fbpx


Cultuur, Filosofie

Making Federal Buildings Beautiful Again

Een pleidooi voor schoonheid in het publieke domein


neoclassicisme

De publieke ruimte is de gemeenschappelijke ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar zich een groot deel van het publieke leven afspeelt. Omwille van ecologische, maatschappelijke en mobiliteitsredenen moeten lokale besturen inzetten op kernversterking. Verstedelijking is daarom zowel een ruimtelijk fenomeen als een sociaal, economisch, ecologisch, esthetisch, architecturaal en politiek gebeuren. De stad als menselijke biotoop. Als we bouwen behoren we dat gemeenschapsvormend te doen. Je creëert niet alleen een huis maar ook een ‘thuis’. Dat is de kern…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De publieke ruimte is de gemeenschappelijke ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar zich een groot deel van het publieke leven afspeelt. Omwille van ecologische, maatschappelijke en mobiliteitsredenen moeten lokale besturen inzetten op kernversterking. Verstedelijking is daarom zowel een ruimtelijk fenomeen als een sociaal, economisch, ecologisch, esthetisch, architecturaal en politiek gebeuren. De stad als menselijke biotoop.

Als we bouwen behoren we dat gemeenschapsvormend te doen. Je creëert niet alleen een huis maar ook een ‘thuis’. Dat is de kern van ons mens-zijn: wij zijn sociale wezens. Wat we echter vaststellen is dat de densiteit toeneemt maar de stedelijkheid — de menselijke interactie — afneemt.

Architecturale renaissance

In de moderne tijd leven we naar het model van akelige landschapsbureaus, flexdesks, koffiemachines en accessoires. De postmoderne ‘gadget’-architectuur met energieverslindende materialen. De zakencentra zoals we ze aantreffen in Brussel als blokken met een stalen geraamte en glazen wanden ontworpen zonder gevoel en onverschillig voor aansluiting bij de buren. Het hele jaar door steunt het gebouw op verslindend energieverbruik. Bij warm weer kan je geen raam openen en ben je aangewezen op airconditioning.

Er is verhindering van luchtcirculatie waardoor ziektekiemen vrij spel krijgen. Iedereen kent het ‘sickbuildingsyndroom’. De klassieke architectuur concentreerde zich tenminste op de details die de impliciete kennis belichamen van hoe we met een gebouw moeten omgaan. Hedendaagse bouwstijlen echter laten geen andere gebruikswijzen toe. Ze ontmenselijken de buurt.

De idealen van de Founding Fathers

Donald Trump neemt, met zijn nieuwe richtlijnen voor de federale gebouwen in de VS, het voortouw in de strijd voor schoonheid in de stad. Federale gebouwen moeten in de toekomst gebouwd worden volgens het neoclassicisme dat ‘de idealen van de Founding Fathers het best belichaamt’. Trumps wetsontwerp meent dat klassieke gebouwen respect voor de instellingen afdwingen. Nick De Leu verwees in De Standaard van 8 februari meteen naar Il Duce en naziarchitect Speer wiens favoriete bouwstijl toch niet toevallig ook het neoclassicisme betrof! De neoklassieke bouwstijl is een terugkeer naar de idealen van de oude Griekse en Romeinse bouwkunst.

Het is een verlangen naar een verleden dat ontstond als reactie op de doorgeslagen decadente barok en rococo en een voortzetting van de Lodewijk XIV-stijl. Men keerde terug naar strenge, heldere en zuivere vormen. In tegenstelling tot de renaissance volgde het classicisme de klassieken niet alleen naar de geest, maar ook naar de letter. Het kende zijn hoogtepunt tussen 1770 en 1840.

Tegenwoordig worden we wel vaker in beslag genomen door een verlangen naar het verleden. Naar het ‘pre-infantilisering van de smaak’ – tijdperk. Volgens Nick De Leu neemt Trumps wetsvoorstel hedendaagse bouwstijlen echter onterecht op de korrel. Volgens hem staat het modernisme synoniem voor openheid en kracht en straalt het brutalisme eerlijkheid en veiligheid uit. Conservatieven zien dat anders.

Schoonheid als eliteproduct

De facto betekent een terugkeer naar esthetiek in de publieke vormgeving een verlangen naar cultuur als eliteproduct. In Grand Hotel Europa laat Ilja Leonard Pfeiffer een van zijn personages zeggen dat de Europese geschiedenis kan beschreven worden als een ideeëngeschiedenis. Zijn gesprekspartner merkt snel op dat je tegenwoordig moet opletten met de leidende rol van de elite te beklemtonen. De elite is uit de mode. De elite wordt namelijk door populisten verantwoordelijk gehouden voor al het kwaad van de wereld. Dat is ook zo, maar ook voor het goede is de elite verantwoordelijk. Zelfs in tijden waarin volksmenners domheid — en lelijkheid — tot norm bombarderen blijft de intelligente minderheid het gelijk aan haar zijde hebben. De tanende invloed van de intellectuele elite is een aanslag op onze identiteit en een heraut van haar ondergang.

Het schone heeft een intrinsieke waarde — een waardering voor wat is — en botst met onze huidige omgeving als instrumentele waarde. De Tsjechische schrijver Milan Kundera heeft het over de ‘verlelijking van de wereld’ door het modernisme. De zoektocht naar esthetiek, niet als allerindividueelste uitdrukking van smaak, maar als gemeenschappelijk oordeel. Schoonheid als anachronisme. Esthetiek is wellicht ons laatste vluchtoord van het consumentisme.

Menselijke biotoop

De inherent tegengestelde belangen van inwoners, toeristen, studenten, jongeren, ondernemers, fietsers, shoppers en senioren botsen met elkaar in de gedeelde ruimte. Dit zet een druk op onze ‘thuis’ en is nefast voor de leefbaarheid en dynamiek van een stad. De Duitse filosoof Martin Heidegger schreef dat je eerst moet leren wonen vooraleer je kan leren bouwen om dan uiteindelijk te leren samenleven. Het gros van de modernistische bouwstijlen heeft simpelweg gefaald. Moderne gebouwen hebben louter de instrumentele functie van werktuig. Klassieke bouwstijlen leveren ons de kennis voor nabuurschap, met architectuur als gemeenschappelijke taal, waarbij gebouwen elkaar niet beledigen.

Nabuurschap is het installeren van een consensus van medeverantwoordelijkheid met respect voor het gedeelde territorium. Dat betekent: het oprichten van initiatieven met als doel het versterken van het sociaal weefsel. Zodanig dat ook passanten zoals toeristen en studenten die de facto geen binding hebben met het territorium, toch de kosten niet externaliseren en afschuiven op de ander. Oikofilie leert ons de liefde voor schoonheid en ‘ons huis’. Het leert ons onze thuis te gebruiken en niet te misbruiken. Onze gedeelde ruimte als betekenisvol.

De som van wat ontelbaar veel inwoners willen

Een openbare ruimte leeft pas wanneer het gebruik ervan vatbaar is voor interpretatie en spontaan initiatief door de gebruikers. Idealiter wordt de publieke ruimte geordend volgens een consensus over wie we zijn en wat we doen als lokale samenleving. Het is de cocreatie van een maatschappelijke identiteit. Dat betekent meer ‘scharrelruimte’ waarbij het lokale bestuur vertrouwen schenkt aan zijn bewoners zodat gebruikers zelf vorm kunnen geven aan de gedeelde ruimte.

De Britse conservatieve filosoof Roger Scruton verwees naar het openbaar domein als de som van wat ontelbaar veel inwoners willen. Participatie en coproductie creëren betrokkenheid van inwoners en verhogen de legitimiteit en daarmee ook de slagkracht van beleid. A fortiori leidt participatie tot burgerzin en versterkt het de lokale democratie. Het gaat om de zoektocht naar een ‘buurtidentiteit’. Die identiteit wordt ingegeven door gemeenschappelijke waarden, waardoor mensen zich gaan vereenzelvigen met hun publieke ruimte en bereid zijn er ook een stuk medeaansprakelijkheid voor te dragen.

Traditionele architectuur

Van oudsher trachten architecten zich aan te passen aan bestaande stedelijke structuren. Ze proberen symmetrie te bereiken binnen de context van een historische vestiging. In de huidige context heerst het idee dat een gebouw zich net moet gaan onderscheiden van zijn omgeving waardoor de gebouwen de aandacht op zichzelf vestigen. Men bouwt op de golf van modetrends. Iedereen kruipt achter het stuur: men woont ergens, werkt en recreëert elders en voor schoonheid moet men alweer het huis ontvluchten. In het beste geval leidt dit enkel tot mobiliteitsinfarcten. In het andere geval zorgt deze ruimtelijke ordening ook nog voor braakland en verloedering wanneer de functie ophoudt te bestaan.

In centrumsteden zien we dat de mobiliteitsplannen, onbetaalbare gezinswoningen en stadsreglementitis inwoners uit de binnenstad richting de stadsrand drijven. Net op een moment dat elk memorandum de mond vol heeft van kernverdichting. Huizen gericht naar de straat, naar de publieke ruimte zijn — ook voor criminaliteitspreventie — de slagaderen en longen van de stad. Deze voorstedentrek is dan ook niet duurzaam. De torenflats van bouwmismeester Leo Van Broeck zijn een toonbeeld van een gemeenschapsontwrichtende bouwramp. Scruton beklemtoonde dat de voorsteden maar al te happig zijn op de middelpuntvliedende kracht van de wooncultuur enerzijds en de middelpuntenzoekende beweging van industrie en zakenleven anderzijds.

Sociaal kapitaal

Het gebrek aan sociale cohesie tast de leefbaarheid van een wijk aan en leidt tot gevoelens van onveiligheid. Buurtbewoners met een verschillende culturele of sociaaleconomische achtergrond leven in feitelijke apartheid. Wijkbewoners in achterstandssituaties profiteren niet van de liftfunctie die gemengde wijken kunnen hebben, maar leiden onder de gentrificatie. Het kan anders. Naast infrastructurele werken op lange termijn moet er ook op korte termijn geïnvesteerd worden in de sociale aspecten. Door een gebalanceerde ruimtelijke ordening en dito woonbeleid kan een stad ervoor kiezen om niet te segregeren maar wel om inwonersgroepen te verweven.

Vaak is een verbeterde publieke ruimte de motor om een volledig stadsdeel nieuw leven in te blazen. Het is namelijk belangrijk dat we een leefbaar evenwicht kunnen vinden voor de verschillende functies van de kern van de stad. We moeten af van de ruimtelijke wanordening en richting polycentrische nederzettingen met eigen kernen. Weg van niemandslanden, richting uitdijende iemandslanden. Er is nood aan een verzameling van esthetische voorwaarden waarbinnen mensen keuzes kunnen maken die het best bij hun behoefte passen. De shift van doelmatig plannen naar civiel gericht plannen.

Zelfcorrigerende traditie

Oikofilie is het motief waardoor heimatliche wezens aan hun wereld een permanent aanzicht geven. Zoals de Duitse dichter Rainer Maria Rilke schreef over de aarde moet ook het publiek domein een deel worden van ons, geen object maar subject, dat ons aanspreekt van persoon tot persoon. Tederheid ten opzichte van plaatsen en hun geschiedenis.

Dit heeft een sterk lokaal karakter via ideeën over thuis, schoonheid, ecologie, besef van verantwoordelijkheid, zorg voor de afwezige generaties en liefde voor de nog komende generaties. Ruimtelijke ordening als zelfcorrigerende traditie. De myopie van het moment durft soms te vergeten dat het moment van nu de geschiedenis is van de persoon die nog moet komen.

Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) is master in de criminologie en bachelor in de sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van Jong N-VA Gent en gepassioneerd amateur op vele gebieden. Hij omschrijft zichzelf als schrijver in de marge en zondagschilder.