Notre-Dame c’est la France

Net op de dag dat hij een toespraak zou houden waarin hij zijn plannen zou ontvouwen om de onvrede bij veel Fransen weg te nemen, ging ’s lands bekendste kathedraal in de fik. Bekendste, maar daarom niet de mooiste, die staat in Chartres, en waarschijnlijk is die van Reims nog meer beladen met koninklijke geschiedenis. Maar soit.

Macron was er als de kippen bij om met duidelijk ingestudeerde pathos en Latijnse eloquentie te verklaren dat de 800 jaar oude Domkerk uit haar as zal verrijzen. Macron werd rechts geflankeerd door zijn eerste-minister, links door de aartsbisschop van Parijs en in de achtergrond door Ann Hidalgo, de socialistische burgemeester van de hoofdstad. Premiére dame Brigitte stond pas op de derde rij. Na de obligate, maar zeer terechte, lofzang op de honderden brandweerlui die er op gevaar van eigen leven in slaagden de kerkschatten, de façade en de torens te redden, kwam Macron ter zake. Hij richtte zich rechtstreeks, blik in de lens, tot de katholieken in Frankrijk en daarbuiten, en zei dat hij hun pijn om het verlies van hun hoofdkerk, en dat in de Goede Week, deelde. Voor een liberale president van een land waar Kerk en Staat echt gescheiden zijn en delaicitéin steen gebeiteld is, was dat een staaltje van staatsmanskunst, maar vooral politiek zeer handig bekeken. Dan kwam Macron pas goed op dreef. Hij noemde de Notre-Dame ‘onze geschiedenis, onze literatuur, onze fantasie, de plek waar we al onze grote momenten hebben beleefd: onze epidemieën, onze oorlogen, onze bevrijdingen, het epicentrum van ons leven. Ze is het punt van waaruit alle afstanden worden gemeten.’ De Notre-Dame als nationale maatstaf, dus. De toespraak ging verder met het uitspreken van de hoop, ‘die onze fierheid is’, en de plechtige belofte hic et nunc ‘dat we deze kathedraal gaan heropbouwen, allemaal samen, c’est sans doute une part du destin français.’

Miljarden

Dat zal jaren in beslag nemen en miljarden kosten, maar geen nood, er komt een fonds waarin alle Fransen en de rest van de wereld een bijdrage kunnen storten. Dat viel niet in dovemansoren. De as smeulde nog na toen enkele Franse miljardairs bekend maakten dat ze een royale donatie deden. De eersten in de rij waren de families Arnault en Pinault, allebei handelaars in luxegoederen. Ook de Bettencourts van l’Oréal bleven niet achter en alras beschikte het fonds over ettelijke honderden miljoenen euro’s, and rising. Als je weet dat giften aan het nationale fonds voor het patrimonium tot 90% fiscaal aftrekbaar zijn, zal de Franse schatkist de heropbouw grotendeels zelf betalen. Geen twijfel dat de vroeggotische kathedraal binnen de kortste keren als een feniks zal verrijzen, mooier dan ooit tevoren, en beter beschermd tegen brand door de aanwending van de nieuwste preventiemiddelen. Een houten dakgebinte zal het waarschijnlijk niet meer worden, en de zolder zal voorzien worden van compartimenten zoals in de scheepsbouw.

Godsgeschenk

Voor Macron is deze brand een godsgeschenk, al zal hij dat nooit met zoveel woorden zeggen. Aan zijn lichaamstaal was duidelijk te zien dat hij dacht ‘never miss a good crisis’. Eindelijk kan hij alle Fransen verenigen rond een nationaal symbool-in-gevaar. Zoals de Eiffeltoren het symbool is van Parijs, is de Notre-Dame Frankrijk geworden. Op slag zijn de gilets jaunes monddood; wie zich nu nog in een geel hesje durft te tonen, zal worden gebrandmerkt als staatsvijand. Elke politicus droomt van zo’n scenario, zeker Macron, wiens populariteit danig geslonken is. Als een volleerde orator eindigde de president met ‘we zullen de Notre-Dame heropbouwen, want dat is wat de Fransen verwachten, dat is wat onze geschiedenis verdient, dat is onze diepste lotsbestemming. Ik dank u.’ Doek zonder applaus.

Jan Becaus :Jan Becaus (1948) is een voormalig journalist en nieuwsanker van VRT. Van 2014 tot 2019 was hij gecoöpteerd senator voor N-VA.