fbpx


Analyse, Politiek
Duitse propaganda

Nageboorte van Duitse propaganda

Welke weg voor België (4)



Ik ga hier mijn betoog even onderbreken. Ik ben voor België als natie. Niet omdat ik België geweldig vind, verre van, of warme gevoelens krijg van de Rode Duivels, René Magritte of Brusselse pralines. Ik ben voor België zonder er echt van te houden, omdat ik niet geloof dat de wereld in de meest brede zin er beter van wordt als historisch gegroeide staatsverbanden verbroken worden. En het overal wat is, terwijl het in België best goed leven is. Ik…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Ik ga hier mijn betoog even onderbreken. Ik ben voor België als natie. Niet omdat ik België geweldig vind, verre van, of warme gevoelens krijg van de Rode Duivels, René Magritte of Brusselse pralines. Ik ben voor België zonder er echt van te houden, omdat ik niet geloof dat de wereld in de meest brede zin er beter van wordt als historisch gegroeide staatsverbanden verbroken worden. En het overal wat is, terwijl het in België best goed leven is.

Ik ken geen enkel voorbeeld ter wereld waar een natie er beter van is geworden door zich van een andere af te scheuren – zelfs de Belgische onafhankelijkheid van 1830 was, in de gevleugelde woorden van Louis Tobback ‘een vergissing’. In die zin zou je me zelfs een orangist kunnen noemen, ware het niet dat dit een achterhoedegevecht zou zijn. Bij gebrek aan beter ben ik daarom een belgicist.

Een carrière via de militaire school

Dat maakt mij natuurlijk niet blind voor de fouten in de Belgische constructie. Maar als ik die vluchtig overloop, dan stel ik vast dat die essentieel te wijten zijn aan de communautarisering van alle conflicten sinds alleszins 1917. En waarschijnlijk al eerder.

Kort gezegd komt het erop neer – en ik veralgemeen sterk, ik besef het – dat noord en zuid een andere economische dynamiek kenden die toevallig samenviel met een taalgrens. Rond Luik en Charleroi ontstond in de negentiende eeuw een zware industrie. Vlaanderen leefde toen in een overwegend agrarische ambiance, zij het doorsneden door centra van textielverwerking en dus van eerder lichte industrie. Zelfs de vakbeweging in het noorden was ‘pastoorgestuurd’ – het daensisme, gevolgd door het ACW. Terwijl die in het zuiden uitgesproken antiklerikaal was.

Dat leidde tot andere mentaliteiten, waarbij een deel van de Vlaamse bevolking via migratie naar de Waalse centra opgenomen werd in de pastoorhatende ambiance. In feite werden de Vlaamse immigranten in Wallonië de meest fanatieke pastoor- en daarmee ook Vlamingenhaters. Dat merkte men zelfs aan het IJzerfront. Vlaamse rekruten stonden vaak onder het bevel van Franstalige officieren of onderofficieren die niet meer wilden weten dat hun ouders en grootouders een soort Nederlands gesproken hadden en dus hun ondergeschikten aanblaften in een soort Frans.

Het is geweten dat het leger in het verleden het geijkte carrièrepad was voor arbeiderszonen die op school blijk gaven van veel talent maar van wie de ouders geen hogere studies konden betalen. Goed bedoelende leraars oriënteerden hen dan vaak naar ingenieursstudies aan de militaire school.

Een beweging van brancardiers

Het is waarschijnlijk één van de grote vergissingen van de toen prille Vlaamse beweging geweest – die toen geconcentreerd zat in katholieke colleges – van het consigne te geven niet officier te willen worden, als een soort stil protest tegen de weigering van koning Albert I om de scheiding van het leger volgens taalgroep toe te staan.

Het gevolg is gekend: de Vlaamse studenten werden, omdat ze beter opgeleid waren dan de doorsnee infanterist, ingedeeld bij de medische diensten. Als brancardiers kwamen ze op alle vooruitgeschoven posten aan het front, en hoorden alle nieuwtjes uit de dorpen die de rekruten vanuit hun brieven van hun geliefden vernamen.

Zij kregen van de legerleiding daarop, die dit goed voor het moreel achtte, de toelating om streekgebonden soldatenblaadjes op te zetten waarin zij deze onschuldige berichten verspreidden. Daaruit ontstond geruisloos een Frontbeweging, die zich liet ophitsen door de Duitse propaganda die via deze correspondentie (en door Duitsland gefinancierde tijdschriften uit Amsterdam) het front bereikte.

Zo hoorden de soldaten in de loopgraven dat sommige officieren zich beperkten tot ‘pour les flamands la même chose’, en dat ze daar verontwaardigd over dienden te zijn. Tegelijk zat de kapelaan van Alverigem, Cyriel Verschaeve, vanuit een immune positie te stoken.

Het verraad van de activisten

Ondertussen ontstond onder Duitse invloed een activistische beweging in het bezette gebied, die zich tegen kardinaal Mercier keerde die vanop de kansel moedig stelling nam tegen de misdaden van de agressor. Wel was hij een voorstander van de verfransing van Vlaanderen via de Vlaamse intellectuelen. Hij geloofde oprecht dat hij begaafde jonge Vlamingen te kort deed als hij toeliet dat ze zich opsloten in hun Vlaamse cultuur.

Een deel van de opkomende Vlaamse kleinburgerij voelde zich daardoor te kort gedaan. Zij vergat de verwoestingen die de Duitsers hadden aangericht, en ging zichzelf opjutten over de achterstelling van het Nederlands, onder andere in het onderwijs. Hun agitatie werd uitgespuwd door de grote meerderheid van het Vlaamse volk, dat zijn koning trouw bleef. De door de Duitsers gecontroleerde pers presenteerde hen als helden.

In werkelijkheid lieten hun voormannen, geïsoleerde intellectuelen, zich misbruiken om onder het mom van een schijnonafhankelijkheid de feitelijke verduitsing van België voor te bereiden. In het lemma van Luc Vandeweyer in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging  (1998, I, p. 560) over hun kopman August Borms (1878-1946) lezen we zelfs dat deze daarin zo ver was gegaan dat hij de Duitsers de deportatie aanbood van Vlaamse dwangarbeiders om in de oorlogsindustrie te werken. Maar de Duitse propaganda bouwde een uitgekiende mythe op en die bereikte ook de Vlaamsgezinde studenten achter het front. Het is Lode Wils die dat ontmaskerd heeft, tot grote woede van vele flaminganten.

De zwakheid van de Frontpartij

In elk geval was die semi-intellectuele frontbeweging lang niet zo invloedrijk als zij zelf graag dacht. Toen de legerleiding doorkreeg dat zij onder activistische invloed kwam, reageerde die natuurlijk overdreven repressief. Kwam daar bij dat vanaf november 1917 de berichtgeving over de bolsjewistische revolutie in Rusland aan alle fronten voor een sfeer van onrust zorgde, die ook de katholieke frontbeweging de wind in de zeilen gaf en de indruk gaf dat spontane soldatenprotesten haar werk waren.

Hoe zwak zij intrinsiek stond bleek tijdens de verkiezingen van 1919 toen de Frontpartij, die zich voorstelde als de vertegenwoordiger van de Vlaamse soldaten maar alle flaminganten naar zich trok (omdat de activistische leiders in de gevangenis zaten of gevlucht waren), zich met 2,6 procent van de stemmen moest tevreden stellen.

Dit is het vierde deel in een reeks van zes. Lees hier deel 1 | 2 | 3 
Volgende aflevering: Die oorlog is voorbij

Eddy Daniels