Koloniaal Congo: een scheut nuance in tijden van polarisering

Bij veel economische spelers in Kongo druipte de hebzucht er inderdaad vanaf. Zeker in het begin. Toch werd er ook geïnvesteerd in een sociaal-medische infrastructuur en in scholing voor de Afrikaanse kinderen.

Een week of drie geleden liep er op de redactie een persbericht binnen van de UAntwerpen: het blijkt slecht gesteld te zijn met de historische kennis van de gemiddelde Vlaming. En al zeker als het gaat over de Belgische koloniale geschiedenis. Zo wist maar liefst een derde van de respondenten niet welke koning ‘Kongo’ verwierf (eufemistisch gesproken) als zijn persoonlijk domein. Nochtans niet de moeilijkste vraag. Aan het andere einde van de koloniale geschiedenis, wist maar een vijfde de naam Lumumba te geven als eerste premier van het onafhankelijke Congo.

Uitgeverij Polis bracht eind juni een boek uit dat daar hopelijk aan wat kan en zal verhelpen: Koloniaal Congo. Een geschiedenis in vragen.

De waarheid heeft haar rechten

Leopold II ging de Arabo-Swahili slavendrijvers verjagen uit Kongo. Niet? Wel ja, een beetje wel. Maar toch ook niet helemaal. Toch in elk geval niet omdat het slavendrijvers waren. Ze waren eerst bondgenoten van Leopold. Het leopoldistische bestuur van Kongo Vrijstaat was klein, en kon niet heel de regio besturen zonder bondgenoten. Bondgenoot in het oosten? De Arabo-Swahili slavendrijvers. Tot die net iets te eigengereid werden — en Leopold wat sterker.

Dat de slavernij zo werd afgeschaft, ging dus eigenlijk en stoemelings. Niet dat het daarmee afgelopen was met dwangarbeid. Die ging nog decennialang door. En ja, veel van de wantoestanden werden geleid door Belgen, en uitgevoerd door Kongolezen. De geschiedenis laat zich niet zo eenvoudig vatten in simpele denkschema’s. Zoals Bas De Roo schrijft: ‘Koloniale geschiedenis is geen zwart-witverhaal met uitsluitend zwarte slachtoffers en witte daders.’

Waar is Congo?

Welke rol speelt Congo eigenlijk nog in de Belgische psyche? Weinig eigenlijk, als we écht eerlijk zijn. Als leerling in de jaren 90 en vroege jaren 2000 was mijn favoriete vak geschiedenis. En toch herinner ik me zo goed als niets over de lessen over het Belgische kolonialisme. Niet uit gebrek aan interesse — integendeel — er werd gewoon weinig over gesproken. Alle details over de twee wereldoorlogen (terecht), maar weinig tot niets daarover. Vreemd toch?

Mathieu Zana Etambala wijst op een andere eigenaardigheid. In het Verenigd Koninkrijk vind je in elke andere straat een Indisch, Pakistaans, Jamaicaans restaurant. In Nederland is de Indonesische en Surinaamse cuisine goed ingeburgerd (en te verkiezen boven de ‘autochtone’ keuken). Wie in België een Congolees restaurant wil vinden, is zowat aangewezen op Matonge.

België heeft altijd de boot afgehouden voor koloniale migratie. In 1990 woonden er een schamele 20.000 Belgisch-Congolezen in dit land. Het is pas later, tijdens de conflicten op het einde van het regime van Mobutu en de regionale oorlog daarna, dat grote aantallen Congolezen (maar ook Rwandezen en Burundezen) naar België vluchtten. Vandaag eist een nieuwe generatie Belgisch-Congolezen hun ruimte op in België. En dat is een schok: België was wel aanwezig in Congo, maar Congo niet in België. Of toch niet zichtbaar.

Een schat van kennis – met beperkingen

Koloniaal Congo bevat een schat van informatie. Wilt u wat weten over landbouw in koloniaal Congo? Hoofdstuk 11. Dacht u dat de Congolezen lijdzaam en zonder verzet de Belgische overheersing ondergingen? Dan moet u dringend hoofdstuk 16 lezen. Welke talen werden er in de kolonie gesproken? Hoofdstuk 20. Hoe zag het dagelijkse leven van een arbeider voor Union Minière de Katanga eruit, en hoe slaagden zij erin betere leef- en arbeidsomstandigheden te krijgen? Hoofdstuk 10.

De keuze voor een thematische behandeling is een zegen. Wie zo veel thema’s aan bod wil laten komen, kan dat niet in een chronologisch verhaal. Het heeft ook het voordeel dat je zonder probleem hoofdstukken kan overslaan. Dat over landbouw — mijn excuses aan Yves Segers en Leen Van Molle — heb ik aan me laten voorbijgaan.

Een beperking die de samenstellers zelf ook onderkennen, is de relatief beperkte bijdrage van Congolese auteurs (en dan bedoel ik niet de diaspora in België of de rest van de wereld). Dat is jammer. De bijdragen van onder andere Donatien Dibwe Dia Mwembu (Universiteit van Lubumbashi) en Isidore Ndaywel è Nziem (Universiteit van Kinshasa) smaken naar meer. Het is ook jammer dat er relatief weinig informatie gegeven wordt over prekoloniaal Congo. In welke lokale context kwamen de Belgen terecht? Er zijn wat verwijzingen, maar eigenlijk is het een hoofdstuk op zich waard.

Controversiële onderwerpen

De controverse wordt niet geschuwd, maar wel vakkundig ontleed. En dan komen we al snel bij de genocide-vraag. Was het Belgische — en zeker het leopoldistische — bewind in Congo verantwoordelijk voor een genocide? Georgi Verbeeck (KUL) buigt zich omzichtig over de vraag vanuit de genocide-studies. Jean-Paul Sanderson (UCL) probeert een antwoord te vinden op de vraag hoeveel slachtoffers er vielen. Bambi Ceuppens noemt dat ‘lafheid’ in Knack. Maar wat moet een historicus anders? Verbeeck: ‘Toch doen historici er altijd goed aan om begrippen zo zuiver mogelijk te hanteren om tot een goede analyse en interpretatie van de bronnen te komen.’

Frans Buelens doet dan weer een dappere poging het ingewikkelde kluwen van economische spelers en de staat te ontwarren. De vele holdings en dochterondernemingen, hoe Leopold gigantische stukken land in concessie gaf aan bedrijven als privéspeeltuin… De hebzucht druipt eraf, zeker in het begin. Tegelijk toont Donatien Dibwe Dia Mwembu hoe Congolezen hun omstandigheden bij Union Minière wisten te verbeteren: ‘Omdat de UMHK veel belang hechtte aan de gezondheid van haar arbeiders, en haar kampen zag als een omgeving voor sociale reproductie, bouwde ze een sociaal-medische infrastructuur uit, met ziekenhuizen, consultatiebureaus en kraamklinieken voor haar Afrikaanse werknemers. Ze investeerde ook bijzonder veel in de scholing van de Afrikaanse kinderen’

Nuance

Dit boek ademt nuance. De bakken historische kennis en expertise die worden uitgepakt, laten zich niet klasseren als links of rechts. Wie oprecht een gesprek over het Belgische kolonialisme wil aangaan, móet dit boek gelezen hebben. Commissievoorzitter Wouter De Vriendt en zijn collega’s weten alvast waar de mosterd te halen.

Als uitsmijter, dit citaat van Isidore Ndaywel è Nziem: ‘Het wordt tijd dat de Belgische interne debatten ophouden met mee te gaan in de al te emotioneel beladen verhalen van voormalige kolonialen en van de Congolese diaspora. Dit debat was in eerste instantie begrijpelijk, omdat het kolonialisme een geheel nieuwe situatie had gecreëerd, omdat er nog enkele grote, onopgeloste twistpunten waren tussen de twee landen, en omdat de “scheiding” veel bruusker is verlopen dan beide partijen hadden gewild. Maar uiteindelijk is deze gedeelde herinnering een gemeenschappelijk erfgoed, dat net als de bijbehorende infrastructuur efficiënt beheerd moet worden.’

Ook dit boek is te koop in onze online boekhandel: deze week met gratis verzending als Boek van de Week  

 

Michael Domen :