Commentaar, Politiek
Politieke wiskunde

N-VA verliest Catalonië en de EU

Inleiding tot de politieke wiskunde

Ik weet niet of ergens op een universiteit of hogeschool een vak politieke wiskunde wordt gedoceerd, maar als je de kranten leest moet het haast wel. Er zijn opiniemakers die het volgden of over veel talent daarvoor beschikken. Het is geen exacte wetenschap. Het is eerder een goocheltruc. Politieke wiskunde is, goochelen met cijfers tot je een resultaat, dat voor je politieke overtuiging slecht uitkomt, kan ombuigen tot een resultaat dat je politieke overtuiging ondersteunt (definitie is te kennen op het examen).

Referendum

Neem nu het referendum in Catalonië. Dat leent zich tot politiek wiskundige hoogstandjes. De uitslag van het referendum, 89,3% stemde voor onafhankelijkheid, kan makkelijk politiek wiskundig worden weggewuifd.

Hoe hoog was de opkomst? Van de 5,3 miljoen stemgerechtigden werden 2,2 miljoen stemmen geteld. Dat is een opkomst van 42,6%. Maar er zijn ook 770.000 stemmen in beslag genomen door de politie. Als je die meetelt, zijn er 3 miljoen Catalanen komen opdagen of, 57,1 %. Aan het al dan niet gebruiken van die die cijfers kan je zien welke overtuiging de opiniërende aanhangt.

Dat is nog maar het begin natuurlijk want van daaruit vertrekt de hele redenering. Als ‘amper’ 42% kwam stemmen, kan je in politieke wiskunde die thuisblijvers makkelijk voor de kar spannen, die 770.000 tel je voor het gemak bij de thuisblijvers. Die thuisblijvers hebben ook allemaal dezelfde overtuiging, diegene die je zelf aanhangt uiteraard. In de Catalaanse ‘case’ die we hier bespreken, bleven die kiezers natuurlijk allemaal thuis omdat ze ‘no’ willen stemmen en dat niet durven of willen. Het referendum is namelijk illegaal. Met enkele zeer aannemelijke denkfouten reduceren we zo de overwinning van 89% voor ‘Si’ naar een nederlaag. Amper 38% van de Catalaanse stemgerechtigden stemde voor onafhankelijkheid. Winst wordt verlies, dankzij de politieke wiskunde.

De wereld mijn dorp

Je kan, als je dat wil ook nog iets verder gaan. Wat met al die Spaanse kiezers die zich niet hebben kunnen uitspreken over de onafhankelijkheid van Catalonië? Spanje telt zo’n 48,5 miljoen inwoners, amper 2 miljoen daarvan stemden voor onafhankelijkheid van Catalonië. Dus amper een schamele 4% van de Spanjaarden wil een onafhankelijk Catalonië. (Voor politiek wiskundigen zijn alle Spanjaarden de facto tegen, dat telt makkelijker, je neemt ook best het aantal inwoners en niet de stemgerechtigden, dat komt het resultaat nog beter uit.)
Trouwens, wat zijn begrippen als ‘Spanje’ eigenlijk waard in deze wereld waar supranationale structuren meer en meer de realiteit zijn? In de EU wonen zo’n 508,2 miljoen mensen (als je verschillende cijfers vindt, altijd die nemen die je het beste uitkomen, in dit geval zou je gerust kunnen afronden naar 510 miljoen, welke lezer checkt dat?). Nog geen 0,5% daarvan wil dat Catalonië onafhankelijk wordt.
Uiteraard staat in politiek wiskundige redeneringen iedereen aan jouw kant, tenzij ze op een of andere manier het tegendeel zouden hebben bewezen. De ‘ja’-stemmers in het Catalaanse referendum worden zo herleid tot de enigen die voor een onafhankelijk Catalonië zijn. De gemiddelde luisteraar/kijker/lezer merkt die subtiele betekenisverschuivingen toch niet.

De vraag stelt zich zelfs of we in deze geglobaliseerde wereld nog rekening moeten houden met Europa alleen. Wat stellen die Catalanen voor tegenover de wereldbevolking? En ja, wat als het ons nog onbekende buitenaardse leven tegen Catalaanse onafhankelijkheid is?
De conclusie is duidelijk. Er is geen meerderheid voor Catalaanse onafhankelijkheid. Quod erat demonstrandum.

Europa

In Europa is die politiek wiskundige bewerking van uitslagen van referenda heel populair. Zo kon je analyses lezen over het Oekraïenereferendum van de hand van Karel de Gucht die bovenstaande rekenwijze sterk benaderen. Gek genoeg hoor je de Europese leiders nooit dezelfde redenering maken als het over Europese verkiezingen gaat. Natuurlijk niet. We helpen even om te laten zien hoe dat kan.

375 miljoen EU-burgers waren stemgerechtigd in 2014. Amper 42% van de burgers kwam opdagen. Dat wil dus zeggen dat 58% van de Europese stemgerechtigden het Europese project verwerpen. Het Europees Parlement heeft dus geen mandaat om welke beslissing dan ook te nemen namens het Europese volk. Zelfs het hele Europees Parlement samen vertegenwoordigt maar een minderheid. Verwaarloosbaar dus. Eigenlijk hebben de Europese verkiezingen aangetoond dat het Europese politieke project geen draagvlak heeft bij de politieke bevolking. Als je de uitslagen van de eurosceptische partijen optelt bij die 58% thuisblijvers, die met hun voeten tegen de EU stemden, dan geven de jongste Europese verkiezingen een duidelijk mandaat om de EU te ontbinden.

De Kamer

Buigen we ons ten slotte eens met wat politieke wiskunde over de jongste Kamerverkiezingen. Wij hebben wel opkomstplicht, maar (gelukkig voor ons vakgebied) komt meer dan 10% toch niet stemmen. En 5% van wie opdaagt, stemt blanco of ongeldig. Altijd handig voor politieke wiskunde.
De winnaar van de verkiezingen in 2014 was de N-VA met 20,26% van de stemmen, dat zijn er zo’n 1,1 miljoen. Maar als je goed kijkt naar de uitslag, wil dat zeggen dat bijna 80% van de Belgen tégen de N-VA gestemd heeft. De grote doorbraak en het grote succes van de N-VA is duidelijk uitgebleven.

Leg je naast de verkiezingsuitslag van de N-VA ook de 15% ongeldige, blanco- en niet-stemmers. Dan moeten we die score van 20% nog meer relativeren. De verkiezingen van 2014 tonen dus duidelijk aan dat een overgrote meerderheid van de Belgen tegen de N-VA is.

Heren rectoren, als er ergens een leerstoel vrijkomt, I am all Yours.

Dit artikel verschijnt tegelijk op VRTnws

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans