Klimaat en milieu: één strijd?

Een protestbord op een klimaatmars in Nederland

In haar brandende ambitie om de opwarming van de aarde tegen te gaan schakelde de internationale klimaatbeweging het afgelopen jaar een versnelling hoger. Echter maakt ze daarbij oneigenlijk gebruik van een misverstand dat groeit in de hoofden van vele mensen: klimaat en milieu zijn twee verschillende dingen. Nochtans is het raadzaam om de milieu- en klimaatproblematiek duidelijk van elkaar gescheiden te houden. Zo niet dreigt voor beide maatschappelijke vraagstukken een ongunstige afloop.

Doelbewuste vermenging

Zowel in de mediaberichtgeving als tijdens politieke debatten worden beide dossiers vaak op één hoop gegooid. Daarom is het nuttig om het essentiële onderscheid tussen het klimaat- en milieuprobleem nog eens duidelijk op scherp te stellen. Terwijl de terugdringing van de menselijke factor in de aardopwarming vooral gaat over de reductie van onze globale CO²- uitstoot, betreft het verbeteren van ons leefmilieu vooral de bevordering van zuivere lucht, water en bodem.

Tussen beide dossiers bestaan er zeker linken, maar heersen vaak ook geheel tegengestelde belangen. Zo is het gebruik van een benzineauto slecht voor het klimaat maar goed voor het milieu. Dit wegens haar hoge CO²- uitstoot maar lage fijnstof-emissie. Exact het omgekeerde geldt voor de dieselauto: die zijn doorgaans nefast voor het milieu maar vriendelijk voor het klimaat.

Gezien de techniciteit van beide beleidsdomeinen dacht ik aanvankelijk dat deze vermenging van zaken vooral uit onwetendheid voortvloeide. Maar recenter bekruipt mij de indruk dat deze opeenhoping door sommige auteurs doelbewust gebeurt, aangezien zij daar een bijzonder belang bij hebben.

Draagvlak

Voor de verbetering van onze eigen leefomgeving bestaat er onder de bevolking sinds jaar en dag een solide draagvlak – dat de afgelopen periode overigens nog sterker is geworden. De verklaring daarvoor is eenvoudig: ‘lastige’ politieke beslissingen op dit punt zorgen er vrij direct voor dat de kwaliteit van lucht, water en bodem van onze eigen biotoop erop vooruitgaat, wat dan weer bevorderlijk is voor onze persoonlijke gezondheid, levensverwachting en levenskwaliteit.

Sinds milieu als politieke bevoegdheid geregionaliseerd werd zijn de deelstaten qua wetgeving steeds verder uit elkaar gegroeid. Op Vlaamse velden moeten de landbouwers bijvoorbeeld aan steeds stringentere nitraatrichtlijnen voldoen vanuit de vrees dat het drinkwater in onze dichtbevolkte gebieden aangetast zou worden. Er kwamen ook structurele regionale beleidsacties om de afvalverwerking sluitend te organiseren, kanaal- en rivierwater te zuiveren, groenaanplantingen te voorzien, etc. In een opgemerkt bericht concludeert weerkundige Frank Deboosere dat gemiddeld gesproken de lucht hier nu zuiverder is dan 30 jaar geleden.

Inwoners zijn dus best wel bereid om ook beperkte (boven)lokale milieutaksen te betalen en zelfs fysieke inspanningen te leveren wanneer dit de milieuzaak ten goede komt. Een volgeladen rit naar het containerpark, het gebruik van de fiets voor kortere afstanden, het opruimen van zwerfvuil… dit leidt immers tot zichtbare vooruitgang in de eigen buurt. Burgers snappen wel degelijk het verband tussen beide en accepteren daarom ook zo’n maatregelen omdat dit de eigen levenskwaliteit vrijwaart.

Collectieve actieprobleem

Het klimaatdossier vormt daarentegen een schoolvoorbeeld van het ‘collectieve actieprobleem’. Persoonlijke inspanningen op microniveau resulteren dan niet noodzakelijk in een verbetering van de omstandigheden op macroniveau – wel integendeel. En wanneer goedbedoelde initiatieven zelfs de eigen situatie klaarblijkelijk niet verbeteren treedt vermoeidheid op in de gelederen. Dat mochten de klimaatactivisten hier recent ervaren: hoe dwingender de aansporing tot gedragswijziging weerklinkt, hoe meer ook de publieke tegenwind de kop opsteekt.

Sommige (nieuwe) Belgen wijzen mij zelfs voorzichtig op enkele onmiddellijke voordelen van een milder klimaat. Warmere temperaturen doen bij hen het verlangen minderen om de verlofperiode in het vroegere thuisland te gaan doorbrengen. Minder strenge winters zijn een belangrijke financiële meevaller qua verwarmingskosten voor het beperkte gezinsbudget. Moeilijk om daarop een passend antwoord te verzinnen.

Het probleem verplaatst zich

In de aanpak van dit mondiaal probleem heerst er in elk geval veel ‘free rider’-gedrag waarbij de inzet van enkelen onmiddellijk wordt geneutraliseerd door anderen die niet meewerken. Voor elke steenkoolcentrale die in Europa sluit, gaan er in China een veelvoud van die installaties open, en dat ontmoedigt enorm.

Via haar economisch beleid stimuleert Vlaanderen de aanwezige industrie met zachte hand om de CO²- voetafdruk van zware productieprocessen stelselmatig te verminderen. Door volgehouden innovatie wisten bijvoorbeeld petrochemische en staalbedrijven hun activiteiten minder vervuilend te organiseren.

Die bedrijvigheid in Vlaanderen inperken is dodelijk voor de wereldwijde klimaattoestand aangezien een equivalent van deze industriële productie onmiddellijk in het meer vervuilende buitenland zou worden geopend. De vraag naar deze geproduceerde producten of diensten is immers niet plots verdwenen.

Het is dan ook bizar dat de beweging de schuld voor het gebrekkige Belgische klimaatengagement nu uitgerekend bij Vlaanderen legt. Kan de Vlaamse regering verweten worden het grootste deel van het Belgische economische weefsel in stand te houden?

Om het Vlaamse schuldgevoel te vergroten voegt men eraan toe dat Wallonië via haar CO²- voetafdruk alsnog helpt om aan de internationale klimaatverplichtingen te voldoen. Maar als Vlaanderen jaarlijks sociale transfers verstuurt naar Wallonië, mag men dan verwachten dat het ruimere en groenere zuidelijke landsgedeelte wat meer van de klimaatverantwoordelijkheden op zich neemt?

Milieu- discussie gekaapt

Het is voor klimaatactivisten natuurlijk niet fijn om vast te stellen dat de politieke discussie vastloopt terwijl de wetenschappelijke knipperlichten rood kleuren. Maar dit is nog geen vrijbrief om onder verkeerde voorwendselen toch de eigen agenda proberen door te drukken. Om de klimaatzaak alsnog electorale wind in de zeilen te geven spant men subtiel het populairdere milieu-discours voor de kar. Men vermengt beide dossiers door ze steeds in één adem te noemen en creëert aldus publieke verwarring.

Om die uitdijende misvatting te illustreren geef ik u één voorbeeld. De introductie van lage-emissiezones in verschillende grootsteden roept bij de eigen inwoners al bij al beperkte oppositie op. Begrijpelijk, want het weren van dieselauto’s en toelaten van benzineauto’s is dan ook bij uitstek een milieumaatregel – en geen klimaatmaatregel zoals velen plegen te zeggen. Hetzelfde geldt voor de snelheidsbeperking tot 100 km/u in Nederland. De regering verdedigt deze verlaging als een poging om de zorgwekkend hoge stikstofwaarden op het Nederlandse territorium onmiddellijk naar beneden te brengen.

De eigen leefomgeving (dieren, planten, en uiteraard ook mensen) wordt er momenteel letterlijk ‘vergiftigd’ door de hoge uitstootwaarden – die overigens specifiek boven Nederland en Duitsland problematisch zijn. De groep getroffenen is hier dus geografisch beperkt én zijzelf (Nederlandse en Duitse autoriteiten) kunnen ook effectief iets doen om het acute probleem te verhelpen.

Wie echter elementen uit de milieudiscussie probeert te kapen om ze vervolgens te vermengen in het eigen klimaatdiscours, die maakt oneigenlijk gebruik van het opgebouwde milieu-draagvlak om alsnog verregaande klimaatmaatregelen ingang te doen vinden. Een strikt bewaakte scheiding en behandeling van beide problematieken is daarom raadzaam. Anders dreigt de opstekende tegenwind in het klimaatdossier op termijn ook de steun voor doortastende milieumaatregelen te eroderen.

Lorenzo Terrière :Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).