fbpx


Brussel
Jan Degadt

Minister Alain Maron gaat de boer op



Landbouwbeleid

Voor de liefhebbers van een goede quiz is Alain Maron (Ecolo) bekend als een van onze acht ministers van Volksgezondheid. Hij profileert zichzelf (of wordt door anderen geprofileerd) als de Brusselse minister van Volksgezondheid. Dat is gedeeltelijk correct maar niet helemaal. Eigenlijk oefent hij deze functie uit binnen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Dat impliceert dat hij het niet alleen mag doen maar wel moet samenwerken met zijn Nederlandstalige collega Elke Van den Brandt (Groen). Voor iedere relevante beslissing moeten zij samen tekenen.

Brussels Minister bevoegd voor Landbouw

Wij hebben het in deze bijdrage echter over een van zijn andere functies. Als Brussels minister, bevoegd voor Landbouw, zorgde Alain Maron voor een meer dan welkome afwisseling in de aanhoudende treurige berichtgeving over de coronacrisis. Enkele dagen geleden waaide immers het bericht binnen dat hij en zijn regering het plan hebben opgevat om landbouwgrond op te kopen in zowel Vlaams-Brabant als Waals-Brabant. Een van de argumenten was het garanderen van de voedselveiligheid van de Brusselse bevolking.

Even slikken. Hierbij zijn allerlei reacties denkbaar. Eerste gedachte. Landbouw op staatsgrond, met een overheid die de voedselproductie aanstuurt. Dat doet denken aan de vroegere Sovjet-Unie, met haar sovchozen, kolchozen en voedselschaarste. Tweede gedachte. Het opkopen van gronden bij de buren, zeker door overheden, is vaak een verdoken poging tot territoriale expansie. Komt de olievlek terug?

In Grimbergen is men ‘ervaringsdeskundige’ met Brusselse instanties die grond opkopen. Daar gaat het weliswaar niet om landbouw maar om een stadion. Wordt deze vorm van territoriale expansie nu veralgemeend? Opvallend (maar wat onderbelicht in de Vlaamse media) is dat de scherpste reacties op de Brusselse plannen overigens niet uit Vlaanderen kwamen maar uit Wallonië.

Investeren in vastgoed buiten Brussel?

Derde gedachte. Wat denkt Sven Gatz hierover, de Brusselse minister voor Financiën en Begroting? Is de financiële situatie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest ineens zo riant geworden dat men kan investeren in vastgoed buiten het eigen Gewest?

Het landbouwbeleid werd bij vorige staatshervormingen al toegewezen aan de deelstaten, in dit geval de gewesten. In tegenstelling tot wat velen denken, is er in Brussel wel degelijk een land- en tuinbouwsector, met innovatieve bedrijven. Stadslandbouw ontwikkelt zich ook in het buitenland. In die zin heeft minister Maron een punt. Het nastreven van een ‘korte keten’, een zo kort mogelijke afstand tussen de producent en de consument, is een lovenswaardige doelstelling.

Men heeft overigens al langer vastgesteld dat land- en tuinbouwbedrijven die in of dichtbij een stad gevestigd zijn, deze beschouwen als een geprefereerde afzetmarkt, dus een opportuniteit. Als goede ondernemers ontwikkelen zij dan aangepaste producten. Wat Brussel betreft zijn er genoeg voorbeelden. De welbekende spruitjes zijn in het Engels ‘Brussels sprouts’ en in het Frans ‘Choux de Bruxelles’. Voor het brouwen van een lekkere kriek zijn Schaarbeekse krieken onmisbaar. Er is ook de welbekende Brusselse kaas.

Focus op het landbouwbeleid

Dit is geen gastronomische bijdrage, daarom richten wij onze focus terug op het landbouwbeleid. Wat kan je als kritische waarnemer het best doen als je kennisneemt van een voorstel van een minister en de reacties hierop? Even het regeerakkoord doornemen. Het Brusselse regeerakkoord is een document van 161 bladzijden en bevat een stevige paragraaf over de stadslandbouw. In de eerste plaats zijn er een aantal vaststellingen over ‘Good Food Strategie’, duurzaamheid en werkgelegenheid. Vervolgens bevat het regeerakkoord een reeks maatregelen. Wij citeren hieronder deze lijst.

De Regering zal hiervoor werk maken van de volgende maatregelen:

– de ontwikkeling van een duurzame agro-ecologische stadslandbouw door beleidsmatig steun te verlenen (in het bijzonder voor de aankoop van grond) aan de nieuwe stadslandbouwers en boeren die niet uit de landbouwwereld komen;

– de ontwikkeling van een sterke samenwerking tussen de Vlaamse en Waalse overheden en actoren om een voedingsgebied rond Brussel tot stand te brengen;

– de uitbouw van een geïntegreerd logistiek aanbod (reiniging en verpakking, transport en distributie), zodat de kleine producenten hun producten gemakkelijk van de hand kunnen doen;

– de oprichting van een wetenschappelijk referentiecentrum dat een overzicht biedt van de beste agro-ecologische technieken die geschikt zijn in een stedelijke omgeving, met onder meer een bewaarbank voor zaden;

– steun voor niet-professionele voedingsproductie door burgers, scholen, burgercollectieven, verenigingen of de overheid;

– steun voor de ontwikkeling van een duurzaam voedingsaanbod (volgens de criteria van de « Good Foodstrategie »), op de eerste plaats in de schoolrefters, maar ook in andere kantines en restaurants die rechtstreeks of onrechtstreeks beheerd worden door de overheid.’

Maron is creatief

Wij hebben het hier over de eerste twee punten uit de lijst. Wij lezen dat de Brusselse regering zich wel degelijk engageert voor het aankopen van grond voor de Brusselse stadslandbouwers, maar wij lezen niet dat de Brusselse overheid zich engageert tot het aankopen van grond buiten het eigen territorium. Hier gaat minister Maron wel erg creatief om met zijn regeerakkoord. Overigens is landbouwgrond ook in Vlaams-Brabant en Waals-Brabant schaars en duur.  Een Brusselse ingreep kan marktverstorend werken.

Verder lezen wij dat de Brusselse regering een samenwerking tot stand wil brengen met de Vlaamse en Waalse overheden en actoren. Op zich kan dat een win-win resultaat opleveren voor zowel Brussel als voor de Rand. Als stadsgewest is Brussel het meest voor de hand liggende afzetgebied voor de land- en tuinbouwbedrijven uit Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. De eersten die dat beseffen zijn ongetwijfeld de bevoegde Vlaamse minister Hilde Crevits (CD&V) en haar Waalse collega Willy Borsus (MR).

In die zin kan de vraag gesteld worden of een marktverstorende ingreep als het opkopen van landbouwgrond dan wel mag worden gezien als ‘ontwikkeling van een sterke samenwerking’ tussen een stadsgewest en zijn achterland. Uit de reacties van de Vlaamse en Waalse ministers meen ik ook op te maken dat hun Brusselse collega het niet echt heeft doorgepraat vooraleer zijn voorstel aan de wereld te verkondigen.

Dit verhaal wordt ongetwijfeld vervolgd. Wij houden u op de hoogte. Bruzz meldt alvast dat minister Maron zich heeft verontschuldigd bij de landbouwers.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Jan Degadt

Jan Degadt is hoogleraar emeritus Economie aan de KULeuven Campus Brussel. Hij observeert de toestanden in en rond Brussel vanuit diverse invalshoeken.