fbpx


Buitenland, Geschiedenis

Naar een ideologische onderbouwing van autocratie

Autocratie als rode draad door conservatisme in Rusland (2)


autocratie

In antwoord op de groeiende invloed van liberale ideeën in het achttiende-eeuwse Rusland wendden conservatieven in de negentiende eeuw pogingen aan om de Russische autocratie verder te definiëren en te legitimeren. Degene die voor dit voor het eerst ondernam was de schrijver en landedelman Nikolaj Karamzin. Aanvankelijk was hij een liberaal. Tijdens een bezoek in 1789-90 in Frankrijk aanschouwde hij echter de volkswoede volgend op de val van de Franse absolute monarchie. Daarna werd hij steeds conservatiever. Autocratie als noodzaak…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In antwoord op de groeiende invloed van liberale ideeën in het achttiende-eeuwse Rusland wendden conservatieven in de negentiende eeuw pogingen aan om de Russische autocratie verder te definiëren en te legitimeren. Degene die voor dit voor het eerst ondernam was de schrijver en landedelman Nikolaj Karamzin. Aanvankelijk was hij een liberaal. Tijdens een bezoek in 1789-90 in Frankrijk aanschouwde hij echter de volkswoede volgend op de val van de Franse absolute monarchie. Daarna werd hij steeds conservatiever.

Autocratie als noodzaak

Reeds in zijn Notities over het oude en nieuwe Rusland (1811) probeerde Karamzin tsaar Alexander I aan de hand van de Russische geschiedenis aan te tonen dat het land in chaos verviel en door het buitenland overheerst werd zodra de autocratie, tegen Russische gewoonten in, uitgehold of afgeschaft werd. Hij riep daarbij twee momenten van machtsvacuüm in herinnering. Eerst en vooral de Tijd der Troebelen volgend op Fjodors dood in 1598. En ten tweede de opdeling van de grootvorstelijke macht in de, volgens Karamzin, anders zo gecentraliseerde Kievse staat (de vroegmiddeleeuwse voorloper van Rusland).

Raadsman Speranski’s radicale plannen hadden tsaar Alexander aan het hof impopulair gemaakt, dus ontsloeg de tsaar hem in 1812. Drie jaar later stelde hij Karamzin aan als nationaal geschiedschrijver. In zijn historische beschouwingen herhaalde Karamzin dat ieder land, volgens de eigen tradities, zijn eigen staatsvorm moest ontwikkelen. Voor Rusland was dat autocratie gesteund door lijfeigenschap. In zijn hart was Karamzin republikein. Hij besefte echter dat een republikeins bestel ongeschikt was voor het grote en diverse Russische Rijk.

Karamzin definieerde autocratie (samoderzhavie) als een door wetten noch door vertegenwoordigende lichamen beperkte oppermacht. Die functioneerde het best als een overeenkomst tussen enerzijds de autocraat en anderzijds een over onvervreemdbare feodale rechten beschikkende landadel. De autocratie was absoluut, maar tegelijk beperkt. Er waren immers geen instituties of alomvattend wetstelsel. Daardoor kon zij niet te dicht bij de persoonlijke leefomgeving en moraal van haar onderdanen komen.

Moraal en deugden waren immers het terrein van de Russisch-orthodoxe Kerk. Sinds Peter de Grote was die ondergeschikt aan de tsaar. Toch slaagde zij erin vanuit kerken, kloosters en christelijk onderwijs het volk te inspireren tot spirituele ontwikkeling en godvruchtig leven.

Voor autocratie met monocratie

Volgens Karamzin was het kenmerkend voor het Russisch bestuur dat autocratie — de mate van de oppermacht van de tsaar — hand in hand opereerde met monocratie (edinoderzhavie) — dus de ruimtelijke gelding van die oppermacht in haar pogingen tot het aan zich binden van (nieuwe) Russische landen. Tot en met 1864 zou het Russische Rijk de zeer multiculturele Kaukasus inlijven, wat de behoefte aan centralisering deed groeien. Als zowel deze mate van macht als de effectieve macht over het diverse rijk goed bewaakt werd, dan kon het grondgebied beschermd worden tegen roofzuchtige buitenlanders en middelpuntvliedende krachten van plaatselijke heersers. Het belang van autocratie gecombineerd met monocratie zou later terugkomen in de politieke filosofie van de conservatieve, antiwesterse slavofielen.

Karamzin waarschuwde Alexander I voor ideeën als die van Speranski. Die zouden maar tot liberale hervormingen of een monarchie op z’n Europees  leiden. Had Rusland immers niet sinds 1613 telkens weer om autocratie gevraagd? Een autocraat kan beter geen wet boven zich hebben, want zo’n wet zou uiteindelijk weer bewaakt moeten worden door belanghebbenden. Die belanghebbenden zouden elkaar om de macht en de gunsten van de tsaar bevechten. Uiteindelijk zouden ze proberen hem voor eigen gewin te verzwakken. Zonder oppermacht is het recht een speelbal van belangen. De enige die dan ook boven de tsaar kan staan, is God. Een tsaar die zich niet aan Gods wet of eigen geweten houdt, wordt sowieso afgestraft door een volksopstand, aldus Karamzin. Zijn opvattingen zouden de staatsideologie van de komende jaren diepgaand beïnvloeden.

Conservatief bewind

Op 1 december 1825 overleed Alexander I, waarna verwarring over de troonsopvolging ontstond. Liberale legerofficieren zagen hun kans schoon om in een opstand te proberen de autocratie omver te werpen en de lijfeigenen te bevrijden. De nieuwe tsaar, Nicolaas I (1825-1855), sloeg de opstand neer. Als reactie stelde hij een nieuw, conservatief bewind in. Daartoe versterkte hij de autocratie en draaide verwestersingspogingen terug. Deze Decembristenopstand werd zien als een gevolg van verslapte autocratie en de verbreiding van liberale, westerse ideeën onder de hoge adel.

Om de groei van liberaal activisme tegen te gaan, lanceerde Nicolaas I met zijn onderwijsminister Sergej Oevarov tussen 1830 en 1840 het ‘Officieel Nationalisme’. Iedereen moest beseffen dat voor een eensgezind, vreedzaam, maar sterk Rijk in Rusland de drie elementen ‘Orthodoxie, Autocratie en Volksverbondenheid’ leidend waren. Deze als tegenhangers van het West-Europese trio ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’. Officieel Nationalisme moest overal worden gepropageerd, om te beginnen in het onderwijs. Daarnaast werd er strenge censuur ingesteld en het vak wijsbegeerte werd overal geschrapt.

Veel bekende intellectuelen reageerden verontwaardigd op de Decembristenopstand. Ze betuigden steun aan de conservatieve reactie, terwijl zij eertijds nog meeliftten met de napoleontische wind in Europa. Zo publiceerde de ooit liberale Aleksandr Poesjkin onder Nicolaas I allerlei stukken ten gunste van de autocratie en het feodalisme. Verder spraken de schrijver Nikolaj Gogol (die autocratie bezag als Gods liefdevolle kans aan de mens voor zijn verootmoediging), de dichter Fjodor Tjoettsjev, een ongrijpbaar polemist als Pjotr Tsjaadajev, en de mannen van de invloedrijke slavofiele beweging hun steun uit.

Slavofielen

Slavofilie (slavjanofilstvo) was een energieke, antiwesterse intellectuele beweging. De kopstukken ervan waren de filosofen Aleksej Chomjakov, Ivan Kirejevski en later Konstantin Aksakov, Konstantin Leontjev en Nikolaj Danilevski. Zij vonden dat de revoluties van 1830 en 1848 in het Westen nefaste gevolgen hadden voor de onderlinge verbondenheid, spiritualiteit en stabiliteit, aldaar. Hiervan moesten niet alleen Rusland maar ook de Slavische christenbroeders in Oost-Europa (sommigen betrokken de orthodoxe Roemenen daarbij) gevrijwaard blijven. Volgens de slavofielen hadden het collectivisme, de spiritualiteit en liefde voor de eigen bodem van de Russen het antwoord op de westerse dwalingen en mensgemaakte bijgeloven (zoals rationalisme, humanisme, individualisme, democratie en particratie).

De slavofielen roemden de autocratie omdat ze de bevolking vrijheid en eensgezindheid verschafte. Ze mengde zich niet in de privézaken van de Russen. En, apolitiek als ze waren, bemoeiden die zich evenmin met de politiek. Slavofielen beseften dat enkel de autocratie de Russen ruimte kon geven om te werken aan hun innerlijke en spirituele vrijheid. Zij zagen dat de westerse (partij)politiek de burgers slechts uiteendreef. De Russen daarentegen wezen deze burgerstrijd af. Zij bleven bijeen om tegemoet te komen aan hun gemeenschappelijkheden: gedeelde grond, boerencultuur, organische eenheid, spirituele broederschap (sobornost), gedeelde zienswijzen, en economische belangen.

Autocratie met volksnationalisme

De verloren Krimoorlog (1853-1856) zorgde voor een omslag omdat zij het verslagen land tot modernisering noopte. De strijdkrachten, die voor het grootste deel uit dienstplichtige lijfeigenen bestonden, waren ongemotiveerd, uitgeput. ‘s Lands infrastructuur, economie, geletterdheid en technologie liepen bovendien merkbaar achter op Europa. Na een periode vol vaderlandsliefde vonden de elites dat het eigen land vernederd was en ten opzichte van het Westen een achterlijke relikwie van feodalisme was. Een liberale tsaar besteeg nu de troon: Alexander II (1855-1881). Hij verwachtte dat de massa, zoals in westerse landen, betere soldaten zou opleveren als zij vrij was. Dus bevrijdde hij in 1861 de lijfeigenen.

Met de bevrijde boerenstand verplaatste het maatschappelijk draagvlak voor de autocratie zich van landadel naar de veel omvangrijkere volksmassa. Op lokaal niveau stelde Alexander II de zemstvo in. Dat was een vernuftig stelsel van lokaal plattelandszelfbestuur. In de praktijk onderhield het evenwel een zeer goede band met de tsaar, en dus met de autocratie. Het Russisch conservatisme werd, gesteund door het enorme platteland, een volksaangelegenheid. Het was niet aristocratisch of kosmopolitisch maar nationalistisch, etnisch, traditionalistisch, verbonden met de geboortegrond en, anders dan voorheen, uitgesproken antiwesters.

Tsaar, volk en de rest

De autocratie was nu een verbond tussen tsaar en volk. Een verschijnsel dat ook in het Europees populisme opkwam, waar regeringen de massa’s in nationalistische bewegingen verenigden.

Deze harmonie gold minder voor de vele etnische groepen in de gewonnen gebiedsdelen zoals de Kaukasus en het Verre Oosten. Om makkelijker en doeltreffender over de uithoeken van het Rijk te regeren, zette de autocratie daar in op russificatie. Iedereen moest er Russisch leren spreken en schrijven. Ook werd men werd aangemoedigd tot het orthodoxe geloof te komen (maar werd men gestraft als men in het oude geloof terugviel). Latere tsaren zouden de Aziatische culturen en talen zelfs onderdrukken. Het tsaristisch nationalisme was dus vooral etnisch-religieus Russisch en cultuurimperialistisch.

Autocratie contra instabiliteit

Tegelijkertijd voerde Alexander II meer liberale hervormingen door in het rechtssysteem en het onderwijs. Hij perkte ook de voorrechten van de adel in. Toch rommelde het al heel lang in Rusland. De bevrijde lijfeigenen staken zich in de schulden om tegen hoge prijzen en woekerrentes van hun landsheren een stukje land te kopen. Hierdoor belandden zij in armoede en lieten zij zich in de grote steden uitbuiten als fabrieksarbeiders. Uit deze onvrede ontstonden vele revolutionaire bewegingen, die Alexander vaak oogluikend toestond.

Hij was er wel in geslaagd de liberalen tevreden te stellen. Dezen werden op hun beurt behoudender (dus welwillend ten aanzien van de autocratie) toen zij inzagen dat maatschappelijke hervormingen enkel voortvarend konden worden doorgevoerd door een krachtdadige autocratie.

Maar de liberale tevredenheid was van korte duur. Na een reeks mislukte aanslagen op zijn leven was Alexander steeds conservatiever geworden. Uiteindelijk verving hij in 1866 de liberale bewindslieden en beleidspunten door conservatieve. Toen Alexander II in 1881 door nihilisten van de beweging ‘De Wil des Volks’ vermoord werd, keerde ook de publieke opinie zich tegen dit gespuis en klonk er een nog luidere roep om meer autocratie.

Reactionaire periode

In dit klimaat gedijde de latere lichting slavofielen, zoals de panslavist Ivan Aksakov, schrijver Fjodor Dostojevski, en de filosofen Konstantin Leontjev en Juri Samarin. Een opvallende conservatief hoewel officieel geen slavofiel — was de journalist Michail Katkov. Onder de latere Alexander II (en onder diens zoon tsaar Alexander III) was zijn politieke invloed enorm. Aanvankelijk gold ook hij als liberaal, met bewondering voor het Britse politieke stelsel en Peter de Grote. Maar nadat hij doorkreeg dat het liberale beleid van Alexander II veel ruimte had gegeven aan ‘liberale’ hervormingsbewegingen geleid door nihilisten, en aan Pools verzet tegen de Russische overheersing, werd ook hij conservatief.

Vol vuur, vooral na de vrijlating van een lid van ‘De Wil des Volks’, pleitte Katkov in talloze artikelen, onder andere in zijn krant Moskous Nieuws, voor krachtige autocratie en nationalisme. Hoewel hij gevormd was door westers staatsnationalisme, verzette hij zich hevig tegen verdere politieke nabootsing van het Westen. Westerse, monoculturele landen als Duitsland en Engeland zouden namelijk geen autocratie behoeven, maar het grote, veelvolkige Russische Rijk wel.

Katkov opereerde vaak samen met de reactionaire mentor en latere adviseur van Alexander III, Konstantin Pobedonostsev (1827-1907), in het succesvol beïnvloeden van de publieke opinie en het beleid van de tsaar.

Conservatieve staatsideologie

Met het gewone volk aan hun kant konden Russische conservatieven met succes een gesloten samenleving uitdenken waarin de tsaar, het geloof en het etnisch Russische volk verenigd waren in een spirituele en nationale lotsverbondenheid. Met behulp van deze zeer populaire nationalistische idee probeerden tsaren uit alle macht de bestaande orde te behouden en namen zij afscheid van het liberalisme en zijn nihilistische gevolgen.

Marcel Bas

Taalkundige van opleiding, schrijver, vertaler; schrijft o.a. over Zuid-Afrika en Oost-Europa.