fbpx


Cultuur

Materieschilderkunst zegeviert in Brussel

Online expo’s van Antoni Tàpies en Jean Dubuffet & Co.



Het zijn barre tijden voor kunstliefhebbers. Door de coronacrisis blijven alle Belgische musea, kunstencentra en galeries tot minstens 11 mei gesloten. Een kunstverzamelaar kan zich als troost tijdelijk vergapen aan zijn privécollectie, maar voor de minder gefortuneerden is nagelbijten de enige optie. Of toch niet? De kunstensector zou de kunstensector niet zijn, als hij niet met creatieve oplossingen voor de dag kwam in tijden van nood. Het aantal online tentoonstellingen is momenteel dan ook niet meer bij te houden. Wij…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Het zijn barre tijden voor kunstliefhebbers. Door de coronacrisis blijven alle Belgische musea, kunstencentra en galeries tot minstens 11 mei gesloten. Een kunstverzamelaar kan zich als troost tijdelijk vergapen aan zijn privécollectie, maar voor de minder gefortuneerden is nagelbijten de enige optie. Of toch niet? De kunstensector zou de kunstensector niet zijn, als hij niet met creatieve oplossingen voor de dag kwam in tijden van nood. Het aantal online tentoonstellingen is momenteel dan ook niet meer bij te houden. Wij pikten er twee uit in onze hoofdstad: ‘Antoni Tàpies’ in Almine Rech Gallery en ‘Dubuffet en het Matièrisme’ in Galerie de la Béraudière. Waarom deze twee? Omdat beide expo’s materieschilderkunst centraal stellen, een stilaan vergeten hoofdstuk in het naslagwerk van de Europese kunstgeschiedenis.

Art informel

Laten we beginnen met de Catalaanse schilder, objectkunstenaar en graficus Antoni Tàpies (1923-2012). De autodidactische Tàpies was een van de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw en een van de pioniers van de naoorlogse Spaanse avant-garde. Hij begon als surrealistisch kunstenaar en onderging de invloed van Pablo Picasso, Paul Klee en Joan Miró. Al vrij snel kwam hij bij het abstract-expressionisme uit, eerst in de richting van de ‘arte povera’ (letterlijk: ‘arme kunst’), daarna met een spontaan handschrift in verf en veel symbolentaal.

Zijn signatuur droeg de sporen van zijn studie van de Vedanta – een van de zes belangrijkste orthodoxe scholen van de Indische filosofie –, het taoïsme en het zenboeddhisme. Hoewel zijn werk op het eerste gezicht een andere indruk maakt, is het doordrenkt van maatschappelijke thema’s en legt het de nadruk op lijden en onderdrukking. Tàpies leefde en werkte niet voor niets tijdens het Franco-bewind, waarmee hij in de jaren 60 in botsing kwam.

Tàpies’ werk sluit aan bij dat van de kunstenaars die doorgaans gevat worden onder de noemer ‘art informel’ (letterlijk: ‘vormloze kunst’), zoals Jean Dubuffet, Jean Fautrier, Bram Bogart, Wols en Alberto Burri. Net als die van hen bestonden Tàpies’ doeken uit een veelheid van niet-artistieke materialen zoals zand, specie, hout, metaal, klei, papier, gips, marmerpoeder en textiel – vandaar de benaming ‘materieschilderkunst’. Vooral in zijn late werken drukte de kunstenaar er mythologische en filosofische thema’s mee uit. De tekens (vooral cijfers, letters en kruisen) en symbolen die hij in deze werken graveerde, verwijzen naar een magische, kosmische betekenis. Voor Tàpies stonden zijn schilderijen, objecten en grafiek in het teken van zowel geestelijke als maatschappelijke bewustmaking.

Spaanse landschappen

In België is helaas vrijwel nooit werk van Tàpies te zien. De laatste solotentoonstelling die hier aan zijn werk werd gewijd, vond plaats in het Museum voor Moderne Kunst (vandaag Musée Modern Museum) in Brussel, van 22 september tot 22 december 1985. Die expo kaderde in Europalia España. Pas 35 jaar later is er nu opnieuw werk van de Catalaanse grootmeester te zien in de Brusselse topgalerie Almine Rech. Rech, dochter van de Franse couturier Georges Rech en gehuwd met Bernard Picasso, kleinzoon van, opende haar eerste galerie in Parijs in 1997. Vandaag heeft ze er twee in de Franse hoofdstad, één in Londen, één in New York, één in Shanghai en één in Brussel. Almine Rech Gallery vertegenwoordigt wereldberoemde kunstenaars zoals Jeff Koons, Richard Prince, Julian Schnabel, Genieve Figgis en ‘the estate of Antoni Tàpies’.

De titelloze tentoonstelling was aanvankelijk fysiek te bewonderen, maar moest wegens het coronavirus de deuren sluiten. De expo is nu online te bekijken. Ze telt 22 schilderijen die Tàpies maakte tijdens de laatste twintig jaar van zijn leven. Meer dan de helft ervan was al eerder te zien in buitenlandse musea en galeries. Sommige werken, waaronder een aantal diptieken, zijn uitgevoerd op canvas, andere op een houten drager. De meeste hebben forse afmetingen en vertonen het voor Tàpies zo kenmerkende coloriet: oker, rood, wit, zwart, bruin, zand- en leemkleurig. Kleuren die onmiddellijk aan desolate Spaanse landschappen doen denken.

Comprendo perfecta

Her en der herkennen we figuratieve elementen in de abstracte werken, zoals een gelaat, hartvormen, een pijl, een kopje en enveloppes. Ook kruisen, letters, woorden, initialen en cijfers ontbreken niet. Sommige zijn gekrast of gekerfd in de materie waaruit het oppervlak van de werken bestaat. In het werk Diamant (2000) is dat woord geschilderd binnen de contouren van de horizontale arm van een zwart Grieks kruis (kruis met vier armen van gelijke lengte, zoals een plusteken). Dwars door de bovenste verticale arm van het kruis lezen we met enige moeite ‘Comprendo perfecta’.

Het eerste woord is driemaal doorkruist met het maalteken, het tweede is horizontaal doorgehaald. Hoe verhoudt deze woordcombinatie zich tot het woord ‘diamant’, vragen we ons af. Moeilijke vraag. We kunnen altijd gissen naar een betekenis, maar de hamvraag is welke betekenis Tàpies zelf er heeft aan willen geven? Volstaat het te vertrouwen op onze intuïtie of dienen we het antwoord op deze vraag rationeel te benaderen?

Mentale springplank

De Amerikaanse curator en filosoof Sue Spaid, die momenteel in België woont en werkt, schrijft er in haar essay bij de tentoonstelling het volgende over: ‘Ik kan me voorstellen dat sommige toeschouwers worden verleid om deze schilderijen te ontcijferen (de letters, cijfers en symbolen doen denken aan rebussen), maar toch is het veel lonender om elk ervan te beschouwen als een mentale springplank of dubbelzinnige toetssteen voor ideeën of vrije associatie.’ Elders in haar essay verwijst ze naar het begrip ‘sous rature’, geijkt door de Franse filosoof Jacques Derrida: ‘Hierbij worden woorden doorgestreept om de onvermijdelijke ontoereikendheid van de taal zichtbaar te maken’.

De ondoorgrondelijkheid van Tàpies’ taal wordt door sommigen wel eens vergeleken met de ‘écriture automatique’ van de surrealisten. Nochtans zit er een zekere consequentie in Tàpies’ gebruik van sommige letters. Zo heeft de hoofdletter ‘M’ een belangrijke betekenis in zijn werk. Ze verwijst naar het testament van de dertiende-eeuwse Catalaanse wiskundige en mysticus Ramon Llull, die de ‘ars combinatorio’ ontwikkelde, een systeem voor waarheidsvinding.

Lichtere toets

Typisch voor Tàpies’ werk van de laatste twintig jaar voor zijn overlijden is dat het niet zo zwaar beladen is met materie, verf en niet-artistieke materialen als het werk dat hij voordien maakte. In sommige van de tentoongestelde werken is de drager er niet eens volledig mee bedekt. Deze werken getuigen met andere woorden van een lichtere toets, wat volgens Sue Spaid wijst op Tàpies’ artistieke en spirituele strijd om zich los te maken van de materie waarmee hij decennialang werd geassocieerd. De kunstenaar, historicus en schrijver Sir Roland Penrose concludeerde zelfs dat ‘het ultieme doel [van Tàpies’] kunst transcendent is’.

Dat is beslist niet vergezocht als je beseft dat Tàpies net als de vroege transcendalisten oosterse religies bestudeerde. Hij vereerde de natuur en had waardering voor de wetenschap. Dit blijkt uit schilderijen als Sadharma-Pundarika (2005), waarvan de titel verwijst naar de beroemdste Mahayana-soetra (boeddhistische geschriften die werden doorgegeven door monniken) en Dharmakaya (1993), door de Dalai Lama gedefinieerd als de ruimte van leegte, waarin materie oplost.

Breed scala

Wie dit allemaal te hoogdravend vindt en geen boodschap heeft aan achterliggende theorieën en filosofieën die zijn petje te boven gaan, kan gelukkig ook gewoon genieten van de werken als esthetische objecten. Ze bieden een breed scala aan oppervlakken: van gruizige, zandachtige oppervlakken tot koude metalen oppervlakken, 3D-vormen, gestikte appliqués, vloeiende gordijnen, ruw canvas, stofstalen, gemorst vernis, vettige vingerverf, bekraste oppervlakken, gebarsten vernis, afbladderende verf, ingekerfde oppervlakken, geweven doek, uitstekende enveloppen, klei-oppervlakken en gipsvormen. Een feest voor het oog!

Antoni Tàpies ontving tijdens zijn loopbaan tal van belangrijke prijzen en een eredoctoraat. Hij nam voor Spanje maar liefst negen keer deel aan de Biënnale van Venetië, mocht drie keer zijn opwachting maken op de Documenta in Kassel en noteerde een honderdtal retrospectieve tentoonstellingen op vijf continenten achter zijn naam. Bovendien werd hij in 2010 door de Spaanse koning Juan Carlos benoemd tot Markies van Tàpies, als erkenning voor zijn werk als kunstenaar en kunsttheoreticus.

Bekijk de online tentoonstelling hier.

Huiselijke omgeving

De groepstentoonstelling ‘Dubuffet en het Matièrisme’ is nog te bezichtigen tot 26 juni. In het kader van de coronacrisis blijven de deuren van Galerie de la Béraudière momenteel weliswaar gesloten, maar als alles goed verloopt, zwaaien ze binnenkort opnieuw open. In afwachting zijn alle werken online in 3D te bewonderen volgens het 360°-principe, te vergelijken met Google Street View. Je wandelt met andere woorden rond in de vertrekken van de galerie alsof je er werkelijk bent.

Galerie de la Béraudière is gehuisvest in een bijzonder stijlvolle woning in de buurt van de Vijvers van Elsene. Geen ‘white cube’-ervaring hier, zoals in Almine Rech Gallery. De werken hangen en staan opgesteld in de gang, de zitkamer, de bibliotheek en het bureau van de galeriehouder. Dat maakt dat je ze kunt bewonderen in een huiselijke omgeving. Helaas kan niet op alle werken even duidelijk ingezoomd worden. Dat geldt vooral voor de werken met kleine afmetingen en voor het enige werk in het bureau.

Tactiliteit

De expo is klein in omvang: ze telt slechts negentien werken van twaalf kunstenaars. Veertien daarvan zijn uitgevoerd op doek of papier, de resterende vijf zijn sculpturen en objecten. Er zit zowel figuratief als abstract werk tussen. De vertegenwoordigde kunstenaars zijn voor het merendeel Europeanen. Het gaat om de Spanjaarden Antoni Tàpies en Manolo Millares, de Fransen Jean Fautrier, Jean Dubuffet, César en Germaine Richier, de Italiaan Enrico Baj, de Nederlander Karel Appel en de Duitser Max Ernst. Stuk voor stuk groten uit de twintigste-eeuwse kunstwereld. Onder de twaalf ook twee Japanners (Sadaharu Horio en Toshimitsu Imai) en één Zuid-Koreaan (Chun Kwang Young). Die laatste is de enige nog levende van het gezelschap.

Met zijn allen vertegenwoordigen ze diverse stromingen: surrealisme, Cobra, informele kunst, art brut, tachisme, existentiële kunst, arte povera, Gutai Art (Sadaharu Horio). Het oudste werk (van Max Ernst) dateert van 1926, het jongste (van Chun Kwang Young) van 2007. Daartussen bevinden zich acht decennia. Alle andere werken zijn in slechts drie daarvan tot stand gekomen: de jaren ’40, ’50 en ’60, niet toevallig de jaren waarin de meeste van de bovenstaande stromingen opgeld maakten. Menig lezer stelt zich daarbij ongetwijfeld de vraag of al die stromingen gerekend kunnen worden tot het matièrisme, een isme dat zich in Europa verspreidde eind jaren 1940 en begin jaren 1950. Het antwoord luidt uiteraard neen. Als je het matièrisme daarentegen niet beschouwt als een stroming of een isme, maar als een werkwijze met tactiliteit als onderscheidend element, dan is het antwoord positief.

Artistieke braille

Tactiliteit, ofwel voelbaarheid, is inderdaad wat alle werken in deze tentoonstelling bindt. Dit wil zeggen dat hun oppervlakken niet glad zijn, maar reliëf vertonen als gevolg van de gebruikte technieken en materialen. Tot de technieken die dit mogelijk maken, behoren onder meer impasto en sgraffito. Impasto is een schildertechniek waarbij de kunstenaar de verf in zeer dikke streken of klodders op de drager aanbrengt. Bij sgraffito krast en kleurt de kunstenaar lijntekeningen in verse pleister. Het resultaat van beide technieken zou je bij manier van spreken kunnen beschouwen als ‘artistieke braille’, ofwel ‘voelkunst’.

Dat gaat zeker ook op voor het oudste en het jongste werk in de expo. Van de Duitse kunstenaar Max Ernst (1891-1976) is het werk Oiseaux en cage te zien, uitgevoerd in olieverf op paneel. In een zwarte ondergrond van wat wel een gestolde lavastroom van verf lijkt, is een egaal vierkant uitgespaard waarin twee witte vormen als vogels te herkennen zijn. Dunne verticale lijnen, op regelmatige afstanden van elkaar aangebracht, suggereren dat de vogels in een kooi zitten. Een mooi staaltje van materieschilderkunst.

Surrealistische schilders zoals Max Ernst, Joan Miró en André Masson gebruikten na de Eerste Wereldoorlog al materialen die meer spontaniteit toelieten. Deze kunstenaars, gulzig op zoek naar nieuwe ervaringen en verzot op wat onzin in de kunst, wilden de toeschouwer desoriënteren. Zij kunnen dan ook beschouwd worden als de voorlopers van de materieschilderkunst zoals die vorm kreeg na de Tweede Wereldoorlog.

Aggregation 07-MY030

Dat ‘art informel’ nooit echt helemáál verdwenen is uit de beeldende kunst, bewijst het jongste werk in de expo. Aggregation 07-MY030 van Chun Kwang Young (1944) is een ruim bemeten (260 bij 183 cm) reliëfschilderij dat eruitziet als was het uitgevoerd in kristal. In veel van zijn Aggregation-reliëfs gebruikt de Koreaanse kunstenaar moerbeipapier dat hij kleurt met thee en andere natuurlijke kleurstoffen om bij de toeschouwer de indruk te wekken dat ze niet handgemaakt zijn.

Het tentoongestelde werk ziet eruit als een rechthoekig natuurelement in wit-grijs. Het bestaat uit driehoekige vormen in polystyreen die verpakt zijn in bedrukt papier en bij elkaar gehouden worden door een ‘touw’ van hetzelfde papier. Het is verbazingwekkend om te zien hoe Chun Kwang Young met niet meer dan enkele alledaagse materialen hedendaagse kunst maakt die de traditie van de informele kunst op een nieuwerwetse wijze voortzet. Klik hier voor een detail uit een Aggregation-reliëf van de kunstenaar.

Anti-estheticisme

Een van de hoofdwerken in de tentoonstelling is Quadro 96 (1960) van de schilder en assemblagekunstenaar Manolo Millares. Stilistisch is Millares’ werk verwant aan dat van Antoni Tàpies en Alberto Burri. Quadro 96 is een abstract schilderij in zwart-wit op jute dat helemaal aan flarden is gescheurd. Het houten raamwerk is dan ook grotendeels zichtbaar en het licht erachter krijgt vrij spel. Het lijkt wel of hier een barbaar aan het werk is geweest waarover je wel eens in de krant leest dat hij in een museum het werk van een beroemde meester met een mes in repen heeft gesneden.

In werkelijkheid heeft Millares deze ‘techniek’ doelbewust gebruikt, in de lijn van de messteken waarmee de Argentijns-Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana (1899-1968) zijn monochrome doeken doorkerfde. Cuadro 96 is een indrukwekkend voorbeeld van anti-estheticisme, een wezenlijk kenmerk van de informele kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60.

Haute pâte

De Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985) is met vier werken het best vertegenwoordigd in de groep van twaalf kunstenaars. De expo heet dan ook niet voor niets ‘Dubuffet en het Matièrisme’. Er is echter nog een andere reden waarom zijn naam uitdrukkelijk naar voren wordt geschoven. Dubuffet was samen met onder anderen Jean Fautrier en Wols een van de wegbereiders van de informele kunst. Hij was van mening dat kunst geboren wordt uit een lichamelijke strijd tussen de kunstenaar en zijn media, en dat de toeschouwer het ontstaan ervan moet kunnen herbeleven dankzij de sporen die de kunstenaar achterlaat, zoals krassen, insnijdingen en afdrukken. Dubuffet maakte daartoe gebruik van de haute pâte-techniek, waarbij de structuur van de verf en andere, niet-artistieke materialen duidelijk naar voren komt.

Paysage aux châteaux de rochers (1952) is een sprekend voorbeeld van Dubuffets haute pâte-techniek. Het abstracte werk van 92 bij 122 cm toont een korstig oppervlak waarbij de verf rechtstreeks uit de tubes op het doek lijkt gesmeerd en daarna verder werd bewerkt met een plamuurmes en andere werktuigen. Veel meer dan enkele kleuren komen er niet aan te pas. Tegen een grotendeels zwarte achtergrond (de lucht?) rijst een volumineuze, rood dooraderde, donkerroze gekleurde massa op waarin bovenaan met een weinig verbeelding de torens van een kasteel zichtbaar zijn. Het is opnieuw een schitterend voorbeeld van hoe met een minimum aan middelen een maximum aan effect kan worden bereikt.

Bekijk de online expo hier.

Verplichte kost

Laat dit duidelijk zijn: beide tentoonstellingen mogen dan eerder kunsthistorisch van belang zijn, ze zijn verplichte kost voor al wie belang stelt in de elkaar snel opvolgende kunststromingen in het overwegend lyrisch-abstracte idioom na de Tweede Wereldoorlog, met de nadruk op materie, reliëf en tactiliteit. Zowel de solotentoonstelling van Tàpies als de groepsexpo van Dubuffet en anderen tonen werk dat eerder in buitenlandse musea te zien is dan in Belgische galeries. Jammer genoeg is de Tàpies-expo niet langer ‘live’ te zien. De kijker zal dan ook genoegen moeten nemen met de virtuele versie ervan. Dubuffet en het Matièrisme daarentegen is nog tot 26 juni te zien in Galerie de la Béraudière. Tegen dan zijn alle galeries hopelijk weer open.

 

Patrick Auwelaert

Patrick Auwelaert (1965) schrijft recensies, artikels en essays over literatuur, muziek, beeldende kunsten en film.