Analyse, Buitenland

Macron plant grondige ingrepen in het Franse sociale zekerheidssysteem

Enkele dagen geleden stond in De Tijd te lezen dat de Franse premier Macron het vergoedingsstelsel voor de werkloosheid ingrijpend zou herzien door de uitkeringen niet meer te laten betalen door werkgevers- en werknemersbijdragen (zoals dit ook in België het geval is), maar wel vanuit de algemene middelen (zeg maar: de belastingsontvangsten). Bovendien zou stevig gesnoeid worden in de uitzonderingsregimes die bepaalde beroepscategorieën toelaten om vervroegd met pensioen te gaan: ook met deze problematiek zijn we in ons land maar al te goed vertrouwd.

Deskundigen die op de hoogte zijn van sociale zekerheidsmechanismen zullen deze plannen gemakkelijk kunnen kaderen: Frankrijk wenst blijkbaar geleidelijk over te gaan naar het Angelsaksische Beveridge-concept van sociale bescherming, en het gebruikelijke Europees-continentale systeem deels te laten voor wat het is. Voor de gemiddelde lezer is deze uitspraak allicht koeterwaals. Waarover gaat het?

Beveridge versus Bismarck

De organisatie van sociale zekerheidstelsels ligt van oudsher volledig in de handen van elk land afzonderlijk. Dat is zelfs zo binnen de EU, die immers in de eerste plaats een economische ruimte is – en geen sociale, zoals velen ter linkerzijde zouden wensen (en waarvoor heel wat argumenten kunnen worden ingeroepen). Tot nader order beschikken individuele lidstaten dus over de volledige autonomie om hun sociale zekerheidsvoorzieningen uit te bouwen zoals zij dat zien. Dat is evenzeer het geval in de andere overkoepelende economische samenwerkingsverbanden van deze wereld, en heeft voor gevolg dat sommige landen opteren voor een minimalistische invulling (bv. de Verenigde Staten), terwijl andersom de Noord-Europese staten, maar ook ons land, bekend staan om hun verreikende sociale beschermingsstelsels.

von Bismarck

Maar zelfs naties met een goed uitgewerkte sociale zekerheid kunnen onderling erg verschillen, en dat heeft te maken met de uiteenlopende filosofieën die worden gehuldigd inzake het opzetten van een algemeen sociaal beleid. Westerse landen baseren zich in de praktijk op twee compleet uiteenlopende basisconcepten: het Bismarckiaans model en het Beveridge-model. Dat verdient een woordje uitleg. Otto von Bismarck, die al snel de bijnaam IJzeren Kanselier meekreeg, schiep niet alleen de Duitse natie maar voorzag deze tevens van een progressief sociaal beleid. Hij was, hoe raar het ook moge klinken voor iemand die bekend staat als een ijzervreter, de drijvende kracht bij de uitwerking van het systeem van verplichte sociale verzekeringen in het toenmalige Duitse Keizerrijk. Bismarck zag hierin het ultieme middel om de loyaliteit te verwerven van de Duitse handarbeiders (“Soldaten der Arbeit”). In zijn concept moest de werknemer (en niet zozeer de burger) beschermd worden tegen mogelijke dalingen van zijn levensstandaard, en daarbij diende de werkgever mee in te staan voor de financiering van een sociaal-verzekeringsstelsel. Het kostte hem, in het laatste kwart van de 19de eeuw, tien jaren om dit uit te bouwen, en zijn concept werd later overgenomen door tal van landen, waaronder België. De staat, zo verklaarde Bismarck, moest “tegemoetkomen aan de gerechtvaardigde wensen in de arbeidersklassen (…) door wetgeving en bestuur.”

Beveridge

De Angelsaksische en sommige noordelijke landen volgden een heel andere piste. Hiervan was William Beveridge, een Brits econoom en politicus, de grondlegger. Het Beveridge-concept, dat een heel stuk later, namelijk in de dertiger jaren van de 20ste eeuw, op de tafel kwam, wenst te voorzien in een minimumbescherming gefinancierd uit de algemene middelen van de staat (en dus niet door bijdragen vanwege werkgevers en werknemers), om aldus elke ingezetene zonder onderscheid van armoede te vrijwaren. In deze optiek heeft iedere burger recht op eenzelfde tegemoetkoming, ongeacht de wijze waarop die zijn/haar beroepsleven invult (of geen beroep uitoefent). Sociale zekerheidstelsels gebaseerd op deze theorie vinden we terug in de Angelsaksische en Scandinavische landen, maar ook in Nederland en zelfs in Cuba – één van de weinige derdewereldlanden met een uit de kluiten gewassen sociale zekerheid.

Verschillen inzake de pensioenrechten …

Laten we die verschillen even toelichten aan de hand van het pensioenstelsel. In de Bismarckiaanse (en dus ook Franse en Belgische) pensioenverzekering hangt de grootte van het pensioen, dat een burger trekt wanneer hij een bij wet vastgestelde leeftijd heeft bereikt, af van zijn beroepsloopbaan. Was hij/zij loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar? Hoe lang is hij/zij beroepsactief geweest en wat waren zijn/haar inkomsten? Op basis van deze gegevens worden ingewikkelde berekeningen gemaakt die uitmonden in een bepaald pensioenbedrag dat maandelijks wordt uitbetaald. Iemand die nooit heeft gewerkt (en nooit werkloosheidsuitkering heeft genoten – want deze perioden gelden in ons land als gelijkgesteld met gepresteerde arbeid) heeft in dit stelsel geen pensioenrechten en moet terugvallen op een leefloon.

Dit ziet er helemaal anders uit in landen die voor het Beveridge-stelsel hebben gekozen. Iedere burger in het Verenigd Koninkrijk of in Nederland, die een voldoende tijd in het land heeft gewoond, heeft recht op eenzelfde pensioenuitkering eenmaal de vastgestelde leeftijd bereikt is. Het gaat hier om een eerder laag maandelijks bedrag (het wordt dan ook een basisinkomen genoemd), dat aan iedere ingezetene wordt uitgekeerd, los van zijn beroepsloopbaan. Wel is het zo dat in deze landen werknemers of ambtenaren veelal een aanvullend pensioen kunnen genieten dat wordt gespijzigd door werkgevers- en eigen bijdragen, en daarvan is de hoogte wel degelijk afhankelijk van de gecumuleerde bijdragen tijdens de beroepsloopbaan. Maar conform Beveridge is het wettelijke pensioen in Nederland voor iedereen dus gelijk – wel houdt men rekening met familiale omstandigheden, maar dus niet met het feit dat de begunstigde beroepsactief is geweest.

Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Om het even te hebben over twee kleinere deeltakken van de sociale zekerheid: ook inzake de behandeling van arbeidsongevallen en beroepsziekten leiden Bismarck en Beveridge tot uiteenlopende vergoedingsstelsels. Landen die vallen onder de Bismarck-regeling beschikken bijna allemaal over een uitgewerkt stelsel ter vergoeding van beroepsziekten. Soms hebben zij één structuur uitgewerkt die de slachtoffers van zowel beroepsziekten en arbeidsongevallen op een gelijke wijze vergoedt (voorbeelden zijn Frankrijk, Italië en Duitsland), andere landen zoals België kiezen voor aparte systemen ter behandeling van arbeidsongevallen enerzijds en beroepsziekten anderzijds. In ons land verliep de afhandeling van dossiers met betrekking tot beroepsgebonden aandoeningen tot vóór kort via het Fonds voor de Beroepsziekten (sinds kort werd dit Fonds opgenomen in een overkoepelende overheidsstructuur), en alle Belgische werkgevers betalen hiervoor standaard een bijdrage van 1% op de bruto loonmassa van hun onderneming.

Landen die onder het Beveridge-stelsel vallen hebben in de meeste gevallen géén specifiek en verplicht verzekeringsstelsel voor beroepsziekten (in Nederland geldt dit zelfs niet voor arbeidsongevallen!). Werknemers die afwezig zijn om redenen die te maken hebben met de arbeidsomstandigheden moeten terugvallen op de reguliere ziekteverzekering. Alleen als het slachtoffer voor de rechtbank kan bewijzen dat de werkgever in gebreke is gebleven, kan hij/zij aanspraak maken op een bijkomende vergoeding in het kader van de burgerlijke aansprakelijkheid. Dergelijke claims van slachtoffers van beroepsziekten worden vaak behandeld door een zogenaamde letselschadeadvocaat, die zich op het geneeskundige vlak laat bijstaan door een medisch adviseur om te kunnen beoordelen of een claim kans op slagen heeft. Letselschadeadvocaat is bij onze noorderburen dan ook een specialisatie geworden binnen de advocatuur. Wanneer het gaat om een beroepsgebonden aandoening die te wijten is aan de blootstelling aan chemische agentia, wordt nagenoeg altijd de werkgever aansprakelijk gesteld en legt de rechter een bedrag vast ter vergoeding van de gezondheidsschade, bovenop de ‘normale’ uitkering van de ziekteverzekering.

De Franse ruk naar Beveridgde

In de praktijk moeten we vaststellen dat beide basisconcepten stilaan naar elkaar groeien: er bestaan nauwelijks zuivere Bismarck-landen meer, net zoals Beveridge zelden nog wordt toegepast in zijn onvermengde vorm. Maar met zijn plannen inzake de werkloosheidsverzekering en de pensioenreglementering schuift Macron Frankrijk wel degelijk erg ver in de richting van de Angelsaksische concepten inzake sociale zekerheid.

 

Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be
Commentaren en reacties: Spelregels en technische problemen

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is ingenieur en professor verbonden aan het departement Chemische Ingenieurstechnieken van de KULeuven

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans