fbpx


Economie, Europa
Johan Van Overtveldt

Onbegrensde solidariteit is geen solidariteit meer

Reeks: Faalt de EU in de coronacrisis?


Europa

Het antwoord op de vraag ‘Faalt Europa?’, hangt af van welke Europese instantie men dezer dagen onder ogen neemt. Ik concentreer me in deze beoordeling vooral op de bijdrage die Europa kan leveren aan de opvang van de dramatische sociaal-economische gevolgen van de coronapandemie. Ik onderscheid er drie: de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Investeringsbank (EIB) en de trojka van politieke instellingen, namelijk de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Voor de eerste twee luidt het de vraag of Europa faalde eerder ‘neen’, voor de trojka vrij ongenuanceerd ‘ja’.

900 miljard

De ECB stelde de afgelopen weken 900 miljard euro aan bijkomende interventies in het vooruitzicht met daarbovenop de belofte nog meer te zullen doen indien nodig. De ECB zal op grote schaal overheidspapier en bedrijfsobligaties opkopen. Gegeven het acute karakter van de diepe economische crisis die in het spoor van de corona-maatregelen vorm krijgt, dringen deze maatregelen zich op.

Deze massale financiering vanwege de ECB moet het voor zowel belangrijke delen van het bedrijfsleven als voor nationale en regionale overheden mogelijk maken om tegen zeer gunstige voorwaarden aan plotse en omvangrijke financiële behoeften te kunnen voldoen. Het is ofwel dit soort van financieringsfaciliteiten, ofwel een herhaling van de Grote Depressie van de jaren 1930. En naar dat laatste kan niemand verlangen.

Tegelijk met deze positieve beoordeling kan echter niet voorbijgegaan worden aan het feit dat het pre-corona-beleid van de ECB veel minder goed was. Frankfurt is te lang na de grote financiële crisis van 2007-2009 blijven kamperen op zeer lage, zelfs negatieve rentevoeten en omvangrijke aankopen van obligaties en aanverwanten (het zogenaamde QE-beleid).

De onbedoelde negatieve neveneffecten van dit continue stimulerende monetaire beleid begonnen zeer zwaar door te wegen. Enkele voorbeelden van die negatieve neveneffecten zijn de aanslag op de spaargelden, de aanmoediging van buitenissige schuldvorming, de neerwaartse druk op de productiviteit en het voortdurend aanblazen van zeepbellen in de financiële markten. Bovendien zou de beleidsruimte die in de pre-corona-periode is opgeofferd nu zeer goed van pas komen. Hoe dan ook zal er na deze acute crisis een ernstige discussie moeten plaatsvinden over de toekomst van de ECB en haar te volgen beleidslijnen.

Treuzelen helpt niet

De Europese Investeringsbank (EIB) deed ook wat ze moest doen in de erg penibele omstandigheden van deze coronapandemie. De EIB-top kwam snel met twee voorstellen die a rato van 2 maal 200 miljard euro de Europese economie zinvol en structureel zouden helpen stutten. Er ging in die plannen veel aandacht naar de problematiek van KMO’s en groeibedrijven, twee groepen van ondernemingen die het dezer dagen extra hard te verduren krijgen. Het eerste pakket van 200 miljard raakte snel goedgekeurd in de politieke cenakels van Europa, de volgende 200 miljard hangen helaas nog in de lucht.

Dit treuzelend gedoe rond prima voorstellen vanwege de EIB brengt ons naadloos bij de trojka van politieke EU-instellingen: de Europese Commissie, de Europese Raad van regeringsleiders en het Europees Parlement. Zeker in vrij extreme crisisomstandigheden, zoals de huidige, ligt het initiatief- en zelfs ook het beslissingsrecht vooral bij de Commissie en de Raad. Als lid van het Europees Parlement kan ik enkel maar vaststellen dat dit Parlement voor een groot stuk buitenspel staat in dit alles. Op het rapport van Commissie én Raad tot op de dag van vandaag prijkt een ondubbelzinnig negatief cijfer.

Eenheidsmarkt op de schop

Het was ontluisterend te moeten vaststellen hoe machteloos de Commissie toekeek hoe bepaalde lidstaten de regels van de eenheidsmarkt aan hun laars lapten als hen dat wat beter uitkwam in hun strijd tegen corona. Het hoog ‘ieder voor zich’-gehalte bij beslissingen rond bijvoorbeeld export van medisch materiaal maakte de bestrijding van de pandemie in bepaalde lidstaten extra penibel.

De aankondiging vanwege de Commissie, bekrachtigd door de Raad, dat lidstaten de budgettaire verplichtingen in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) tijdelijk mogen loslaten, kan in alle ernst niet als een belangrijke en moedige ingreep van deze instanties worden gezien. Geen enkele zichzelf respecterende regering laat vandaag toe dat die Europese regeltjes in de weg zouden komen van het beleid dat nodig is om een sociaal, economisch en maatschappelijk drama te voorkomen. Het afstempelen van een bestaande, niet wijzigbare situatie heeft weinig te maken met moedig en krachtig beleid.

Structurele laksheid van Europa

Hopelijk kan van deze crisis wel gebruik gemaakt worden om de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) te herwerken. Ze moeten niet versoepeld worden, integendeel zelfs. De regels moeten vooral beter en objectiever afdwingbaar zijn dan nu het geval is. Te vaak komen landen in normale economische omstandigheden te goedkoop weg met te geringe inspanningen om de begroting op orde te brengen en te houden.

Ook België is in dat bedje ziek en als gewezen minister van Financiën pleit ik mee schuldig aan dit euvel, de erfenis in acht genomen. Het grootste probleem is evenwel dat grote landen, in het bijzonder Frankrijk en Italië, voortdurend de regels met de voeten treden en er ook nog mee wegkomen. Hun gewicht binnen de Europese machine is zo groot dat niemand het aandurft hen zeer openlijk en op een volgehouden manier de les te lezen. Eén van de gevolgen van deze structurele laksheid is natuurlijk dat dergelijke landen budgettair onmiddellijk op hun tandvlees zitten als er dan een echte crisis als de coronapandemie komt aanwaaien.

De ene solidariteit is de andere niet

De initiatieven om meer middelen ter beschikking te stellen van de lidstaten uit de structuurfondsen (37 miljard), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Maritiem en Visserijfonds en het Solidariteitsfonds zijn verdienstelijk. Maar ze zijn niet van dien aard dat ze pan-Europees nu wezenlijk het verschil gaan maken. Bovendien wordt bij de verdeling van de middelen uit de structuurfondsen onverkort de omslagsleutel van die cohesiefondsen toegepast.

Deze criteria hebben niks te maken met de mate waarin landen en regio’s de impact voelen van de coronacrisis. Dat maakt dat het zwaar getroffen Italië een pak minder middelen zou krijgen dan bijvoorbeeld Polen, een land waar de impact van de crisis op dit moment gering is.  Omwille van diezelfde verdeelsleutel moet Vlaanderen het stellen met enkele schamele miljoenen van die 37 miljard, terwijl het als deelstaat het hardst getroffen is. Uiteraard moeten deze middelen gemobiliseerd worden in de strijd tegen corona. Uiteraard moet er daarbij solidariteit zijn van de meer welvarende landen en regio’s. Maar solidariteit die onbegrensd is, en die niet gestoeld is op feiten, is geen solidariteit meer.

Het zou toch de logica zelve moeten zijn om deze Europese middelen te verdelen op basis van de harde feiten: de noden van patiënten en zorgmedewerkers. Dit gaat over levens, over mensen in nood, over sociale en economische drama’s. Dit is niét het moment om te vervallen in oude, inspiratieloze gewoonten en bestaande rekenmodellen.


Dit is de derde bijdrage in de opiniereeks Faalt Europa?, Europese parlementsleden uit verschillende partijen, beantwoorden daarin die vraag. Lees hier de andere bijdragen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Johan Van Overtveldt

Johan Van Overtveldt (N-VA) Is voormalig Federaal minister van Financiën en huidig Europees Parlementslid.