fbpx


Niet gecategoriseerd
Jacques Claes

Onder

Column van Jacques Claes



Voor onderwijs, onderwijzers en al wat daarmee samenhangt, is het in de kranten en media nooit komkommertijd. De benoeming van Lieven Boeve in de Guimardstraat toonde dit onlangs nog. Terecht overigens: onderwijzen is geen seizoengebonden aangelegenheid. Onderwijs hoort bij het leven als lucht bij een long.

Vanuit zijn eigen gedaante deelt het woord al mee waar het in feite om gaat: wijzen. Er moet tussen mensen, in dit ondermaanse, inderdaad voortdurend gewezen worden. Elk onderwijs is, elk op zijn wijze, een poging om wegwijzer te zijn in de aanlokkelijke, maar ook verraderlijke, soms verstikkende veelheid van paden en wegeltjes die de werkelijkheid biedt.

We zijn er evenwel in deze tijd van ego-cultuur sterk op gebrand om de motiverende kracht te benadrukken die uitgaat van eigen keuzes: we hebben zelf onze eigen weg te kiezen. We moeten dat en bovendien kunnen we dat. Het is voor de hedendaagse mens een hele klus zich ervan te overtuigen dat er in dit tranendal (waar vaak mist hangt) gewezen moet worden. Bovendien dat hij zelf gewezen moet worden.

Overigens: niet alleen gewezen, maar onder-wezen. Onder-wijzen is een interessant woord, zoals trouwens alle Nederlandse werkwoorden met onder. Stuk voor stuk wijzen die op grondigheid, op gedegenheid. Iemand onder-vragen betekent diep en vragend op die persoon ingaan. Niet meteen de prettigste ervaring, vooral voor degene die bestookt wordt.

Onder-zoeken is ook zo’n intens woord. Zoeken op zich is een universele bezigheid. Heeft te maken met het labyrinth dat de wereld blijkbaar is. Onderzoeken is proberen, in een bepaalde aangelegenheid, de onderste (weer ‘onder’) steen boven te halen. Grondvesten met dat soort van stenen kunnen wel diep zitten. Onder-zoeken wordt graven.

Misschien is het ‘diepste’ woord in deze familie onder-nemen. Nemen duidt op een van de meest fundamentele verrichtingen, waar onze handen voor gemaakt zijn. Dingen dienen genomen, en, daarop volgend, vastgenomen te worden. Dat vastnemen mondt vaak uit in vasthouden. Vasthouden (of vasthouden aan) wordt vaak een kramp: pijnlijk voor het ding en ook voor de hand.

Onder-nemen is een ander paar mouwen. De onder-nemer neemt de wereld zo ter hand dat die wereld daar eigenlijk – niet altijd feitelijk – beter van wordt. Hij snuift mogelijkheden waardoor de wereld die hij onder-neemt handzamer, veiliger, betreedbaarder, soms – daarom niet altijd – genietbaarder wordt. Natuurlijk snuift de ondernemer ook gewin, winst heet dat dan. Winst is nodig om te kunnen blijven ondernemen. Winst: moeilijk, soms hatelijk woord, evenwel niet te omzeilen. Maar eigenlijk is, fundamenteel, voor de echte ondernemer ont-wikkeling van de wereld de negotie waar het om gaat.

Tenslotte is onder-wijzen ook een woord uit deze categorie. Natuurlijk heeft iedere onderwijzende zijn vak of zijn deel van een vak, net zoals een architect zijn gebouw en een ingenieur zijn labo of zijn werf heeft. Maar eigenlijk reikt onderwijs dieper en grondiger. Als een onderwijzende een klas binnengaat, dan komt er niet alleen een vak binnen, maar de hele wereld. Zo niet, wordt de onderwijzende vakidioot. Elk vak, of het nu gaat om driehoeksmeting, Latijn of haartooi leent zich om wereld te worden, zelfs om de wereld aanschijn te geven. Elk vak kan en moet uitzicht worden op de structuren, de verhoudingen, de evenwichten en on-evenwichtigen in de wereld, waarin de pupil en onderwijzende ademen.

Natuurlijk betekent dit een hoop meer dan, in en rond een bepaald vak, kennis en weetjes aan te leren, waarmee de pupil later zijn kost kan verdienen. Evident is dit in onderwijs een belangrijk, zelfs vitaal aspect. Beleidsmakers kunnen daar niet omheen. Bovendien leent het leren en kennen van weetjes zich tot vergelijking. Alles wordt dan meetbaar. Doen we trouwens erg graag: meten. Dan blijkt dat de Finnen het iets beter doen dan wij. Of iets minder. ‘Et puis alors?’ Wij: we zijn nog wel goed, maar wij zakken een streepje. Bijna een landenwedstrijd om ‘De slimste mens’. Iedere echt onderwijzende weet, beseft dat het om meer gaat of moet gaan.

Ministers hoeven zich niet onledig te houden met het knutselen aan lesroosters, programma’s en afdelingen. Ministers moeten zich niet bezig houden met de leerlingen. Daar dienen de leraars voor. Waar ministers van onderwijs wel mogen, zelfs hogelijk moeten voor zorgen is de situatie van de leraar. Zorgen dat deze zich goed en veilig voelt, bij voorbeeld door een redelijk en bevorderend benoemingsbeleid, door begeleiding (klassen zijn niet steeds mak), door fatsoenlijke bezoldiging ook. Leraren die goed in hun vel zitten, zijn machtige actoren. Van Camille Huysmans (minister van Onderwijs geweest) is de uitspraak bekend dat elke echte leraar een tiara (driedubbele kroon die de pausen toenmalig nog torsten) draagt: de kroon van zijn vak, de kroon van de taal die hij voert in zijn klas, tenslotte de kroon van zijn visie (of is het ervaring) op de wereld.

Foto: © Reporters

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Jacques Claes