Cultuur, Vlaamse Beweging
ADVN

Luc Boeva: ‘Nauwelijks equivalenten in het buitenland’

Een gesprek met Luc Boeva, directeur van het ADVN

11 juli nadert met rasse schreden. Doorbraak wisselt met enkele Vlaamse Bewegers van gedachten over hun rol in en de toekomst van de Vlaamse Beweging. Vandaag: Luc Boeva, directeur van het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme, kortweg ADVN.

Kritische betrokkenheid

Welke positie neemt het ADVN in binnen de (brede) Vlaamse Beweging? In hoeverre sluit het (nog) aan bij de Vlaamse Beweging?

Luc Boeva: ‘Het ADVN bewaart het erfgoed van de Vlaamse beweging en is daardoor er onlosmakelijk mee verbonden. De instelling verzamelt, bewaart en beheert niet alleen dat erfgoed, maar voert tevens onderzoek uit en laat onderzoek uitvoeren aan de hand van de collectie. Ze presenteert de resultaten langs verschillende traditionele en nieuwe communicatiekanalen en faciliteert in toenemende mate de participatie van haar erfgoedgemeenschap bij de werking, bijvoorbeeld langs de formule van het gastheerschap.

Dat die werking professioneel en wetenschappelijk is, spruit niet alleen voort uit de overeenkomstige eis van de subsidiërende overheid. Aangezien het ADVN ten dienste staat van het volledige spectrum waaruit de Vlaamse beweging bestaat, dat wil zeggen van iedereen die zich tot de beweging rekent, zonder uitzondering, is elke politieke stellingname anathema (uit den boze – red.) voor de instelling en haar directie en medewerkers. Dat zal zo moeten blijven indien het ADVN zijn unieke rol wil blijven spelen. Wij hebben ooit eens de verhouding ten opzichte van de Vlaamse beweging beschreven als ‘kritische betrokkenheid’ en ik denk dat dat nog steeds een goede leidraad is.’

Welk nut heeft de Vlaamse Beweging nog voor de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en welke rol speelt het ADVN daarin?

‘Om de beeldspraak van de eerste voorzitter van het ADVN, Maurits Coppieters, aan te wenden: de instelling stelt de fundamenten ter beschikking waarop het heden gebaseerd is en de toekomst gebouwd moet kunnen worden. Of de beweging nu nog nut heeft voor de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, hangt volledig af van hoe men die definieert – en ik verwijs naar mijn antwoord op uw eerste vraag om het daarbij verder te laten.’

Evoluties

Hoe evolueerde het onderzoek van het ADVN de afgelopen jaren? Zijn er bepaalde paradigmaverschuivingen die van groot belang zijn geweest voor de instelling?

‘Elk onderzoek uitgevoerd door het ADVN vertrekt vanuit de collectie. Het collectieprofiel en het onderzoeksveld zijn steeds veel breder geweest dan enkel de Vlaamse beweging en het Vlaams-nationalisme. De beweging opereert immers in een politieke, culturele, sociale, economische context. Die behelst alle maatschappelijke projecten, stromingen, bewegingen en thema’s die in verband staan met de nationale bewegingen en nationale identiteitsvorming in Vlaanderen vanaf de 19 eeuw. Voorbeelden zijn grootnederlandisme, federalisme, pacifisme, de Daensistische beweging, geopolitiek (grenzen) en ook controversiële thema’s zoals negationisme, fascisme, rechts-radicalisme en recentelijk populisme.

Internationaal bestaat die context uit enerzijds de identiteitsvorming die verbonden is met Vlaanderen, rond Vlaams-Nederlandse samenwerking, Vlaams-Zuid-Afrikaanse contacten en Afrikaner nationalisme, maar ook de Vlaamse emigratie naar Noord- en Zuid-Amerika. Anderzijds is er de comparatieve werking met de andere nationale en regionale bewegingen in de wereld op vlak van onderzoek én erfgoedzorg. Dat heeft zich geconcretiseerd in de internationale associatie NISE (National movements and Intermediary Structures in Europe), waarvan het ADVN de motor is.

Eerder dan van een paradigmatische verandering in die beleidsoptie, kunnen wij spreken van een explicitering van die contextuele thema’s. Dat speelt in de grote onderzoekslijnen die de instelling uitzet over de volgende beleidsperiode (2019-23): de Vlaamse natievorming in de jaren 1920, het politieke Vlaams-nationalisme in de jaren 1960 en 1970 , de relatie tussen materiële cultuur, kunst, kunstenaars en nationale bewegingen. Het geldt ook voor de encyclopedische projecten die de toegang tot de onderzoeksresultaten faciliteren, zoals de Derde/Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (DEVB) of de Bibliografie van de Geschiedschrijving van de Vlaamse beweging en van het theoretisch Nationalisme-onderzoek in België (BGVN). Internationaal is er het onderzoeksinstrument rond nationale bewegingen DIANE (Digital Infrastructure for the Analysis of National movements in Europe) of ook nog de voor de theorievorming rond nationalisme unieke heuristische tool SoN (The State of Nationalism).’

Netwerken

Het ADVN is een organisatie die zich richt op onderzoek naar de Vlaamse Beweging, net als de centra van de andere grote sociale bewegingen. Heeft deze ‘verdeling’ volgens zuilen nog zin vandaag de dag, waar de ontzuiling zich onder meer uit in mengelingen van ‘zuivere’ socialistische, liberale, Vlaams-nationalistische ideeën binnen partijen?

‘Het is een bewijs van het ontegensprekelijke succes van de Vlaamse beweging dat (een groot deel van) het gedachtegoed gerealiseerd werd en (soms onbewust) gemeengoed is geworden over alle of toch de meeste maatschappelijke breuklijnen heen. Bovendien zijn die breuklijnen de laatste decennia sterk verschoven, vervaagd, verdwenen en vervangen door andere. Men mag echter niet vergeten dat de werking van de Vlaamse culturele archieven (naast het ADVN: Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, KADOC-KULeuven, Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving en Liberaal Archief/Liberas) in de eerste plaats vanuit het politiek-sociaal-filosofisch-cultureel erfgoed vertrekt. Toen hadden die breuklijnen nog wel hun volle relevantie en de centra hebben daarover elk op hun terrein een bijzondere expertise opgebouwd.

Daarenboven blijft het voor de collectievorming onontbeerlijk dat de respectieve erfgoedgemeenschappen zich herkennen in ‘hun’ erfgoedorganisatie. Of men zich in de toekomst op dezelfde wijze zal blijven organiseren, is koffiedik kijken. Maar sowieso zijn er altijd al uitstekende professionele relaties tussen de vier instellingen geweest, met gezamenlijke initiatieven (denk maar aan het Museum van de Vlaamse Sociale Strijd, ODIS, Archiefbank Vlaanderen) en afspraken over de onderscheiden collectieprofielen. De vier directeurs overleggen trouwens op regelmatige basis met elkaar.’

Internationalisme

Bestaan er eigenlijk gelijkaardige instellingen als het ADVN buiten Vlaanderen, en werken jullie daar mee samen?

‘Wij hebben in 2008 vanuit het ADVN de internationale associatie NISE opgericht om op gestructureerde wijze met vorsers en onderzoeks- en erfgoedinstellingen vergelijkend te kunnen werken rond nationale en regionale bewegingen. Het viel ons op dat in het buitenland nauwelijks of geen equivalenten te vinden zijn voor een organisatie als ADVN. Daarmee bedoel ik een onafhankelijke maar door de overheid bij decreet erkende en gesubsidieerde, wetenschappelijke en professionele instelling rond zo’n beweging. Dit is werkelijk een pluim op de hoed van de Vlaamse overheid die dit vanaf de jaren 1980 wél mogelijk heeft gemaakt (tegelijk ook voor de andere historisch belangrijke maatschappelijke bewegingen in Vlaanderen natuurlijk).

Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij het initiatief hebben genomen voor het internationale netwerk. De samenwerking binnen NISE, met zowel occasionele als permanente inbreng van de andere buitenlandse instituten – die zeer divers zijn, van het gerenommeerde ASEN (The Association for the Study of Ethnicity and Nationalism) aan de London School of Economics and Political Science (LSE), over de Fryske Akademy en het GRENS-instituut van de universiteit Pompeu Fabra in Barcelona, tot drie instituten van de Slovaakse Academie van Wetenschappen en het Samisch Archief in Noord-Noorwegen – op vlak van logistiek, personeel, financiën en expertise, vertaalt zich in conferenties en workshops, publicaties (monografische en periodieke) en onderzoeksinstrumenten (meer op nise.eu).

Het ADVN ontwikkelde bovendien initiatieven rond erfgoedzorg  voor nationale en regionale bewegingen wereldwijd, zoals projecten, in samenwerking met het Centre Maurits Coppieters (CMC) en gesubsidieerd door het Europees Parlement, rond de archieven van de partijen in de Europese Vrije Alliantie (EVA). Dus nog iets waar Vlaanderen het voortouw neemt.’

Tendensen

Op het terrein lijkt er steeds slechts plaats voor één sterke Vlaams-nationalistische partij. Hebt u daar een verklaring voor? Wat is het verschil met pakweg de Catalaanse situatie?

‘NISE, en in het bijzonder DIANE, werden geconcipieerd om op dit soort vragen te antwoorden – het verzamelen en structureren van gegevens over alle nationale bewegingen moet ervoor zorgen dat kan gededuceerd worden wat gemeenschappelijk en wat uniek is voor een beweging. Ook bestudeert het in hoeverre er transnationale contacten en overdrachten van ideeën, methodes, symboliek enzovoort tussen de nationale bewegingen bestonden. Uiteindelijk wordt zo de theorievorming rond nationalisme empirisch onderbouwd.

Intussen is er natuurlijk al wel over nagedacht – bijvoorbeeld door de Tsjechische historicus Miroslav Hroch. De vragen zijn dan ook voer voor een genuanceerd antwoord dat het raam van dit interview overstijgt.

Overigens: de door het ADVN beheerde uitgeverij Peristyle (opvolger van Perspectief Uitgaven) publiceert voor NISE in september de intellectuele autobiografie van Hroch. Het is onder meer boeiend om te lezen over het keurslijf waarin men aan (geschied)wetenschap diende te doen in het Oostblok en hoe hij daar toch soms kon aan ontsnappen.’

Welke kansen ziet u op korte en lange termijn voor het ADVN om te groeien?

‘De niet aflatende actualiteitswaarde van de nationale bewegingen in Europa, de tsunami — zeker in de sociale media — aan niet-gesubstantieerde meningen en de alledaagsheid van nepnieuws, bieden het ADVN als expertisecentrum kansen om grotere bekendheid te geven aan zijn poortwachtersfunctie inzake historische informatie.

Er is bij onze erfgoedgemeenschap ook toenemend nood aan advies over digitaal documentbeheer: het ADVN rekent het tot zijn plicht om verenigingen en organisaties daarin bij te staan. Tevens merken wij veel enthousiasme en een grote bereidheid bij onze erfgoedgemeenschap om te participeren in verschillende aspecten van de werking – die energie moeten we in goede banen tot nut van alle betrokkenen kunnen aanwenden.

Ten slotte staan er de volgende jaren heel wat eeuwfeesten op stapel, onder meer VTB. Daar liggen mogelijkheden voor interessante projecten in nauwe samenwerking met de erfgoedgemeenschap.’

Groeikansen

Wat zijn de sterke punten van het ADVN? En welke de zwakke?

‘Vanzelfsprekend is een inherente sterkte de unieke en zeer diverse collectie van landelijk en internationaal belang die van het ADVN een onmisbare schakel bij alle onderzoek naar de Vlaamse beweging maakt. Daarenboven werkt het ADVN neutraal en wetenschappelijk en gaat het op een kritisch-afstandelijke en niet-confronterende manier om met ‘moeilijk’ erfgoed. Het brede aanbod van eigen publicaties zorgt daarbij voor een zowel laagdrempelige als wetenschappelijke kennisverspreiding (zie bijvoorbeeld het huisblad ADVN-Mededelingen en het tijdschrift WT).

De internationale, comparatieve en transnationale werking langs NISE is ten slotte één van de voorbeelden van coöperatie met allerlei soorten partners uit het erfgoedveld, de onderzoekswereld en de erfgoedgemeenschap. Deze samenwerking werd door de beoordelingscommissie inzake het beleidsplan geduid als deel uitmakend van ‘het DNA van de instelling’.

Maar… indien wij niet het slachtoffer van ons succes willen worden, moet de aangroei van het personeelsbestand de achterstand bij de ontsluiting van het archief het hoofd bieden – op voorwaarde dat de overheid ons beleidsplan vanaf 2019 volgt. Ook moet dit de digitalisering ervan realiseren.

Het monumentale gebouw aan de Lange Leemstraat in Antwerpen biedt sinds de jaren 1990 een prachtig kader voor het ADVN. Voor de bewaring van het erfgoed werd onlangs in de omgeving van Antwerpen een apart depot ingericht. Voor de uitoefening van alle andere functies (leeszaal, onthaal, kantoren, vergaderruimte, verwerkingsruimtes, publieksruimtes,… ) wordt, in het licht van de aanzienlijk toegenomen maatschappelijke en technische vereisten, gezocht naar een optimalisering van het infrastructureel kader.’

Welke bedreigingen ziet u op korte en lange termijn voor het ADVN?

‘Er zijn er vele, soms wisselende externe bedreigingen… Maar blijvend is het controversieel karakter van (een deel van) het thema in combinatie met het gevaar van een ongenuanceerde polarisering in de media. Samen weerhouden die het ADVN er soms van om voldoende in te spelen op de actualiteit.

Omgekeerd staat de perceptie inzake de instelling ook bij de eigen erfgoedgemeenschap voortdurend onder druk. Dit is het gevolg van de tegenstellingen binnen die gemeenschap. Er is ook de afgezwakte interesse aan de Vlaamse universiteiten voor onderzoek naar nationale bewegingen (in tegenstelling tot het buitenland) en de onvoldoende pedagogische belangstelling om het thema en het archief te gebruiken in het onderwijs.

Tot slot hypothekeert de Europese regelgeving op het vlak van auteursrechten en privacy een brede publieke verspreiding van informatie over het erfgoed.’

 

Luc Boeva publiceerde recent het boek Grenzen: Een historische gids, dat via de webwinkel van Doorbraak te koop is.

Laurens Verrelst

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Laurens Verrelst?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans