Lage-emissiezone: welkom in klein Utopia

De vervuilende auto wordt uit het stedelijke paradijs van de Lage-Emissiezone weggezonden.

De Lage-Emissiezone: stedelijke oases van schone lucht, ze verrijzen in snel tempo, in de eerste plaats om oudere dieselauto’s te weren. Tien jaar geleden kon je bij ons een toelage van zo’n 1.500 euro krijgen bij de aankoop van een dieselauto, die toen geprezen werd als milieuvriendelijk wegens lage CO2-uitstoot. Vandaag worden diezelfde gesubsidieerde wagens als gevaar voor de volksgezondheid gedeclasseerd. Dat wijst vooral op een beleid zonder expertise of visie, want tien jaar geleden was het fijn stofprobleem ook al bekend.

Amateurecologisme

Reporters /DPA

Het is de kleine Vlaming, niet kapitaalkrachtig genoeg om elke drie, vier jaar een nieuwe auto te kopen noch rijdend met een bedrijfswagen, die de dupe is van dit broddelwerk, ingegeven door dagjespolitiek én amateurecologisme. Voeg daarbij het dieselschandaal van de vervalste uitlaatnormen waar Europa jarenlang van wegkeek, waardoor argeloze automobilisten opeens met een sjoemelauto bleken te rijden: soms word je wakker en blijk je opeens een zware vervuiler.

Europa en de nationale overheden zijn schandelijk in gebreke gebleven om de auto-industrie voor haar verantwoordelijkheid te plaatsen. Dus werd de rekening naar de burger doorgeschoven. En om het politiek wat verteerbaarder te maken, werd een en ander overgelaten aan de lokale overheden.

In Vlaanderen heeft Ben Weyts jarenlang wél zijn stempel op dierenwelzijn kunnen drukken, maar als verkeersminister hield hij zich zorgvuldig op de vlakte. Zo bleek het eerst aangekondigde rekeningrijden ‘geen draagvlak’ te hebben en werd het even voor de verkiezingen weer afgevoerd. Terwijl alle experts het er over eens zijn dat het een zinvol alternatief is voor de autobelasting, en onze wegen kan ontlasten van bijvoorbeeld gepensioneerden die op het spitsuur naar de Aldi snorren, of sluikrijdende buitenlandse truckers van de lokale wegen kan houden.

Het gebrek aan een coherent mobiliteitsbeleid leidde zo tot een opkomst van groene mini-planeten van soms maar een paar kilometer doorsnee, met allemaal hun eigen normen en uitzonderingen. Met de Lage-emissiezone gedragen Antwerpen, Brussel en Gent zich als middeleeuwse stadstaten, inclusief de tolhuisjes aan de rand. Gent en Antwerpen (‘de rest is parking’) hebben daar een historische traditie in hoog te houden, Brussel wil zich vooral verder profileren als région à part entière, zie bijvoorbeeld ook de lachwekkende manier hoe men jarenlang het 4G-GSM-netwerk afhield. Of de strenge geluidsnormen voor vliegtuigdecibels, zonder zich te realiseren dat Zaventem er ook voor de Brusselaars is, en ook Brusselse jobs betekent.

Deplorables

Deze schizofrenie van het groene mini-paradijs is geïnspireerd door het Duitse model, waar een lappendeken van Lage-Emissiezone-republiekjes ontstond, sinds Greenpeace aldaar van het Hoge Gerechtshof van Leipzig gedaan kreeg dat elke stad haar eigen emissiereglementen mocht opleggen.

Dat lijkt bizar als je groenen constant over dé planeet hoort orakelen: uitlaatgassen stoppen niet aan de stadsgrens, vervuiling is een globaal probleem en vraagt om globale oplossingen. Je zult maar in de buurt van een ringweg wonen die buiten de Lage-Emissiezone valt, nabij een industriezone, of gewoon aan een steenweg met druk woon-werkverkeer waar het fijn stof gewoon op je bord valt.

Het groteske vertoon van detectiecamera’s, bovenop de al bestaan controlenetwerken, gecombineerd uiteraard met de waarschuwingsborden, doet bijna denken aan luxeresorts, eilanden met propere lucht waar alleen bezitters van recente hybride wagens of electro’s welkom zijn. Inwoners die tuffen met een verouderd maar nog niet versleten voertuig, hebben gewoon pech: het zijn de deplorables met een beperkt inkomen, gezinnen met veel kinderen, bejaarden die amper 2000 km/jaar afleggen: zij kunnen niet anders dan afdokken. Zij rijden dikwijls met de afdankertjes van het bedrijfswagenpark dat nog steeds voor een groot deel uit diesels bestaat, en dat ook jarenlang door de overheid werd gesubsidieerd.

Heel het systeem lijkt dan ook op maat van de nieuwe stedelijke middenklasse, zeg maar de bakfiets- en Priuselite van jonge tweeverdieners die de binnenstad met haar snel stijgende vastgoedprijzen inpalmt. Met een zeker dédain voor de provincialistische kleinburger die letterlijk roet in het eten gooit als hij met zijn oud karros rond het Gentse Gravensteen toert.

De slimme Lage-Emissiezone?

Reporters

Terwijl de Lage-Emissiezone-republiekjes bij ons het daglicht zien, kunnen ze in Brussel, Gent en Antwerpen misschien eens een studiereis naar onze Noorderburen overwegen: daar heeft de stad Rotterdam het bestaande systeem van de Lage-Emissiezone weer afgeschaft, wegens gewoon overbodig.

Aan de basis daarvan ligt een slooppremie voor oude voertuigen, diesel, benzine of LPG, ten bedrage van 2.000 euro. Koop je daarbij een nieuwe elektrische wagen, dan kan dat oplopen tot  6.500 euro: een flink stuk boven de prijs op de tweedehandsmarkt. Resultaat: in Rotterdam rijden nauwelijks nog bewoners met een oude wagen. Er is bovendien uitstekend openbaar vervoer vanaf de stadsrand en verbonden met het nationaal vervoersnetwerk. Vervuilende wagens die toch de stad inrijden, geraken gewoon niet aan een parkeerplaats vermits het parkeersysteem gekoppeld is aan de emissienormen. Dat is een galante oplossing, en iets helemaal anders dan het groteske dieselverbod.

Verder voorziet de stad structurele maatregelen op gebied van groene mobiliteit, zoals afspraken met bedrijven en handelaren in de binnenstad om hun bevoorrading enkel met elektrische voertuigen te doen. Tenslotte moeten heel het industriële hinterland en de haven mee betrokken worden in de reconversie, mede dankzij een actief promoten van spoortransport tegenover vrachtwagenverkeer. Begin daar maar eens aan met onze NMBS die om de haverklap staakt en eigenlijk geregeerd wordt vanuit een soort PS-maffia in Charleroi.

Het Rotterdams model is efficiënt, dynamisch en schrijft heel het Lage-Emissiezone-verhaal, zoals het in Vlaanderen uit de startblokken schiet, af als verouderd. Dat verhaal is in oorsprong van een linksgroene signatuur, maar is tegelijk discriminerend en asociaal. Het wordt tijd dat Vlaanderen als regio eens werkt maakt van een ambitieus mobiliteitsplan met een efficiënt en klantvriendelijk openbaar vervoer, nu zelfs VOKA daarop aandringt. De sneltram Genk-Hasselt: schitterend idee, maar dan weer niet als publiciteitsballon, opgelaten door de twee lokale potentaten. Iets zegt me dat Jambon-I een versnelling hoger mag schakelen. We zullen het nog maar eens met het Franse cliché uitdrukken: plus est en vous.

Johan Sanctorum :Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent, uitgever/hoofdredacteur van het filosofisch tijdschrift «O», theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. www.visionair-belgie.be