fbpx


Filosofie, Geschiedenis
Weber

Max Weber (1864-1920), zijns gelijke vinden we niet




In deze nadagen van de eerste golf van de Covid-19-pandemie is het passend te herinneren aan Max Weber, de Duitse geleerde en universele geest. Hij stierf honderd jaar geleden in München, op 14 juni 1920, tijdens de laatste golf van die andere pandemie, de Spaanse griep. Amper 56 jaar oud was hij, en zo goed als klaar met het nazicht van zijn godsdienstsociologische verhandelingen met het oog op een boekpublicatie. Zes jaar geleden, bij Webers honderdvijftigste geboortedag (21 april 1864),…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In deze nadagen van de eerste golf van de Covid-19-pandemie is het passend te herinneren aan Max Weber, de Duitse geleerde en universele geest. Hij stierf honderd jaar geleden in München, op 14 juni 1920, tijdens de laatste golf van die andere pandemie, de Spaanse griep. Amper 56 jaar oud was hij, en zo goed als klaar met het nazicht van zijn godsdienstsociologische verhandelingen met het oog op een boekpublicatie.

Zes jaar geleden, bij Webers honderdvijftigste geboortedag (21 april 1864), heeft Dirk Rochtus hier ‘in een notendop’ geattendeerd op de ‘radicale denker die met een aantal treffende begrippen de westerse maatschappij wist te karakteriseren’, en de Doorbraak-lezer aangespoord zich in diens leven en werk te verdiepen*.

Zo ongestadig was dat leven, zo volumineus en veelzijdig is dat werk – dit jaar verschijnt de 47ste en laatste band van de historisch-kritische Gesamtausgabe – dat ook wij ons hier (moeten) beperken tot een bondig overzicht en een wat ruimere lezing van Politik als Beruf.

Tomeloze werkdrift

Max Weber wordt, als oudste van acht, geboren in Erfurt, waar zijn vader ambtenaar is. Hij studeert rechten, volgt ook colleges over economie, geschiedenis en filosofie, promoveert op een proefschrift over handelsmaatschappijen in de middeleeuwen, wordt docent aan de rechtsfaculteit in Berlijn en na zijn habilitatie hoogleraar economie, eerst in Freiburg, vanaf 1896 in Heidelberg.

Weber legt een tomeloze werkdrift aan de dag, en een gulzige levensstijl. Hij ‘stopt zijn leven en zichzelf vol met afspraken, lezingen, opdrachten, werken, eten, bier’, schrijft biograaf Jürgen Kaube (Max Weber. Ein Leben zwischen den Epochen, 2014), allicht ook om te compenseren dat hij geen seksuele voldoening vindt in het huwelijk (1893) met zijn achternicht Marianne Schnitger, dat klaarblijkelijk zonder consummatie en in elk geval kinderloos is gebleven. Pas vanaf 1909 zou hij in relaties met een oud-studente en een pianiste een uitweg vinden voor zijn erotische verlangens.

Depressie

In 1898 krijgt Weber een zenuwinzinking, een gevolg van zelfoverbelasting, seksuele frustratie en schuldgevoelens na de plotse dood van zijn vader (augustus 1897), met wie hij twee maanden voordien definitief gebroken had. Hij krimpt zijn leeropdracht in en schort die vervolgens helemaal op.

Vier jaar lang wisselen verblijven in sanatoria, reizen naar Italië en depressies elkaar af. In 1903 geeft hij zijn professoraat op. Van nu af is Weber, dankzij het familievermogen en een erfenis van zijn vrouw, privaatgeleerde in Heidelberg. Zijn woning wordt een intellectueel trefpunt met collega’s uit andere wetenschappelijke disciplines.

Protestantisme en kapitalisme

In 1904 is hij voldoende hersteld om mee de redactie van het tijdschrift Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik  in handen te nemen. Nog hetzelfde jaar publiceert hij er het eerste, in 1905 het tweede deel van Die Protestantische Ethik und des Geist des Kapitalismus. Hij beschrijft hoe de protestantse arbeidsethiek van hard werken en spaarzaamheid een stuwende kracht was achter de opkomst van het kapitalisme. Hoewel zijn stelling op een smalle, deels weerlegde empirische basis rust, blijft ze een interessante case van de doorwerking van religie op (economisch en politiek) menselijk handelen.

Als redacteur van het groots opgezette project Grundriss der Sozialökonomie, dat de kennis over de wisselwerking tussen samenleving, economie en politiek wil codificeren, schrijft Weber vanaf 1909 bijdragen over onder meer gezin en familie, etnische groepen, religie, recht, politieke gemeenschappen, macht en gezag, en staat en partijwezen (postuum uitgegeven als Wirtschaft und Gesellschaft).

Zijn vergelijkend onderzoek van de wereldgodsdiensten resulteert in een reeks artikelen die vanaf 1916 verschijnen in het Archiv für Sozialwissenschaft und Sozialpolitik (postuum gebundeld in Gesämmelte Aufsatze zur Religionssoziologie).

Terug naar de universiteit

Al denkend en schrijvend ontpopt Weber zich tot vader van de Herrschaftssoziologie (sociologie van gezag, macht en leiding), legt hij met Emile Durkheim de grondslagen van de godsdienstsociologie en groeit hij met Karl Marx uit tot een klassieker van de economische sociologie. Hij vervaardigt bouwstenen van de rechtssociologie, de organisatiesociologie en de politieke sociologie, en waagt zich zelfs, vermoedelijk geïnspireerd door zijn pianiste, aan muzieksociologie.

In 1918 keert Weber naar de universiteit terug, een semester in Wenen, nadien een leerstoel in München. Begin juni 1920 moet hij, geïnfecteerd met de Spaanse griep, zijn pas begonnen Vorlesungen  over staatssociologie afbreken. Op 14 juni sterft hij aan de gevolgen van een longontsteking in zijn woning in München, waar hij begraven wordt. In 1921 wordt de urne met zijn as overgebracht naar Heidelberg en bijgezet op het Bergfriedhof. Op de grafsteen staat te lezen: Wir finden nimmer seinesgleichen – we vinden nooit zijns gelijke.

Werelderfgoed

Hoewel hij rechten studeerde en economie doceerde, was en is Max Weber in de eerste plaats socioloog. De nog jonge discipline heeft hij mee gegrondvest en rijkelijk bevrucht. Veel van zijn begrippen, definities en observaties behoren tot het werelderfgoed van de humane wetenschappen en vinden honderd jaar na zijn dood nog altijd hun weg naar het politieke en maatschappelijke discours. Zijn werk werd en wordt over de hele wereld gelezen.

Methodologisch leeft hij voort in het Idealtype, waarbij ideal niet de betekenis van ons ‘ideaal’, maar van ‘geconstrueerd’ heeft. Een ideaaltype is een theoretische constructie die de essentiële aspecten van een sociaal fenomeen benoemt, maar in die zuivere vorm niet in de werkelijkheid voorkomt.

Een bekend voorbeeld ervan betreft gezag, ‘het vermogen om voor een bevel met een bepaalde inhoud bij een persoon of een groep van mensen gehoorzaamheid te vinden’. Weber onderscheidt drie ideaaltypes: traditioneel gezag, op basis van ‘geheiligde’ en ‘gerespecteerde’ gewoontes en gebruiken; charismatisch gezag, gebaseerd op persoonlijke overgave aan iemands zaak en vertrouwen in diens kwaliteiten; legaal-rationeel gezag, gelegitimeerd door het vertrouwen in de wettelijke basis van de regels en het bevelsrecht van degenen die aangesteld zijn om de regels te handhaven.

Rationalisering en bureaucratie

Hoofdthema in het werk van Weber is de rationalisering van het leven door wetenschap en techniek. Dat proces, de overgang van de traditionele naar de moderne maatschappij, is begonnen in het Westen en over de hele wereld uitgedijd. Hij beschrijft het met de beroemd geworden formule Entzauberung der Welt, onttovering van de wereld. De moderne mens hoeft niet meer te geloven in geheimzinnige machten en magie, maar zijn vrijheid komt wel onder druk te staan.

Een aspect van de rationalisering is de bureaucratie, voor Weber dé vorm van legaal-rationeel gezag, ook in een bedrijf. Een bureaucratie wordt (ideaaltypisch) gekenmerkt door onder meer hiërarchie, taakverdeling, scheiding van functie en persoon, en regels. In vergelijking met een traditionele organisatie is ze efficiënter en gaat ze willekeurige beslissingen, benadeling van personen en bevoordeling van familieleden en vrienden tegen; daarom is ze het meest geschikt voor de overheid.

Politiek als (be)roep(ing)

We staan wat langer stil bij Politik als Beruf, de beroemde voordracht die Weber, op verzoek van een studentenbond, op 28 januari 1919 in München hield en een half jaar later in boekvorm uitgaf. Verplichte literatuur voor iedereen die (in Nederland) in de politiek gaat, noemde NRC-columnist Henk Hofland het essay (waarvan, het moet gezegd, niet elke pagina of alinea vlot verteerbaar is).

In 2012 is bij Uitgeverij Vantilt een nieuwe, keurige Nederlandse vertaling, waarvan de titel, Politiek als beroep, jammer genoeg niet de dubbele betekenis weerspiegelt van het Duitse Beruf, beroep en roeping tegelijk (de Franse vertaling, Le métier et la vocation d’homme politique, doet dat wel).

Macht en ijdelheid

Veel van wat Weber die winterse avond zei of naderhand uitschreef is nog toepasselijk op of geeft nog inzicht in de politiek. We grasduinen even:

  • ‘Wie politiek bedrijft, streeft naar macht, ofwel als middel om andere (ideële of egoïstische) doelen te bereiken, ofwel ter wille van de macht zelf, om te genieten van het gevoel van prestige dat macht geeft.’
  • ‘Een sterke politieke persoonlijkheid moet drie kwaliteiten hebben, en die bovendien weten te combineren: passie (Leidenschaft), vurige toewijding aan een zaak; verantwoordelijkheidsgevoel voor die zaak, als richtsnoer voor het handelen; inzicht, onderscheidingsvermogen (Augenmass), om afstand te kunnen nemen tot dingen en mensen.’
  • ‘Een politicus moet elke dag en elk uur een triviale, al te menselijke vijand bekampen: de ijdelheid, het pralen met de macht. Het is de doodsvijand van elke toewijding aan een zaak en van elke afstand, in dit geval: de afstand tot zichzelf.’
  • ‘Men kan politiek bedrijven als gelegenheidspoliticus (door te gaan stemmen, te applaudisseren of te protesteren op een ‘politieke’ bijeenkomst, …), als politicus in bijberoep (bijvoorbeeld bestuurslid van een politieke organisatie) of als politicus in hoofdberoep.’
  • ‘Wie van de politiek zijn hoofdberoep maakt, leeft vanuit geestelijk, immaterieel oogpunt voor de politiek; vanuit economisch, materieel oogpunt leeft hij voor de politiek als hij daar voor zijn inkomen niet afhankelijk van is, en van de politiek als hij daar een permanente inkomensbron van maakt.’
  • ‘Partijstrijd is niet alleen strijd voor zakelijke doelstellingen, maar ook en vooral voor het geven van baantjes (Ämterpatronage).’

Boren in harden planken

In het laatste deel van zijn essay gaat Weber dieper in op de ethiek van het politiek handelen. Hier maakt hij zijn bekende, alweer ideaaltypische en nog immer actuele onderscheid tussen Gesinnungsethik (ethiek van de gezindheid, de overtuiging) en Verantwortungsethik (ethiek van de verantwoording, de verantwoordelijkheid).

Bij het eerste type staat de overtuiging, het ultieme doel voorop, dat fanatiek en desnoods met geweld wordt nagestreefd, zonder zich om de gevolgen te bekommeren. In het tweede geval laat men zich leiden door de te voorziene gevolgen van zijn handelen en neemt men de verantwoordelijkheid op voor de gemaakte keuze. Een absolute tegenstelling tussen beide is er evenwel niet, zegt Weber. De twee vullen elkaar aan, samen maken ze de echte mens uit, deze die de ‘roeping tot de politiek’ kan hebben.

En dan is er dat machtige slotakkoord van Politik als Beruf: ‘Politiek is een krachtig, langzaam boren in harde planken, met passie en onderscheidingsvermogen tegelijk’. De geschiedenis, zegt Weber, leert dat men het mogelijke niet had bereikt, indien men niet altijd opnieuw naar het onmogelijke had gestreefd. Wie dat doet, moet een leider zijn én – in een zeer eenvoudige betekenis van het woord – een held.

Politicus

Boren in harde planken, dat heeft ook Weber wel eens gedaan. Hoewel hij een waarderingsvrije wetenschap verdedigde, die geen normatieve uitspraken doet, betrad hij geregeld de politieke arena en nam hij meermaals stelling in politieke strijdvragen. Tijdens de Duitse Novemberrevolutie (1918-1919) richtte hij zelfs mee de links-liberale Deutsche Demokratische Partei op, hield op een tiental verkiezingsmeetings een vlammende toespraak, maar stond te diep op de lijst om op 19 januari 1919 tot lid van de grondwetgevende Nationalversammlung verkozen te worden.

Twee maanden later aanvaardde Weber de hem aangeboden leerstoel in München en trok hij een streep onder zijn politiek engagement. ‘Politici zouden moeten en moeten compromissen sluiten’, zei hij, ‘maar ik ben van roeping: wetenschapper’. Op zijn sterfdag kunnen wij daar enkel opgetogen over zijn.


* Dat kan sinds 2017 met een toegankelijke Nederlandstalige inleiding op het leven en de inzichten van Max Weber:  Rudi Laermans en Dick Houtman, Weber, Boom uitgevers Amsterdam; te verkrijgen in de online boekhandel van Doorbraak

 

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.