fbpx


Onderwijs
verengelsing

‘Nederlands is een volwaardige taal, ook in de aula en in het laboratorium’

Verengelsing hoger onderwijs: geen versoepeling taalregeling


Er komt voorlopig geen versoepeling van de taalregeling in ons hoger onderwijs. Dat heeft de Vlaamse regering zopas beslist. Onderwijsdecreet 30 werd vanmorgen goedgekeurd, maar de passage uit het voorontwerp waarin het licht op groen werd gezet voor een forse verhoging van het aantal Engelstalige lessen in de bachelors is geschrapt.

Protest tegen voorontwerp

De poppen gingen eind december aan het dansen, toen een voorontwerp van decreet uitlekte waarin onder meer bepaald werd dat het toegelaten percentage anderstalige vakken in de Nederlandstalige bacheloropleidingen zou worden aangepast. Terwijl vandaag maximaal 18,3 procent van de vakken in de bachelors in een andere taal — lees het Engels — mag worden gegeven, wilde Vlaamse regering dat percentage optrekken tot 50 procent.

De facto kwam dit dus neer op een bijzonder ingrijpende verandering van de taalwetgeving, waarvan in het Vlaamse regeerakkoord helemaal geen sprake was. En dit in de wetenschap dat — los van deze regeling — anno 2020 ook al 6 procent van de bachelors aan onze universiteiten en hogescholen volledig in het Engels wordt aangeboden.

De voorbije maanden kwam er, ook vanuit de universiteiten zelf, almaar meer protest tegen de geplande versoepeling van de taalwetgeving voor het hoger onderwijs. Profesoren zoals Hendrik Vos, Gita Deneckere, Bruno De Wever en Antoon Vrints trokken in opiniestukken fel van leer tegen die plannen. Ze hekelden daarin de economische lobby die blijkbaar zware druk uitoefende op de Vlaamse regering om meer lessen in het Engels toe te staan.

Getuigenissen van binnen de universiteiten en hogescholen maakten ook duidelijk waarom de top van de Vlaamse universiteiten en hogescholen zo sterk aandrong op soepelere taalcriteria: een ruimer onderwijsaanbod in het Engels zet de deur open voor nog meer buitenlandse studenten. En dus ook voor meer inkomsten. Bovendien speelt zo’n groot anderstalig lesaanbod ook een belangrijke rol in de plaats van universiteiten in allerlei internationale rankings. Meer Engels betekent dus ook meer internationaal aanzien voor onze universiteiten en hogescholen.

Invloedrijke lobby’s

Ook vanuit politieke hoek nam de druk op minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) de voorbije maanden stevig toe. Coalitiepartners Open Vld — en in mindere mate ook CD&V — maakten er immers geen geheim van dat ze weinig of geen problemen hadden met een fikse verhoging van het aandeel Engelstalige lessen in de bachelors. De nauwe banden tussen vooral de liberalen en een aantal invloedrijke economische lobby’s, zoals onder meer de werkgeversorganisatie VBO en de VARIO (Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen), waren daar uiteraard niet vreemd aan.

Tegelijk besefte Weyts maar al te goed dat dit dossier uitermate gevoelig lag bij zijn politieke achterban, en dat hij nog meer Engels in het hoger onderwijs daar nooit verkocht zou krijgen. Met de goedkeuring van Onderwijsdecreet 30 is de kogel nu door de kerk, en Weyts lijkt alvast zijn slag te hebben thuisgehaald voor het Engelstalige lessenaanbod in de bacheloropleidingen.

‘De Vlaamse Regering houdt vast aan het Nederlands als een volwaardige onderwijstaal in het hoger onderwijs,’ stelt Ben Weyts in eerste reactie. ‘Het aantal anderstalige uren in de bacheloropleidingen aan Vlaamse universiteiten en hogescholen wordt niet opgetrokken. Ik heb altijd volgehouden dat ik tegen een versoepeling van de taalregeling ben en dat ik alles zou doen om dat tegen te houden, en dat is nu ook gebeurd,’ klinkt het. ‘We hebben er lang over gediscussieerd, zowel met de hogescholen en universiteiten als binnen de regering en in het parlement. Maar de Vlaamse regering heeft nu beslist dat het percentage anderstalige uren op 18 procent vergrendeld blijft: het Nederlands blijft de dominante instructietaal in ons hoger onderwijs.’

Weyts gelooft niet in de noodzaak van verdere verengelsing. ‘We kunnen perfect onderwijs van topniveau aanbieden zonder dat we de helft van de opleiding moeten organiseren in een andere taal. Het Nederlands is immers een volwaardige taal: niet alleen aan de toog of in de fabriek, maar ook in de aula en in het laboratorium. Ik ken onze geschiedenis goed genoeg om te weten dat er lang gestreden is om het Nederlands ingang te doen vinden aan de universiteit. Dat mogen we niet verloren laten gaan.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.