Multicultuur & samenleven
Vrije Tribune
Vrije Tribune

Niet ik, maar de islam kwetst en polariseert

polariseert

Het is veelzeggend dat het weerwoord van Erik Bruyland op mijn reactie op zijn open brief aan Hilde Sabbe is getiteld: ‘Met polarisatie rond de islam komen we geen stap verder’. Het gaat dus al niet meer in de eerste plaats over de inhoud of waarheid, maar over strategie. Want ‘moslims met een open geest’, aldus Bruyland, zouden zich ‘gekwetst voelen’ door het poneren van de waarheid dat de fundamenten van de islam voor ons (en voor Indonesië) een existentieel probleem vormen. Bruyland schrijft: ‘Die gevoelens van de overgrote meerderheid van de moslims onderschatten en negeren, werkt een verdere polarisatie alleen maar in de hand.’ Maar goed dat heel wat religiecritici in de vorige eeuw lak hadden aan ‘verdere polarisatie’ en aan ‘de gevoelens’ van (zelfverklaarde) katholieken, of we leefden vandaag nog onder het juk van de Kerk.

Kwetsen en polariseren

Het kan dus verkeren: Bruylands eigen conclusie dat ‘de intolerantie van de islam met de jaren groter wordt in plaats van te verminderen’, heeft hij luttele dagen later vervangen door het pathetische politiek correcte riedeltje dat we ‘met polarisatie rond de islam geen stap verder komen’. Maar polariseerde Bruyland dan zelf niet toen hij eerst in zijn open brief concludeerde dat ‘de intolerantie van de islam met de jaren groter wordt’? Heeft hij daarmee zelf niet ‘moslims met een open geest gekwetst’?

Bruyland sprak immers zélf over ‘de intolerantie van de islam’, al compenseerde hij dat door vervolgens te beweren dat ‘de ware islam vreemd is aan conservatieve, reactionaire salafistische krachten die zijn overgewaaid uit Saudi-Arabië, Jemen en Pakistan’. Allicht halen die ‘conservatieve, reactionaire salafistische krachten’ — die heel toevallig overwaaien uit sterk geïslamiseerde landen — hun inspiratie uit Suske en Wiske?

Ik durf te denken dat ondanks Bruylands verdediging van ‘de ware islam’ heel wat mensen toch vinden dat hij kwetst en polariseert, louter omdat hij enkele feiten benoemt inzake de islamisering van Indonesië —  alleen al door het gebruik van de term ‘islamisering’ wordt menig politiek correcteling en (slachtoffer)moslim getriggerd. Maar wanneer ik dan stel dat deze islamisering en dus toenemende ‘intolerantie van de islam’ (dixit Bruyland) diep zit ingebakken in de oorsprongsbronnen en geschiedenis van de islam, dan is het Bruyland die míj verwijt dat ik ‘kwets’ en ‘polariseer’. Zucht, heel vermoeiend allemaal.

‘Verdraagzame islam’ = ‘eurocommunisme’

In zijn weerwoord schrijft Bruyland dat ‘niemand kan ontkennen dat, zeker in de jaren 80, er in Indonesië een heel open vorm van verdraagzame islam bestond’. Dat kan ik wel degelijk ontkennen. Zoals ik heb betoogd was dat geen ‘verdraagzame islam’ maar een verdraagzame samenleving als gevolg van het feit dat in Indonesië de oorspronkelijke, vrij sterke Indonesisch-Javaanse cultuur goed bewaard is gebleven. Daardoor was de islam er lange tijd eerder oppervlakkig aanwezig en is hij slechts in geringe mate kunnen doordringen tot de Indonesische samenleving en volksaard. Als tegenbeweging en volksgeloof tégen de islamisering was er de ‘kejawen’-beweging, een exclusieve Javaanse mengelmoes met animistische, hindoeïstische, boeddhistische en later ook soefi-invloeden.

Als Bruyland dát een ‘verdraagzame islam’ noemt, dan betekent dit dat hij de bronnen van de islam niet kent. Immers, de Koran en de Hadith — de twee hoofdbronnen van de islam — roepen talloze malen op en zetten meerdere keren aan tot onverdraagzaamheid, haat en geweld tegen de niet-moslim. De islam propageert alleen verdraagzaamheid voor de moslim en voor wie zich onderwerpt aan de islamitische regels en wetten. In Indonesië werd deze typisch islamitische doctrine dus lange tijd nauwelijks toegepast. Tot nader order is een ‘verdraagzame islam’ net zoals een ‘eurocommunisme’: een contradictie.

‘Verkankering van de islam’

Bruyland schrijft: ‘Wat u, mijnheer Van Rooy, echter niet wil zien, is dat de typisch eigen Indonesische variant — ‘Islam Nusantara’ met zijn miljoenen aanhangers — een dagelijkse strijd levert tegen die oprukkende verkankering van de islam.’

Mooi dat ze die strijd leveren, maar wat u, meneer Bruyland, niet wil zien, is dat zo’n strijd van degenen die zich ‘moslim’ noemen maar desalniettemin fundamentele onderdelen van de islam links laten liggen (met name jihad en sharia), vroeg of laat steevast wordt verloren tegen degenen die de islam zo zuiver en compleet mogelijk willen toepassen. Die laatsten, ‘fundamentalisten’, ‘extremisten’, ‘salafisten’ of ‘orthodoxe moslims’ genoemd, hebben immers de islamitische leer/bronnen aan hun kant. Bovendien gebruiken ze intimidatie, bedreigingen, geweld en terreur: met de islamitische bronnen in de hand jagen ze mensen, zowel niet-moslims als andere moslims, vrees aan, iets waartoe moslims in verzen en passages in de Koran en de Hadith treffend worden aangespoord.

Wat Bruyland ‘de oprukkende verkankering van de islam’ noemt is dus gewoon een terugkeer naar de fundamenten, naar de kern van de onderwerpingsleer zoals die is neergeschreven in de Koran en in de praktijk is gebracht door hét islamitische rolmodel, de in de islam ‘perfecte mens’: profeet Mohammed.

Fundamentele hervorming

De Turks-Duitse Seyran Ates, die onder voortdurende doodsbedreigingen en dus met gevaar voor haar eigen leven de islam — in het islamiserende Duitsland! — serieus probeert te hervormen, moest in dat verband toegeven: ‘In gevechten zoals deze winnen de conservatieven meestal. Dat is de geschiedenis van de islam.’

En waarom is dat de geschiedenis van de islam? Omdat de islam totalitair en uitermate star is, en dus interpretatie of hervorming afstraft (de Koran is het letterlijke, onveranderlijke woord van Allah). De sektarische islam is ook de enige ‘religie’ die afvalligheid in principe met de dood bestraft, zoals ook blijkt uit het nieuwe, bijzonder lezenswaardige boek ‘Wie zijn religie verlaat, dood hem’ van ex-moslims in België.

Toch, zeg ik voor alle duidelijkheid, verdienen oprechte pogingen tot fundamentele hervorming onze steun. Door echter niet onder ogen te willen zien dat de islam uit ettelijke problematische leerstellingen bestaat die zouden moeten worden hervormd dan wel opgeheven, laat Erik Bruyland zulke moedige en oprechte hervormers — die ik in mijn boek rijkelijk aan bod laat komen — in de steek.

‘Islamitische Staat is in niets strijdig met de islam’

Gemakshalve negeert de heer Bruyland mijn verwijzing naar islamoloog en arabist Halim El Madkouri die overtuigend, mét verwijzingen naar islamitische leerstellingen, heeft aangetoond dat  ‘Islamitische Staat in niets strijdig is met de islam’; het enige wat Bruyland, zonder enige onderbouwing, betoogt is: ‘Islam gelijkstellen met ‘jihad-terreur’ is vergelijkbaar met ‘Vlaams nationalisme = nazisme’.’ Tja. 

Ook wil Erik — ‘Ik ga hier niet verder uitweiden over Al-Azhar’ — Bruyland niet meer ingaan op de uitgebreide passage waarin ik aantoon hoe islamfundamentalistisch en dus intolerant het door hem kritiekloos aangehaalde Al-Azhar-instituut is. Ik begrijp dat wel, want Bruyland zou dan moeten gaan beweren dat zelfs het ‘Vaticaan van het Soennisme’, zoals hij Al-Azhar terecht noemt, niet de ‘ware islam’ belijdt, wat uiteraard potsierlijk zou zijn.

Onderscheid tussen de islam en moslims

Bruyland beweert het ‘volmondig’ eens te zijn met de door mij geciteerde Indonesische islamgeestelijke Yahya Cholil Staquf en schrijft: ‘Juist is ook “dat de orthodoxe islamitische traditie” — maar nogmaals, in Indonesië is dat geen “traditie” — over het wereldomvattende kalifaat en de sharia conflicteert met de seculiere natiestaten en de democratische rechtsstaat.’

Opnieuw maakt Bruyland dezelfde denkfout: omdat de (orthodoxe) islam in Indonesië geen traditie is en er talloze Indonesiërs zijn die ‘een dagelijkse strijd aangaan’ tegen sharia en kalifaat, zou ik niet mogen zeggen of kan het niet kloppen dat de traditionele, ware islam gestoeld is op intolerantie? Bruyland lijkt helaas, zoals vele mensen, het fundamentele onderscheid niet te begrijpen tussen enerzijds kritiek op of een afkeer van een leer of ideologie en zijn fundamenten, en anderzijds kritiek op of een afkeer van de vele (zelfverklaarde) aanhangers, die vrij divers zijn in hun opvattingen en persoonlijke beleving ervan. Bepaalde van de islamitische leer/bronnen afwijkende stromingen doen hier niets van af.

In dat verband zegt ex-moslima Yasmine Mohammed: ‘Soms heb ik medelijden met aardige en fatsoenlijke moslims die hun religie niet kennen. Wanneer ze erachter komen wat de Koran en de Hadith eigenlijk zegt, zijn ze echt geschokt. Onwetendheid is echter geen excuus. Lees je heilige boek. Dat is het minste wat je kunt doen voordat je je leven wijdt aan het volgen ervan.’

De ongelovige is harby

Bruyland betrekt bij de islamiseringsgolf in Indonesië de financiële crisis van 1997, met ‘de corruptie en crony-(maatjes-)kapitalisme’. Het doet mij denken aan wat de beroemde antikapitalist Karl Marx over de islam stelde: ‘De koran en de op hem stoelende islamitische wetgeving reduceren geografie en etnografie van de verschillende volkeren tot de eenvoudige en gemakkelijke tweedeling in gelovigen en ongelovigen. De ongelovige is ‘harby’, dat wil zeggen de vijand. De islam veroordeelt de natie van de ongelovigen en creëert een toestand van permanente vijandigheid tussen moslims en ongelovigen.’ Misschien bevat de Koran volgens Bruyland niet ‘de ware islam’ (of heeft hij de Koran niet gelezen)?

‘Politieke islam’ = pleonasme

Tot slot citeert Bruyland de filosoof Michel Onfray: ‘Wanneer de islam politiek wordt, is de catastrofe niet ver weg’ (Penser l’Islam). Onfray heeft de islam slecht bestudeerd. De Algerijnse journalist en auteur Hamid Zanaz stelt immers terecht dat ‘politieke islam’ een ‘flagrant pleonasme’ is ‘omdat de islam in de eerste plaats politiek is’. Onze welbekende maar helaas overleden arabist Urbain Vermeulen heeft ons geleerd dat de islam veel meer wet en recht is dan religie. De islam wórdt dus niet politiek, zoals Bruyland zo graag wil volhouden, de islam ís politiek. Dat legt ook de Franse juriste en arabiste Anne-Marie Delcambre goed uit: ‘De islam is tegelijk geloof, wet en recht,’ zegt ze, maar haar boeiende uiteenzetting wordt eveneens door Bruyland genegeerd.

Vals intentieproces

De heer Bruyland zegt dat hij hoopt dat ik hem zijn ‘weerwoord niet kwalijk zal nemen’. Ik doe dat echter wel, omdat hij, net zoals de leden van het politiek correcte establishment, over mij een vals intentieproces maakt. Het venijn zit in de staart van zijn stuk, waar hij schrijft dat ik, door de islam fundamenteel te bekritiseren, ‘polariserend aan politiek wil doen’.

En ik was zelf nog zo fatsoenlijk gebleven door niet op de man maar op de bal te spelen. Terwijl ik over Erik Bruyland evengoed een intentieproces had kunnen maken, door bijvoorbeeld te beweren dat hij ‘de ware islam’ wil vrijpleiten als gevolg van zijn familiale banden, omdat hij samen met zijn kleindochter koste wat het kost wil blijven geloven dat ze een (goede) moslima is. Terwijl ze dat, met haar kafir-gedrag, volgens de islamitische leer/bronnen niet is.

Geïslamiseerde wijken

Vandaag reeds bestaan ook in West-Europa geïslamiseerde wijken waar vrouwen zijn verbannen uit het straatbeeld en waar schaarsgeklede vrouwen en herkenbare Joden en homoseksuelen maar best wegblijven (cfr. Johan Leman). Als er iets kwetst en polariseert, dan is het wel de islamitische importcultuur op ons grondgebied; als er iemand kwetst en polariseert, dan zijn het wel de moslims die de achterlijke en ronduit vijandige islamitische visie op vrouwen, Joden, homoseksuelen, afvalligen, democratie, vrijheid van meningsuiting en scheiding tussen kerk en staat omarmen en in de praktijk (willen) brengen.

Het is de islamitische leer vervat in de islamitische bronnen die de wereld structureel opdeelt in ‘goed’ (moslims, ‘dar al-islam’) en ‘slecht’ (niet-moslims, ‘dar al-harb’). Wie dát niet onder ogen wil zien laat, naast de vele niet-islamitische minderheden, niet alleen de (potentiële) ex-moslims en oprechte islamhervormers in de steek, maar ook de talloze zelfverklaarde ‘moslims’ die hun eigen ‘religie’ niet kennen of het kwaad dat er de kern van uitmaakt niet onder ogen willen zien.

Sam van Rooy

Sam van Rooy (1985) is ingenieur bouwkunde (MSc.), auteur van enkele boeken over islam en de Europese Unie en publicist. Hij is Vlaams Parlementslid, Antwerps gemeenteraadslid en Antwerps woordvoerder voor het Vlaams Belang.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sam van Rooy?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans