fbpx


Cultuur, Geschiedenis
adel

Macht, adel en de problemen die eraan vast hangen

Bloei en teloorgang van de adel in de middeleeuwen



Na Voor galg en rad. Het bizarre leven van de Late Middeleeuwen verrast historicus Marcel van Brandwijk ons met een nieuw werk: Adel verplicht. Het bizarre leven van de Late Middeleeuwen. Een ontzettend vlot geschreven boek dat ons een uitstekend inzicht geeft in de structuur van de middeleeuwse samenleving, te beginnen met de adel. Luc Pauwels sprak met hem.

Morele plicht versus eigenbelang

Adel verplicht’: een mooie leuze, maar wat bleef er in de late middeleeuwen van de ridderethiek over?

‘”Noblesse oblige”, oftewel Adel verplicht. Niet alleen de titel van het boek, maar ook een gezegde dat wijst op de verantwoordelijkheden die aan macht en rijkdom zijn gekoppeld. Niet zozeer het volgen van vastgelegde wetten of regels, maar veel meer het in acht nemen van fatsoensnormen. Letterlijk: “Dat ben je aan je stand verplicht.”

In de middeleeuwen was de wereldlijke macht in handen van de adel. Deze dwong met harde hand het naleven af van veelal op gewoonterecht gebaseerde regels en voorschriften. Maar naast dat recht waren er ook plichten, zoals het bieden van bescherming en de basale zorg voor het welzijn van de bevolking.

Een morele plicht, die in de late middeleeuwen in toenemende mate overschaduwd werd door eigenbelang. Vanuit dit perspectief is de hoofdpersoon van het boek, Hendrik van Arkel, een uitzondering. Niet alleen “adel in naam, maar ook in daad”.’

Machtsverwerving was een belangrijk motief bij vele individuele handelingen en collectieve acties. Welke manieren van machtsverwerving kende men in deze periode zonder verkiezingen?

‘In het middeleeuwse Europa lag het feodalisme ten grondslag aan de verdeling van de macht. De vorst gaf delen van zijn bezit als leen aan zijn vazallen, die op hun beurt kleinere stukken weer aan achterleenmannen schonken. Een contract dat ertoe bijdroeg dat zowel leenheer als leenman machtiger werden. Deze macht werd in de middeleeuwen voornamelijk bepaald door aanzien en niet zozeer door rijkdom. En dat aanzien verwierf je door landbezit en militaire bekwaamheid, iets dat in het feodale stelsel met uitzondering van de geestelijkheid uitsluitend toekwam aan de adel.

De voornaamste manier om macht te verwerven was het verkrijgen van landbezit. Daarvoor bestonden globaal twee mogelijkheden: land veroveren of geschonken krijgen (bijvoorbeeld door een “heldendaad”). Beide waren voorbehouden aan de edelen, die het alleenrecht bezaten wapens te mogen hanteren.’

De opkomst van de steden

Wat waren de problemen in de herfsttij van de adellijke overheersing?

‘In het magnifieke boek van Johan Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen (1919), komt dat thema uitgebreid aan bod. In hoofdstuk 2, De zucht naar schoner leven, zegt Huizinga: “Iedere tijd smacht naar een schoner leven. Hoe dieper de wanhoop en verslagenheid over het verwarde heden, des te inniger dat smachten. In het laatst der middeleeuwen is de grondtoon van het leven die van bittere zwaarmoedigheid.”

Dat dit “wanhopig leven” niet alleen lagere standen trof, blijkt wel uit de verzuchting van Filips de Goede na het vernemen van de dood van zijn eenjarig zoontje: “Had het God behaagd, dat ik ook zo jong gestorven ware, ik zou mij wel gelukkig achten.”

In de late middeleeuwen stapelden de problemen voor de adel zich op. Door de opkomst van de steden zagen ze hun invloed afnemen. Stedelingen waren niet langer afhankelijk van hun bescherming, kooplieden beconcurreerden hen in pracht en praal, horigen vonden er hun vrijheid (stadslucht maakt vrij).

De onaantastbaarheid van het ridderleger verdween door nieuwe wapens, zoals de (lange) boog. En met de intrede van het kanon was uiteindelijk ook hun aanvankelijk onneembare burcht niet meer veilig.

Door dit alles vluchtte de adel in een door hen gecreëerde schijnwereld vol overdadige banketten, buitensporige jachtpartijen en groteske toernooien. Het bekostigen hiervan bracht menig edelman ertoe geld bij een bankier te lenen, vaak tegen torenhoge woekerrentes.’

Zinloze oorlogen

In de stad is de nieuwe welvaart vooral merkbaar op de markt, waar het aanbod groeit en de prijzen dalen. Wat was daarvoor de reden?

‘Deze nieuwe welvaart slaat in dit geval specifiek op Het Land van Arkel en is een direct gevolg van de relatief gunstige ligging van het domein en de bekwame wijze waarop het bestuurd wordt.

Tijdens de vijftiende eeuw was er over het algemeen sprake van enige welvaartstoename. Na de rampzalig verlopen veertiende eeuw werd men zich bewust van de gevolgen van zinloze oorlogen en te snel groeiende handel en steden. Regels ten aanzien van hygiëne, veiligheid en armoedebestrijding, toenemende centralisatie van de macht en afname van slepende conflicten zorgden ervoor dat het leven iets aangenamer werd. Dit was absoluut niet vanzelfsprekend, maar grotendeels afhankelijk van de omstandigheden, die per streek en periode sterk konden wisselen.’

Meedogenloos

Waarom kwamen al die huurlingen uit Zwitserland? En waarom waren dat de beste?

‘De soldaten van de Zwitserse kantons verwierven eind dertiende eeuw hun reputatie door hun verdediging tegen de Oostenrijks Habsburgse opperheren en succesvolle campagnes, voornamelijk in Italië. Ze stonden bekend om hun gevechtsvaardigheid, kracht, strenge discipline en meedogenloosheid. Gewapend met speer, snoek en hellebaard en massaal aanvallend in een gesloten infanterieformatie bleek deze goed geoliede vechtmachine in de veertiende en vijftiende eeuwen onoverwinnelijk.

De beperkte economische mogelijkheden in de landelijke kantons waren de voornaamste drijfveer zich als huurling aan te bieden. Daarnaast was er de trots op hun reputatie, hun gewelddadige karakter en een sterk verlangen naar avontuur.

Tegen het einde van de vijftiende eeuw werden de Zwitsers steeds meer vervangen door Duitse huursoldaten. Die hadden zich ondertussen bedreven in de Zwitserse techniek en waren goedkoper. In de loop van de zestiende eeuw neemt het belang van de huurlegers af door nieuwe vechttechnieken, mede als gevolg van de invoering van lange afstandswapens en vuurwapens.’

Mannenrechten en -plichten

Hoe zat het erfrecht in elkaar in die eeuwen?

‘In de elfde eeuw ontstaat in West-Europa de primogenituur oftewel het eerstgeboorterecht, zowel voor de adel als de boerenstand. Een regeling, die zich in de twaalfde en dertiende eeuw over Europa verspreidde, maar buiten ons continent nooit een voedingsbodem vond. De jongere adellijke zonen moesten zich tevredenstellen met de kruimels die overbleven of op andere wijze aan land zien te komen (bijvoorbeeld door verdienstelijke wapenfeiten).

Deze revolutionaire ontwikkeling ging in tegen de in de zesde eeuw door koning Clovis ingevoerde Salische Wet, waarbij in het erfrecht sprake was van een gelijke verdeling van de erfenis over alle kinderen. Het voordeel van de primogenituur was het uitblijven van versnippering van bezittingen. Anderzijds leidde het tot een adellijk monopolie op landbouwgrond met nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van de economie.

Aanvankelijk was er sprake van een agnatisch eerstgeboorterecht dat de vrouw uitsloot van opvolging. Slechts bij afwezigheid van mannelijke opvolgers kon, om te verhinderen dat geslachten uitstierven, het cognatisch erfrecht in werking worden gesteld. Na de dertiende eeuw kwam het vaker voor dat werd afgeweken van het agnatisch erfrecht. Dit omdat in toenemende mate militaire verplichtingen (een typische mannenplicht) werden afgekocht. Hierdoor ontstond er naast het zwaardleen (uitsluitend mannelijk erfrecht) het konkel- of spilleleen, waarbij zowel man als vrouw konden erven.’

Geschiedenis moet je beleven

Nog verbluft na de lectuur van je boek vraag ik me af: wat is je inspiratiebron?

‘Eerlijk gezegd ben ik zelf ook verrast over het gemak waarmee de verhalen uit mijn pen vloeien. Het lijkt allemaal vanzelf te gaan, alhoewel er flink wat studie en research aan voorafgaat.

Hoogstwaarschijnlijk is de belangrijkste bron van inspiratie mijn onderwijsverleden. Ruim veertig jaar heb ik met veel plezier in het voortgezet onderwijs voor de klas gestaan. Vanuit mijn insteek, ‘geschiedenis moet je niet leren, je moet het beleven’, maakte ik de lessen zoveel mogelijk beeldend. Eerst met schoolplaten, dia’s en video’s, later boden smartboards en touchscreens daar in toenemende mate mogelijkheden voor. Verder vertelde ik mijn leerlingen de geschiedenis vaak vanuit het perspectief van een ‘leeftijdgenoot’.

 

Adel verplicht. Het bizarre leven van de Late Middeleeuwen is verkrijgbaar bij Doorbraak Boeken.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.