fbpx


Media

Mediawatcher (mei 2011)



De bewuste uitzending begon met de gruwelijke beelden over de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen op 15 april 1945, waarop Dewael met uitgestreken gezicht, stapgewijs via totalitaire regimes, extremisten en extreem-nationalisme naar het ‘democratisch Vlaams-nationalisme’ overschakelde. Eenmaal in 2011 aanbeland, werd er naadloos aangeknoopt bij de N-VA die, aldus Vanderpoorten, ‘op zichzelf terugplooit’ en ‘heel erg bang is van meertaligheid en van de kennis van het Frans in het bijzonder’. Wat dat betreft, waren we ‘een heel slechte weg aan het opgaan.’

Dewael herinnerde zich als voormalige minister-president daarbij een studie waaruit bleek dat ‘Vlaanderen in de wereld bekend stond als extremistische, onverdraagzame regio’.

Na die ontspoorde en misplaatste associaties stipte ankervrouw Indra Dewitte voor alle duidelijkheid even aan dat er toch nog een wezenlijk verschil was tussen de beelden uit het concentratiekamp en ‘het nationalisme nu’. Maar Vanderpoorten deed daar prompt twijfels over rijzen: ‘Maar dat is ook ergens anders begonnen’, sprak ze, verwijzend naar de concentratiekampen … ‘Ik wil daar toch wel voor waarschuwen’.

Er valt niet naast te kijken hoe we van een politieke en een regimecrisis ook stilaan in een semantische crisis terecht zijn gekomen. Sedert de modelstaat-jaren van Verhofstadt, Stevaert en Slangen, is de voluntaristische nieuwspraak over ‘de mensen’, ‘de warme samenleving’ en ‘gratis’ in sneltempo vervangen door oorlogsretoriek, waarbij ‘dialoog’, ‘compromisbereidheid’, ‘vertrouwen’, ‘verantwoordelijkheid’, ‘wederzijds begrip’, ‘uitgestoken handen’, ‘tolerantie’ ‘het zoeken naar oplossingen’ slechts als camouflagenetten dienen. Wie dat net even opzij trekt, merkt dat die empathische woordenschat nauwelijks de stigmatiserende polarisering kan verbergen. Daarbij wordt er met veel zin voor hyperbolen en pathos gediaboliseerd, gestigmatiseerd, veralgemeend, beschimpt en gesegregeerd.

In de reclamebranche is de ‘strategie van de angst’ een beproefde techniek om producten aan de man te brengen. Het valt op dat in de politieke taal de achteloze begripsinflatie toeneemt, naarmate traditionele partijen hun marktaandeel in de peilingen zien afkalven. Ongetwijfeld is er een verband. Het verkrampte, irrationele en emotionele discours verbergt naast electorale paniek en bezorgdheid over dé toekomst, wellicht ook een flinke dosis partijbelangen. Is België, om Rik Van Cauwelaert te citeren, immers ook geen ‘grote zelfbedieningszaak voor partijen en kliekjes van kopstukken van wie de carrières met bijbehorende politieke en financiële status op de eerste plaats komen’? Misschien daarom ook dat in de huidige nieuwspraak van lopende zaken het woord ‘particratie’ zelden te noteren valt.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Doorbraak redactie