fbpx


Cultuur

Oeverloos

Geslaagde hommage aan Emile Verhaeren



De herfsttentoonstelling in het Emile Verhaeren Museum in Puurs-Sint-Amands is er een om in te lijsten. Nog tot 29 november 2020 brengen beeldend kunstenaar Guy Leclercq (1940) en dichter-kunstcriticus Roland Jooris (1936) er onder de titel Oeverloos een hommage aan de dichter, toneelauteur, verhalenschrijver en kunstcriticus Emile Verhaeren (1855-1916). Het is bijna onwerkelijk om vast te stellen hoe Verhaeren ruim honderd jaar na zijn dood hedendaagse kunstenaars en dichters blijft inspireren. Maurice Maeterlinck mag dan in 1911 de Nobelprijs voor…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De herfsttentoonstelling in het Emile Verhaeren Museum in Puurs-Sint-Amands is er een om in te lijsten. Nog tot 29 november 2020 brengen beeldend kunstenaar Guy Leclercq (1940) en dichter-kunstcriticus Roland Jooris (1936) er onder de titel Oeverloos een hommage aan de dichter, toneelauteur, verhalenschrijver en kunstcriticus Emile Verhaeren (1855-1916). Het is bijna onwerkelijk om vast te stellen hoe Verhaeren ruim honderd jaar na zijn dood hedendaagse kunstenaars en dichters blijft inspireren. Maurice Maeterlinck mag dan in 1911 de Nobelprijs voor literatuur voor zijn neus weggekaapt hebben, het is Verhaeren en niet Maeterlinck die vandaag nog altijd springlevend is.

Bibliofiele uitgave

De directe aanleiding voor deze tentoonstelling is de bibliofiele uitgave Oeverloos. Hommage aan Emile Verhaeren, een editie van Octave de Achtste, de bibliofiele uitgeverij van Octave Scheire. Scheire brengt al jaren oogstrelende, uiterst verzorgde publicaties uit in veelal erg beperkte oplagen. Vaak zijn ze het resultaat van de samenwerking tussen een beeldend kunstenaar en een dichter die elkaar artistiek en persoonlijk genegen zijn. Alleen dan, zo vindt Scheire, kan er sprake zijn van een ware synergie van tekst en beeld – zijn ideaal als uitgever.

Oeverloos is niet de eerste bibliofiele samenwerking tussen Leclercq en Jooris. Er verschenen al eerder kostbare kunstmappen van beiden, zoals Contrapunt, Tegenover, Hommage aan André du Bouchet en Hommage aan Giorgio Morandi, die alle in de expo te zien zijn. Oeverloos bevat vier gedrukte gedichten van Roland Jooris en vier originele temperaschilderingen van Guy Leclercq. De oplage bedraagt tien Arabisch genummerde exemplaren voor de verkoop en vijf Romeins genummerde exemplaren voor de medewerkers. Voor minder kapitaalkrachtige kunst- en poëzieliefhebbers liet Scheire honderd genummerde facsimile-exemplaren op verkleind formaat (24 bij 18,5 cm) drukken. Alle exemplaren van de bibliofiele uitgave en de facsimile zijn in het colofon gesigneerd door Leclercq en Jooris.

Oeverloos

Emile Verhaeren was een kind van de Schelde. Guy Leclercq (Wichelen) en Roland Jooris (Laarne) wonen en werken in de onmiddellijke nabijheid van de 350 km lange rivier. Dat is een eerste facet van de verwantschap tussen Leclercq en Jooris enerzijds en Verhaeren anderzijds. Toch is het de eerste keer dat Leclercq en Jooris de thema’s van Verhaeren en de stroom centraal stellen in hun werk. De titel ‘Oeverloos’ verwijst daar al naar. Tal van woorden in de vier titelloze gedichten van Jooris eveneens. Zo bijvoorbeeld in het eerste gedicht: ‘bezinken’, ‘weerspiegelingen’, ‘klotsen’, ‘rietkraag’, ‘afgedreven’, ‘water’. Ook in de drie volgende gedichten wemelt het van woorden die naar het water en de rivier verwijzen. Ter illustratie laat ik hierna het tweede gedicht volgen:

 

Het stromen van

langzaamheid

 

het staren

naar wat gedichten

achter bochten vermoeden

 

de diepgang

van lijnen in onpeilbare

gepeinzen

 

oeverloos

 

Het laatste woord van het gedicht, ‘oeverloos’, heb ik stilzwijgend verbeterd. In de facsimile staat ‘oerverloos’. Een zetfout. Of ze ook voorkomt in de bibliofiele uitgave, heb ik niet kunnen nagaan. Vergeeflijk in een roman, maar niet in een plaquette die slechts vier korte gedichten en vier reproducties van schilderijen bevat. Scheire moest zich schamen en Jooris ook: waar dienen zetproeven anders voor?

Lyrische geometrie

Guy Leclercq is een kunstenaar die de ‘lyrische geometrie’ bedrijft in schilderijen en sculpturale werken. In tegenstelling tot geometrisch-abstracte kunstenaars, die de abstractie om de abstractie zelf beoefenen en daarbij gebruikmaken van cirkels, driehoeken, vierkanten en rechthoeken, wil Leclercq wél iets uitdrukken met zijn kunst. Zijn thematiek, om het met de woorden van filosoof en kunstcriticus Willem Elias te zeggen, ‘is de sensualiteit als sfeer tussen lichamen en hun spanningen. Eerder de magie dan de mystiek.’ Voor een duidelijk begrip: onder ‘lichamen’ dient men vormen te verstaan, en onder ‘spanningen’ de manier waarop die vormen zich tot elkaar verhouden.

In zijn werk van pakweg de laatste twintig jaar bedient Leclercq zich vaak van een geometrisch geïnspireerd vormenarsenaal dat doorgaans wordt ondersteund door een rudimentair kleurenpalet van zwarte, grijze en witte tonen, verrijkt met onder meer verschillende tinten blauw en oker. Alleen zijn bij hem de oorspronkelijke geometrische vormen versneden en afgeknot, wat ze ‘menselijker’ en dus lyrischer maakt dan de wiskundige constructies of vooraf bedachte schema’s van de geometrische abstractie. Leclercqs compositievlakken zijn niet egaal of zuiver monochroom, maar opgebouwd met onderlagen waardoor ze licht gaan vibreren. Door hun coloriet alleen al zijn ze een rust voor het oog. Kortom: de menselijke hand, het zoeken en proberen, het spontane en intuïtieve, blijven zeer aanwezig in Leclercqs werk, dat net als de poëzie van Roland Jooris aanzet tot reflectie.

Suggestief

Over naar de vier reproducties van temperaschilderingen – tempera is een verfsoort bestaande uit een emulsie met kleurpigment – in de facsimile van Oeverloos. Hoe verhouden ze zich tot het thema Oeverloos. Hommage aan Emile Verhaeren? Hoewel het om abstracte werken gaat, kan men er met een weinig verbeelding toch verwijzingen naar het water en bij uitbreiding de Schelde in herkennen. In het eerste werk speelt de kleur blauw een belangrijke rol. Het onderste gedeelte van de compositie bestaat uit een balk waarin onder meer enkele grijze vlakken in diverse tonen voorkomen. Die zouden het grijze water van de Schelde kunnen verbeelden. In de grotere, bovenste helft van het werk is onder meer een halve cirkel te zien, met het bolvormige oppervlak naar beneden. De dwarsdoorsnede van een boot?

Het tweede werk – geen van de vier werken heeft een titel – is moeilijker te duiden. Ook hier diverse tinten blauw, naast enkele rechthoeken in grijs en wit en een vijfhoekige vorm waarin een witte uitsparing is aangebracht. Alle vormen zijn over elkaar geschoven. De blikkering van de zon op het water? Het derde werk bestaat voor het merendeel uit een gekantelde rechthoek waarin een kleinere, zwarte rechthoek en enkele horizontale en verticale elementen voorkomen. Het geheel doet nog het meest aan een steiger en meerpalen denken.

Het laatste werk ten slotte toont een bijna vierkante vorm bestaande uit twee zones. De onderste zone is doorsneden met een diagonale lijn. Dat zorgt voor een opdeling in een wit en een zwart gebied. In de bovenste, grijze zone is onder meer een lichtgele cirkel te zien. De zon boven een dijk? Vele vragen, weinig of geen elementen die definitief uitsluitsel geven. De lyrisch-geometrische temperaschilderingen van Guy Leclercq zijn al even suggestief als Jooris’ gedichten.

Naaktstudies

Aan de gedichten en temperaschilderingen in de bibliofiele uitgave en facsimile gaat een fragment van een gedicht van Verhaeren vooraf: ‘Mon corps, / Il fut trempé dans le limon et l’eau; / Mon corps, / Il fut tanné aux vents d’Escaut!’ Het zijn de beginregels van het gedicht ‘Le Bain’ uit Verhaerens bundel Les tendresses premières (1904). In de Nederlandse vertaling van dichter, vertaler en essayist Stefaan van den Bremt luiden ze als volgt: ‘Mijn lijf, / Het werd doordrenkt waar water slib opwelde; / Mijn lijf, / Het werd gelooid in wind rondom de Schelde!’ Ook hier weer een erg storende zetfout: onder de vier versregels staat Verhaerens naam als ‘Verharen’ gespeld!

Verhaeren is een dichter die vaak erg lange, extatische gedichten schreef waarin hij uitroeptekens niet schuwde. Dat is in de bundel Les tendresses premières niet anders. Op dat vlak staat Verhaerens poëtica diametraal tegenover die van Roland Jooris, de dichter bij uitstek van de uitsparing. Jooris is in alle opzichten een dichter die naar de essentie streeft en erg spaarzaam omgaat met woorden. De weinige die na veel schrappen en herschrijven overblijven, zijn pareltjes van spankracht en suggestie. In het boekje De uitgegomde dichter: over Roland Jooris (2007) doet Jooris zijn poëtica als volgt uit de doeken: ‘Door het overtollige weg te schrijven tracht ik het gedicht een grotere geladenheid en zintuiglijkheid te geven. Mijn gedichten zijn eigenlijk naaktstudies. Ze lijken ontkleed in hun talige gestalte. Het zijn afgetrainde lichamen. Hun ascese is hun sensualiteit

Schrijver-over-kunst

Een tweede facet van de verwantschap tussen Leclercq en Jooris enerzijds en Verhaeren anderzijds is dat de dichter en kunstcriticus Verhaeren bevriend was met tal van beeldend kunstenaars, over wie hij ook schreef. Onder hen vooral Belgen en Fransen zoals Théo Van Rysselberghe, James Ensor, Constant Montald, Constantin Meunier, Georges Seurat en Paul Signac. Eerder dan een kunstcriticus pur sang was Verhaeren een schrijver-over-kunst. Zijn tijdgenoten waardeerden hem om de bijzondere manier waarop hij kunst benaderde.

Met een open geest en een ruime blik schreef hij zowel teksten over oude meesters zoals Rembrandt en Rubens als over eigentijdse kunst. Daarbij richtte hij zijn aandacht niet alleen op gevestigde kunstenaars, maar ook op jonge, veelbelovende talenten. Zo was hij een van de eersten die James Ensor steunde en verdedigde toen die verguisd werd.

Progressieve beeldende kunst

De verzamelde teksten over kunst van Verhaeren beslaan niet minder dan duizend pagina’s. Hij schreef voor tal van periodieken zoals La Jeune Belgique en L’Art Moderne. De visionair in hem pleitte vurig voor vernieuwing. Die vond hij in het naturalisme, de sociale kunst, het (neo-)impressionisme en het symbolisme. Meer nog: geen schrijver van zijn generatie in België kende een vergelijkbare interesse voor progressieve beeldende kunst dan Verhaeren. Onvermoeibaar kwam hij op voor de toenmalige avant-garde. Midden de jaren 1890 verminderde zijn activiteit als schrijver-over-kunst; Hij zette zich aan het schrijven van monografische studies over onder anderen Georges Seurat, Fernand Khnopff en James Ensor.

Verhaerens vriendschappen met kunstenaars resulteerden niet zelden in samenwerkingen. Vele van zijn dichtbundels, toneelspelen en verhalenbundels werden geïllustreerd en/of van een frontispice voorzien door kunstenaars als Théo Van Rysselberghe, Odilon Redon en George Minne. In de expo kan de kijker zich verlustigen in een handvol van deze uitgaven, net als in de correspondentie – originele handschriften! – van de schrijver aan beeldend kunstenaars. Een van de opmerkelijkste documenten in het documentaire luik is wel een brief van Verhaeren aan collega-schrijver Emile Zola. De vijftien jaar oudere Zola was net als Verhaeren ook als kunstcriticus actief en net als hij een fervent verdediger van het impressionisme.

De Nieuwe Visie

Ook de dichter en kunstcriticus Roland Jooris was en is bevriend met tal van kunstenaars. Onder hen Roger Raveel – Jooris was van 1999 tot 2005 conservator van het Roger Raveel Museum in Machelen-aan-de-Leie –, Raoul De Keyser, Dan Van Severen, Karel Dierickx, Raphaël Buedts, Amédee Cortier, Etienne Van Doorslaer en Noël Drieghe. Met elk van hen bracht hij één of meerdere bibliofiele mappen uit. Sommigen, zoals Raveel en De Keyser, zorgden eveneens voor de omslagen van enkele van zijn dichtbundels, zoals Een konsumptief landschap (1969) en Laarne (1971). Roland Jooris was ook de kunstcriticus die de term ‘De Nieuwe Visie’ ijkte, een aan de pop art verwante schilderstijl in het Vlaanderen en Nederland van de jaren 1960 en 1970. Roger Raveel vormde er de onbetwiste spilfiguur van, met in zijn zog schilders als Raoul De Keyser, Etienne Elias en Reinier Lucasse.

Jooris gaf niet alleen bibliofiele mappen uit met voornoemde kunstenaars. Hij schreef ook talrijke monografieën, catalogusteksten, essays en artikels over hun werk. Dat geldt met name voor Raveel en De Keyser. Een keuze van zijn teksten over kunst verscheen in 1992 in het boek Geschilderd of Geschreven, een uitgave van Yang, het Gentse literaire tijdschrift waar Jooris jarenlang redacteur van was.

Een vervolg op dit boek kwam in 2009 uit onder de titel Getekend of gedicht.  Het was een speciale aflevering van het eenmanstijdschrift Revolver, een initiatief van de Antwerpse dichter Gerd Segers. Het bevat grotendeels al dan niet bewerkte opstellen of knipsels uit teksten die in de voorgaande jaren in catalogi, bibliofiele uitgaven, plaquettes en tijdschriften verschenen.

Zwevend handschrift

In de expo is de bibliofiele editie Oeverloos te zien in ingelijste vorm, als een beeldverhaal aan de wand. ‘Geschreven woord en gepenseeld beeld naast elkaar opengevouwen, als een zwevend handschrift van dichter en schilder’, om het te zeggen met de woorden van kunsthistorica Anne Adriaens-Pannier in haar inleidende tekst bij de tentoonstelling. Daarnaast zijn er nog een viertal olieverfschilderijen van Leclercq te bewonderen, naast handgeschreven gedichten van Jooris.

Ook enkele geschilderde portretten van Emile Verhaeren door bevriende kunstenaars maken deel uit van de expo. Net als werk van kunstenaars met wie hij bevriend was, zoals Ramah (pseudoniem van de Brusselse kunstenaar Henri Raemaker), die in 1912 vijftien etsen maakte voor de bibliofiele uitgave van Verhaerens dichtbundel Les villages illusoires.

Een expo voor literaire en kunstzinnige fijnproevers.

Praktisch

De expo ‘Guy Leclercq & Roland Jooris – Oeverloos’ is nog te zien tot en met 29 november 2020.
Emile Verhaerenmuseum, Emile Verhaerenstraat 71, 2890 Sint-Amands
T 052 33 08 05
E-mail: [email protected]
Website: www.emileverhaeren.be

Patrick Auwelaert

Patrick Auwelaert (1965) schrijft recensies, artikels en essays over literatuur, muziek, beeldende kunsten en film.