Actualiteit, Communautair
Bart Maddens en Pol Van Den Driessche
P

‘Nood breekt grondwet’

Bart Maddens en Pol Van Den Driessche vinden het hoog tijd de instellingen aan te passen aan de politieke realiteit



'De politieke crisis sleept aan. Zelfs de benoeming van Koen Geens als ‘koninklijk opdrachthouder’ zou weleens op een sisser kunnen aflopen. Na meer dan 250 dagen spraken we met twee bevoorrechte waarnemers van de ins and outs van de Belgische politiek. Prof. Bart Maddens, politicoloog van de KU Leuven en Doorbraak-medewerker en oud-Wetstraatjournalist en kabinetsmedewerker van Jan Jambon (N-VA) Pol Van Den Driessche laten hun licht schijnen over de Belgische systeemcrisis. Doorbraak: Als we stilstaan bij de aanslepende crisis en…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.

Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

‘De politieke crisis sleept aan. Zelfs de benoeming van Koen Geens als ‘koninklijk opdrachthouder’ zou weleens op een sisser kunnen aflopen. Na meer dan 250 dagen spraken we met twee bevoorrechte waarnemers van de ins and outs van de Belgische politiek. Prof. Bart Maddens, politicoloog van de KU Leuven en Doorbraak-medewerker en oud-Wetstraatjournalist en kabinetsmedewerker van Jan Jambon (N-VA) Pol Van Den Driessche laten hun licht schijnen over de Belgische systeemcrisis.

Doorbraak: Als we stilstaan bij de aanslepende crisis en we kijken naar de politieke crises die er in het verleden zijn geweest, waarin verschilt de huidige crisis van de vorige, of is er geen verschil?

Bart Maddens (BM): ‘Er is een groot verschil. Er is zelfs sprake is van een existentiële crisis. Kan het zo wel verder? Loopt het systeem niet tegen zijn limieten aan? Vroeger waren het de Vlaams-nationalisten die dat zegden. “België werkt niet,” dat is het klassieke discours van de Vlaamse beweging. Maar – en dat is nieuw – nu beamen niet-Vlaams-nationalisten dat. Er zijn veel politicologen, andere dan ik, die dat zeggen. Ik was erg verbaasd als ik vorig najaar zowel Marc Uyttendaele als Vincent De Coorebyter, de directeur van studiecentrum CRISP, normaal een bezadigd man, dat hoorde beamen. Die zegden: “België zit in een existentiële crisis.” En we weten ook dat Uyttendaele pleit voor nieuwe verkiezingen als een soort referendum over het voortbestaan van België.’

Zij beamen misschien wel dat er een existentiële crisis is, maar ze stellen wel dat er niet mag geraakt worden aan de solidariteit.

Pol Van Den Driessche (PVDD): ‘Er zijn een paar dingen die we vroeger niet zo zagen. Alles is begonnen met een opmerkelijke verkiezingsuitslag. De Vlaams-nationale partijen VB en N-VA hebben een eclatant aantal stemmen gehaald, wat in het verleden nooit is gebeurd. Dat levert een bijzondere situatie, dat hebben we gezien met de moeizame Vlaamse regeringsvorming. Twee: zowel zeer Belgischgezinde kringen tot linkse intellectuelen, nochtans niet de roergangers voor meer Vlaamse autonomie, zeggen nu dat we er iets aan moeten doen, want “het” werkt niet meer. Johan Vande Lanotte, Carl Devos en andere intellectuelen ter linkerzijde zeggen nu dat het systeem botst op zijn limieten. Er staat iets fundamenteels te gebeuren.’

Fragmentering

Welk systeem werkt niet meer? Is het de particratie die te ver is doorgedreven, of het fundamentele van België, zitten we in een evolutie naar steeds meer autonomie die we niet meer kunnen keren?

BM: ‘Het zit in het fundamentele van België. We zitten met twee democratieën, twee verschillende partijsystemen, twee verschillende mediacircuits… En dat leidt tot een totaal andere politieke dynamiek. Zoals er een andere dynamiek is in Vlaanderen dan in Nederland of in Duitsland. De twee partijsystemen evolueren elk op hun eigen manier. Er is de splitsing geweest van de klassieke partijen, er zijn nieuwe partijen opgekomen, er is een steeds grotere fragmentering en daardoor wordt het steeds moeilijker om het systeem te hervormen op een normale grondwettelijke manier. Het is haast niet meer mogelijk om tot een tweederde meerderheid te komen.

Zelfs de institutionele partijen van de zesde staatshervorming komen niet meer aan een tweederde meerderheid vandaag. En als we de opiniepeilingen mogen geloven, zal die tendens alleen nog maar sterker worden. Dat is de grote paradox vandaag: door het uiteendrijven van Vlaanderen en Wallonië wordt een systemische hervorming van België urgenter dan ooit. Daarover is iedereen het eens. Tegelijk maakt die fragmentering het moeilijker dan ooit om België op een grondwettelijke manier te hervormen.’

PVDD: ‘Bekijk de kiesresultaten. Vlaanderen heeft rechts gestemd. Wallonië heeft links tot zeer links gestemd. Vroeger waren er nog bruggetjes om in gesprek te gaan en naar oplossingen te zoeken. Dat is nu niet meer. Je merkt dat de klassieke onderhandelingstechnieken niet meer werken. Dat is ook nieuw aan deze crisis. Vroeger zag er altijd wel iemand een oplossing, al had die dan tijd en massage nodig. Maar nu heeft er niemand nog een oplossing. Op moeilijke momenten vonden politici uit christendemocratische en socialistische wel een oplossing, al was dat onder druk van de communautaire partijen. Maar die wogen nooit zo zwaar als vandaag. Ik kijk naar Bart Maddens: de Volksunie (VU) heeft toch nooit meer dan 13-14 procent gehaald?’

BM:’ Het vreemde is wel dat de VU van haar hoogtepunt, van de jaren 70, een grotere partij was dan de gemiddelde traditionele partij vandaag. We hebben nu zo het idee dat de VU maar een klein partijtje was, maar die was groter dan de traditionelen vandaag.’

PVDD: ‘Je kan nu wel zeggen dat de MR en de Open Vld en zeker de sp.a en de PS, goede contacten hebben, maar ook daar is er iets gebroken. Men gaat dan wel naar elkaars familiefeestjes, maar de historici na ons zullen naar deze periode kijken en vaststellen dat er toen iets is veranderd.’

Herfederaliseren

Zijn er nog oplossingen mogelijk? In Noord en Zuid worden verschillende oplossingen naar voor geschoven. Confederalisme tegenover herfederaliseren tot zelfs unitarisme.

BM: ‘Daarmee ben ik het niet eens. De N-VA en het VB hebben elk een duidelijk en coherent plan. Ik heb wel een aantal technische bedenkingen bij de confederalistische blauwdruk van de N-VA, maar je kan niet ontkennen dat dat een coherent verhaal is. Daartegenover staan de unitaristen en belgicisten, maar die hebben helemaal geen coherent plan. Herfederaliseren klinkt goed, maar waarover gaat dat? Ze hebben het dan altijd over de geluidshinder in de rand, dat is zowat het enige concrete voorbeeld. Wat nog? Klimaatbeleid. Maar dat hangt samen met alle andere gewestbevoegdheden: dat gaat samen met mobiliteit, ruimtelijke ordening… Moeten we dat dan allemaal herfederaliseren? Dat wil niemand. Bovendien, als je herfederaliseert, dan til je het conflict op het niveau van de federale regering. De conflicten die er nu zijn tussen Vlaanderen en Wallonië bijvoorbeeld op vlak van klimaat zijn beheersbaar omdat die op niveau zitten van de deelstaten. Als je dat op het niveau tilt van het federale, dan wordt dat een conflict in de federale regering en keer je terug naar de chronische politieke conflicten op federaal niveau.’

PVDD: ‘Er is geen ernstig mens die dat gelooft, niemand gelooft dat de tricolore tandpasta ooit terug in de tube geraakt. Er is niet één bedrijfsleider die het economisch beleid of buitenlandse handel wil terugdraaien. Onderwijs gaan we toch nooit meer tezamen doen?! Die twee, drie fetisjen die ze bovenhalen spelen in op een sentiment om België één te houden. Al is dat dan omdat ze daar voordeel bij hebben. Off the record zeggen ze zelf ook dat ze dat niet geloven.’

Het woord verkiezingen valt steeds vaker. Het risico bestaat dat dat meer zal polariseren. Anderen willen een federale kieskring. Op Doorbraak berekende Herman Matthijs dat en die stelde vast dat vooral de grote Vlaamse partijen daarbij winnen.

BM: ‘Die federale kieskring is nog zo’n fetisj van de belgicisten. Zij willen een federale kieskring van maar 15 zetels. Om te vermijden dat de Vlamingen daarvan zouden profiteren, werken ze met een quotum. Ik ken de exacte verhoudingen niet, maar het aantal Vlaamse zetels zou beperkt worden, zodat de meerderheidsynamiek niet zou spelen. Als je zou zeggen aan Bouchez: goed idee, we keren terug naar het unitaire België. Zij zullen de eersten zijn die zich daartegen zullen verzetten. Want dan zou de Vlaamse meerderheid ten volle kunnen spelen. Al die Waalse bevoegdheden die voor hen zo belangrijk zijn als landbouw en bosbeheer, gaan in handen komen van de Vlaamse meerderheid. En dat gaan zij nooit willen. De Franstaligen zullen zich daar als eersten tegen verzetten.’

Momentum

Volgens Siegfried Bracke zal de werkelijkheid de beste bondgenoot zijn van wie het land verder wil laten evolueren. Staan we nu op dat punt, op dat momentum, van die werkelijkheid?

PVDD: ‘Er is nog een andere boutade, van een overleden politicus, Leo Tindemans: “Als de Vlamingen écht zouden weten wat het hen allemaal kost, de instandhouding van België, dan breekt de revolutie uit.” En wie zou ik zijn om een bezadigd man als Tindemans tegen te spreken? We staan niet op zo’n punt natuurlijk. Alleen is het besef toegenomen langs Vlaamse én Franstalige kant dat er iets aan het gebeuren is. De financieringswet zal in die richting evolueren dat ze minder geld zullen krijgen dan vandaag. Dat verontrust de Franstaligen natuurlijk, zij kunnen ook tellen. Ondanks de stevige injectie van centen van Vlaanderen naar Franstalig België plus vanuit Europa naar Wallonië hen eigenlijk weinig vooruitgang biedt. Dan krijg je zo’n gevoel van “ooit stopt het weleens”.’

Vanaf 2024 zou de financiering worden afgebouwd en uitdrogen tegen 2034…

BM: ‘Dat is een groot misverstand. Ik herinner mij nog dat toen er een akkoord was over de zesde staatshervorming in 2011, de N-VA een gedetailleerde studie publiceerde van die staatshervorming. Een van de conclusies was dat de solidariteit amper zal verminderen. Omdat de basis waarop die solidariteit wordt berekend, sterk wordt uitgebreid. Je hebt eerst een overgangsperiode van 2014 tot 2024 dat het solidariteitsmechanisme bevroren blijft en niet vermindert. Dan heb je nog eens tien jaar tot 2034 dat dat jaarlijks daalt tot op het niveau dat is afgesproken in de zesde staatshervorming. Dat is maar een kleine vermindering.’

PVDD: ‘Ze zijn daar wel bang voor.’

BM: ‘Ze zijn daar wel bang voor, maar ten opzichte van de totale begroting van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap stelt dat niet veel voor. Het is een cliché om te zeggen dat de transfers zullen opdrogen. Die solidariteit is maar een klein deeltje van die transfer. De solidariteit zal blijven bestaan. De grootste transfers verlopen via de sociale zekerheid en de fiscaliteit.’

Terug naar de verkiezingen: ja of neen?

BM: ‘Voor mij is dat een democratische imperatief. Los van alle strategische bedenkingen. Wanneer men na acht maanden informeren – aan onderhandelen is men niet toegekomen – nog nergens staat, is het hoog tijd om de belangrijkste actor in een democratie aan het woord te laten, en dat is de kiezer. Het is een zaak van democratisch fatsoen: het lukt niet om een regering te vormen, nu is het woord opnieuw aan de kiezer. Het is aan de kiezer om in al zijn wijsheid te beslissen wat hij doet, of hij zijn stem nu verandert of niet in vergelijking met vorig jaar.’

Gepruts

Is dit alles nu het gevolg van een van de vorige staatshervormingen? De loodgieterij van JL Dehaene die fouten bevat of dat toen te gemakkelijk heeft afgekocht?

PVDD: ‘Hier wil ik toch even vloeken in de kerk. We zijn in 1970 begonnen met de staatshervormingen. Nu zeggen dat dat allemaal gepruts is… Nog eens: wat er toen is gerealiseerd gebeurde onder druk van een deel van de CVP en van de Volksunie. Er zijn een aantal zaken gebeurd… In 1958 zei Frans Vander Elst [medestichter en voorzitter van de Volksunie – red.] op de tribune van de Kamer dat we naar een federale staat moesten evolueren. Men begon toen te roepen en te schelden, en een hele groep parlementsleden verliet de Kamer. Het was absoluut ondenkbaar toen, maar nu staat in het eerste artikel van de Belgische Grondwet dat België een federale staat is. Alle verhoudingen in acht genomen, met blokkeringen en meerderheden gaat de trein verder.’

‘Dat er heel veel sporen schots en scheef liggen, is juist, en dat sommige dringen dreigen te ontsporen, juist. Maar ik roep niet graag mee dat alles slecht is. We moeten toch erkennen dat de Dehaenes, Schiltzen en Vandenbossches dingen hebben mogelijk gemaakt. Het is nu toch maar zo dat Vlaanderen verdragen kan sluiten en ook sluit. Wat trouwens een unicum is in de wereld, dat een deelstaat dat kan. Dus ja, dat er heel veel fout en slecht loopt en er een grondige schoonmaak moet gebeuren, niet alleen met een kam maar ik denk ook met veel borstels, daar ben ik het wel mee eens.’

BM: ‘Ja, ik kan dat eigenlijk beamen. Ik denk dat we hier allebei een beetje spreken als ex-Volksunie’ers, nietwaar? De erfenis van de Volksunie is nog altijd waardevol en belangrijk. Maar natuurlijk niet vergeten: we spreken hier over een periode van vijftig jaar! De eerste staatshervorming dateert van 1970, nu zijn we vijftig jaar verder. Een staatshervorming moet altijd problemen oplossen die zich op een bepaald moment stellen. Dat heeft inderdaad in een aantal opzichten gewerkt, die vroegere staatshervormingen, maar nu zitten we in een nieuwe situatie waar die verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië extreem groot geworden zijn. En nu moeten we dus opnieuw een institutionele oplossing zoeken om die verschillen en de conflicten die er uit voortvloeien te managen.’

‘Dan denk ik dat we minstens een stap moeten zetten naar écht confederalisme, niet alleen confederalisme in de praktijk, maar ook in de institutionele zin. Dus dat je moet zeggen: “Die federale verkiezingen hebben we eigenlijk niet meer nodig. We verkiezen deelstaatparlementen, deelstaatregeringen die daaruit voortvloeien en die deelstaatregeringen, die vormen dan samen een Belgische, confederale regering met een heel beperkt aantal bevoegdheden.” Ik denk dat dat gewoon een kwestie is van de instellingen aanpassen aan de politieke realiteit.’

PVDD: ‘Nog een voorbeeld. Stel je voor, het CETA-verdrag, een internationaal handelsverdrag, waar wij als Vlaanderen erg pro waren; Wallonië was daartegen. Magnette heeft de boel geblokkeerd. De Canadese premier [het was de minister van Financiën – red.] is hier nog huilend moeten komen vragen: “Alsjeblief, doe er iets aan.” Dat had vroeger tot een regeringscrisis op federaal niveau geleid, want, men zou er nooit uit geraken. Men zou gezegd hebben op de federale ministerraad: “We geraken hier niet uit.” Dit kan nu wel, dus er zijn zaken die goed geëvolueerd zijn, maar… De beweging is niet te stoppen.’

‘Het woord confederalisme heeft voor een aantal mensen een negatieve klank gekregen… we moeten misschien een andere term gebruiken. Ik weet niet welk woord, maar het confederale zal natuurlijk de basis ervan zijn. Ik ben geen specialist, ik ben geen hoogleraar, maar het confederale is: we spreken af wat we nog samen doen, en al de rest doen we alleen. En of je dat nu confederalisme, of welk -isme ook noemt, het zal in die richting moeten gaan.’

BM: ‘Heel veel politici zijn confederalist zonder dat ze het zelf beseffen. Eric Van Rompuy een paar weken geleden op de radio: “Een federale regering moet zeker een meerderheid hebben langs Vlaamse kant.” Ja, oké, dat is een confederalistische redenering. Als je dat zegt, dan neem je afstand van het klassieke federalisme. Dan moet niet elke deelstaat een meerderheid hebben, zoals dat ook het geval was in alle vorige regeringen, al sinds Leterme, dat een regering niet in de twee landsdelen een meerderheid had. Dat is het normale federale, dat vind je ook in andere federale landen. Vanaf het moment dat je zegt: een federale regering moet een meerderheid hebben in Vlaanderen, en ik ben het daar natuurlijk mee eens, maar is dat een confederale regering.’

‘Zelfs Di Rupo heeft zich op een bepaald moment laten ontvallen: “Het zou toch veel gemakkelijker zijn als we een Vlaamse regering vormen en een Waalse regering en die vormen dan samen de federale regering.” Heel juist natuurlijk, maar dat is dan geen federale regering meer, maar een confederale regering. Dat is ook een idee dat vaak opduikt bij journalisten en politicologen: “Waarom voegen we die twee deelregeringen niet gewoon samen tot een confederale regering?” Helemaal akkoord, maar dat kan natuurlijk enkel werken als je ervoor zorgt dat die federale regering niet zo heel veel meer om handen heeft, dat die inderdaad tot een strikt minimum beperkt is.’

Brussel

Wat doe je dan met Brussel?

PVDD: ‘Oeioeioei.’

Een moeilijke vraag?

BM: ‘Ik vind dat eigenlijk niet zo’n moeilijke vraag. Ik vind, om te beginnen, dat het evident is dat de Brusselaars zelf daar een belangrijke vinger in de pap zullen moeten hebben. Je kan niet zeggen: “Wij eisen als Vlamingen zoveel mogelijk autonomie, maar wij ontkennen, wij ontzeggen die autonomie aan de Brusselaars.” Of je dat nu graag hebt of niet, maar sinds de derde staatshervorming, 1989, is er een Brusselse identiteit ontwikkeld. Ik zou dat liever anders gehad hebben; dat er een veel nauwere band was gebleven tussen Brussel en de rest van Vlaanderen, maar je kan die maatschappelijke realiteit niet ontkennen. Net zoals het een maatschappelijke realiteit is dat Vlaanderen en Wallonië steeds verder uit elkaar drijven, is het een maatschappelijke realiteit dat er een Brusselse identiteit is ontstaan. Jammer genoeg, maar je kan ook niet zeggen en zo wat met het vingertje wijzen naar de Brusselaar à la “Je mag je geen Brusselaar voelen, je moet je Vlaming of Waal voelen”. Dat is heel moeilijk.’

Hoe pak je Brussel dan aan in, in een confederaal België?

BM: ‘Dan, voor mij zijn er verschillende scenario’s. Het N-VA-scenario vind ik intellectueel een verdedigbaar scenario en ook een aantrekkelijk scenario, omdat je heel veel keuzevrijheid laat aan die individuele Brusselaars. Ze kunnen voor hun fiscaliteit en sociale zekerheid kiezen tussen het Vlaamse en het Waalse model. Ik heb al een aantal keer gezegd: mocht dat in Brussel worden ingevoerd, ik verhuis naar Brussel, om daarvan te kunnen profiteren. Als ik nu wil profiteren van een aantal Waalse fiscale voordelen die er zouden zijn, dan moet ik wel fysiek naar Wallonië verhuizen. Terwijl de Brusselaars eigenlijk gewoon zouden kunnen zeggen: ik verander van keuze, ik verander gewoon virtueel van het Vlaamse systeem naar het Waalse systeem. Dat is toch fantastisch! Alleen voel je duidelijk dat de Brusselaars dat niet willen, want dat botst op de Brusselse identiteit. Als de Brusselaars dat niet willen, kan je dat niet opdringen vanuit Vlaanderen en Wallonië. Dus ga je moeten denken aan andere scenario’s.’

‘Eén scenario is natuurlijk dat Brussel een volwaardige deelstaat wordt binnen de confederatie. Dat is niet het meest wenselijke scenario. Ik denk dat dat ook financieel heel nadelig zou zijn voor Brussel. Zeker als je dan ook cultuur en onderwijs zou overhevelen naar Brussel en dus de enorme Vlaamse investeringen in cultuur en onderwijs zouden wegvallen.’

‘Een ander scenario is een systeem van, een vorm van co-beheer, co-bestuur voor de grote beleidslijnen. Dus voor alles – het mobiliteitsplan in Brussel, het klimaatbeleid in grote lijnen – dat je dat eigenlijk op confederaal niveau tilt en dat wordt geregeld door Vlamingen en Franstaligen samen, inbegrepen de Brusselaars. En dat dan voor de uitvoering daarvan, de detailwetgeving en de implementatie van het beleid, dat dat de bevoegdheid zou blijven van de Brusselse deelstaat. Dat lijkt mij het meest aantrekkelijke scenario. Ik vind het verkeerd van N-VA dat ze zich zo heeft vastgebeten op die Brusselkeuze. Nogmaals: intellectueel verdedigbaar, maar politiek weinig realistisch. En daardoor is het Brusselmodel van de N-VA uiteindelijk ook heel kwetsbaar.’

PVDD: ‘Uiteraard verdedig ik dat model dat de N-VA naar voor schuift, anderzijds weet ik ook dat mocht het ooit naar een grote hervorming komen, maar dan echt in grote confederale zin, zal het Brusseldossier één van de moeilijkste zijn om uit te geraken. En dan niet de oude slogan “Vlaanderen laat Brussel nooit los”, omdat dat pathetisch klinkt, maar ook uit economische overwegingen zouden we als Vlamingen wel goed betoeterd moeten zijn om de band met Brussel door te knippen. Brussel is in de wereld beter bekend dan België of Vlaanderen. Brussel heeft een imago en dat is dan niet het negatieve dat meneer Trump over Brussel heeft gezegd, maar wel als economisch, politiek, zelfs militair hoofdkwartier. En dat is geen boutade. Je moet ook kijken waar de belastingen worden geïnd, waar de powers zitten. Dus we gaan daar heel erg bij de les moeten zijn, maar dit wordt het moeilijkste kluwen. Brussel zal, zoals steeds, het moeilijkste dossier zijn.’

Grondwet

Meneer Maddens, u zei het eerder al: het zal moeilijk zal worden om binnen het huidig grondwettelijk systeem de grondwet aan te passen met alle blokkeringsmechanismen die er in zitten en alle voorwaarden die opgelegd worden. Is de conclusie dan niet dat we het op een ongrondwettelijke manier moeten doen, zoals Vuye & Wouters voorstellen? Welke mogelijkheden zijn er dan?

