘Die belanghebbenden, klanten eigenlijk, zijn vooral de verschillende overheden, maar ook private actoren mogen een beroep doen op de inlichtingendiensten om verificaties te doen. Die trend om verificaties uit te voeren is voornamelijk ingezet nadat de Foreign Fighters problematiek zich begon voor te doen. Naar aanleiding van die problematiek moet elke asielzoeker onderworpen worden aan een screening. Er bestaat dus een toenemend bewustzijn dat er voor zorgt dat er een veiligheidscultuur ontstaat waardoor de achtergrond van mensen wordt gecheckt voor we ze binnen laten. Ik juich dat toe.’

Wij ook. Over hoeveel screenings gaat het dan? Kunnen de diensten dit aan?

‘Daar wringt het schoentje. Het gaat over tienduizenden onderzoeken. Dan stel ik me de vraag met welke mensen en met welke middelen die moeten worden uitgevoerd. We mogen ons ook afvragen hoe degelijk die onderzoeken kunnen worden uitgevoerd, want in de praktijk gebeurt dat eerder passief. Dat beperkt zich tot een bevraging van het nationaal register, kijken of iemand een strafblad heeft. Indien iemand in het buitenland heeft gewerkt of gewoond, wordt de plaatselijke partnerdienst gevraagd of die persoon daar op de radar verscheen. Meer doen onze inlichtingendiensten meestal niet. Ze hebben ook niet de middelen om meer te doen.’

‘Wat ik echter écht wraakroepend vind is dat uit dit document blijkt dat de cel Screening van de ADIV geen toegang blijkt te hebben tot alle databanken binnen de eigen dienst. Dat is pure Kafka! In mijn boek citeer ik al uit de allereerste performance-audit van de ADIV van het Comité I. Daar staat letterlijk te lezen dat de interne muren binnen de organisatie moeten worden gesloopt. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, dat die mensen intern nog steeds geen toegang hebben tot alle databanken, daar kan ik écht niet bij.’

Waar blijft de Kruispuntbank Veiligheid?

Dit is België. Wij verschieten niet meer zo snel… Dit heikel punt werd al herhaaldelijk aangehaald…

‘Een van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 2016 was het tot stand brengen van de Kruispuntbank Veiligheid. Dat is tot nu dode letter gebleven. Het hallucinante is dat net uitgerekend de inlichtingendiensten de implementatie van die Kruispuntbank enorm hard vertragen en tegenwerken. Zij doen dit omdat ze simpelweg hun eigen informatie niet willen delen. Ze blijven steeds steken in het 19de-eeuwse concept waarbij informatie gelijk is aan macht waardoor ze erop blijven zitten als een kloek op haar eieren.’

‘De implementatie van de Kruispuntbank Veiligheid staat in het regeerakkoord. Maar ik kan u verzekeren dat de diensten die implementatie zo lang als ze kunnen zullen tegenwerken. En ik bedoel wel degelijk álle diensten: zowel de ADIV, het OCAD als de Staatsveiligheid. Die databank blijft een eeuwig pijnpunt.

Er blijkt ook een probleem te zijn met het voeden van de databanken. Dat gebeurt te weinig en te laat, als het al gebeurt…

‘Wanneer je gegevens verzamelt moet je die ook correct verwerken. Je moet daarbij procedures volgen zodat je de informatie nadien ook terug kan opvragen. Daar kruipt veel tijd in en er is al een nijpend personeelstekort. De mensen op het terrein gaan hun tijd liever steken in het echte veldwerk en analisten moet je analyses laten maken, geen formulieren doen invullen. Daardoor wordt de administratieve rompslomp op de lange baan geschoven.’

‘Het is al lang een aanbeveling van het Comité I om eens na te denken over hoe dit beter georganiseerd kan worden. Het gaat dan niet enkel over meer personeel, maar ook over het wegtrekken van de taak om de databanken te voeden van bij de handlers zelf. Daarvoor kan je beter administratief personeel inzetten. Daar valt iets voor te zeggen. De handlers zijn met te weinig en schuiven die voor hen onaangename taak voor zich uit. De meeste personeelsleden van de diensten kloppen meer overuren dan ze ooit kunnen opnemen. Wanneer we een kwaliteitsvolle input van hun verzamelde data in een databank willen garanderen, kan die taak best aan zuiver administratief personeel worden uitbesteed.

Probleem met statuut en waardering

In het document staat te lezen dat de focus meer moet liggen op die Human Intelligence, dat er meer mensen op het terrein moeten zijn. Hoe staat u daar tegenover?

‘Er moeten meer en betere handlers komen. De Amerikanen schatten in dat het zowat zes jaar duurt voor iemand de nodige ervaring heeft opgebouwd om een doeltreffende HUMINT-officier te zijn. Meer en beter gaat dus niet van vandaag op morgen.’

‘Versta me niet verkeerd, de mensen op het terrein zijn keien in hun vak. Met beter bedoel ik eigenlijk beter betaald. Er is een groot probleem met het statuut van die mensen in buitendienst. Die zitten vast op het niveau B voor de burgers. Dat komt omdat die functies tijdens de grote personeelshervorming van de jaren 90 expliciet niet werden meegenomen. Toentertijd was die keuze terecht, maar ondertussen is dat achterhaald. Doordat de buitendiensten daardoor vastzitten op niveau B, kan je geen masters binnenhalen.’

‘Omgekeerd kan het personeel van de buitendiensten ook niet doorgroeien naar een hoger niveau. Die mobiliteit is cruciaal geworden voor het goed functioneren van een inlichtingendienst. Vooral bij de staatsveiligheid speelt die problematiek. Bij de ADIV speelt dat minder. Maar in elk geval is er overal een diepe kloof tussen de binnendienst waar de analyse gebeurt door mensen van niveau A (masterdiploma) en het veldwerk op het terrein. Die teistert de diensten al jaren en zorgt voor performance issues. Men wil nu werk maken van de gelijkschakeling van de statuten.’

‘Dat zorgt echter voor een hoofdbreker bij de overheid. Bij het OCAD kom je namelijk binnen op niveau A3. Dat is qua verloning hoger dan niveau A. Rekening houdend met de verworven rechten van het personeel van het OCAD zou je dus iedereen naar dat verloningsniveau moeten tillen. Dat kan niet, want daar is gewoon geen budget voor. En toch zal er iets moeten gebeuren om het beroep van handler, dat een risicoberoep is met een zware psychologische belasting, aantrekkelijker te maken.’

Plan R aan revisie toe

Dan is er nog het probleem van de implementatie van het Actieplan Radicalisme (Plan R). In dat kader bestaat er een werkgroep rond extreemrechts. In de praktijk lijkt daar echter weinig van in huis te komen…

‘Plan R bestaat al sinds 2006, naar aanleiding van de aanslagen in Londen en Madrid. Het is een Europees initiatief waarin aan elke lidstaat werd opgelegd om preventief en repressief aan de slag te gaan tegen radicalisering. Een tweede afspraak was het oprichten van een orgaan voor de dreigingsanalyse. Daardoor hebben we nu het OCAD.

‘Enkele jaren geleden werd het Plan R naar aanleiding van de problematiek rond de Foreign Terrorist Fighters herbekeken. Het is de bedoeling om radicalisering en extremisme met een eensluidende benadering aan te pakken. Het is eveneens de bedoeling om een conceptualisatie van extremisme uit te werken, zodat we daarmee aan de slag kunnen gaan. Daar zit tot nu toe geen beweging in.’

‘Een ander probleem bestaat erin dat men bij het Plan R steeds aan jihadisme denkt. Extreemrechts valt al snel uit de boot. Er wordt veel over gepraat, maar nooit iets concreet rond ondernomen. Het rapport van Comité I stelt dat er steeds meer detectiemethodes bestaan waar niets mee gedaan wordt. Ik sluit mij daarbij aan, maar het frustreert me dat onze inlichtingendiensten zich nooit wenden tot de academici die hiermee bezig zijn. Ik volg dit al jaren op, lees alle literatuur die bestaat over detectie van radicalisering en lone actors, het nachtmerriescenario bij uitstek. Alleen al dit jaar heb ik drie thesisstudenten die rond dit thema werken. Ik ervaar vanuit onze veiligheidsdiensten een pertinente miskenning voor het academische niveau.’

‘Dat brengt me tot de vraag of we Plan R enkel opstelden om het op papier te hebben, zonder dat er iets mee gedaan wordt. Eigenlijk moet dat dringend doorgelicht worden, maar geen enkel toezichtsorgaan is hiervoor bevoegd. Als ze door het bos de bomen niet meer zien, kunnen ze altijd voor onderzoek bij ons aankloppen. Ze moeten daarom niet bij mij terecht komen. Er zijn nog collega’s die met het onderwerp bezig zijn. Wij zijn in elk geval bereid om een helpende hand te bieden en hebben daarvoor ook de nodige expertise in huis.’

Vlamingen onder vuur

Het is dus nog steeds een rommeltje bij de inlichtingendiensten en meer bepaald bij de ADIV. Minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) besloot geen politieke verantwoordelijkheid op te nemen voor het falen en ging voluit in de tegenaanval. Alles wat fout loopt is de schuld van N-VA en Vlaams Belang, die volgens haar haat zaaien en extremisme aanwakkeren. Ondertussen is de zuivering begonnen bij Defensie. Die blijkt vooral gericht te zijn tegen Vlaams-nationalisten…

‘Dat mag niet verwonderen. Minister Dedonder kun je inderdaad weinig verwijten. Ze is nog maar enkele maanden bezig als novice in een zware en complexe ministerpost. Ze moet alles nog leren.’

‘Die overhaaste actie kan echter wel verregaande gevolgen hebben voor Defensie, want in zoverre de momenteel weggezuiverde militairen geen misdrijf hebben gepleegd, geen uitspraken hebben gedaan in naam van Defensie of in uniform, kan je volgens mij niet op deze wijze optreden. Ook militairen hebben burgerrechten.’

‘Nu plots mensen buiten zetten of sanctioneren omwille van acties die beschermd worden door art. 19 van de Grondwet (recht op vrije meningsuiting, WM), is een ongeoorloofde inperking van de burgerrechten van militairen. Dat gaat Defensie dan toch goed moeten onderbouwen. De vakbonden zullen daar te gepasten tijde ook wel vragen bij stellen. Voor die inperking bestaat geen wettelijke basis. Zolang er geen haat wordt verkondigd, er geen geweld wordt gepredikt, is er geen probleem. Bij mijn weten is het in vraag stellen van België of pleiten voor een Vlaamse onafhankelijkheid geen misdrijf.’

Doos van Pandora

Er zitten toch wel wat rare types bij het leger. Een dertigtal militairen staat op een lijst van potentieel gevaarlijke radicalen. Meestal worden die in verband gebracht met extreemrechts. Zo ook Jürgen Conings. Nochtans zijn een aantal feiten waarvan men hem verdacht geseponeerd.

‘Klopt. Je moet er rekening mee houden dat het moeilijk is om een evenwicht te bewaren. Wanneer er strafbare feiten worden gepleegd, dienen die te worden vervolgd. Maar je moet opletten dat je de Doos van Pandora niet opent. Nu het over extreemrechts gaat zijn de PS-gezinden heel ijverig en staan ze te juichen bij drastische acties. Dat zou wel eens kunnen veranderen wanneer de volgende keer mensen met een allochtone achtergrond aangepakt worden omwille van verdenking van jihadisme.’

‘Je zet op deze manier de deur open om steeds stringenter op te treden. Uiteindelijk kan iedere militair geviseerd raken bij de minste verdachtmaking. Dat willen we toch niet? Vandaar dat men er vaak voor kiest om zaken te relativeren. Bij Defensie zijn ze als de dood om dit debat te voeren. Ze willen ook de vakbonden niet tegen de haren strijken. Die komen op voor de rechten van hun leden en waken erover dat die niet geschonden worden.’

‘Je kan de vraag stellen of het in het geval van Conings niet gerechtvaardigd was om streng op te treden, maar dat is praat achteraf. Hij heeft ranzige zaken gedaan en gezegd, die niet stroken met waar Defensie voor staat en de waarden die militairen meekrijgen vanaf de opleiding. Maar dit gaat over één man. In totaal gaat het over 30 te volgen personen op 25.000. Eigenlijk valt dat gezien de context mee, zonder het te willen minimaliseren. Ik kan begrijpen dat men gekozen heeft om deze zaak initieel in der minne op te lossen met een tik op de vingers.’

Opletten met stigmatiseren

Een tik op de vingers komt toch heel zwak over? De schreeuw om een hardere aanpak klinkt luid.

‘Ik heb de laatste tijd al vaak moeten wijzen op het feit dat personen die hun straf hebben ondergaan recht hebben op rehabilitatie. Natuurlijk dient men bij hardnekkige recidive hardere maatregelen te treffen. Toch blijft enige voorzichtigheid geboden. We mogen niet in de val trappen om mensen wegens begane fouten onomkeerbaar te stigmatiseren. Die afweging wordt ook bij Defensie gemaakt. Als ze iedereen moeten buiten smijten die ooit iets heeft mispeuterd, blijft er al gauw geen militair meer over.’

‘Vergeet niet dat militairen -zeker bij de gevechtseenheden- op missie geconfronteerd worden met de lelijkste en donkerste kant van de mensheid. Het mag niet verwonderen dat dat sporen achter laat. Het is voor ons als gewone burger moeilijk om te vatten wat voor een psychische belasting dit met zich meebrengt. Dat zorgt er voor dat die mensen soms meer naar de rechterzijde van het politieke spectrum nijgen, waar kordater tegen ongewenst maatschappelijk gedrag wordt opgetreden. Daarom is dat nog geen extremisme.’

‘Daar zou wel iets meer begrip voor mogen zijn. Wanneer militairen, omwille van hun mening, die gevormd is door eigen ervaringen, steeds worden gestigmatiseerd en weggezet als fout, verliezen zij hun geloof in onze maatschappij. Dan duikt onvermijdelijk de vraag op: “waarom doe ik dit nog?”.’

U pleit voor een genuanceerde aanpak…

‘Het is de vloek van de democratie dat ze gedoemd is diegenen die haar willen vernietigen de hand boven het hoofd te houden. Dat geldt voor extreemrechts, maar ook voor extreemlinks en jihadisten. De kunst bestaat er in om op tijd en krachtdadig op te treden zonder een implosie van de democratie te veroorzaken. De evenwichtsoefening die daarvoor nodig, is delicaat. We mogen niet in de valkuil trappen van autoritaire en ondemocratische maatregelen. Die vernietigen evenzeer ons samenlevingsmodel.’

[ARForms id=103]

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.