Economie
arbeid onderwijs toekomst
P

Onderwijs en arbeid van de toekomst

Onzekerheid troef, maar hoop alleen is geen strategie



Dat kennis sneller verdampt dan de dauw in de ochtendzomerzon is voor iedereen nu wel helder. Dat legt heel wat druk op jonge mensen als het gaat over welke studiekeuze de ‘beste’ is. Vraag is natuurlijk: ‘beste’ voor wie? Beste voor de werkgevers? Beste voor het kind dat zoekt naar waar zijn of haar hart ligt? Of beste voor de ouders die vooral een diploma willen dat een bepaald bestendig verdienvermogen en/of sociale status oplevert? Of zoals mijn petekind recent…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.

Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Dat kennis sneller verdampt dan de dauw in de ochtendzomerzon is voor iedereen nu wel helder. Dat legt heel wat druk op jonge mensen als het gaat over welke studiekeuze de ‘beste’ is. Vraag is natuurlijk: ‘beste’ voor wie? Beste voor de werkgevers? Beste voor het kind dat zoekt naar waar zijn of haar hart ligt? Of beste voor de ouders die vooral een diploma willen dat een bepaald bestendig verdienvermogen en/of sociale status oplevert? Of zoals mijn petekind recent antwoordde op mijn vraag wat de kinderen in haar klas wilden gaan studeren volgend jaar: ‘arts, ingenieur of advocaat’.

‘Arbeid’ in de toekomst

Er zijn nogal wat hordes die ik eerst even wil en moet nemen. Technologie bundelt menselijke inzichten en ervaring en consolideert die in programma’s, machines en processen met als gevolg dat de arbeid daarna niet meer of minder nodig is. Misschien wel andere arbeid.

In recente tijden kwam daar nog bij dat de factor arbeid verder werd geërodeerd door monetair beleid. De hefboom verschoof naar kapitaal, dat schuldfinanciering wel kan inzetten om welvaart en kapitaalvermeerdering te realiseren, iets wat arbeid minder of feitelijk niet kan. Of zoals de ECB recent nog aangaf: ‘We zien verhoogd risicogedrag [ten gevolge van het ECB monetair beleid, nvda] met bijhorend stabiliteitsrisico’. De toekomst van arbeid is hoogst onzeker, ook van de beter betaalde functies.

Van job-economie naar skill-economie

Ons Europese hoger onderwijslandschap laat zich kenmerken door een vroege vorm van specialisatie. Dit in tegensteling tot het Amerikaanse model waar je eerst door 4 jaar ‘college’ moet. Daarbij kan je zelf via een major/minor wel richting geven. Toch zijn die ‘colleges’ vooral gericht op het breed aanzetten van kennisoverdracht. Universiteiten zijn nooit bedoeld om direct vaardigheden aan te leren voor een bepaald beroep, in tegenstelling tot beroepsonderwijs en hogescholen. Zelfs wie rechten of geneeskunde studeert, dient nadien stage te lopen bij de respectievelijke beroepsgroep.

Steeds meer jobadvertenties vragen naar master-denkniveau en bijhorende ervaring, zonder diploma-specifiek te zijn. Lees: we zoeken bepaalde vaardigheden, zonder dat die diploma-gerelateerd zijn. Maar vaardigheden ontwikkel je niet in een vacuüm Ze positioneren de factor arbeid ook op een gevaarlijk plek.

Ik verklaar me nader: De factor kennis wordt traditioneel uitgedrukt als K= I * EVA waar I staat info, E voor ervaring, V voor vaardigheden, en A voor attitude. Als je pas afstudeert heb je waarschijnlijk veel informatie verwerkt. Het vraagt echter meestal jaren om boven die informatie uit te groeien en zelf bij te dragen aan kennisvorming en bijhorende meerwaarde voor bedrijf of maatschappij. Daarvoor heb je die andere elementen nodig waarvoor geen substituut bestaat. Het vraagt simpelweg tijd. Nu de jobmarkt steeds meer op vaardigheden focust valt de echte ‘kennisopbouw’ stil. Dat proces wordt verder versterkt door een minimale investering in fundamenteel onderzoek door overheid en bedrijfsleven.

Zoals ondernemer Peter Hinssen recent aangaf: ‘… mijn diploma burgerlijk ingenieur elektronica — van 1993 — is behoorlijk beschimmeld’. Vrede vond hij in de gedachte dat hij voldoende wiskunde had gekregen. Daardoor had hij logisch denkvermogen en probleemoplossend vermogen geleerd waarmee hij onbekende uitdagingen aankan.

Hetzelfde verhaal bij een jong afgestuurde ingenieur die bij een van onze wereldbefaamde baggeraars aan de slag gaat. Hij vraagt hoeveel van zijn verworven kennis (op de universiteit) hij zal gebruiken in zijn functie(s) bij de firma. Antwoord van het hoofd Human Resources: ‘Waarschijnlijk helemaal niets’.

Wat moet je jonge mensen aanbevelen?

Bijna dagelijks krijg ik de vraag van jonge mensen. Hoe kunnen ze in deze instabiele puinhoop op een redelijke manier iets kiezen dat zinvol is — en ook een beetje interessant? Zonder aanspraak op enige vorm van ‘volledige waarheid’ bevat mijn antwoord op de ene of de andere manier altijd de volgende elementen.

  1. Kies nooit een richting omdat die je naar een bepaald beroep leidt, tenzij je het diploma expliciet nodig hebt om dat beroep uit te oefenen (architect, ingenieur, dokter, enz.).
  2. Zie de periode aan de universiteit als een periode waarin je aan jezelf kan werken. Denk na welke kennis je nodig hebt om een onbepaalde toekomst aan te kunnen.
  3. Zorg voor een goede belans tussen kwalitatieve en kwantitieve kennis (zowel alfa als beta, wiskunde en filosofie, met eventueel een overwicht van een van beide).
  4. Focus op de denkprocessen en argumentatieleer, minder op het verwerken van informatie. Er zal altijd iemand beter zijn op dat punt. Authentiek met je kennis omgaan is waardevoller dan veel weten.
  5. De focus op informatieverwerking is disproportioneel hoog in ons onderwijs, net zoals de focus op cijfers (te onderscheiden van excellence). Het onderwijsmodel wil alleen maar hoogleraren kweken. Maar succes is geen functie van enkel slim zijn in academische zin — integendeel zou ik bijna durven zeggen — maar een authentieke combinatie van academische intelligentie en street smarts, gecombineerd met de durf om er iets mee te doen voorbij de huidige gebruiksmodus. Kritisch leren denken doe je niet door te denken in lijn met bestaande overtuigingen.
  6. Zorg dat de opgedane kennis je de moed geeft er ook dingen mee te doen die nog niet bestaan of uitgewerkt zijn. Of die je de moed geven straks iets anders te gaan doen dan je in gedachten had. Creativiteit volgens het maya-principe (most advanced yet acceptable) zorgt dat je denkvermogen aansluiting vindt bij de wereld zoals die is en je waarde produceert voor jezelf en de wereld rondom je.
  7. De wereld staat bol van de problemen. Welke kennis denk je nodig te hebben om er één of enkelen van weg te werken?
  8. Ontwikkel perfecte communicatiekwaliteiten, zowel geschreven als gesproken. En liefst in meerdere talen. Met taal beschrijf je niet alleen de wereld, je creëert hem ook. Het opent de deur naar kapitaal, mogelijkheden, enz.
  9. Zorg er voor dat een bepaald diploma geen handicap wordt (en je jezelf beperkingen gaat opleggen). Het is een springplank, gebruik het ook zo.
  10. Maak ruimte voor het begrip dat de wereld niet draait op rationele en geïnformeerde kennis-keuzes. Het merendeel van de wereld draait op irrationele keuzes of compromissen. Slimmer (denken te) zijn is dan niet behulpzaam.
  11. Blijf niet langer aan de universiteit hangen dan nodig, tenzij je hoogleraar wil worden. Verdrink niet in het aanbod aan post-masters van allerlei aard. De universiteit is ook een beetje een bedrijf.
  12. Breng zo veel mogelijk tijd door in de faculteitsbibliotheek. Trek boeken willekeurig uit het rek en lees wat. Doe het dagelijks. Het zal je helpen nieuwe informatie te structureren en een plaats te geven in je bestaande kennisspectrum. En wie weet wat je allemaal tegenkomt. Zelfs ik lees nu nog alle IMF working papers, een gebruik dat ik opbouwde tijdens mijn studententijd.
  13. Misschien wel de belangrijkste: zorg dat je ernstig financieel onderlegd bent tegen dat je afstudeert — en liefst vroeger. Financieel onafhankelijk worden creëert openingen om dingen te doen waar je eerder nooit aan dacht. De meeste jobs leiden echter niet tot financiële onafhankelijkheid. Ze kweken loopbaantunnels doorheen een mensenleven. Realiseer je dat de factor arbeid alleen niet meer zal volstaan in de toekomst en je de factor kapitaal voor je zal moeten laten werken. Dat kan op heel veel manieren. De beste manier is op een voor jou authentieke manier. Het kan de waardecreatie van je arbeid versterken, of een volledig nieuw blik aan waardecreatie voor je openen.

 

Is je auto volgetankt?

Kennis is als brandstof waarmee je je auto voltankt aan de universiteit. Waar je er mee naar toe kart is aan jou. Hoe voller de tank, des te verder je kan rijden. Maar wie enkel op de snelweg of onder de kerktoren blijft, zal niet te veel zien, ongeacht de volle tank. Die wagen is jouw arbeid.

Ik gun je de onbekende vergezichten, de uitdagende parcours en de roadtrips. Zorg er wel voor dat op de achterbank je vriend ‘kapitaal’ zit. Hij kent de weg, maar jij zit aan het stuur. Val je zonder benzine, tankt hij je terug vol. Heb je stukken aan de auto, hij depanneert je. Moet je ergens overnachten, opent hij de deuren. Je hebt hem nodig om je arbeidspotentieel te maximaliseren en je naar financiële onafhankelijkheid te leiden.

Financiële onafhankelijkheid leidt tot allerlei keuzemogelijkheden. Want het hebben van keuze is de ultieme vorm van rendement op je academische inspanning, ongeacht de titel van je diploma.

Luc Nijs

Luc Nijs is de bestuursvoorzitter en CEO van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceerde o.a. ‘Internationale kapitaalmarkten’ en ‘Bedrijfsfinanciering en -waardering’ aan de universiteiten van Leiden, Riga en Madrid. Hij is de auteur van een reeks boeken inzake internationale financiën, kapitaalmarkten, schaduwbankieren en aanverwante onderwerpen.