fbpx


Analyse, Buitenland

Mei 68: ‘Doorn in het oog van rechts’?

In het Duitse debat over '68 klinken ook andere geluiden over links dan in Vlaanderen


‘1968’ heeft niet alleen een impact gehad op de maatschappelijke structuren van België en Vlaanderen, maar ook op die van de ons omringende landen. In het debat dat vandaag in Duitsland plaatsvindt, zijn er onderscheiden geluiden te horen over ‘1968’. Voor de ene leidde de studentenrevolte de bevrijding uit verstarde structuren in, voor de anderen de teloorgang van de waarden die de westerse beschaving schragen. Tot het laatste kamp behoort Alexander Dobrindt, de fractievoorzitter van de Beierse christendemocraten (CSU) in de Duitse Bondsdag. Dat links het publieke debat beheerst in Duitsland, hoewel de meerderheid van de mensen ‘burgerlijk’  (het Duitse codewoord voor centrumrechts) denkt, zou volgens hem te wijten zijn aan de nawerking van de ’68-er Bewegung’. Hij hoopt er dan ook dat op de ‘linkse revolutie van de elites’ een ‘conservatieve revolutie van de burgers’ volgt. De linkse publicist Albrecht von Lucke huivert bij het horen van deze oproep, ziet hij toch daarin het populistische model van het ‘goede, verraden volk’ tegenover de ‘boze linkse elite’. ‘1968’ noemt hij daarom nog altijd ‘de grootste doorn in het oog van rechts’.

Brutaliteit

Er zijn echter ook ‘gewezen revolutionairen’ die een tegendraadse visie over ‘1968’ koesteren of het fenomeen relativeren. De Duitse historicus Götz Aly (°1947) is zo iemand. De auteur van heel wat originele studies over het Derde Rijk zoals ‘Hitlers Volksstaat’ stamt uit een burgerlijk milieu, geraakte als student in het West-Berlijn van midden jaren 60 snel geradicaliseerd en belandde zoals zovele andere barricadebeklimmers al eens in een politiecel. Met het boek ‘Unser Kampf 1968, ein irritierter Blick zurück’ rekende hij af met de ‘romantische roes’ die zo kenmerkend zou geweest zijn voor de Duitse studentenbeweging.

In een recent interview zegt Aly:  ‘Das Wort „Kampf“ war die zentrale Vokabel der deutschen 33er und der 68er.’ (“strijd” was het ‘centrale woord van de Duitsers van 1933 en die van 1968’). Volgens hem bestonden er parallellen tussen de linkse, maatschappijkritische studenten van ’68 en de Nationalsozialistischer Deutscher Studentenbund (NSDStB) die het traditionele Duitsland van voor 1933 mee hielp ondergraven, zoals ‘het antiburgerlijke, het neerschreeuwen van andersdenkenden, het antiliberalisme, het totalitaire geloof aan een zogezegd goede zaak, het zich beroepen op het gewone volk (….)’  Er waren zelfs Duits-joodse professoren die, ooit gevlucht  voor het Hitler-regime, zodanig geschokt waren door de brutaliteit van linkse studenten tijdens ‘1968’ dat ze overwogen om opnieuw te emigreren: Ernst Fraenkel (1898-1975) bijvoorbeeld die als theoreticus van het neopluralisme als één van de vaders van de politieke wetenschap in de Bondsrepubliek geldt. Aly herinnert zich ook aan het pijnlijke voorval waarbij de Duits-joodse professor Richard Löwenthal (1908-1991), die zich naar Groot-Brittannië had kunnen redden voor vervolging door de nationaalsocialisten, als ‘Schwein’ werd bestempeld.

Kater

Aly geeft toe dat zijn staat, de Bondsrepubliek Duitsland, behoefte had aan hervormingen. Als reactie op het ‘verschrikkelijke actionisme’ van het Derde Rijk was de West-Duitse samenleving na de oorlog in een soort ‘Heilschlaf’ ‘(helende slaapkuur’) gevallen. Toen de rond 1930 geborenen – wat hij de ‘generatie Kohl’ noemt, de generatie van de latere bondskanselier – volwassen werden, begonnen ze aan te dringen op verandering. Dat leidde samen met de eerste tekenen van een economische inzinking in 1966 tot een maatschappelijke katerstemming, waarvan de studentenrevolte een deel was. Het is ook de ‘generatie Kohl’ die nog voor ’68’ de verwerking van het naziverleden in gang zou hebben gezet. Götz Aly stelt dat de 68-ers zichzelf overschatten, zeker in Duitsland. Het emancipatorische van ’68 zou een nevenverschijnsel geweest zijn van de modernisering van het land, en die kwam op rekening van de generatie van Helmut Kohl, de latere bondskanselier. Het is die generatie – van de mensen eind jaren ’20, begin jaren ’30  geboren -,  die de verwerking van het naziverleden en de liberalisering van de maatschappij in gang zou hebben gezet.

Nieuwe wind

In Vlaanderen zouden we naar analogie met de situatie in de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland kunnen gewagen van de ‘generatie van ’40’. Louis Vos schrijft op p. 4 van de Mededelingen 59 van het ADVN dat het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV) in Leuven ‘vanaf 1961 en 1962, met het aantreden van een nieuwe studentengeneratie, ook een nieuwe wind [liet] waaien door Vlaamse eisen meer dan vroeger te verbinden met eisen voor “nieuwe sociale, democratische en economische structuren” en meer “Vlaamse arbeiderskinderen aan de universiteit” (…).’  Specifiek, en anders dan in Duitsland, borrelde er  ook een afkeer jegens het autoritaire optreden van de bisschoppen op. Het was ook ‘een opstand tegen de geestelijken’ zoals Vos in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung weet te vertellen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Dirk Rochtus

Dirk Rochtus is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis.