JavaScript is required for this website to work.
post

Lente in Praag en zomer in Moskou

Vooruitblikken in het verleden

Paul Cordy21/8/2018Leestijd 4 minuten
Sovjet-tanks in de Praagse straten, september 2018.

Sovjet-tanks in de Praagse straten, september 2018.

foto © Reporters

In augustus 1968 sloeg Moskou de Praagse Lente neer. 23 jaar later probeerden de hardliners hetzelfde met de hervormingsbeweging in de Sovjetunie.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

In de lente keek iedereen vijftig jaar terug naar de studentenrevolte van Mei ’68. Oud-strijders hebben met veel nostalgie hun licht laten schijnen op de gebeurtenissen, en critici hebben de revolte tot de ware proporties herleid. Maar net zoals toen in Parijs, viel alles met de naderende examens stil en keerde men weer terug tot de orde van de dag. De al dan niet vermeende erfenis van het grote oproer, daar discussiëren we nog steeds over. Op één plaats duurde de lente echter voort tot ze op de nacht van 20 op 21 augustus brutaal verstoord werd. In Praag rolden die nacht de Sovjettanks over de straten, de Praagse Lente die al in januari was gestart, was voorbij.

Een late destalinisering

De Praagse Lente kwam op gang toen op 5 januari 1968 de communistische partijsecretaris en president Antonín Novotný opzij werd geschoven. Onder Novotný destaliniseerde Tsjechoslowakije  maar met mondjesmaat en weinig enthousiasme; dissidente stemmen werden nog altijd met onderdrukking geconfronteerd. Zijn bijzonder bureaucratisch bestuur deed het land in de jaren 60 ook in een economische stagnatie belanden – iets wat op dat moment zelfs in het Oostblok uitzonderlijk was. Gaandeweg verloor hij ook binnen de partij zijn steun, vooral dan binnen de Slowaakse vleugel omdat door zijn hervormingen de Slowaken aan politieke macht moesten inboeten. Toen ook Moskou hem liet vallen verschoof de macht naar meer hervormingsgezinde, jongere partijkaders. Het hardhandig optreden tegen studenten die tegen hun slechte huisvesting protesteerden deed hem finaal de das om. Alexander Dubček werd in januari partijsecretaris, op 30 maart volgde Ludvik Svoboda – zijn naam is letterlijk vertaald Lodewijk Vrijheid – Novotný op als president.

De nieuwe partijleiding zette in op een brede liberalisering. Ze wilden politiek pluralisme invoeren, meningsvrijheid toestaan en ook een vrijere economische politiek voeren. Ook decentralisering stond op de agenda. Het plan was om Tsjechoslowakije tot een federale staat om te vormen. Hier waren vooral de Slowaken vragende partij. In Slowakije lag daar zelfs het hoofdaccent van de hele liberaliseringsbeweging. Die roep naar autonomie zou nooit echt verdwijnen, 25 jaar later werd het land op vraag van de Slowaken opgesplitst.

Een intellectuele revolutie

Merkwaardig was de rol die literatuur en schrijvers in de hele beweging speelden. De eerste waarneembare aanzetten tot een koerswijziging waren in 1963 waarneembaar op de zogenaamde Kafkaconferentie, waarbij de tot dan gebannen geschriften van Kafka gerehabiliteerd werden. De volgende jaren werd de ideologische discussie van deze conferentie voortgezet in Literarny noviny, een literair tijdschrijft dat mee dankzij die discussie een onvoorstelbare oplage van meer dan 140.000 exemplaren kreeg. Schrijvers als Ivan Klíma, Milan Kundera, Pavel Kohout en uiteraard Václav Havel waren onmisbaar voor de hervormingsbeweging. Diezelfde Havel vormde in de jaren 70 en 80 met het mee door hem opgerichte Charta 77 de spil van de oppositie. Bij de Fluwelen Revolutie voerde hij de liberaliseringsbeweging aan die in eerste instantie uit kunstenaars en studenten bestond. In geen enkele politieke beweging heeft literatuur wellicht ooit een zo belangrijke rol gespeeld.

De hervormingen die de nieuwe machthebbers wilden doorvoeren kregen brede steun bij de bevolking. Uit bevragingen bleek ook dat de mensen niet noodzakelijk het socialisme afwezen, maar wel onder de vorm zoals ze het tot dan toe gekend hadden. De Praagse Lente moest uitmonden in een Socialisme met een Menselijk Gelaat. Maar dat bleek een onmogelijkheid, althans voor de potentaten in de andere Oostbloklanden. Al in maart 1968 kwam het tot een confrontatie tussen Tsjechoslowakije en de Sovjetunie met andere landen van het Warschaupact. In de zomer zegden ze Tsjechoslowakije de wacht aan. Op 21 augustus werden de Tsjechen en Slowaken wakker met een bezettingsmacht van niet minder dan 500.000 soldaten uit de Sovjetunie en andere Oostbloklanden in de straten. Geweldloos verzet – maar daar vielen wel meer dan 100 doden bij – mocht niet baten, de verontwaardigde reacties uit het buitenland nog veel minder. De Praagse Lente was voorbij, de ideologische winter daalde voor de volgende 21 jaar over het land neer.

Sovjettanks

DDR 1953, Hongarije 1956, Tsjechoslowakije 1968, Polen 1981: verschillende keren moesten Sovjettanks of hun bondgenoten uitrukken om protest in de kiem te smoren. In 1991 was het de beurt aan Moskou zelf. Bij hardliners binnen de communistische partij was het ongenoegen over de hervormingen van Gorbatsjov zeer groot. Ze brachten niet alleen het machtsmonopolie van de partij met al zijn organen in gevaar, ze dreigden ook uit te lopen op een uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Toen eind juli de KGB een gesprek afluisterde tussen Gorbatsjov, Jeltsin en Nazarbajev over hoe een aantal hardliners aan de kant konden geschoven worden, werd in alle gauwte een plan bij elkaar geïmproviseerd om de macht over te nemen. Op 20 augustus stond de ondertekening van een verdrag dat de Sovjet-Unie verder moest decentraliseren op de agenda. Daarvoor zou Gorbatsjov terugkeren van zijn vakantie op de Krim. De dag ervoor, op 19 augustus 1991 greep het zogenaamde Staatscomité voor de Noodtoestand de macht. Gorbatsjov werd op de Krim geïsoleerd gehouden tot hij bereid zou geweest zijn de staatsgreep te steunen. De pers werd onder controle gebracht en twee divisies moesten Moskou onder de knoet houden. Verder werden massale arrestaties gepland – er waren zo’n 300.000 arrestatiebevelen gedrukt en 250.000 handboeien besteld. De belangrijkste arrestatie, die van Boris Jeltsin, mislukte. Die verschanste zich in het Witte Huis, het parlement van de Russische republiek, van waaruit hij het verzet tegen de coup leidde, gesteund door troepen die zijn kant kozen. Op 20 augustus gaf het Noodcomité het bevel om het Witte Huis aan te vallen. De aanval werd een dag later op 21 augustus gelanceerd. Maar toen daarbij enkele doden vielen schrokken de aanvallers daar zodanig van dat ze zich terugtrokken. Een delegatie van de coupplegers reisde naar Gorbatsjov maar werd niet ontvangen. Met Jeltsin op twee dagen tijd uitgegroeid tot de held van het verzet en de weigering van Gorbatsjov om te steunen viel de staatsgreep uit elkaar.

De evolutie die de hardliners probeerden te vermijden, werkten ze net in de hand. Estland en Letland riepen zich nog tijdens de poging tot staatsgreep uit tot onafhankelijke staten. Twee dagen na zijn terugkeer op 22 augustus nam Gorbatsjov ontslag als secretaris-generaal van de Sovjetunie. Daarmee was de partij niet alleen het machtsmonopolie kwijt, ze was in één klap ook totaal onbeduidend geworden toen de Opperste Sovjet op 29 alle partijactiviteit beëindigde. Op 24 augustus keurde het Oekraïense parlement een onafhankelijkheidsverklaring goed en schreef een referendum ter bekrachtiging daarvan uit. Een dag later verklaarde Wit-Rusland zich onafhankelijk. De Sovjet-Unie was op sterven na dood, en ook dat sterven zou nog maar enkele maanden op zich laten wachten.

Soms biedt de zomer meer toekomst dan de lente.

Paul Cordy is historicus en studeerde daarnaast nog Duitse taalkunde, filosofie en rechten. Hij was free lance journalist, leraar Duits en studiebegeleider Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Hij is districtsburgemeester van Antwerpen en gewezen Vlaams Parlementslid. Hij schreef onder meer "Wij zingen Vlaanderen vrij: Het verhaal achter 75 jaar Vlaams Nationaal Zangfeest', een verhaal dat hij zelf als jarenlang regisseur mee vorm gaf.

Meer van Paul Cordy

‘Ik ben Alexander De Croo, de premier waar 92,5 % van de Belgen niet op zat te wachten en wiens aanstelling 100 % van de Belgen verraste.’

Commentaren en reacties