Media
Sprekershoek
Sprekershoek

Muffe luchtjes achter de betaalmuren

Over de stille wanhoop van de mainstream media in het internettijdperk

Vandaag even klikken op de krantensites, en al direct een kop van Het Laatste Nieuws die me aanspreekt. ‘Hoe gevaarlijk zijn wespen eigenlijk? Wat moet je doen direct na een wespensteek? En hoe voorkom je dat je wordt gestoken?’ Belangrijke vragen, want aan een wespensteek op de foute plek kan je echt wel doodgaan. Helaas verschijnt er bij klikken een venster met de melding ‘Dit artikel is exclusief voor abonnees’, met de uitnodiging om een proefabonnement te nemen, dat, als je even niet uitkijkt, automatisch overgaat in een gewoon. Daaronder verstaan: val dood als je niet afdokt.

Had het nu nog over Bart De Wever of de Tour gegaan, ik zou het Luc Van der Kelen vergeven hebben. Maar een tip rond volksgezondheid en algemeen welzijn, neen, dat geef je genereus weg, dat steek je niet gierig achter een muur. Ongetwijfeld hebben zich daar slimme koppen van de marketingafdeling over gebogen. Niettemin zou ik, net omwille van die boodschap, nooit ofte nooit een abonnement op HLN nemen. Ook niet op De Standaard overigens, die, als je twee keer een artikel probeert aan te klikken, je scherm teistert met de boodschap ‘We passen bij elkaar!’ en aansluitend ook weer een abonnement probeert te verpatsen.

‘We passen bij elkaar’, dat klinkt zo onnozel en melig dat het een kritische lezer eerder afstoot dan aantrekt. Ik wil niet ‘passen’ bij een krant alsof het de vrouw van mijn leven gold, het is gewoon een kwestie van zoeken naar informatie en opinie buiten de dagelijkse eenheidsworst. En dat kan DS niet aanbieden, hoe de krant ook fleemt, smeekt, dreigt of muren optrekt.

Fundraising

Hoe wanhopig kan je zijn…

Zelf ben ik als columnist absoluut tegen betaalmuren. Het zijn brokkelige stukjes bastion van een mediatijdperk dat tot het verleden behoort. Kranten die de digitalisering veel te laat hebben zien aankomen, de boot misten en nu proberen een abonnement aan te smeren door lekker niet te vertellen hoe je wespensteken moet behandelen. Krantensites zijn eigenlijk doorslagjes van de papierversie, met dezelfde belegen journalistieke stijl, alleen met nog meer taalfouten. Het is alsof er iemand het voorbije decennium tijdens een strategische vergadering op tafel sloeg en riep ‘vrienden altegader, we moeten het internettijdperk omarmen en digitaal gaan!’ Waarop iedereen bevestigend knikte en de hoofdredacteur de knoop doorhakte: ‘Goed idee, we gooien alles op een betalende website. Mensen kunnen de intro gratis lezen en zich vervolgens abonneren’.  

Jammer genoeg werkt het zo niet. De grote meerderheid klikt een betalend artikel aan, en als de kassa verschijnt surft men door naar andere sites waar meestal wél het hele verhaal gratis te lezen valt en waar DS misschien zelfs de mosterd haalde. Gratis bestaat niet, zult u zeggen. Klopt. Het financieel model van digitale media zit echter helemaal anders in mekaar.

Een digitaal medium zoals Doorbraak werkt zonder redactielokalen, drukkerij, dure infrastructuur, poetsvrouwen, of kopieermachines. Het bestaat in de virtuele ruimte,- tegenwoordig heet dat de cloud,- en wordt bemand door een aantal medewerkers, al dan niet free-lancers, die het medium van content voorzien. Die schrijvers kunnen thuis zitten, op café, op een andere werkplek, om het even waar op deze planeet. Idem dito voor de lezer: die kan zich ook overal bevinden. Natuurlijk moeten schrijvers voor hun intellectueel werk vergoed worden. Daartoe wordt een systeem van fundraising en sponsoring opgezet, gecombineerd met reclame en -uiteraard- lezersgiften. Het postmoderne medium heeft geen abonnees maar een heterogeen mengsel van ‘vaste klanten’ en proevers.  Je kan (betalend) lid worden van de lezersgemeenschap zonder dat content zich achter een muur hoeft te verbergen voor passanten. Er blijft een vrijheid van engagement waardoor het lezersbereik ook groot en gevarieerd blijft. Iets wat Doorbraak mijns inziens moet blijven doen. Waarbij we het woord ‘alternatieve media’ stilaan mogen opbergen, want dat ruikt naar marginale stencilkrantjes.

Dino’s

Een webmagazine kan je niet runnen als een ‘gedigitaliseerde krant’. De essentie van het internet is chaotisch, vrijblijvend en exploratief. Het is een verkennersruimte. Binnen dat landschap moet een magazine zich een plaats knokken door een intellectuele en (eventueel) emotionele aantrekkingskracht te ontwikkelen die een publiek genereert. Dat geldt voor elke blogger, vlogger, webstek, Facebookpagina of wat dan ook. Op een zeker moment ontstaat er rond die opgebouwde meerwaarde goodwill en zelfs een vorm van trouw. En zijn lezers ook bereid om een bijdrage te leveren omdat ze het gewoon goed vinden. Op mijn eigen blog hanteer ik hetzelfde systeem van vrijblijvend te lezen artikels en een verklaring waarom donaties, al was het maar één euro, belangrijk zijn om dit soort werk te kunnen blijven doen.

De nieuwssite Sceptr.net is daar ook een goed voorbeeld van: alle teksten zijn vrij toegankelijk, maar na elk artikel wordt u wel uitgenodigd om te doneren. Op het wegklikken van die pop-up staan geen sancties, nog altijd mag u weten hoe wespensteken te behandelen, maar de volgende keer wordt u er weer aan herinnerd dat ook een webmagazine kosten heeft. Vanaf 20 euro,- toch een vrij laag bedrag-, verdwijnt die pop-up en wordt u een jaar als ‘abonnee’ beschouwd. Zo ontstaat er een totaal andere vorm van klantenbinding en publieksopbouw.

Het is vermakelijk om te zien hoe de papieren mainstream media worstelen met dat model en perplex staan tegenover het web. Het zijn dino’s die gedoemd zijn om uit te sterven. Dat heeft ook te maken met de autoriteit van de klassieke perskaartjournalist, die zich opwerpt als nieuwsbrenger, duider, en in één moeite ook pedagoog en volksopvoeder. Zijn journalistiek model gaat uit van een verticale top-down-communicatie die soms ronduit hilarische vormen aanneemt, zoals hoofdredacteurs die zichzelf bombarderen tot ‘opiniërend hoofdredacteur’ en hun opinies verheffen tot een eigen nieuwswaarde met een bijna absoluut karakter. Corporatistische verenigingen als de Vlaamse Vereniging van Journalisten (die de perskaarten uitdeelt) vormen het bureaucratisch verlengstuk van die eigenwaan. In mijn recente boek ‘Na het journaal volgt het nieuws’ been ik dat model verder uit.

Het idee dat een krant de lezer moet ‘opvoeden’ tot het schone, het goede en het ware, maakt het vanzelfsprekend dat de lezer ook betaalt voor die pedagogische service en zich financieel bindt aan het medium. Helaas, de postmoderne mediaconsument wil grasduinen, zelf zijn bronnen kiezen, aanvaardt geen klassieke hiërarchieën meer, geen betweters of profeten van de politieke correctheid. Om dezelfde reden ben ik ook voor vrije lezersfora waar ongefilterd kan gereageerd worden, ook in dit magazine.

Muffe luchtjes dus achter de betaalmuren bij de traditionele krantentitels. De marketeers weten niet wat ze met het internet aan moeten, de journalisten zitten opgesloten in een oud paradigma van de poco-media uit de vorige eeuw. Lezersfora worden geopend en vervolgens weer achter een soort censuurmuur geplaatst omdat de vox populi niet roept wat hij hoort te roepen volgens het scenario. Het verhaal van de wespen illustreert vooral de rancune maar ook de latente wanhoop van de muurjournalistiek. Och, mijn grootmoeder wist al dat een scheut azijn wonderen doet, preventief en curatief. Bij deze.

‘Na het journaal volgt het nieuws’, het boek en de lezing: voor meer info klik hier.

Johan Sanctorum

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Johan Sanctorum?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans