fbpx


Communautair, Geschiedenis
staatshervorming

 ‘Liberte du père de famille’ en randfederaties pasmunt voor ‘Brussel 19’

Stapstenen naar een staatshervorming (4)



Eind 1969. De ‘Wetstraat’ is in een pessimistische sfeer met kerstreces gegaan. Meer dan een jaar nadat de regering-Eyskens haar eerste voorstellen bij het parlement had ingediend, was de grondwetsherziening nauwelijks opgeschoten. In de ‘Werkgroep der 28’, met vertegenwoordigers van alle regerings- en oppositiepartijen, had zich weliswaar over enkele grote oriëntaties een consensus afgetekend, maar Brussel bleef een struikelblok. Ook de ‘Commissie der 24’, waar de Volksunie niet meer aan deelnam, had geen toenadering gevonden. Integendeel, van vergadering tot vergadering…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Eind 1969. De ‘Wetstraat’ is in een pessimistische sfeer met kerstreces gegaan. Meer dan een jaar nadat de regering-Eyskens haar eerste voorstellen bij het parlement had ingediend, was de grondwetsherziening nauwelijks opgeschoten. In de ‘Werkgroep der 28’, met vertegenwoordigers van alle regerings- en oppositiepartijen, had zich weliswaar over enkele grote oriëntaties een consensus afgetekend, maar Brussel bleef een struikelblok. Ook de ‘Commissie der 24’, waar de Volksunie niet meer aan deelnam, had geen toenadering gevonden. Integendeel, van vergadering tot vergadering stonden Vlamingen en Franstaligen steeds meer ‘in front’ tegenover elkaar. Weinigen geloofden nog dat de grondwetsherziening gerealiseerd kon worden. Eén van hen was Gaston Eyskens.

Synthesenota

Terwijl de perscommentatoren het scepticisme uit hun pen lieten lopen, her en der bepleit werd de herziening uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1970 en in zijn eigen CVP aan vervroegde verkiezingen werd gedacht, zocht de taaikoppige premier na Nieuwjaar, samen met zijn ministers van Communautaire Betrekkingen, Leo Tindemans (CVP) en Freddy Terwagne (PSB), een uitweg. Op 30 januari legde hij een Ontwerp van vergelijk voor een globale oplossing van de communautaire problemen voor aan de ministerraad.

De compromistekst was een compilatie van het regeerakkoord, de bespreking van de eerste regeringsvoorstellen in de Senaatscommissie voor de Herziening van de Grondwet, het verslag van de ‘Werkgroep der 28’ en de debatten in de ‘Commissie der 24’. Eyskens nam in de synthesenota de formule over die in de ‘Werkgroep’ op bijval had kunnen rekenen: in de grondwet slechts algemene beginselen opnemen, de concretisering ervan later met een gewone of bijzondere wet regelen. Het zou zijn succesformule worden – maar doordat ze enkele hete hangijzers vooruitduwde tegelijk een bron van langdurige communautaire discussies en twisten.

Vrijheid van het gezinshoofd

Voor de netelige kwestie van de grenzen van de Brusselse agglomeratie hield Eyskens het bij de 19 gemeenten. Als compensatie zou de Franse cultuurgemeenschap Franstalige verenigingen en initiatieven in zes Vlaamse randgemeenten van Brussel (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem) kunnen subsidiëren. In Brussel zou de ‘vrije schoolkeuze’ hersteld worden – een ideetje waarmee Paul Vanden Boeynants als formateur van de regering-Eyskens in 1968 voor de pinnen was gekomen.

De ‘vrijheid van het gezinshoofd’, in het Frans: liberté du père de famille, lag gevoelig in de Vlaamse beweging. Sinds de onderwijstaalwet van 14 juli 1932 gold voor het lager en het middelbaar onderwijs in Vlaanderen en Wallonië de regel ‘streektaal = onderwijstaal’ (de Franstalige ‘transmutatieklassen’ die tot 1963 in Vlaanderen bleven bestaan waren de uitzondering). In de Brusselse agglomeratie was ‘de moedertaal of de gebruikelijke taal van het kind’ bepalend, zoals die bleek uit een verklaring van het gezinshoofd. De ‘taalverklaring’ moest verhinderen dat Vlaamse ouders hun kinderen naar een Franstalige school stuurden. Toch gebeurde dat op grote schaal omdat de schoolhoofden de taalverklaring nauwelijks controleerden. Om die reden had de onderwijstaalwet van 30 juli 1963 de controle aangescherpt en toevertrouwd aan twee taalinspecteurs, een Nederlandstalige en een Franstalige. Die ‘aanslag’ op de ‘liberté du père de famille’ was onverteerbaar voor de vele vlaamsvijandige Brusselaars.

Marathonvergadering

Tijdens de bespreking van Eyskens’ synthesenota op 30 januari en 4 februari ging het lang over het alternatief dat minister Terwagne verdedigde. Hij stelde voor de zes Vlaamse randgemeenten weliswaar niet bij de agglomeratie te voegen, maar er de op te richten Brusselse agglomeratieraad bevoegd voor te maken en te laten instaan voor onder meer brandweer en huisvuilinzameling. De Vlaamse ministers wezen dat resoluut van de hand.

Op 11 februari zette de regering de bespreking van de synthesenota voort. In de vroege ochtend van 12 februari gingen de ministers zonder akkoord uit elkaar. Tindemans en zijn partijgenoot Jos De Saeger hadden wel een opening gemaakt: de gemeenten rond Brussel zouden worden samengebracht in federaties, die voor technische zaken als brandweer en huisvuilinzameling zouden kunnen samenwerken met de Brusselse agglomeratie – en de Franstaligen hadden die deur niet dichtgeklapt.

Op 14 en 15 februari zaten de ministers opnieuw om de tafel. Tegen de verwachting en tot algemene verrassing vonden ze in die marathonvergadering van zeventien uur een vergelijk. Een Franstalige poging om Brussel uit te breiden, was opnieuw op een Vlaams veto gebotst. De Franstalige ministers aanvaardden de bestaande grenzen van de agglomeratie (19 gemeenten) en stemden ermee in dat het Nederlandstalig kleuter- en lager onderwijs in Brussel zou worden toevertrouwd aan een op te richten Nederlandse cultuurcommissie (NCC). In ruil zou vanaf 1976 de vrije schoolkeuze van het gezinshoofd worden hersteld, zodat Vlaamse ouders hun kinderen weer naar het Franstalig onderwijs zouden kunnen sturen.

De zes randgemeenten, die nog een apart arrondissement vormden, behoorden onherroepelijk tot het Nederlandse taalgebied. In de zes randgemeenten en in de taalgrensgemeenten zouden de Cultuurraden op basis van wederkerigheid culturele faciliteiten kunnen verlenen. De gemeenten rond Brussel zouden worden gegroepeerd in zeven federaties – vijf Vlaamse en twee Waalse – die met de Brusselse agglomeratie zouden kunnen samenwerken.

‘De unitaire staat …’

Op 18 februari 1970 – vandaag vijftig jaar geleden – las eerste minister Eyskens in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat een mededeling voor die de regering daags voordien, na toch nog lastige discussies, had goedgekeurd.

Eerst bracht hij de ‘drie essentiële realiteiten’ in herinnering waarmee de ‘Werkgroep der 28’ haar verslag van 13 november 1969 was begonnen. De ‘historische’ woorden die hij sprak, kwamen regelrecht uit dat verslag: De unitaire Staat, met zijn structuur en zijn werkwijze zoals die thans door de wetten nog geregeld zijn, is door de gebeurtenissen achterhaald. De gemeenschappen en de gewesten moeten hun plaats innemen in vernieuwde Staatsstructuren die beter aangepast moeten zijn aan de eigen toestanden van het land’.

 

Vervolgens deed hij voorlezing van de 35 punten van het communautair akkoord van 15 februari – ‘een nationaal vergelijk dat van aard is om de eenheid der Belgen op hernieuwde grondslagen te vestigen’. Het ging vooral om de ingrediënten van de eerste staatshervorming die sinds de Rondetafelconferentie van 1964-1965 tot rijping waren gekomen:

– de indeling van België in vier taalgebieden;

– de erkenning van drie cultuurgemeenschappen. De Nederlandse en de Franse Cultuurraad, bestaande uit senatoren of senatoren en Kamerleden, zou met wetskrachtige decreten culturele aangelegenheden en het taalgebruik in bestuurszaken en onderwijs kunnen regelen. In de zes randgemeenten en de taalgrensgemeenten zouden er ‘culturele waarborgen’ komen.

– de erkenning van drie gewesten, waarvan de grenzen en de bevoegdheden later zouden worden bepaald en de instellingen uit politieke mandatarissen bestaan;

– de indeling van de Kamer en de Senaat in taalgroepen;

– de taalpariteit in de ministerraad;

– bijzondere wetgeving in communautair gevoelige aangelegenheden;

– een alarmbelprocedure voor wetsontwerp of -voorstellen die de betrekkingen tussen de gemeenschappen ernstig in het gedrang konden brengen, en een analoge regeling voor de werking van de Brusselse agglomeratieraad.

Agglomeraties en federaties

Nieuw was dat alle gemeenten van het land zouden worden samengebracht in agglomeraties (rond de vijf grote steden) of federaties – een schaalvergroting die later vervangen zou worden door de gemeentefusies. De Brusselse agglomeratie en de federaties van Vlaamse en Waalse gemeenten rond Brussel zouden overleggen over gemeenschappelijke technische zaken.

Opvallend was het geplande nieuwe grondwetsartikel dat het mogelijk zou maken ‘bepaalde gebieden’ te onttrekken aan de indeling in provincies en een eigen statuut te geven. Het was bedoeld om van de Voerstreek, die sinds 1963 bij Vlaanderen behoorde en waarvan de Franstaligen de ‘retour à Liège’ eisten, een apart kanton te maken dat rechtstreeks afhing van Binnenlandse Zaken.

In Brussel zouden twee cultuurcommissies instaan voor de Nederlandstalige resp. Franstalige onderwijs- en cultuurvoorziening. Zodra er voldoende Nederlandstalige scholen waren en uiterlijk in 1976 zouden de taalverklaring en het taaltoezicht op de inschrijvingen afgeschaft en zodoende de ‘liberté du père de famille’ hersteld worden.

Hobbelig

Op enkele van hun Franstalige Brusselse politici na, reageerden de meerderheidspartijen (CVP, PSC en BSP) positief op het akkoord. Bij de oppositie verwees de PVV, tegen de zin van de Vlaamse vleugel, een beoordeling naar een congres (20-21 maart); wel besliste de partij intussen opnieuw aan de grondwetsherziening mee te werken. De Volksunie noemde het vergelijk op bepaalde punten onaanvaardbaar, inzonderheid de ‘vergrendeling’ van de Vlaamse meerderheid. De scherpste kritiek kwam van het FDF-RW dat de ‘carcan’ waarin Brussel opgesloten zou worden radicaal verwierp.

Op 4 maart diende de regering in het parlement aangepaste ontwerpteksten in. De grondwetsherziening stond weer op het spoor. Het zou nog een hobbelige rit worden.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.