fbpx


Buitenland

Nobelitis

Wat er zoal kan mislopen bij het uitreiken van Nobelprijzen en daarna…



De herfst is gekomen en dan regent het Nobelprijzen. Die officieel natuurlijk niet gewonnen worden, al spreken we over winnaars – maar toegekend. En kandidaten kunnen voorgedragen worden. Zoals Pipi Groenkous uit Zweden: al driemaal voorgedragen, in 2019, 2020 én 2021. Waarschijnlijk net zo lang tot ze hem krijgt. Is er dan een Nobelprijs voor spijbelen, driftbuien en bangmakerij? Ja, die voor de vrede.

Garantie

Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie was dit jaar voorgedragen – de club die op verzoek van China de pandemie enige tijd onder de pet hield. De WHO zou de prijs verdienen wegens ‘haar strijd tegen corona’…

De Nobelprijs voor de vrede ging naar twee relatief onbekende journalisten uit Rusland en de Filippijnen Ze deden goed werk en toonden zich onverschrokken. Deze prijzen zijn wel zoals standaard voor het Nobelcomité politiek uiterst correct. Men neemt liever geen risico met dissidenten uit China of Hongkong, of bijvoorbeeld met activiste Masih Alinejad uit Iran. Laatstgenoemde verdient de prijs als geen ander door haar onvermoeibare en niet aflatende éénmansstrijd (éénvrouwsstrijd?) tegen het regime in Iran. En tegen de onderdrukking van Iraanse en inmiddels ook Afghaanse vrouwen. De ayatollahs houden haar broer al jaren in de gevangenis, niet omdat hij iets heeft gedaan maar omdat ze niet bij haar kunnen: ze zit in Amerika. Wat ze overigens wel probeerden: onlangs bleek dat het regime haar in New York wilde laten ontvoeren…

Een Nobelprijs is een aardige garantie dat ze je met rust laten. Maar eerlijk is eerlijk, de twee laureaten van dit jaar kunnen zo’n garantie ook goed gebruiken, gezien de bedenkelijke reputatie van zowel het staatshoofd van Rusland als dat van de Filippijnen…

Moordaanslag

Deze garantie werkte niet voor de Egyptische dichter Nagieb Mahfouz, die als eerste Arabische schrijver de literatuurprijs kreeg in 1988. Zes jaar later overleefde hij ternauwernood een moordaanslag door moslimextremisten. Hij raakte gehandicapt en kon nooit meer een woord schrijven… Het zal wel toeval zijn, maar deze aanslag werd precies gepleegd in het jaar dat Palestijnse leider Yasser Arafat de enige andere Egyptische laureaat werd: 1994.

Hij kreeg de vredesprijs voor een vrede die hij totaal niet wilde en die niet eens bestond. Het briljante concept dat hij samen met de KGB had bedacht voor de Arabische bewoners van het mandaatgebied Palestina: ‘het Palestijnse volk’ zou eerder een Nobelprijs waard zijn geweest – maar zeker niet die voor de vrede.

President Obama kreeg de Nobelvredesprijs in 2009, goedbeschouwd voor helemaal niks. In misschien wel de vaagste toekenningsspeech ooit sprak het Nobelcomité over Obama’s inspanningen voor een ‘nieuw klimaat’ in internationale betrekkingen en zijn ‘handreiking aan de Moslimwereld’.

Eén van de grootste missers van genoemd comité dateert uitgerekend van 1918, toen de chemieprijs werd uitgereikt aan de Duitse uitvinder van chlorine gas, een effectief gifgas. Professor Fritz Haber was in 1915 persoonlijk naar de loopgraven bij Ieper getogen om erbij te zijn toen zijn uitvinding voor het eerst in praktijk werd gebracht. Hij kon tevreden zijn: er crepeerden aan de overkant 5000 Franse en Algerijnse soldaten.

Lobotomie

Minstens zo eigenaardig maar wel iets begrijpelijker was de Nobelprijs Fysiologie en Geneeskunde in 1949, voor het uitvinden van de lobotomie. De Portugees Antonio Egas Moniz was de gelukkige. Hij boorde toen al zes jaar lang gaatjes in schedels van psychiatrische patiënten, om met ijzerdraad naar binnen te gaan en bepaalde verbindingen tussen hersenkwabben door te snijden. Zeg maar zoals uw kaasboer zachte blauwe kaas afsnijdt. Het idee was dat lobotomie stoornissen als depressie en schizofrenie kon genezen.

Moniz claimde succes en kreeg de Nobelprijs letterlijk voor het ontdekken van ‘het therapeutische effect van lobotomie’. Het comité nam blijkbaar voor zoete koek aan dat dit effect bestond. In de gebruikelijke lofzang bij de uitreiking werd zijn vondst beschreven als ‘één van de belangrijkste ontdekkingen in de psychiatrische geneeskunde’. Professor Moniz placht zelf te spreken over een ‘zeer gedurfde’ maar ‘altijd veilige’ en ‘efficiënte’ ingreep: patiënten die wild en agressief waren, veranderden in rustige kasplantjes. Voor zover ze er niet het leven bij inschoten.

De lobotomobiel

Portugal moest 50 jaar wachten op een volgende Nobelprijs, en zette Moniz in 1989 toch maar op een bankbiljet, ondanks de toen al wereldwijde twijfel aan zijn geneeswijze. Er bestaat ook een instituut voor hoger onderwijs in de geneeskunde dat naar de laureaat is vernoemd.

De belangrijkste pleitbezorger van lobotomie was overigens niet Egas Moniz, maar de Amerikaanse psychiater Walter J. Freeman. Hij reisde midden vorige eeuw door het land in een omgebouwde camper: de ‘lobotomobiel’, waarin hij zijn eigen versie van de procedure van Moniz uitvoerde. Maar liefst zo’n 3.500 maal. Zijn ingrepen waren dan ook binnen een half uur gepiept. Na verdoving met elektroshocks ging dokter Frankenstein via een oogkas(!) met een scherpe priem de schedel en de hersens in, waarna hij die priem met een hamertje verder naar binnen sloeg. Ondanks zijn goede bedoelingen bracht Freeman zijn slachtoffers – pardon patiënten, onherstelbare schade toe. Hij dacht de ‘emotionele component van de psychische stoornis’ fysiek te kunnen verwijderen…

Pas veel later zou hij toegeven dat lobotomie bij tenminste één op de vier patiënten een chronische lethargie teweegbracht. En bij één op de vijf het licht helemaal uitdeed.

Het verhaal van Freeman’s eerste patiënt, de 29-jarige huisvrouw Ellen Ionesco, maakt overigens wel iets aannemelijker waarom lobotomie zo populair was. Zeker gezien de totale afwezigheid van psychofarmaca in die tijd. Mevrouw Ionesco was al jaren ‘zeer ernstig depressief en onhoudbaar suïcidaal’. In 1946 nam de dokter haar onder handen; officieel de eerste keer dat hij de procedure uitvoerde. Ze veranderde als een blad aan de boom. Volgens haar dochter was ze meteen helemaal rustig, en is ze dat altijd gebleven, tot ze op hoge leeftijd stierf in een verzorgingshuis.

De zus van JFK

Rosemary Kennedy – zuster van JFK – had minder geluk: haar lobotomie op 23-jarige leeftijd verliep desastreus. Ze werd infantiel, moest in een rolstoel en kon geen normaal woord meer uitbrengen. Mevrouw Kennedy bracht de rest van haar leven in psychiatrische inrichtingen door en stierf op 86-jarige leeftijd.

Een ander fenomeen van de Nobelprijs is dat verschillende laureaten ná hun prijs de weg kwijtraakten. Wat mij vooral intrigeert, is dat bijvoorbeeld in het brein van niemand minder dan de ontdekker van het elektron op zeker moment kortsluiting plaatsvond. De Britse natuurkundige Joseph Thomson Lang, laureaat in 1906, ging later geloven in de effectiviteit van wichelroedes en andere paranormale fenomenen. Ook de Fransman Charles Richet (geneeskunde, 1913) – een baanbrekende immunoloog, besteedde jaren aan de studie van spirituele verschijnselen, met name spoken (‘ectoplasma’). Kwalijker waren zijn geloof in eugenetica en zijn grote minachting voor zwarten. Trekken die hij deelde met verschillende andere Nobelprijswinnaars, waaronder één van de ontdekkers van het DNA, James Watson. Hij kwam bijna 40 jaar na zijn prijs met zeer beledigende nonsens over Afrikanen.

Luc Montagnier

De Franse ontdekker van het Hiv-virus, viroloog Luc Montagnier, zou later beweren dat het DNA van ziekteverwekkende bacteriën radiogolven kon uitzenden. Hij bood de toenmalige paus aan diens ziekte van Parkinson te genezen met gefermenteerde papaya, en hij geloofde in de potsierlijke theorie dat water een geheugen zou hebben…

Weer een andere laureaat, de Amerikaanse biochemicus Kary Mullis, verzette zich juist tegen het feit dat het Hiv-virus AIDS veroorzaakt. Hij zei van een lichtgevende en sprekende wasbeer te hebben vernomen dat dit niet klopte…

Zo kun je nog eindeloos doorgaan. Er is zelfs een naam voor dit fenomeen: Nobelitis.

Op internet omschreven als: ‘het omarmen van vreemde of onwetenschappelijke ideeën door ontvangers van Nobelprijzen, meestal later in hun leven…’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Alexander van der Meer

Amsterdammer, mathematicus, documentairemaker, romanschrijver, chroniqueur.