Actualiteit, Binnenland

Neen, de zijlijn was nooit de raison d’être van de N-VA

Een antwoord aan Rondas

Beste Jean-Pierre,

Altijd fijn om een brief te ontvangen, zeker van een vriend die je alweer te lang niet meer hebt mogen ontmoeten. Zo’n brief verdient een antwoord en bij een open brief past een open antwoord. Het komt nu pas, enkele dagen later, want ik trok me een weekeindje lang terug uit het gewoel na de voorbije drukke weken waarin we in het parlement opnieuw een aantal, uiteraard bescheiden, stappen hebben gezet die de verandering weer wat meer vorm geven. Wellicht worden die niet geregistreerd op de ruige zwart-witmaatstaf die salonrevolutionairen graag hanteren maar intussen trekt de karavaan wel traag maar gestaag verder. Zelfbestuur weet je wel. Zolang we daarvoor geen fundamentele ommekeer in de structuren kunnen verwezenlijken, moeten we de kans grijpen daar toch al inhoudelijk werk van te maken: het beleid voeren dat de Vlaamse kiezer in het stemhokje heeft aangeduid als het betere.

Controverse uitlokken

Ik ben erg blij uit je open brief te mogen opmaken dat mijn schrijfsels controverse blijven uitlokken. Je weet dat politici dreigen kleurloos te worden wanneer het inhoud betreft, want inhoud roept ook altijd weerstand op en dat risico lopen sommige collega’s liever niet. Zo ver ben ik dus nog niet weggezonken in dat statuut van politicus. Blij dat je dat nog eens in het licht zet. Mijn teksten prikkelen en prikken blijkbaar nog. Tot zo ver lijken we op elkaar.

Blij te lezen ook dat je mijn teksten altijd hebt bewonderd. Je hebt het bijvoorbeeld over wat je zelf mijn ‘sterke rede’ noemt die ik drie jaar geleden uitsprak in De Schelp. Het is geen toeval dat ik die tekst met een zekere regelmaat blijf delen op sociale media want ik vind hem zelf ook niet zo slecht.
Verbaasd anderzijds toch wel om te moeten vaststellen dat zelfs jij mijn teksten niet altijd correct interpreteert want wat ik vandaag doe en schrijf, sluit wel degelijk aan bij wat ik “toentertijd dacht en zegde”, in tegenstelling tot wat jij, zonder onderbouwing, beweert. Mijn rol is gewijzigd, niet mijn standpunt, al wil ik altijd blijven openstaan voor een gezonde portie voortschrijdend inzicht.

Soms komt bij het bedrijven van een polemiek de neiging op om wat venijnige tikjes uit te delen. Jij kan die drang niet altijd beheersen, een mankement dat we eveneens delen. Schrijven dat iemand begint te lijken op Yves Desmet of Bart Brinckman verzekert natuurlijk goedkoop succes bij een bepaald publiek maar als bewijsvoering is het hol en dus ondermaats. Mocht ik dezelfde toer opgaan dan zou ik me gemakshalve van de zaak kunnen afmaken met de vaststelling dat jouw analyse als twee druppels water lijkt op die van het Vlaams Belang, wat trouwens de driftigheid verklaart waarmee aanhangers van die partij jouw open brief op applaus onthaalden. Even gniffelen naar de medestanders en de pinten nog eens zelfvoldaan laten vullen, dat is wat op dat soort argumentatie doorgaans volgt. Ik wil deze gedachtewisseling niet naar dat niveau laten afzinken.

Ook ik bewonderde en bewonder je teksten, dus ook dat hebben we gemeen. Maar elke gelijkenis loopt wel ergens mank, zoals je overigens in je open brief schreef. Ik erken dat ik niet kan tippen aan jouw belezenheid en verbale virtuositeit en ik koester het esthetische genot dat jouw teksten me bezorgen.
Als het over praktische politieke analyses gaat, overtuig je me echter veel minder en in deze open brief al helemaal niet. Je probeert met intellectuele handigheidjes een sluitende bewijsvoering uit te rollen die een vermeende inconsequentie in mijn optreden moet blootleggen terwijl het in essentie gewoon gaat over de basisvraag of politiek eerder een zaak van zwart/wit is dan wel van die ontelbare nuances in grijs. Ik behoorde altijd, op mijn wildste jongelingenjaren na, tot het tweede kamp. Uit veel van wat jij schrijft en zeker uit deze open brief blijkt dat jij veel dieper in dat andere kamp zit, of er alvast de verdediging voor wilt opnemen. De tegenstelling tussen de revolutionair en de pragmaticus is van alle tijden.

Méér dan grendels alleen

Waarom de Vlaamse meerderheid zich decennialang – mijn hele bewuste leven eigenlijk – de les liet lezen door een partij die de voorkeur wegdraagt van een grote groep kiezers in het andere deel van dit land, zowaar het minderheidsdeel, is een vraagstuk dat mij al lang onledig houdt. Jij bent er ook mee bezig en schreef er onder meer ‘de hulpelozen van de macht’ over. Jij wijst graag én terecht naar de Belgische grendelstructuur waarin we vastgeschroefd zitten. Ik volg je daarin, maar dat antwoord volstaat niet voor mij, omdat het de huidige generatie dreigt te ontslaan van haar verantwoordelijkheid ter zake. Voor je het weet, kreunen we onder de halve schelp van de zeurende Calimero – oei, citeer ik nu Desmet of Brinckman? – waarvan de beschuldigende vinger elke dag meer kromgroeit richting De Foute Anderen.

Zo komen we eindelijk bij mijn tekst waarop je zo opgewonden reageerde en die dus over het heilloze extremisme ging. Ik kan mijn visie daarop eigenlijk alleen maar herformuleren. Een kenmerk van extremistische partijen is dat hun stemmen terechtkomen op de reservebank van de besluitvorming en dat zij het speelveld de facto, op die ene glorieuze verkiezingsavond na, overlaten aan de anderen. Omdat een groeiend aantal Vlamingen in de jaren ’90 en het begin van deze eeuw vanuit een dikwijls begrijpelijke frustratie hun stem uitbrachten op het Vlaams Blok/Belang, steeg het soortelijk gewicht van de PS naar het niveau dat we in het Belgische politicologische jargon ‘incontournable’ noemen.
Nog los van de inhoudelijke afstand tussen mij en genoemde partij beïnvloedde die vaststelling mij in mijn denken uitermate sterk en het verbaast me hogelijk dat die harde les blijkbaar in sommige kringen nog altijd niet is kunnen doordringen. Het feit dat de PS 25 jaar lang het beleid mocht bepalen waaraan de Vlamingen onderhorig zijn, vraagt een antwoord dat het gemak van het zelfbeklag moet overstijgen.

Bondgenoten

Ja, systeemveranderaars moeten, voor zover ze zich voegen naar de regels van de parlementaire democratie, 51 procent halen of voldoende bondgenoten zoeken om aan dat aantal te komen. Vreemd dat jij je verbazing daarover uitspreekt. Jouw afkeer voor de Belgische grendels heb ik juist altijd begrepen vanuit een terecht heimwee naar dat goede oude 51-procent-principe.
En die 12 procent van de CD&V waar jij het ook over hebt, weegt inderdaad zwaar door, maar slechts omdat die ligt waar meerderheden gevormd worden en dat is dikwijls in het centrum. Je kan die partij veel verwijten maar niet dat ze aan mijn definitie van extremistisch zou voldoen, noch aan enige andere definitie van dat begrip trouwens.

Je komt in de politiek niet ver als je blijft hangen bij de banale vaststelling dat dertig procent meer is dan twaalf. Beide getallen zijn te klein om het zonder bondgenoten te kunnen stellen. Jij gaat in je ontleding ontstellend gemakkelijk voorbij aan de basisregel dat een optelsom die uitkomt op 51 procent, meer is dan 30 procent in isolatie, wellicht omdat die met jouw verhaal onverzoenbaar is. De blindheid voor het politieke stelsel dat wij kennen, gaat bij sommigen zover om het een aanfluiting van de democratie te noemen als een partij met 30 procent van de stemmen, maar zonder bondgenoten, niet aan het bewind komt.

N-VA’s unieke positie

Je schrijft dat de N-VA nogal wat kenmerken van mijn definitie van een extremistische partij draagt. Klopt natuurlijk wel een beetje. Je hebt extremistische partijen en je hebt systeempartijen. De N-VA is noch het ene, noch het andere of, juister, is het allebei. Extremistisch genoeg om het systeem te willen veranderen, systeempartij genoeg om daar ook daadwerkelijk iets aan te kunnen doen. Het is de sterkte én de zwakte van onze partij. Het is een spagaat waarbij het evenwicht voortdurend bedreigd is, dat besef ik zeer goed, maar het bakent wel de unieke positie van de N-VA af.
Het gemak van extremistische partijen hebben we niet. Roepen van op de zijlijn hoe erg het allemaal loopt, is zo prettig en comfortabel. Maar ik heb dertig jaar lang geleerd dat het nergens toe leidt, behalve naar meer frustraties, en dat het eigenlijk niet anders dan kiezersbedrog moet genoemd worden omdat het de tegenstander vrij spel geeft. De lage lat van de systeempartijen die zich ertoe beperken op de winkel te letten, biedt een ander comfort waarin wij ons niet willen koesteren.

Maar die moeilijke evenwichtsoefening tussen beide comfortzones maakt wel dat wij het beleid mee vormgeven in de richting van echte verandering. De vaststelling dat wij het machteloze streven naar de totale macht opgaven voor deelname aan de onvolkomen macht kan ik niet als een verwijt beschouwen.
Volgens nogal wat waarnemers kleven op het gevoerde beleid heel veel vingerafdrukken van de N-VA. Ik kan je verzekeren dat het wat ons betreft best wat meer had mogen zijn, en wat sneller had mogen gaan. Tja, je moet spelen met de kaarten zoals ze verdeeld zijn, niet zoals je ze in de handen zou willen hebben. Maar als jij kenmerken in onze partij terugvindt die passen bij mijn definitie van extremistische partijen, dan hoort zwemmen in de fuik van de machteloosheid daar alvast niet bij.

Dat wij er voor zorgen dat de stem van onze 30 procent van de Vlaamse kiezers wel een echte impact hebben, is meer dan een troostende gedachte. Sterker nog: het is de ‘raison d’être’ van de N-VA om verder te gaan dan feiten te betreuren, en te getuigen hoe oneerlijk de wereld in elkaar steekt. Zelfbeschikking moet meer zijn dan een opzwepend woord in een polemische tekst. Dat wij het electorale gewicht dat onze kiezers ons gaven wél konden aanwenden om de weegschaal in onze richting te doen overhellen, is en blijft een historische prestatie. Tot spijt van wie het benijdt maar zeker tot spijt van al die krachten die jij al die jaren met zoveel verbaal talent bekampte, maar die tegelijkertijd al diezelfde jaren hun bovenproportionele deel van de machtskoek kregen aangeboden op het schoteltje van de Vlaamse politieke onhandigheid.

Weet je, Jean-Pierre, waarom ik geen revolutionair ben? Omdat de grootste tegenstander van het goede het streven is naar het perfecte. Dat persoonlijke levensmoto is voor mij ook een politieke leidraad die ik zo rechtlijnig als mogelijk wil blijven volgen.

Ik teken en volhard,
Met de beste eindejaarsgeschenken van jouw toegenegen
Peter

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans