Buitenland, Cultuur
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Jaap Steyn

Nieuwe taalstrijd in Zuid-Afrika

Opinie

Een belangrijke reden voor onvrede en ongenoegen onder Afrikaanstaligen in Zuid-Afrika, is de behandeling van de Afrikaanse taal door het huidige bewind onder het African National Congress (ANC). Tegenwoordig is Engels de officiële taal terwijl Afrikaans, wat voorheen dezelfde status genoot, voortdurend wordt benadeeld.

Dit dwingt Afrikaners tot een nieuwe taalstrijd (taalactivisme), welke tot dusverre voornamelijk tot uiting kwam door middel van juridische geschillen en de oprichting van instellingen voor het in stand proberen te houden van de Afrikaanse taal.

Volgens de census in 2011, sprak 6,85 miljoen Zuid-Afrikanen (13,5% van de ongeveer 51 miljoen tellende Zuid-Afrikaanse bevolking) Afrikaans binnenshuis. De grootste taalgroepen zijn isiZulu (ongeveer 11,6 miljoen goed voor 22,7%) en isiXhosa (ongeveer 8 miljoen, 16%). Engels staat als vierde op de ranglijst, deze wordt door 4,9 miljoen Zuid-Afrikanen (9,6%) binnenshuis gesproken.

Taal is al twee eeuwen lang een belangrijke politieke factor in Zuid-Afrika. In de 19e eeuw waren De Kaap en Natal Britse kolonies waar Engels de officiële en onderwijs taal was. In de Afrikaner republieken (ook bekend als de Boerenrepubliek, de Zuid-Afrikaanse republiek of Transvaal en de Oranjevrijstaat) was Hollands de officiële en onderwijstaal. In werkelijkheid was Nederlands in deze republieken de officiële schrijftaal terwijl beide talen werden gedoogd als voertaal in de officiële instellingen zoals de volksraad, overheidsinstanties en scholen. Ook de Engelse scholen in de ZAR ontvingen staatsubsidies gedurende deze tijd.

Na de Anglo-Boerenoorlog (1899-1902) en de verovering van de twee republieken door de Britten, werd Engels de officiële taal. Hierdoor ontstond een hevige taalstrijd, die voornamelijk plaatsvond in het onderwijs. Ondanks de armoede, een resultaat van de verwoestende oorlog, werden er Afrikaanse privéscholen opgericht om er voor te zorgen dat Hollands een voertaal bleef. Dit werd voor een deel mogelijk gemaakt door middel van gelden afkomstig uit Nederland en Vlaanderen. De Vlaamse Beweging is decennia lang een inspriatie geweest voor de Afrikaanse taalstrijders. Een bericht in Het Westen (31 oktober 1913) begint bijvoorbeeld als volgt: ‘Er valt voor Afrikaners heel wat te leren uit de strijd die hun Vlaamse stamverwanten te voeren hebben tegen onwil van tegenstanders en onverschilligheid onder de Vlamingen zelf.’

Dutch: Nederlands en Afrikaans

In 1910 werden de vier Britse kolonies verenigd onder de Unie van Suid-Afrika. De taalstrijdende politici van de voormalig Oranjevrijstaat waren alleen bereid toe te treden tot de Unie indien de taalrechten van de Afrikaners hersteld werden. Het is om deze reden dat zowel Engels als Hollands officiële talen zijn geworden. De taalstijders verkozen Hollands als vertaling van Dutch, de naam waartoe de makers van de nieuwe constitutie hebben besloten om de oude overkoepelende term voor Nederlands en Afrikaans te behouden. Na enkele jaren kreeg het Afrikaans de overhand. Dit leidde in 1925 tot de aanname van een wet waarin de status van het Afrikaans als officiële taal werd erkend.

In de daarop volgende decennia is het Afrikaans gegroeid tot universiteits- en vaktaal op verschillende vlakken. Afrikaans ontwikkelde zich ook tot volwaardige literaire taal. In 1948 overhandigde de Rijksunversiteit van Utrecht de Afrikaanse dichter N.P. van Wyk Louw een eredoctoraat om de belangstelling en grote waardering vanuit de Nederlandse wetenschap voor de ontwikkeling van de jonge Afrikaanse schrijvers en dichters te uiten. Louw stond daar symbool voor.

In het ‘oude Zuid Afrika’ domineerden het Afrikaans en het Engels de talen van de zwarte bevolking. De apartheidsregering heeft daarentegen veel aandacht besteed aan het bevorderen van de talen van de zwarte bevolking binnen het lager onderwijs, op de radio, televisie en administratie van de zogenaamde thuislanden. De onderwijstaal binnen middelbare scholen was echter wel vaak het Engels. Een poging in de jaren ’70 om zowel Afrikaans als Engels binnen zwarte middelbare scholen als onderwijstaal in te stellen, leidde tot geweldadige opstanden. De zwarte bevolking gaf uitsluitend voorkeur aan Engels als onderwijstaal en deze eis werd binnen enkele maanden ingewilligd.

De voorkeur voor Engels heeft een belangrijke rol gespeeld in de onderhandelingen voorafgaand aan de transitie naar het ‘nieuwe Zuid Afrika’. Dit sloot goed aan bij de voorkeur van andere Afrikaanse landen in transitiefase.

Afrikaanse landen zijn veelal een creatie van kunstmatig getrokken staatsgrenzen door voormalige koloniale machten. Op het moment dat deze landen onafhankelijkheid verkregen, bleek er een sterkte behoefte om de bestaande staatsgrenzen te behouden. Om de transitie van kolonie naar onafhankelijkheid goed te laten verlopen, moest men vermijden dat de bevolking zich zou verdelen, omdat stam- en ethnische tegenstellingen makkelijk tot grootschalige instabiliteit kunnen leiden.

De keuze om een inheemse taal als officiële landelijke taal in te stellen zou het voortbestaan van deze naties kunnen bedreigen. Engels en overige koloniale talen dienden als neutrale natiebouwende factoren binnen de overheid, het leger en de politie.

ANC kiest voor Engels

Voor Afrikaners was het instellen van Engels als enige officiële taal in Zuid Afrika onaanvaardbaar. Het ANC verzette zich echter tegen het behoud van Afrikaans en Engels als nationale officiële talen terwijl de overige talen uitsluitend regionaal erkenning zouden verkrijgen. Als ‘compromis’ heeft het ANC elf officiële landelijke talen voorgesteld. Bij de onderhandelingen werd het standpunt van strijders voor het behoud van het Afrikaans genegeerd. Zij vreesden dat de erkenning van elf nationale talen in de praktijk uiteindelijk tot Engels als enige officiële taal zou leiden.

Door dit besluit tot elf officiële talen zou het ANC haar doel (Engels als enige officiële taal) via een omweg bereiken. Afrikaans is vanaf het begin af aan op alle mogelijke manieren naar de achtergrond geschoven. In eerste instantie is dit begonnen via de televisiekanalen van de overheid. De zendtijd en verscheidenheid aan programma’s in het Afrikaans is drastisch ingekort. Een officiële organisatie, Media Monitoring Afrika, stelde in 2012 vast dat 76% van alle uitzendingen op de staatstelevisie in het Engels was, 6% in Afrikaans en 5% in Zulu met de rest van de overige talen minder dan 5%.

Door het beleid van positieve discriminatie (in het Afrikaans: regstellende aksie) zijn tienduizenden mensen die geen Afrikaans spreken in dienst getreden van de staat en de private sector. De verzwakking van het Afrikaner-nationalisme – wat gebaseerd was op gelijke waarde en behandeling van Afrikaans en Engels – heeft ook bijgedragen aan de verengelsing. Een aanzienlijk percentage van de Afrikaanstalige bevolking beschouwen de verdwijning van de Afrikaanse taal als onvermijdelijk.

Afrikaans wordt nog steeds gehandhaafd als onderwijstaal in een aantal zeer goede openbare scholen in Zuid Afrika, hoewel de druk van de autoriteiten er vaak toe leidt dat de scholen ook Engels aannemen als voer- en onderwijstaal. Dat draagt ook bij aan de verdwijning van het Afrikaans.

Op alle instellingen voor beroepsonderwijs in Zuid-Afrika is de onderwijstaal al Engels. Ten aanzien van ander (hoger) beroepsonderwijs, instellingen en universiteiten heeft de ANC bepaald dat er van niet-Afrikaanstalige studenten niet verwacht mag worden om in het Afrikaans te studeren aan universiteiten die in het verleden Afrikaans waren. Het gevolg hiervan is dat opleidingen uitsluitend in het Engels aangeboden worden, of in beide talen.

De Zuid-Afrikaanse voertaal is Engels. Een internationaal gerespecteerd geleerde in taalwetenschappen, Dr. Fernand de Varennes, was tijdens zijn bezoek aan Zuid-Afrika verbaasd over het ontbreken van Afrikaans, met name met betrekking tot de verkeersborden: ‘Het feit dat het merendeel van de verkeerdborden in het Engels is, geeft duidelijk aan welke taal domineert’. Verscheidene bekende plaatsnamen veranderen en al jaren is er een talenstrijd gaande om Pretoria te wijzigen in ‘Tshwane’.

Verzet tegen verengelsing wordt met name gevoerd door rechtzaken tegen de onderwijsautoriteiten die het taalbeleid van Afrikaanse scholen willen veranderen. Een aantal van deze zaken zijn tot nu toe gewonnen. De nieuwe taalstrijd wordt bijgestaan door de oprichting van een Afrikaans televisiekanaal, dat helaas slechts door het welgestelde deel van de bevolking ontvangen kan worden. De belangrijkste speler van de nieuwe beweging is de overwegend Afrikaanse vakbond ‘Solidariteit’. De bond heeft verschillende projecten aangepakt om Afrikaans als voertaal te behouden in het onderwijs, beroepsonderwijs en universiteiten en op de werkplek.

Waar de overheid geen zeggenschap heeft, floreert de Afrikaanse cultuur: in de schrijfkunst, muziek en andere vormen van vermaak, zoals kunstfestivals. De afgelopen decennia heeft ook saamhorigheid met zich mee gebracht tussen blanke en niet-blanke Afrikaanstaligen.

Dr. Jaap Steyn is een cultuurhistoricus en oud-professor aan de Universiteit van de Oranje-Vrystaat, Zuid-Afrika. Hij is de schrijver van ‘Ons gaan ’n taal maak…Afrikaans sedert die Patriot-jare’, dat zal verschijnen in 2014 bij Kraal-Uitgewers.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans