Media
Evert Van Wijk

Mediatrainer Evert Van Wijk: ‘Nieuws is een deal’

‘Belgen vinden altijd een oplossing, maar meestal pas als het water tot aan hun lippen staat’, meent Nederbelg en communicatie-expert Evert Van Wijk. Hij is auteur van onder meer het boek Valse vrienden (2016), over de vaak moeizame samenwerking tussen Belgen en Nederlanders.

Met argusogen volgt Van Wijk momenteel de fusie van de havens van Gent en Zeeland, die op 1 januari 2018 zal ingaan. Hij kent Jan Lagasse, de directeur van Zeeland Seaports vrij goed. ‘Hij is een Vlaming, maar heeft zowat heel zijn leven in Nederland gewerkt’, vertelt Van Wijk. ‘Het zal een huzarenstukje worden om de fusie te doen slagen, juist omwille van de cultuurverschillen. Maar als iemand dit kan, dan is Lagasse het wel omdat hij zo’n goed inzicht heeft in de cultuurverschillen en ermee weet om te gaan. Maar… it takes two to tango.’

Van Wijk begon als journalist, maar maakte als communicatiespecialist en mediatrainer snel de overstap naar het bedrijfsleven en de politieke wereld. Daarnaast schrijft hij op Doorbraak ook over de cultuurverschillen in de Lage Landen. Over België schrijft hij geregeld scherp, zoals over het ons-kent-ons-sfeertje op krantenredacties en het rotte Brusselse imago.

‘In België zie ik vaak weinig beleid, maar veel improvisatie’, vindt Van Wijk. ‘Neem nu de federale regering. In plaats van een consensus te bereiken zijn de regeringspartijen meer bezig met de volgende verkiezingen. En het is altijd al zo geweest. Een voorbeeld bij uitstek is voormalig premier Jean-Luc Dehaene (CVP/CD&V) die zei dat we de problemen moeten aanpakken als ze zich stellen. Maar als politicus moet je net problemen zien voor te zijn. Ik heb nog nooit zo’n pragmatisch volk als de Vlamingen gezien. Het zijn net Amerikanen. Is er een probleem? Just do it. Fix it. Kijk naar de incidenten met Brusselse tunnels. Belgen zijn bricoleurs, Nederlanders ingenieurs.’

Doorbraak: Zijn er nog verschillen?

‘Nederlanders zijn minder individualistisch. We houden niet voor niets van polderen. Met z’n allen tegen de boze zee, want dat is ons gezamenlijke belang toch? Hoe we die strijd aanpakken, dat beslissen we samen. Die aanpak zien we terug in de contacten tussen vakbonden en werkgevers. Ook daar verliezen beide partijen nooit het gemeenschappelijk belang, zoals een sterke concurrentiepositie van het bedrijf uit het oog. In België zie je veel vaker een conflictmodel. Daar rijden werkgeversorganisaties en vakbonden elkaar alleen maar in de wielen. Niet dat de Nederlandse vakbonden watjes zijn, maar de onredelijkheid van de Belgische vakbonden is voor Nederlandse en andere buitenlandse managers vaak een cultuurschok.’

Wat zijn de verschillen met België en Nederland wat de relatie tussen media en politiek betreft?

‘In Nederland zien journalisten zich als de waakhond van de democratie. In België ook, maar er spelen vaker verborgen agenda’s mee. De journalistieke aanpak is er minder confronterend. Dat is niet zo verwonderlijk, want België is een klein land waar je elkaar overal voortdurend tegenkomt. Je hebt elkaar veel meer nodig. Daardoor ben je misschien minder geneigd om de zaken op de spits te drijven. Ik heb al gehoord van VRT-journalisten dat als ze iets “verkeerds” hebben gedaan met politici, een verzoeningslunch wordt georganiseerd. In Nederland is zoiets ondenkbaar. In Den Haag heb je de glazen kaasstolp, maar in Brussel is die er ook en nog veel verstikkender en minder doorzichtig. Iedereen herinnert zich nog wel de zaak uit 2013 toen twee onderzoeksjournalisten van de VRT op non-actief werden gesteld, omdat ze een kritisch boek hadden geschreven, De Keizer van Oostende, over het machtsmisbruik van Johan Vande Lanotte.’

‘In Nederland kunnen journalisten politici trouwens niet zomaar even bellen voor een reactie. De dingen die je als journalist wilt bespreken worden eerst zorgvuldig afgetoetst met een voorlichter.’

PowNews duwt micro’s toch vlakaf voor de mond van politici.

‘Ja, dat noemen we een ambush, een journalistieke overval, en daar train ik in Nederland en België politici veelvuldig op. De uitdaging is dan om inhoudelijk niks te zeggen, maar om toch vriendelijk over te komen door iets te vertellen over het verdere communicatieproces. Maar wat ik wil zeggen is dat in Nederland geplande interviews op vraag van journalisten pas mogelijk zijn als die eerst langs een leger van voorlichters loopt die dat samen met hun politieke baas grondig hebben voorbereid. Niet erg spannend vaak, voor de kijkers. Ook journalisten balen daarvan en hebben om die reden vaak een grondige hekel aan voorlichters. Daarom zijn Nederlandse journalisten soms een beetje jaloers op hun Belgische collega’s, want je kunt vaak veel spannendere tv maken als je een politicus interviewt die al improviserend beleid aan het uitvinden is voor de camera.’

In Nederland is het medialandschap wel diverser. Is dat geen goede remedie tegen politieke correctheid?

‘Dat zou je denken misschien, maar net als in Vlaanderen zijn de journalisten overwegend links. Dat zie je ook terug in de mainstream media, uitgezonderd kranten als De Telegraaf en het FD, zeg maar De Tijd van Nederland. Ook de journalisten van de radio en televisie zijn overwegend links, inclusief de NOS die net als de VRT geacht wordt neutraal te zijn. Maar nieuws is net als water. Het vloeit altijd naar het laagste punt. Waarmee ik wil zeggen dat veel mensen in Nederland dat politiek correcte geblaat van de linkse kerk beu aan het raken zijn. Daardoor zijn er in het linkse en politiek correcte bastion toch wel wat barstjes te bespeuren. De relatief nieuwe omroepvereniging WNL, Wakker Nederland, wint aan populariteit. En de nieuws- en actualiteitenzender NPO Radio 1 heeft sinds enkele jaren serieuze concurrentie van BNR-radio, een commerciële nieuwszender.’

De Morgen-journalist Joël De Ceulaer zei enkele jaren geleden dat het politieke interview dood is. Heeft hij een punt?

‘Ik denk dat het politieke debat helemaal niet dood is. Ik vind trouwens dat die opmerking meer zegt over de kwaliteit van de journalist dan over de kwaliteit van het politieke interview. Te vaak zie ik journalisten die hun vragenlijstje als een blind paard afwerken. Hierdoor laten ze veel kansen liggen. Op geen enkel moment ontstaat er een interessant gesprek. Ook zijn er journalisten die zo vooringenomen zijn, zo bezig zijn om hun eigen politieke agenda af te werken, dat de kijker uit verveling snel wegzapt.’

‘Voorts lopen er nogal wat angsthazen rond onder het Vlaamse journaille, bang om echt kritische vragen te stellen omdat ze misschien wel eens op non-actief gesteld kunnen worden als ze dat bij de “verkeerde” doen. Ooit heb ik zo’n VRT-angsthaas horen zeggen dat hij politici bewust niet hard aanpakt, omdat hij bang was dat ze dan de volgende keer niet meer in zijn programma willen verschijnen. Dat is natuurlijk de grootste onzin. Politici bestaan alleen dankzij de media. Ik zei die VRT-journalist toen dat ik er een bak Duvel om zou durven verwedden dat zijn voorlichter hem op zijn knieën zou komen vragen of de betreffende politicus weer in zijn programma zou mogen verschijnen. Zeker als hij de drie daarop volgende keren zijn grootste politieke concurrent als studiogast een podium zou gegeven. Nieuws is een deal. Je bestaat niet als je niet in het nieuws komt.’

Kunnen media onafhankelijk zijn als nieuws een deal is?

Nieuws is bij voorbaat subjectief. Alleen al de keuze om al dan niet aandacht te besteden aan een bepaald onderwerp is een subjectieve keuze. Natuurlijk moet een staatsmedium als de VRT wel streven naar onafhankelijkheid en objectiviteit. Maar ik herhaal: nieuws is vaak een deal. Zo lekt een politicus een belangrijke primeur en krijgt hij als tegenprestatie een interview om zijn plannen te presenteren. Of dreigt een belangrijke adverteerder zijn keutel in te trekken omdat de krant iets onwelgevalligs dreigt te publiceren.’

Wat kunnen de media eigenlijk leren van Donald Trump?

‘Ik denk dat de mainstream media eens heel hard op hun hoofd moeten krabben. De manier waarover ze over hem berichten is totaal uit balans. Alles wat Trump doet is nieuws en wordt uit zijn context getrokken. Recent was er weer een of andere zelfverklaarde Rusland-expert die zonder behoorlijke bewijsvoering roept:“Poetin heeft Trump in zijn greep”. Nog diezelfde dag buitelde het linkse journaille van de mainstream media over elkaar heen om dit fake nieuws massaal na te papegaaien.’

‘Ik verwacht zeker van de kwaliteitsmedia dat ze beginnen met op hun nieuwspagina’s onderscheid te maken tussen feiten, opinies en duiding. Maar kwaliteitsmedia gooien alles op een hoopje, dus ga ik zoals vele anderen op zoek naar alternatieven. Dat begint met het opzeggen van je abonnement, maar dat schijnen veel journalisten niet te snappen. Ik heb de indruk dat er op redacties vaak een groot gebrek is aan kritische introspectie.’

‘Trump heeft trouwens aangetoond dat hij de mainstream media niet meer nodig heeft om zijn kiezers in de Rust belt te bereiken. Die mensen zijn niet achterlijk. Ze voelen heel goed aan dat de politiek correcte mainstream media die de spreekbuis zijn van politiek correct Amerika hen zien als een stelletje deplorables. In Vlaanderen en Nederland zie je dat ook: een soort linkse elite, vaak afkomstig van de Amsterdamse grachtengordel of het Antwerpse Zurenborg. Lieden die links praten en rechts hun zakken vullen met gemeenschapsgeld en cultuursubsidies. Die op de hardwerkende Vlaming neerkijken, omdat die racistisch en xenofoob is en alleen maar verstand heeft van voetbal. En intussen prediken in Zurenborg al die bakfietsvrouwtjes de multiculturele samenleving, terwijl ze in die levensgevaarlijke vervoermiddelen heel milieubewust hun kinderen naar een witte school brengen.’

U bent vrij uitgesproken als mediatrainer. Moet u zich niet meer op de achtergrond houden?

(lacht) ‘Die vraag heb ik al vaak gekregen. Het heeft met marketing te maken. Je kan je conformeren en outside in denken, maar dan blijf je een grijze muis. Ik kies ervoor om een witte muis tussen de grijze muizen te zijn, oftewel inside out te denken. Ik realiseer me heel goed dat ik hierdoor vaak meer vijanden dan vrienden maak. Maar als slechts één promille van die vrienden zaken met mij wil doen, dan ben ik al spekkoper. Ook politici moeten naar mijn mening meer inside out denken. Veel politici willen altijd voor iedereen goed doen, maar politieke partijen moeten zichzelf net heel duidelijk profileren door voor de muziek uit te durven lopen. Natuurlijk niet te ver, want dan worden ze niet meer gehoord. Hoe ver? Dat is juist de kunst.’

Van Wijk over …

Verhofstadt

‘België is geen land, maar een tweelandenland, zoals Guy Tegenbos van De Standaard altijd pleegt te zeggen. Alleen daarom al zijn veel Belgen, zoals Verhofstadt eurofiel. Belgen hebben geen natie en dus ook geen natiegevoel. Soms heb ik de indruk dat mensen als Verhofstadt proberen die leegte op te vullen met een soort Verenigde Staten van Europa.’

‘Ik werk als mediatrainer al bijna 20 jaar voor de Vlaamse en Belgische politiek en ik heb daar in het algemeen goede herinneringen aan. In tegenstelling tot wat in de volksmond wordt beweerd zijn politici meestal geen zakkenvullers maar vaak heel gedreven mensen die hun land willen verbeteren. Toen ik voor de partij van Verhofstadt werkte, was hij al naar Europa vertrokken, maar laten we zeggen, zijn geest waarde nog volop rond. Daar heb ik minder goede herinneringen aan. Ik kan me immers niet aan de indruk onttrekken dat hij voor eigener eer en meerdere glorie zijn eigen politieke vriendjes naar voren schoof waardoor goede mensen zoals een Alexander De Croo ofwel werden weggepromoveerd of zoals met Fientje Moerman het geval was, helemaal op een zijspoor werden gezet.’

‘Ooit heb ik me eens laten ontvallen dat hij eerst zijn land, toen zijn partij en nu Europa naar de kloten aan het helpen is. Dat werd me natuurlijk niet in dank afgenomen. Toen Alexander De Croo als partijvoorzitter was weggepromoveerd tot minister van Pensioenen en Verhofstadt ad-interimvoorzitter werd, heeft hij me meteen met een grote boog buiten laten schoppen.’

Noël Slangen

Veel mensen verwarren mijn werk als mediatrainer met dat van Noël Slangen. Het verschil is dat ik me nooit strategisch inlaat met de politieke keuzes van mijn politieke opdrachtgevers en dat doet Noël Slangen juist wel. Simpel gezegd: Noël Slangen helpt vooral bij wat er gezegd gaat worden. Als die keuze gemaakt is, dan help ik vooral hoe je dat publiekelijk moet gaan uitleggen. Dat houdt in: korte en krachtige antwoorden aanleren, lastige vragen en gewenste antwoorden formuleren en tonen hoe je liefst zo empathisch mogelijk baas blijft over je verhaal tijdens een mediaoptreden of een debat.’

De zwarte lijst van De Standaard

‘Ik heb ooit eens een rondvraag onder journalisten georganiseerd of ze het ethisch verantwoord vonden om debatten te leiden en om mediatraining te geven als onafhankelijk journalist. Ik deed dat omdat ik hierover een debat op gang wilde brengen. Ik had daar in de eerste plaats ook zelf belang bij. Ik had indertijd enorm veel concurrentie van VRT-journalisten die daarin bijverdienden aan afbreuktarieven waar ik als commercieel bedrijf niet tegenop kon boksen. Uit de peiling bleek dat ze vonden dat ze debatten mochten leiden, wat ik zelf ook oké vind. Maar met mediatraining heb ik problemen, want hoe kun je bijvoorbeeld de directeur van een kerncentrale recht in de ogen kijken wanneer je hem in De zevende dag interviewt, terwijl je hem een dag eerder mediatraining hebt gegeven? Mijn onderzoek heeft men onder de mat proberen te vegen en dan heb ik het via de KRO in Nederland maar naar buiten gebracht. Sindsdien sta ik op de zwarte lijst, ook bij De Standaard. Een journalist van die krant vertrouwde het me toe: “Jij zult nooit meer iets in De Standaard geplaatst krijgen.” Ook van anderen hoor ik dat media weigeren hun stukken te publiceren. Jammer, want door alleen maar hun politiek correcte vriendjes een platform te geven, snappen deze media niet dat ze op die manier eigenlijk hun eigen geloofwaardigheid om zeep helpen.’

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans