fbpx


Economie
vergrijzing

Niet consumptie maar productie is de ware rijkdom van arbeid

Vergrijzende samenleving, stijgende zorgkosten


Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit artikel is een plus-artikel voor abonnees. Het wordt u gratis aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



De bekende autofabrikant Henry Ford liet ooit met veel trots zijn machines zien aan de voorman van zijn vakbond. ‘Ik vraag me af hoe mijn robots de contributie voor hun vakbond gaan betalen’, zei hij met een grijns op zijn gezicht. Die grijns verdween toen de vakbondsleider antwoordde dat hij zich afvroeg hoe de robots de auto’s gingen kopen.

Overbodige arbeidskrachten

De reden van deze anekdote is dat de economische beloften die het volk zijn opgespeld steeds duidelijker leugens blijken. ‘De vergrijzing zal voor een enorme vraag naar arbeid zorgen!’ zo werd ons jarenlang voorgehouden. De realiteit is dat dit werk door technologie wordt overgenomen. Bankmedewerkers zijn er bijvoorbeeld steeds minder en op de boerderij worden koeien gevoerd en gemolken door robots. En de 3D-printer zal waarschijnlijk banen in transport en logistiek overbodig maken. De automatisering van de haven van Rotterdam levert banen op op het gebied van softwareschrijven en machineonderhoud, maar kost netto natuurlijk arbeidsplaatsen.

De vergrijzing levert minder extra werk op dan gedacht, want de kanteling van het sociaal domein betekent dat steeds meer neerkomt op onbetaalde mantelzorgers. Daarbij is er in Nederland nog de ‘maatschappelijke tegenprestatie’ — het schoonhouden van stations verdringt bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Ten slotte leiden de open Europese grenzen tot import van goedkopere arbeid uit streken als Polen en Roemenië. Om nog te zwijgen over de ‘massa-immigratie’ uit Afrika.

Praktijkvoorbeeld

Ik neem als voorbeeld afgestudeerden op game- en websitedesign. Ze ontwikkelen games na hun studie, maar meer als hobby dan als werk omdat ze feitelijk te weinig inkomen genereren met de arbeid waarvoor ze zijn geschoold. Ze vullen hun inkomen aan met arbeid waarmee zij de lager geschoolden verdringen, bijvoorbeeld met werk in een winkel. Stel, je bent een werkgever. Als jij een hoogopgeleide achter je toonbank kunt krijgen, waarom zou je dan nog een laaggeschoolde inzetten?

In diens boek Waar blijft die baan? (2014) verwacht de auteur Renzo Verwer ook van omscholing weinig heil. Omscholingstrajecten leveren vooral banen op voor de omscholers. Sociale werkplaatsen worden uitplaatsbureau’s en een deel van de clientèle vult de posities van de uitplaatsingcoördinators. Ook de sollicitatiecursussen worden verzorgd door mensen die eerst cliënten waren. Wie houden we voor de gek?

Een bouwrobot heeft geen huis nodig

Nu zegt de wet van Say dat dit in beginsel niet uitmaakt, omdat met ieder product dat gemaakt wordt inkomens worden verdiend. Alle inkomens, die met het maken van alle producten zijn verdiend, creëren zoveel koopkracht dat alle gemaakte producten ook afgezet kunnen worden. Maar met hoeveel hondentrimmers en huwelijksplanners kunnen we de economie belasten?

Ook loopt dit op tegen de constatering van de vakbondsman, dat iemand met een robotfabriek producten fabriceert die hij zelf niet opkoopt. Een directeur van een bouwbedrijf zei het als volgt: ‘Een machine uit Korea kost mij 300 000 euro en zet per dag meer stenen weg dan een aantal bouwvakkers bij elkaar. Maar een machine heeft geen huurhuis nodig.’

Concurrentie

Vaste lasten nemen een steeds groter deel van onze uitgaven in; het besteedbaar inkomen is in Nederland klein ten opzichte van andere West-Europese landen. Dat is vreemd, omdat de automatisering het leven juist goedkoper zou moeten maken. De productie neemt immers toe per gelijkblijvende tijdseenheid en vereist minder manuren.

Fenomenen als Marktplaats, AirBnB, Kickstarter, Bitcoin en Uber maken iedere consument tot ondernemer, maar hoeveel valt er nu feitelijk te ondernemen? Het grootste deel van ons geld gaat op aan telefonie, elektriciteit, huur, medicijnen, sigaretten, brandstof, supermarkt en belasting. Dat is het ‘grootkapitaal’ waartegen het individu, de startende ondernemer, feitelijk niet kan concurreren.

Een klein stukje van de uitgavenschijf is nog over voor het midden- en kleinbedrijf, maar dat stukje slinkt. Zeker met de aanhoudende coronarestricties. Daarbij heeft het grootkapitaal een schaalvoordeel en kan altijd het goedkoopste product leveren. Ook de immigratiestroom kan hier weer genoemd worden, want dit zijn mensen met weinig inkomen die boodschappen bij de Aldi of Lidl doen. Niet bij de slager of bakker die iets duurder is en nét dat extra stukje kwaliteit levert.

Eigen keuzes of afgedwongen situatie?

Liberalen vinden dat mensen meer eigen keuzes moeten kunnen maken. Niet langer al die verplichte verzekeringen en pensioenstelsels, maar zelf sparen voor je toekomst. Een makelaar kan bijvoorbeeld een eigen potje aanleggen voor het geval hij een been breekt. Dit maakt het des te vreemder om spaargeld te belasten.

Het feit dat je verplicht verzekerd bent maakt het moeilijk om kapitaal op te bouwen waarmee je kunt investeren in het oprichten van een eigen onderneming. Medicijnprijzen staan min of meer vast (zo onderzocht de omroep KRO eens dat productie van een paracetamol 0,0015 euro kost: het doosje en de bijsluiter kosten vier cent).

Daar komt bij dat de zorgkosten in Nederland meer stijgen dan dat de economie, zelfs in de meest rooskleurige scenario’s, jaarlijks groeit. De jongere bevolkingsleden zijn steeds kleiner in aantal en zullen steeds meer moeten mantelzorgen. Zo houden zij minder tijd over voor arbeidsuren. De enige manier waarop dit op termijn nog goed zou kunnen komen, is een volledige privatisering van de zorg gekoppeld aan een vorm van basisinkomen.

Privatisering

Dat de privatisering tot nu toe onbevredigend is geweest komt doordat er nooit echte vrije concurrentie is gekomen — we hielden wettelijk opgelegde verplichte afnames met te hoog vastgestelde prijzen en te veel managers, waarvan de kosten door de belastingbetaler worden opgebracht. Deze privatisering zal gepaard moeten gaan met het onttakelen van de medisch-farmaceutische lobby.

Het weghalen van zorg bij de overheid is een kwestie van overleven. Over iedere euro is te debatteren: geef je hem uit aan defensie, wetenschap of zorg? Wie iets anders kiest dan zorg, geldt als ‘koud’, ‘kil’ en ‘inhumaan’. En met een zorgbehoevend vergrijzend electoraat plus een ontgroenende bevolking leidt dat onvermijdelijk tot verstikking van onze beschaving door stijgende zorgkosten en een groeiende overheid. De omslag is pijnlijk maar wel noodzakelijk. Stel, je zit als rijke op een boot en de boot dreigt te zinken. Gooi je dan je schatkist overboord of spring je zelf?

Het basisinkomen en privatisering leiden tot een kleinere overheid (minder bureaucratische lagen qua uitkeringsregulatie en repressie) en meer bestedingsvrijheid voor de consument. Dat betekent zelf sparen, zelf verzekeren, zelf risico dragen. Basisinkomen maakt fiscale verruimingen overbodig, waarvan blijkt dat dit geld niet naar consumenten en ondernemers vloeit maar naar ‘veilige’ bedrijven met staatssteun. Hoewel het nader moet worden uitgewerkt is helder dat het voorbehouden moet zijn aan inwoners met Nederlands staatsburgerschap, wat een aanzuigend-destabiliserend effect voorkomt.

Liberaal vertoog in zwaar weer

De conclusie is dat de ontwikkeling van de arbeidsmarkt het liberale vertoog voor problemen stelt. Men wil dat mensen tegenprestaties leveren voor hun uitkering, maar dat maakt van iedereen een ambtenaar. Enerzijds moet je zuinig en verantwoordelijk omgaan met geld — ‘spaarpotten-ideologie’ — anderzijds is het ‘koop dat huis, koop die auto — geld moet rollen!’

Een fundament van liberaal denken is: ‘Ik heb ervoor gewerkt dus ik heb recht op meer dan een ander, die niet werkt’, maar door de automatisering kan niet iedereen meer werken. Naast spierkracht vervangen machines nu ook denkkracht. Of er moeten schijnbanen worden gecreëerd die weinig toevoegen en waarschijnlijk geen vervulling bieden.

Tot slot

Afsluitend kunnen we nog wijzen op Piketty – waar het belachelijke idee vandaan komt om mensen zelf te laten sparen voor hun risico’s, maar ze daarbij te belasten op dat spaargeld. Piketty stelt rijkdom immers gelijk aan kapitaalstromen. Maar eigenlijk zouden we moeten nadenken over de rol en invulling van de productiefactor arbeid. Hoe zorgen we ervoor dat arbeid een vervullende activiteit is waarin alle aspecten van het menselijke een rol spelen?

Mogelijk zou zo’n nieuwe visie het accent verleggen van productie-efficiëntie naar meer humanistisch-liberale waarden als zelfontplooiing. Misschien is de ware rijkdom van het leven dan ook niet de consumptie van het geproduceerde maar de vervulling van de arbeid.

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.