BM: ‘Het grote voorbeeld in eigen land is natuurlijk het tot stand komen van België, dat ook op een totaal ongrondwettelijke manier is gebeurd via het laten verkiezen van een Constituante, het Nationaal Congres. Dat zie je ook in veel andere landen: als men de grondwet wil hervormen, dat men een ad hoc Constituante laat verkiezen, die dan gewoon, out of the blue, een nieuwe grondwet schrijft.’

PVDD: ‘In België heeft men twee keer, weliswaar in bijzondere omstandigheden, na heel belangrijke hervormingen de grondwet pas nadien aangepast aan de realiteit. Namelijk de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht – men heeft dat doorgevoerd en nadien heeft men de grondwet aangepast. Als er plots een volkswil is bij de politici, van “dit moeten we zo gaan doen”, dan zal dat gebeuren. En de grondwet, daar zal dan een regeling voor worden getroffen. Trouwens, ze zijn zo creatief in iets te vinden. U herinnert zich toch de spreekwoordelijke institutionele atoombom [in 1991 – red.], toen de Walen zeiden: “Wablief, onze wapenleveringen, daar zullen we zelf over beslissen!” Men heeft toen een comité opgericht, men heeft dingen gedaan die op dat ogenblik grondwettelijk niet geregeld waren. Nu zijn wapenlicenties, wapenuitvoer, geregeld, en dat zijn bevoegdheden van de deelstaten. Ik zou bijna zeggen “waar een wil is, is een weg”. En dan kan het plots nel gaan.’

BM: ‘Ja, we hebben… er zijn zoveel voorbeelden. De abortuswet in 1990 die koning Boudewijn niet wilde tekenen. Ja, dat is ook op een heel ongrondwettelijke manier geregeld.’

PVDD: ‘Ja, de koning had moeten aftreden hé.’ Maar we hebben daar toch een regeling voor gevonden.’

BM: ‘Nood breekt grondwet. Daar komt het op neer. Maar, ik voeg er onmiddellijk aan toe, ik denk dat dat ook maar mogelijk zal worden als de Vlaams-nationalisten – N-VA plus Vlaams Belang – een duidelijke meerderheid hebben in het Vlaams Parlement. Dat zal dan de hefboom zijn om die omslag naar confederalisme te maken en een echte systemische hervorming te realiseren. Het mag ook breder zijn, ik zou graag CD&V daarbij hebben, als CD&V een Vlaamsgezinde koers zou varen en eigenlijk ook terug zou keren naar het confederalisme waar ze in principe zelf ook voorstander van is. Dus als er echt een breed Vlaams front zou ontstaan, een duidelijke meerderheid in het Vlaams Parlement, die zegt “Zo kan het niet verder, met dit België willen we niet verder, we willen echt systemisch hervormen,” dan wordt dat mogelijk. Maar zolang dat niet het geval is, denk ik, dan zal het aanmodderen zijn, dan zal het bric-à-brac zijn en dan zullen we steeds verder wegzinken in het institutionele moeras.’

Pol VDD: ‘Maar er is… je kunt maar hopen dat er beweging is. Je verwijst naar de CD&V, daar is toch altijd nog een belangrijke groep mensen die ook in die richting denkt en ooit was zelfs Luc Vandenbossche…’

Maddens: ‘Van den Brande’

Pol VDD: ‘Nee, Luc Vandenbossche (sp.a) was de eerste die het woord confederalisme gebruikte. In 1988 als ik me niet vergis. 1987-1988. Toen een nieuw begrip. Iedereen dacht “wat zegt die man nu?” Verhofstadt, maar die man heeft al zoveel pirouettes gedraaid, heeft daar ook uitspraken over gedaan, maar dat is natuurlijk al lang vergeten. Er kan natuurlijk, als de druk van de publieke opinie, en dat zal zich dan inderdaad bij verkiezingen moeten uiten, zo nadrukkelijk is, dan kan je dat niet tegenhouden. Dan is dat vertrokken.’

David Geens

David Geens is IT-engineer en bestuurder en investeerder in verschillende vennootschappen. Bij Doorbraak focust hij zich op de audiovisuele activiteiten zoals de podcast en video interviews.