fbpx


Buitenland, Politiek

Kersvers minister Henk Kamp liet zich verrassen door migratie

Ferm verhaal in de media, slappe daadkracht in de praktijk


Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit gratis artikel wordt u aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



De VVD’er Henk Kamp (1952) volgt Ank Bijleveld (CDA) op, die recent aftrad bij Defensie naar aanleiding van de mislukte evacuatieoperatie uit Afghanistan. Kamp komt uit het oosten van Nederland en was eerder al minister van onder meer Defensie, Volkshuisvesting en Economische Zaken. Binnen de VVD stond hij bekend als nuchter en zakelijk en iemand van de harde lijn.

Gedurende mijn HBO-studie van 2004 tot 2008 stemde ook ik op Kamp. Zijn levensstijl als zakelijke geheelonthouder en no-nonsense bestuurder spraken aan. In een ontbijtprogramma zei hij, ‘Als wij iets moeten doen wat nodig is voor Nederland, en links wil het niet, dan doen wij het toch.’

Dit leidde tot bezielde politieke discussies in de chatroom van de videogame Supreme Commander, over problemen rond immigratie, integratie en islam. Al snel kwam het gespreksonderwerp op de PVV en Wilders, en of diens aanpak – buiten dan het vestigen van een krachtig mediabeeld – überhaupt wel wat veranderde. Destijds bleef ik toch achter Kamp staan, terwijl m’n discussiepartner zei, ‘Henk Kamp is niet wat Nederland nodig heeft.’

Immigratie is ons overkomen

Precies op deze problematiek legde Kamp in een interview van vorige zomer, met de titel Immigratie is ons overkomen, de nadruk.

‘Immigratie in Nederland is niet echt een gecontroleerd proces geweest. Het is ons overkomen. Grote groepen gastarbeiders uit rurale gebieden in Turkije en Marokko zijn hier naartoe gehaald om in fabrieken te werken. Daarna is een groep asielmigranten gekomen die voor een verblijfsvergunning zijn geselecteerd op basis van of het erg genoeg was wat met hen was gebeurd. Er is niet gekeken naar wat de kans was dat mensen zouden slagen in deze samenleving. Of men een klik had met Nederland of met de vrijheid en verdraagzaamheid die kenmerkend is voor ons land. Dat is jammer voor de betrokkenen en ook jammer voor de samenleving als geheel.’

Even later zegt Kamp dat de uitspraken van de Tweede Kamer er niet op gericht waren om de immigratie te controleren en dat immigratie alleen beheersbaar is met strak, rechtlijnig en consequent beleid. Het helpen van individuen en individuele verhalen bepaalden het debat over immigratie: op de beweging van grote groepen was totaal geen controle.

‘Met de kennis van nu’

In die zin getuigt Kamp van wat Engelstaligen ‘captain hindsight’ noemen, iemand die achteraf alles beter weet. ‘Ik had het anders gewild, ik had het anders moeten doen, maar de Haagse werkelijkheid was te sterk. Ik zat als minister ingeklemd tussen tientallen adviescommissies, de strekking van het beleid was in feite al bepaald door alle rapporten die wij kregen aangeleverd, tegen de stroom inzwemmen was zinloos.’

Nogal een contrast dus met dat ferme beeld van decennia geleden. ‘Als we iets moeten doen dat nodig is voor Nederland, en links wil het niet, dan doen we het toch.’ Laat dit een wijze les zijn: naar buiten toe worden er beelden neergezet van ferme, onwankelbare en krachtdadige politici, maar diep van binnen zijn ze voortdurend vertwijfeld en voelen ze zich machteloos tegenover de bestuurlijke werkelijkheid waarin ze gevangen zitten. ‘Trekt het paard de koets of jaagt de koets het paard voort?’ – zoiets.

De managers grijpen de macht

Zo schrijft Thierry Baudet (FvD) in zijn boek Politiek van het Gezond Verstand (2020):

‘In zijn klassieker The Managerial Revolution (1941) voorspelt de Amerikaanse politicoloog James Burnham politiek theater in de vorm van schijnverkiezingen tussen kandidaten die over alle wezenlijke kwesties eender denken, die vervolgens tegen een vast maandsalaris voor de ogen van de argeloze toeschouwer debatteren in schijnparlementen, terwijl ondertussen allang vaststaat wat de uitkomst zal zijn – de knopen zijn immers elders al doorgehakt.’ (p. 99)

‘En dus,’ zo gaat de auteur verder, ‘moeten regeringsleiders, parlementen en andere politici doen alsof. Om het Copernicaans te zeggen: ze moeten doen alsof ze in een baan rond de kiezer zweven. Maar dat is allang niet meer het geval.’ (p. 107-108)

Politici: kapitein of bijrijder?

Enerzijds is het loffelijk van Kamp dat hij zijn fouten durft te benoemen. Maar het werpt wél de vraag op – op het meest fundamentele democratische niveau – wie er aan het stuur zit en wie de bijrijder is. Kamp viel van zijn voetstuk tijdens een VVD-congres zo’n tien jaar geleden.

De zaal legde hem het vuur aan de schenen met vragen over hoe klimaatplannen betaalbaar konden blijven. Er waren allerlei verstrekkende plannen op het gebied van gas en duurzaamheid. De financiële lasten zouden pas later voelbaar worden.

De zaal uitte ernstige zorgen maar de klassieke, liberale intuïties – tegen een grote rol van de overheid, beperk de lasten voor burgers, smeer de pijn van plannen niet uit en bij twijfel niet doen – werden door Kamp resoluut van tafel geveegd. Er scheen weinig visie door; het ging vooral over deals die bestuurlijk al waren onderhandeld en dicht gehamerd. Het ambtelijk apparaat zat al in het spoor.

De zaal raakte niet overtuigd maar legde zich uiteindelijk neer bij Kamps besluit op grond van diens persoonlijke gezag en staat van dienst binnen de partij. De kosten van dit energieakkoord kregen in 2019 nog een staartje: toen sprak zelfs VVD-prominent Frits Bolkestein hierover zijn onbehagen uit.

Regelbrij en bureaucratie

Tot slot zijn er nog drie opmerkelijke zaken die Kamp zegt in het interview. Als eerste dat hij als motorrijder vindt dat Nederland te veel regeltjes heeft om zich hier nog vrij te kunnen voelen. Wat de gasboring in Groningen betreft, wil hij het woord ‘wingewest’ niet gebruiken, maar het spijt hem toch dat de Groningers niet beter zijn behandeld en gecompenseerd. En het interessantste:

‘Wat je bij zowel Baudet als Wilders ziet, is dat ze over immigratie-onrust uitgesproken opvattingen hebben. Maar ik heb niet het idee dat ze daar dan vervolgens wat mee kunnen doen in het overheidsbestuur, om een constructieve bijdrage te leveren.’

Dit zegt alles. Kamp kraakt Baudet en Wilders af omdat hun kritiek op immigratie binnen de huidige bestuurlijke situatie niet omzetbaar zou zijn in resultaten of concreet beleid. Dit is eerder een tekortkoming van die stroperige bureaucratie waarin alles reeds vast ligt – en waaraan Kamp dus als Minister zélf zijn steentje heeft bijgedragen. Uit Kamps opmerking volgt absoluut niet dat Baudets en Wilders’ de visies op migratie incorrect zijn. Het is puur een verdediging van de status quo.

Boter op zijn hoofd

We kunnen al met al zeggen dat Kamp weliswaar een eerlijke en openhartige terugblik geeft op zijn kansen om Nederland echt te beïnvloeden, maar dat hij toch boter op zijn hoofd heeft. Als minister voor onder meer Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Economie, had hij veel meer invloed kunnen hebben.

De greep van Rutte op de VVD was destijds nog niet zo sterk als nu, en met zijn sobere karakter had Kamp de omvorming van de VVD tot carnavaleske cabaretpartij kunnen en moeten voorkomen.

[ARForms id=103]

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.