Geschiedenis, Literatuur
Dinska Bronska

Literair & Levend: Dinska Bronska van Karel Van den Oever

Dichten over de tragedie van emigratie

Honderdveertig jaar is het geleden dat de dichter Karel Van den Oever in Antwerpen werd geboren. Van den Oever was een van de meest gelovige, zelfs reactionaire dichters van zijn tijd. Tegelijk is hij de auteur van een iconisch gedicht over de tragedie van massamigratie: Dinska Bronska.

Magisch & tragisch gedicht

Het gedicht Dinska Bronska  is een wonderlijke toevalstreffer uit de Nederlandstalige literatuur. Niet lang voor zijn vroegtijdige dood in 1926 zag de rigide vrijgezel en niet erg verdraagzame katholiek in de stoffenwinkel die hij met twee zussen vlakbij de Schelde dreef, een meisje binnenstappen. Ze kon zich verstaanbaar maken via zinnen in gebroken Duits. Ze wist Van den Oevers zussen diets te maken dat ze Pools was, verbleef in hotel Lapland en dat ze hoopte met de Red Star Line naar Canada te emigreren. Toen één van de zusters haar naam vroeg, antwoordde ze: ‘Dinska Bronska’. Volgens de overlevering zou de dichter nog diezelfde avond het gedicht Dinska Bronska  hebben voorgelezen. Hoe dan ook, het is een magisch en tragisch gedicht.

Karel Van den Oever stond niet bekend als een verdraagzaam man. Na een korte vrijzinnige periode waarbij hij eropuit trok met vrijdenkers als Willem Elsschot en Lode Baekelmans, greep hij na een zware ziekte terug naar het katholieke geloof. Daarbij zette hij zich sterk af tegen de kosmopolitische en sterk Europees gerichte renaissance van de Vlaamse literatuur van de vorige generatie onder leiding van Van Nu en Straks’ers als August Vermeylen, Herman Teirlinck of Emmanuel de Bom. Het grootste deel van zijn werk gaat over de doodsgedachte en de troost die men kan vinden in het zich onderwerpen aan god: ‘Alleen de doods-gedachte bloeit onsterfelijk in het knoopsgat van een zwarte jas en op het wit satijn der bruid’.

Roestvrije poëzie

Na het collectieve trauma van de Eerste Wereldoorlog, kruiste het literaire pad van Van den Oever heel even dat van Paul van Ostaijen. Beiden waren ze een korte tijd verbonden aan het tijdschrift Ruimte  van de wegens cultureel activisme uit de Antwerpse stadsbibliotheek ontslagen Eugène De Bock. Het waren de tijden van Het Sienjaal  en de zoektocht naar een nieuwe vormtaal die iets van een collectieve verbondenheid kon oproepen. Van Ostaijen zou echter razendsnel evolueren naar zijn hoekige, vrije verzen van de bundel Bezette Stad, terwijl Van den Oever de vrije poëzie gebruikte om zijn god toe te schreeuwen: ‘Heer, luister: het groen orkest der draaiende aarde, als een muziek-tol aan uw open oren.’

Die religieuze overgave maakt Van den Oevers verzen voor de hedendaagse lezer moeilijk ‘inleefbaar’. Hoe virtuoos ze ook geschreven zijn, ze bieden toch vooral een historische ervaring met een diepgelovig levensgevoel dat ons vreemd is geworden. Zijn Dinska Bronska  daarentegen blijft springlevend en relevant. De hoekige, vrije stijl komt hier perfect tot zijn recht om de verscheurdheid van Dinska Bronska over te brengen die de streek van haar jeugd voorgoed achterlaat. Het gedicht is ook een magistrale herinnering aan de vele jaren dat Antwerpen met de internationale rederijen zoals de Red Star Line (1873-1934) het knooppunt was van migratiestromen. De verwijzing naar de ‘verroeste stoomboot’ geeft aan dat die Red Star Line op zijn einde liep. Het pas na Van den Oevers dood gepubliceerde Dinska Bronska  blijft echter al bijna honderd jaar roestvrij.

Dinska Bronska

Uit een oud dorp,
– kameelbruin als de steppe –
uit Plocka,
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en haar haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het ‘Hotel Lapland’ zat zij
bij een tafel aan het straat-raam
zij schreef ’n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief
en daaronder ‘Dinska Bronska’, haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond
en zocht met haar ogen langs het plafond.
Op het papier waren ’n inktvlek
en groot gestrompel van letters:
zij kocht het voor tien centiem
in de kruidenierszaak
over het hotel.
Er was ’n beetje inkt aan heur kaak.

O, Dinska Bronska;
gij vertrekt naar Canada:
de verroeste stoomboot wacht langs de kaai.
Gij laast op een almanak
der ‘Red Star Line’
dat Canada grotere appels,
o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn!

O, Dinska Bronska,
met je zeer dikke vingers:
je schrijft zo moeilijk die brief.
Je ogen zoeken vliegen op het plafond.
‘Moj Boze!’
Er zit ’n tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond.

O, Dinska Bronska!

Op de tekst van Dinska Bronska  maakte de folkgroep De Vaganten één van haar meest bekende liederen.

Chris Ceustermans

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Chris Ceustermans?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium