Cultuur, Geschiedenis
renaissance

Met Nietzsche verbonden

Vrijdag herdenkt de stad Bazel de tweehonderdste geboortedag van Jakob Burckhardt. De cultuurhistoricus wordt vaak in één adem vernoemd met Friedrich Nietzsche.

‘Je wordt niet slim voor de volgende keer, maar wijs voor altijd’, zo omschreef Jakob Burckhardt (1818-1897) het nut van een dieper gravende geschiedeniswetenschap. In de moedertaal van de Zwitserse cultuurhistoricus luidde dat zo: ‘Geschichte macht nicht klug für ein andermal, sondern weise für immer’. De stad Basel herdenkt op 25 mei de tweehonderdste geboortedag van Burckhardt. Grote geesten gedijden in de 19de eeuw goed in het klimaat van openheid en vrij denken dat in die Zwitserse ‘republikeinse polis’ heerste, geesten als Burckhardt zelf, de ‘filosoof met de hamer’ Friedrich Nietzsche (1844-1900), de kritische theoloog Franz Overbeck (1837-1905) en de rechtshistoricus Johann Jakob Bachofen (1815-1887), auteur van Das Mutterrecht.

Renaissance

De wereld zal niet zoveel feestgedruis ervaren als bij de tweehonderdste geboortedag van Karl Marx, nauwelijks twintig dagen geleden, maar het belang van Burckhardt is er niet minder groot om. Professor Achatz von Müller noemt hem de ‘meest geciteerde en internationaal meest succesvolle historicus’. Inderdaad werd Die Cultur der Renaissance in Italien (1860), het magnum opus van Burckhardt, in alle Europese talen en zelfs in het Japans vertaald. Burckhardt was in de woorden van Müller de eerste Europees georiënteerde historicus die het begrip Renaissance definieerde en theorieën rond cultuurgeschiedenis ontwikkelde.

Maar als mensen hem al kennen, dan is het toch vooral door zijn vriendschap met Nietzsche. Die hield op 28 mei 1869, enkele maanden voor zijn 25ste verjaardag, zijn ‘Antrittsvorlesung’, zijn eerste college, over ‘Homer und die klassische Philologie’ (Homerus en de klassieke filologie) aan de universiteit van Bazel. Nietzsche vereerde de oudere Burckhardt, die als sinds 1858 de leerstoel voor geschiedenis en kunstgeschiedenis bekleedde aan dezelfde universiteit. Beide deelden de liefde voor de antieke wereld en voor de renaissance, zoals ook beschreven door Edgar Salin in zijn boek Jacob Burckhardt und Nietzsche (1948). Burckhardt zag in de renaissance het moment waarop de mens ‘een geestelijk individu’ werd en zichzelf als dusdanig erkende, het moment waarop de moderne tijd zou ontstaan zijn. Ook Nietzsche bewonderde de ‘Tatmensch’, de daadmens van de renaissance die zijn eigen geschiedenis maakte.

Vandaag de dag plaatsen historici wel wat kanttekeningen bij het beeld dat Burckhardt zou ontworpen hebben van de renaissance als radicale breuk met de middeleeuwen. Maar zoals Rob Hartmans schrijft in De Groene Amsterdammer, berust die kritiek op een misverstand. Het werk Die Cultur der Renaissance was een onderdeel van wat Burckhardt als een samenhangende Bibliothek der Kulturgeschichte beschouwde, en die daarnaast ook publicaties omvatte als  Die Zeit Constantins des Grossen (over het laat-Romeinse keizerrijk), en Cicerone (over de kunstschatten van Italië sinds de klassieke Oudheid).

Macht

Burckhardt zag drie krachten aan het werk in de geschiedenis van Europa — cultuur, staat en religie — die met elkaar in evenwicht moesten blijven om ‘historische catastrofes’ te vermijden. De specifieke eigenheid van Europa zat volgens hem in ‘den vielartigen Reichtum seines Geistes’ (de veelvoudige rijkdom van zijn geest) die bedreigd werd door het ‘Gefahr der politisch-religiös-sozialen Zwangseinheit und Zwangsnivellierung’ (gevaar van politiek-religieus-sociale gedwongen eenheid en gedwongen nivellering). ‘Retter Europas’, redder van Europa, was wie dit gevaar afwendde.

Wat Burckhardt ook modern maakt in de ogen van Achatz von Müller, is dat hij altijd in tijden van crisis en overgang geïnteresseerd was. Inderdaad belicht zijn werk over Constantijn de Grote de tijd waarin het christendom opkomt en gaat het hem in zijn studie over de Renaissance over het ontstaan van de moderne tijd en de machtspolitiek. Anders dan Nietzsche onderkende Burckhardt in de macht ook een gevaar. Dat bleek ook uit zijn eigen biografie. In 1839 was hij naar Berlijn getrokken om er te studeren bij grote historici als Leopold von Ranke. Hij werd er erg beïnvloed door de school van het historisme en de idee dat al het historisch tastbare materiaal ook historisch relevant was. Toch verliet hij in 1843 de stad omdat hij zich volgens Müller afgestoten voelde door de machtsdrang die het opkomende Pruisen uitwasemde.

Modern voor zijn tijd was Burckhardt ook omdat hij fotografisch beeldmateriaal in zijn ‘Vorlesungen’ (hoorcolleges) gebruikte. Beroemd is het beeld van hoe Burckhardt met een grote ledermap over het plein voor de ‘Basler Münster’, de voornaamste kerk van Bazel, loopt. Na Die Cultur der Renaissance publiceerde Burckhardt niets meer. Zijn bekendste postuum verschenen werk heet Weltgeschichtliche Betrachtungen, letterlijk ‘beschouwingen over de wereldgeschiedenis’. Hoezeer Nietzsche de cultuurhistoricus Burckhardt altijd al had vereerd, blijkt uit de brief die de waanzinnig geworden filosoof hem op 6 januari 1889 vanuit Turijn stuurde met daarin de beklijvende tragische openingszin: ‘Zuletzt wäre ich viel lieber Basler Professor als Gott (…)’.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans