Dekolonisering: stilte aan de andere kant van de taalgrens

Vanaf 1960 heette het ministerie van Koloniën het Ministerie van Afrikaanse Zaken. Oude wijn in nieuwe zakken. Misschien moeten de partijen die de minister leverden ook eens in eigen boezem kijken?

De Black Lives Matterprotesten zetten het antiracismevraagstuk opnieuw bovenaan de politieke agenda. Ook de Belgische koloniale erfenis werd terug opgerakeld, onder meer met het besmeuren en verwijderen van de Leopold II-standbeelden uit ons straatbeeld. De publieke commotie spoorde koning Filip ertoe aan om spijt te betuigen voor wat zich in Congo Vrijstaat onder zijn voorouder heeft afgespeeld. Huidige beleidsmakers — waaronder vaak Vlaamse politici — bepleitten verdergaande maatregelen die de blijvende achterstelling en ongelijke behandeling in onze samenleving moeten tegengaan. Maar opvallend: in Waalse en Brusselse politieke contreien heerst radiostilte. Nochtans vallen de zwartste bladzijden in dit verhaal te lezen in het zuidelijke landsgedeelte.

Koorknapen

Voor wie het prachtige standaardwerk Congo: een geschiedenis van David Van Reybrouck heeft gelezen, klinkt deze stilte vanuit Franstalige hoek wat bizar. Het zwaartepunt van het industriële weefsel lag op het einde van de 19e en in het begin van de 20e eeuw toch in Franstalig België? Pas een eind na de Tweede Wereldoorlog zou het economische overwicht naar Vlaanderen verschuiven.

Het leeghalen van het Congolese grondstoffenarsenaal kwam hoofdzakelijk ten bate van domicilies in Wallonië én in Brussel. De hoofdstad huisvest ook vandaag nog een kapitaalkrachtige Franstalige elite. Wanneer de problematische koloniale erfenis opnieuw ter sprake komt, houden zij zich ver weg uit de berichtgeving. Wie geschoren wordt die moet even stilzitten.

Vlamingen waren letterlijk en figuurlijk koorknapen in vergelijking: zij stuurden in de eerste plaats missionarissen uit naar de Afrikaanse kolonie om te proberen zieltjes voor de katholieke kerk te winnen. De vrijzinnige francofone gemeenschap had andere prioriteiten. Gedreven door financieel-economische motieven zagen zij de regio vooral als een lucratieve handelsopportuniteit.

Privébezit

Vandaag wordt steevast met de beschuldigende vinger gewezen naar de bijzonder donkere periode van Congo Vrijstaat (1885-1908) onder Leopold II. Het gebied was toen integraal privé-bezit van de Belgische vorst. Pas na de formele overdracht in 1908 werd de kolonie eigendom van de Belgische Staat, tot de Congolese onafhankelijkheid in 1960.

De buitensporige wandaden onder Leopold II gebeurden dus wel degelijk tijdens die eerste periode. Nu dienen herstelbetalingen in de regel te gebeuren door diegenen die effectief de schade veroorzaakt hebben. Dan is in deze niet de Belgische Staat — waarvan de Vlaamse belastingbetaler heden overigens veruit de grootste geldschieter is — de eerste verantwoordelijke om herstelbetalingen op te hoesten.

Neen, dan moet eerder de Koninklijke nalatenschap (de Stichting) aansprakelijk gesteld worden. En de particulieren die in Congo Vrijstaat actief waren. Het waren uiteindelijk hun coöperatieve organisaties die destijds de brutale ontginning van de Congolese rijkdommen organiseerden. Familienamen als Frère en Coburgh en vennootschappen als Union Minière en Societé Générale flitsen dan spontaan door het hoofd. Zij zouden het eerste aanspreekpunt moeten zijn vandaag. Maar de media laten hen vandaag nagenoeg onvermeld.

Geschiedkundig inzicht

Zou het kunnen dat er onder de activisten een gebrek aan geschiedkundig inzicht bestaat? Het belang van voldoende kwaliteitsvol onderwijs kan in deze niet genoeg benadrukt worden. In mijn persoonlijke ervaring werd imperialisme en kolonialisme wel degelijk heel uitgebreid besproken in het middelbaar. De bloederige verhalen over slavenhandel, verplichte rubberquota en afgehakte handen kregen wij toen al te horen. Het verrast me dan ook dat deze feiten nu plots ‘herontdekt’ worden.

In Gent had men zich trouwens even van vijandbeeld vergist. Op 7 juni betoogden een 700-tal activisten voor het standbeeld van Albert I. De buste van Leopold II staat enkele honderden meter verderop in het park. Een protest tegen Albert I mag je misschien eerder van de Vlaamse Beweging verwachten, aangezien zoveel Vlaamse soldaten door hem de IJzervlakte ingejaagd werden. De link tussen Albert I en racistische uitspattingen is moeilijker te leggen.

Ministerpost

Ook na de overdracht van Leopolds Vrijstaat aan de Belgische staat bleef de verhouding tussen machthebber en onderdaan niet onbesproken. U weet het misschien niet, maar van 1908 tot 1961 bestond er ten allen tijde een ministerportefeuille van ‘Koloniën’ in de Belgische regering. Wil je een beter zicht krijgen op de politieke verantwoordelijkheden van toen? Ga dan eens na welke politieke partijen dit ministerie beheerden en/of ‘mismeesterden’.

In de 53 jaar dat België Congo koloniseerde, was de ministerpost twaalf jaar niet in handen van katholieken/christendemocraten (de Liberale Partij leverde een aantal jaar de minister, er waren twee ‘technici’, en de BSP leverde — met Craeybeckx — twee weken de minister, nvdr). Je zou bijgevolg ook de betrokken politieke partij(en) en hun respectievelijke ministers ter verantwoording kunnen roepen. Het ministerie van Koloniën was trouwens gevestigd in het gebouw waar nu het Grondwettelijk Hof zetelt — vandaag een steunpilaar van onze democratische rechtsstaat.

Het boek van David van Reybrouck leert ons dat tijdens én na de koloniale periode particuliere belangen op problematische wijze vermengd werden met het collectieve staatsoptreden. Kwatongen beweren zelfs dat deze ingewikkelde vervlechting tot op vandaag doorwerkt in de relatie tussen België en Congo. Begin 2019 werden de bilaterale contacten wel erg snel ontdooid, onmiddellijk na het aantreden van de nieuwe Congolese president Félix Tshisekedi. Hadden we niet beter eerst de inlossing van zijn verkiezingsbeloften afgewacht? Ruim een jaar na datum valt dat maar mager uit.

Ontdooiing

Maar er werd dus niet afgewacht om de besteding van federale overheidsmiddelen richting Centraal-Afrika terug op gang te brengen. Daarvoor was het enthousiasme in sommige kringen binnen de overheidsdepartementen Buitenlandse Zaken en Defensie — nota bene twee van de laatste restanten van het Belgische externe beleid — te groot. De ontdooiing werd in Vlaanderen nogal nuchter en koel onthaald. Aan vooral Franstalige kant was de drang naar ‘business as usual’ voelbaar.

En zo levert Defensie vandaag weer militaire ondersteuning voor miljoenen euro’s aan de voormalige kolonies Burundi, Rwanda en Congo. Elk jaar opnieuw, al sinds de onafhankelijkheid in 1960. Ook Ontwikkelingssamenwerking — een federale bevoegdheid — hevelt miljoenen per jaar over naar de regio. Gebeuren deze bestedingen wel accuraat en doelmatig? In beide gevallen dat niet altijd duidelijk. Zijn het daadwerkelijk duurzame investeringen? Hoe waken we erover dat deze overheidsmiddelen niet dienen om dieperliggende particuliere belangen te huldigen? Onze noodlijdende federale staatskas verdient eigenlijk een beter lot.

Lorenzo Terrière :Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).