fbpx


Brussel
politie

Moet Brusselse politie meer verbrusselen?

Politieschooldocent Paul Jacobs ziet geen geografisch maar een mentaal probleem



Socioloog Jan Hertogen publiceert regelmatig goed gedocumenteerde analyses in zijn Berichten uit het Gewisse. Laatst maakte hij een analyse over de kloof tussen de Brusselse burger en de politie. Hij concludeert dat het probleem vooral terug te vinden is in het feit dat de Brusselse agenten te weinig uit Brussel zelf afkomstig zijn en zo geen goede afspiegeling zijn van de samenleving waarin ze werken. Paul Jacobs is al jaren docent aan de Brusselse politieschool. Hij geeft ons zijn kijk…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Socioloog Jan Hertogen publiceert regelmatig goed gedocumenteerde analyses in zijn Berichten uit het Gewisse. Laatst maakte hij een analyse over de kloof tussen de Brusselse burger en de politie. Hij concludeert dat het probleem vooral terug te vinden is in het feit dat de Brusselse agenten te weinig uit Brussel zelf afkomstig zijn en zo geen goede afspiegeling zijn van de samenleving waarin ze werken. Paul Jacobs is al jaren docent aan de Brusselse politieschool. Hij geeft ons zijn kijk op de situatie.

Neutraliteit

‘Is het wel zo dat je van Brussel moet zijn om er als politieagent te werken? Ik denk niet dat dat het geval is. Ikzelf ben een geboren en getogen Aalstenaar en ik heb er voor gekozen in Brussel politiebeambte te zijn. Dat garandeert een zekere afstandelijkheid en neutraliteit. Wanneer je op het werk de deur dicht trekt, is ze ook toe. De stelling dat je van Brussel moet zijn om er degelijk als politieagent te functioneren, is kort door de bocht en vooringenomen.’

Wat ik wel belangrijk vind is dat in Brussel zowel Nederlands- als Franstaligen aan de bak moeten komen. Daar is de situatie ondertussen wel scheefgetrokken. De Gewestelijke en Intercommunale Politieschool (GIP) Brussel heeft de laatste twee jaar geen Nederlandstalige klas meer gehad. Dat heeft te maken met het rekruteringsbeleid. Ik heb daar in het verleden herhaaldelijk voor gewaarschuwd: vroeg of laat zitten we met een situatie waarin we in Brussel enkel nog Franstalige agenten hebben. Dan gaat men ook zeggen dat de representatie niet meer correct is.’

Segregatie

Jacobs ziet de geografische afkomst niet zozeer als een probleem. ‘De grootstedelijke problematiek moet aan bod komen tijdens de opleiding. Aan de GIP wordt daar zeer specifiek op gewerkt. Ik geef er maatschappelijk sociale vorming. Ik speel heel duidelijk in op de diversiteit. Een voorbeeld: wij trekken met de rekruten naar Molenbeek en gaan daar praten met de mensen. Ook met de jongeren. We bezoeken daar steeds een jeugdhuis. Dat is een initiatief dat we zelf hebben ontwikkeld. Dat staat niet in het officiële programma.’

‘In Brussel leeft men niet met elkaar, maar naast mekaar. Iemand uit Watermaal-Bosvoorde kan evengoed nog nooit in Molenbeek zijn geweest of met een allochtoon hebben gepraat. Het zuivere feit dat iemand van Brussel afkomstig is, is helemaal geen garantie dat die de juiste attitude en ingesteldheid heeft.’

Kloof tussen theorie en praktijk: de zelfkant van de maatschappij

‘Het probleem is niet zozeer dat de rekruten niet van Brussel afkomstig zijn’, stelt Jacobs. ‘Het probleem is dat ze in de andere politiescholen niet degelijk werken rond het grootstedelijke traject. Met alle gevolgen van dien. Ik stel vast dat de mensen die opgeleid worden in Antwerpen en daarna in Borgerhout terecht komen, vaal snel opgebrand raken. In die andere scholen (dan de Brusselse, nvdr) wordt braafjes afgetast wat de diversiteit al zou kunnen zijn, zonder naar de kern van de zaak te gaan. Zo voorzien ze bijvoorbeeld een bezoek aan de Dossinkazerne in Mechelen. Een andere politieschool gaat op uitstap naar het fort van Breendonk. Dat mag allemaal, maar ze moeten leren om op straat met mensen om te gaan. Dat leer je niet in een museum. Ik heb liever dat ze op het terrein met mensen spreken dan met de bakstenen van een museum.’

‘Dit soort bezoeken zijn eerder theoretisch en hebben weinig te maken met de dagelijkse realiteit. In de Brusselse politieschool heb ik op dat punt al jaren carte blanche. We hebben daar iets kunnen ontwikkelen dat echt meer in die richting werkt. Het is een feit dat rekruten zelden een beeld hebben van de kant van de maatschappij waarin ze terecht gaan komen. Politiemensen opereren altijd aan de zelfkant van de maatschappij. De goednieuwsshow is niet aan ons besteed. Wij komen steeds met de aberraties van de samenleving in contact. De vraag is dus of onze mensen daar in de politieopleiding degelijk op worden voorbereid.’

COP: gemeenschapsgerichte politie

Jacobs ziet een kentering in de houding bij de politie sinds de grote politiehervorming van de jaren 90. ‘Toen werd er gekozen voor het Britse model van Community Oriented Policing, afgekort het COP-model. Dat betekent een gemeenschapsgerichte politie die tussen de mensen staat en daardoor ook spanningen kan vermijden. Je gaat namelijk minder makkelijk in conflict met mensen die je kent. In de grootstedelijke context is dat vaak totaal afwezig. Men voert die koers wel op papier, maar in de praktijk zie je dat niet. Wanneer men in gans Brussel plots een Kanaalplan moet uitdokteren omdat de politie terug ter plaatse moet kunnen zien wie er allemaal woont, geeft men in feite toe dat men geen contact heeft met de bevolking.’

‘Dáár loopt het verkeerd, ongeacht vanwaar de agenten komen. Hiervoor moet je je in een structuur kunnen inwerken die dicht bij de mensen staat. Dat gaat vooral over wijkpolitie. Je moet weten wie is, de mensen kennen bij naam. De basisattitudes die daarvoor nodig zijn moet je tijdens de opleiding aanreiken. Je moet daar dus geen crimefighters opleiden, maar agenten die tussen de mensen staan en de problemen vanuit die optiek kunnen aanpakken. Je mag niet vergeten dat die filosofie komt vanuit de grote rellen in Brixton, waarbij Londen in brand stond. Daar was de conclusie dat de politie dichter bij de mensen moest staan en ook voor een stuk een weerspiegeling moet zijn van de samenleving.’

Kloof tussen Nederlandstaligen en Franstaligen

Jacobs komt tot een vreemde conclusie. ‘Bij de Franstaligen lukt dat, bij de Nederlandstaligen lukt dat helemaal niet. Daar zie je dat we op twee verschillende niveaus staan. Als verklaring krijg je dan weer een dooddoener: het grootste deel van de allochtone bevolking zou naar het Franstalige onderwijs gaan. Dat is dus niet waar. Ik kan zo met u naar een Molenbeeks jeugdhuis gaan waar alle jongeren naar het Nederlandstalige onderwijs gaan.’

‘Ik heb de indruk dat de allochtonen minder aangetrokken zijn tot het beroep. Ik zie overal prachtige programma’s, maar in iedere Vlaamse politieschool kan ik het aantal allochtonen op één hand tellen. Ik stel in een nieuwe klas steeds dezelfde vraag: hoe komt het dat ik hier enkel blanke mensen zie? Als antwoord krijg ik dan datzelfde achterhaalde cliché: de allochtonen spreken allemaal Frans. Maar in Aalst spreken die Olsjters, in Antwerpen Aantwaarps. Die clichés wijzen op een diep gesegregeerde samenleving. Ik werd ooit geïnterviewd door de BBC. Aan hen zei ik dat we hier feitelijk in Apartheid leven. Dat schenen ze goed te begrijpen…’

Imago moet veranderen

Volgens Jacobs hebben de campagnes zo weinig succes omdat ze vanuit een politioneel verkeerde invalshoek worden gevoerd. ‘Je moet eerst je imago veranderen. Men zegt wel ‘de politie, uw vriend’, maar wanneer dat zo niet wordt aangevoeld, sta je nergens. De indruk bestaat dat er etnisch geprofileerd wordt. Ik zeg niet dat dat effectief zo is, maar dat aanvoelen leeft. Alles heeft te maken met hoe je daar mee omgaat, hoe je communiceert. Wanneer je uitlegt waarom je controleert, oogst je vaker begrip.’

‘De allochtone gemeenschappen kennen de wijkagent. Dat is de man of vrouw die gemoedelijk de zaken met hen bespreekt. Ze kunnen er dan niet aan uit wanneer er een interventieteam met jonge snaken opduikt die reageren alsof er een bankoverval is gepleegd. Dat zorgt voor verwarring.’

Van goede wil, maar nood aan maturiteit

Jacobs bespeurt over het algemeen nochtans veel goede wil. ‘Het probleem is dat er veel cultureel onbegrip bestaat, net omwille van het feit dat we gesegregeerd naast elkaar leven. Men reageert, en initieel is iedereen van goede wil, maar vanuit die verscheidenheid kom je dan al snel in conflict. Dat is frustrerend, zowel voor de allochtone burger als voor de politieagenten. Iedereen bedoelt het goed, maar ze weten het niet van elkaar. Daar gaat het over en dat vergt wel wat meer dan gewoon te zeggen dat iedereen welkom is bij ons.’

‘Ik wil wel nog een belangrijk iets toevoegen. De politie moet zich op een volwassen manier gedragen. Wij zijn de professionelen. Vaak hoor ik “we willen wel correct en beleefd zijn, maar zij zijn begonnen”. Dat kan dus niet, hé. Sorry. Dat doet me denken aan de situatie op de speelplaats waar de ene over de andere zegt “Hij is begonnen”. Daar doe ik niet aan mee. De zaak is heel duidelijk. De wet is de wet en daar ga je mee om op een respectvolle manier. Het is niet omdat iemand de wet overtreedt dat die persoon geen mens meer is.’

Te lang te laks

‘De kern van de zaak is het volgende: er is veel te lang een te laks beleid gevoerd. Eenmaal alles dan om zeep is, moet men tussenkomen op een overdadige manier, met weinig respect. Wanneer ik bijvoorbeeld al jaren merk dat huwelijksstoeten uit de hand lopen, kan ik enkel vaststellen dat er reeds lang had moeten worden opgetreden. Dat heeft men jarenlang niet gedaan. Nu komt men plots tussen, met alle gevolgen van dien. Maar één zaak is duidelijk: als de orde verstoord wordt, moet die onmiddellijk hersteld worden, met alle mogelijke middelen. Onmiddellijk nadien moet er weer gepraat worden. Na iedere revolutie wordt er weer brood gebakken. Dat schijnt men niet te beseffen en daar gaat het over.’

[ARForms id=103]

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.