Actualiteit, Buitenland, Europa

May’s brexit?

In Lancaster House in Londen bracht de Britse Premier, Theresa May op 17 januari haar lang verwachte toespraak over haar aanpak van de brexit. Haar gehoor bestond uit Britse politici, beleidsmakers en in het VK geaccrediteerde diplomaten. Zelf was zij geen voorstander van de brexit en tot voor kort scheen alles er op te wijzen dat zij een veeleer zacht vertrek uit de EU verkoos.

Haar toespraak bewijst echter dat zij thans een harde brexit voorstaat. Zij klinkt nu zowat als haar voorgangster Margaret Thatcher. Die slaagde er in van de toenmalige “sick man of Europe” opnieuw een stabiele en bloeiende natie te maken en streed hard en lang om van de EU een behoorlijke bonus op de Britse bijdrage aan haar begroting te krijgen. Of May met haar harde brexit de toekomst van het VK evenzeer zal dienen is nog maar de vraag. De omstandigheden zijn sedert Thatcher, ook in het VK zelf, sterk veranderd. Alleen Engeland en Wales stemden voor de brexit. Schotland en Noord-Ierland stemden tegen.

De Schotse minister-president Nicola Sturgeon bestempelde de nu door de Britse premier voorgestane koers een economische ramp voor het VK en benadrukte dat Schotland in de EU wil blijven. Kort nadat het VK in zijn geheel verrassend voor de brexit had gekozen was Sturgeon al met een nieuw onafhankelijkheidsreferendum op de proppen gekomen. Na May ’s keuze voor een harde brexit gaf ze te kennen dat daardoor zo’n volksraadpleging voor Schotland alleen maar relevanter wordt. De Schotse stem wordt in Downing Street kennelijk niet gehoord en als dat zo blijft zal Schotland genoopt zijn zelf te bepalen waar zijn toekomst ligt, zo heette het nog.

Premier May echter had het in Lancaster House slechts over het aanhalen van de banden tussen de vier naties in het VK. Wel zei ze het vrij verkeer met de republiek Ierland te willen in stand houden. Zij hoopt aldus de door de brexit weer oplaaiende Ierse drang naar hereniging te voorkomen. Of zij daarin ook slaagt is niet zeker vooral niet als Sinn Fein de op 2 maart2017 in Noord-Ierland geplande verkiezingen wint, wat waarschijnlijk is (zie Doorbraak 13.1.2017).

Na de brexit-volksraadpleging bond de kapitaalkrachtige zakenvrouw Gina Miller in juni 2016 de juridische strijd aan met de regering. Zij oordeelde dat de regering de procedure krachtens artikel 50 van het Verdrag van Lissabon slechts mag starten nadat zij daarvoor de machtiging van het parlement heeft gekregen. Het ’High Court’ gaf haar gelijk maar de regering ging in beroep.

Op 24 januari 2017 verwierp het ‘Supreme Court’, het hoogste gerechtsorgaan in het VK, dit beroep en bevestigde dat het Britse parlement eerst dient in te stemmen met het vertrek uit de EU alvorens de regering de artikel 50 procedure kan opstarten. Het vonnis maakt wel duidelijk dat de banden tussen de EU en het VK enkel onder de bevoegdheid van de regering en het parlement van het Verenigd Koninkrijk vallen en dat bijgevolg de parlementen en regeringen van Noord-Ierland, Schotland en Wales daar niets in te zeggen hebben.

De dag voordien had de minister van Binnenlandse Zaken, Amber Rudd, in het Lagerhuis al verklaard dat er geen aparte immigratieregeling komt voor Schotland. Immigratie is, zo zegde zij, een ‘reserved matter’, dat is in Brits overheidsjargon een materie waarvoor alleen het Britse parlement en de Britse regering bevoegd zijn.

May heeft al toegezegd de beslissing van het ‘Supreme Court’ te zullen naleven. David Davis de “Secretary of State for Exiting the European Union” kondigde nog op 24 januari in het Lagerhuis aan dat de regering eerstdaags een wetsvoorstel daartoe zal indienen. Hij beklemtoonde dat uit het vonnis van het “ Supreme Court” overduidelijk blijkt dat inzake het starten van de artikel 50 procedure alleen het Britse parlement en de Britse regering bevoegd zijn. Niettemin, zo voegde hij er aan toe, zal de regering inzake de brexit onverminderd een nauwe samenwerking met de bevolking en de autoriteiten in Noord-Ierland, Schotland en Wales blijven nastreven. De dag nadien zei premier May in het Lagerhuis wel het aan Davis gevraagde white paper toe, maar bleef ze vaag over wanneer dat zal gebeuren. De wet die de regering toelaat de artikel 50-procedure te starten, staat daar volgens haar los van. Op de vraag  hoe het verder moet indien het parlement een brexit-deal met de EU afwijst, antwoordde zij dat het VK dan zal moeten terugvallen op andere, niet nader omschreven regels. Aangenomen wordt dat zij daarmee de voorschriften van de Wereldhandelsorganisatie bedoelde. Dat betekent dat dan soms hoge importheffingen zullen gelden.

De Labourpartij twijfelde even om aan dit wetsvoorstel mee te werken. Zij telt immers zowel fervente aanhangers als tegenstanders van de brexit. Uiteindelijk zei partijleider Jeremy Corbyn de steun van zijn fractie toe. Naar verluidt overweegt de Labourpartij het indienen van een amendement. Dit zou de regering verplichten het parlement zo vlug mogelijk over het eindresultaat van de brexit-onderhandelingen te laten stemmen zodat eventueel terug met de EU kan worden onderhandeld om tot een betere oplossing te komen.

De Liberaal-Democraten, een pro-Europese oppositiepartij, eisten al een nieuw referendum. Opvallend is dat nu ook in Wales, dat pro-brexit stemde, in de hoogste regeringskringen kritiek op de zienswijze van de Britse premier te horen is.

Over de draagwijdte van May’s toespraak in Lancaster House is al zoveel inkt gevloeid dat het overbodig lijkt er nog eens op terug te komen. Wel de lusten van vrijhandel, maar niet de plichten die horen bij lidmaatschap van de interne markt van de EU is misschien in een notendop zowat de inhoud ervan. In ieder geval blijven er vele onbeantwoorde vragen en leemten. Wel won het pond de dag nadien 2,5 % tegenover de dollar en 1,5 % tegen de euro. Of dat al dan niet om een vluchtige opflakkering gaat, zal de toekomst moeten uitwijzen. Op termijn lijkt een ontwaarding van het Britse pond waarschijnlijker.

Niemand weet echter hoe de brexit precies zal verlopen. Allereerst het tijdstip waarop de brexit-procedure op gang komt. Premier May zelf heeft er voor gekozen die ten laatste eind maart op te starten. In principe zal het proces twee jaar in beslag nemen. Het kan echter worden verlengd en pas na de uiteindelijke afloop kan de praktische uitvoering beginnen. Daar kunnen jaren mee gemoeid zijn. De EU noch het VK hebben enige ervaring daaromtrent gewoon omdat het de eerste keer is dat een lidstaat de EU verlaat.

Een brexit zoals May die in Lancaster House op 17 januari omschreef zal het VK waarschijnlijk nopen nadien eventueel een handelsverdrag met de EU af te sluiten. Op 19 januri 2017 wees de Deense EU-commissaris voor Handel, Cecilia Malmstroem, in Davos er op dat de EU nu reeds een zestiental handelsverdragen onderhandelt. Een eventueel Brits verzoek komt dus onderaan de lijst en onderhandelingen kunnen jaren duren afhangende van wat Londen precies beoogt.

Eveneens in Davos beklemtoonde de Londense burgemeester, Sadiq Khan, dat de toegang tot de eenheidsmarkt voor het VK de topprioriteit moet blijven wil men de toekomst van Londen, vooral dan als financieel centrum, niet in het gedrang brengen. Zijn pleidooi heeft kennelijk in Londen niet op veel begrip kunnen rekenen.

De topvrouw van het Internationaal Muntfonds, Christine Lagarde, voorspelde de dag nadat PM May haar harde brexit-toespraak hield dat die aanpak het VK pijn zal doen. Zij zag vele banken die nu in Londen zitten al uitkijken naar een andere vestigingslocatie. Natuurlijk is Lagarde Franse en Frankrijk hoopt openlijk banken uit Londen naar Parijs of elders in het land te lokken.

Malta neemt tot juli het roulerend voorzitterschap van de Europese ministerraden waar. Premier Joseph Muscat deelde op 18 januri het EP mede dat zowat vier tot vijf weken na de Britse ‘echtscheidingsaanvraag’ de Europese staatshoofden en regeringsleiders zullen bijeenkomen om de richtsnoeren voor de onderhandelingen met Londen vast te leggen. Het EP zal de einddeal met het VK moeten goedkeuren. Hij oordeelde het daarom slechts logisch dat het EP bij de onderhandelingen betrokken wordt.

De handel met het VK is voor België en vooral voor Vlaanderen van groot belang. Zowel Premier Charles Michel als Vlaams minister–president Geert Bourgeois zijn zich daarvan zeer goed bewust. Michel pleitte daarom bij zijn Britse ambtgenote om niet voor een harde brexit te kiezen. Hij vond kennelijk geen gehoor. De gevolgen van een harde brexit zullen groter zijn voor Vlaanderen dan voor de rest van het land omdat het meer naar het VK uitvoert. Belangrijke sectoren zijn de auto-industrie, de petroleumsector, diamant en farmaceutica. De meest kwetsbare sectoren zijn voeding en textiel, waarvan veel tapijten. Groot-Brittannië is immers de grootste tapijtmarkt in Europa. In 2015 was de handel tussen het VK en Vlaanderen goed voor 42 miljard euro. De uitvoer bedroeg 27 miljard en de invoer 15 miljard. Een overschot dus van 12 miljard in het voordeel van Vlaanderen.

De brexit verandert dus stilaan in een tragische soap met een nog onbekend einde. Wordt vervolgd …

 

Foto: (c) Reporters

Theo Lansloot

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Theo Lansloot?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans