fbpx


Actualiteit

Onvermoede gevolgen van coronapandemie

Disfuncties in het beleid


staatshervorming

Herman Van Rompuy heeft ooit gezegd: ‘[Alleen] aan de rand van de afgrond, met de rug tegen de muur en het mes op de keel komen belangrijke hervormingen tot stand’. Er zijn de laatste decennia weinig fenomenen gezien, die zoals corona een wereldwijde impact hebben gesorteerd. Daarom noemen we het virus dan ook een ‘pandemie’. Maar wat zie je de laatste dagen gebeuren? De drijvende kracht achter preventieve maatregelen om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen,…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Herman Van Rompuy heeft ooit gezegd: ‘[Alleen] aan de rand van de afgrond, met de rug tegen de muur en het mes op de keel komen belangrijke hervormingen tot stand’.

Er zijn de laatste decennia weinig fenomenen gezien, die zoals corona een wereldwijde impact hebben gesorteerd. Daarom noemen we het virus dan ook een ‘pandemie’. Maar wat zie je de laatste dagen gebeuren? De drijvende kracht achter preventieve maatregelen om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen, moet nu uitgaan van de plaatselijke besturen, zeg maar: de gemeentelijke overheden. Dat lijkt op het eerste gezicht raar.

Onze Franstalige landgenoten pleiten onvermijdelijk om de gezondheidszorg weer tot federale materie te maken om een performant beleid te kunnen opleggen over het hele land. Terwijl het nu duidelijk is geworden dat een effectieve aanpak, zelfs in een periode zoals vandaag, moet rekening houden met plaatselijke gegevenheden, om situationele gegevens in het beleid in te calculeren.

‘Burgemeesters nemen voortouw in strijd tegen tweede golf’

Deze kop bracht De Standaard op haar voorpagina op 23 juli. De federale overheid mag vertellen wat ze wil, al dan niet in slecht Nederlands (respect voor mevrouw Wilmès, die het ervoor over heeft om delicate boodschappen in erg ondankbare omstandigheden te debiteren in een voor haar vreemde taal).

Wat zij allemaal verordent blijkt evenwel moeizaam door te dringen, want de modale burger kijkt eerder naar zijn gemeentebestuur. Dat is logisch, omdat zij het zijn die in de eerste plaats instaan voor het toezicht op de naleving van de richtlijnen en de ordehandhaving, en dat houdt onder meer in de interpretatie of een bepaald gedrag al dan niet deviant is.

Waarom blijft onze Belgische regering dan maar de GEES bijeenroepen en toeteren over de wenselijke gedragsregels? Ik zie maar één verklaring. Alleen de federale regering beschikt over de nodige middelen om een conferentie met beslagen en met gezag beklede (en dus dure) academici samen te trommelen die de ingrijpende maatregelen voor de brede bevolking moeten legitimeren. Zelfs de burgemeester van Antwerpen, omkleed met een groot politiek gezag, kan nooit op zijn eentje maatregelen verordenen die de samenleving ingrijpend verstoren, zonder daarbij steun te krijgen van een Nationale Veiligheidsraad die opereert onder de auspiciën van een federaal gezag.

Voldoende middelen

Is dit een voorafschaduwing van de enige werkbare Belgische constructie voor de toekomst? Het beleidsniveau dat het dichtst bij de burger staat (namelijk de gemeentebesturen, politie- en brandweerdiensten alsmede OCMW’s) moet inzake beleidsaangelegenheden het zwaarste doorwegen.

Maar wanneer het gaat om delicate ingrepen die een belangrijke impact hebben op het dagelijkse bestaan van de burger, en waarvoor de plaatselijke gezagsdragers onvoldoende zwaar wegen of ter zake niet beslagen zijn, moet een hoger beleidsniveau de munitie aanleveren. (In het noorden van ons land naar keuze: Vlaanderen of België). Als zelfs een wereldwijd fenomeen als Covid-19 best wordt bestreden door een schepencollege, dan zijn de consequenties voor onze (in verhouding daarmee pietepeuterige) nationale beleidsuitdagingen snel gevonden…

Dit alles ligt in het verlengde van wat de N-VA wil. De gemeenten moeten groter worden zodat zij voldoende middelen ter beschikking hebben qua mankracht en knowhow om een degelijk beleid te voeren. Ook hier spelen door de verhouding noord-zuid bepaalde concepten een rol. Frankrijk telt nog steeds een onafzienbare hoeveelheid kleine gemeenten, in tegenstelling tot Nederland, waar 20 000 inwoners een benedengrens vormt om als een onafhankelijke gemeente te kunnen functioneren. En het blijft me verwonderen dat geen enkele Franstalige lijkt in te zien hoezeer hun drang naar herfederalisering van bepaalde bevoegdheden door-en-door Frans geïnspireerd is. Deze grijpt terug naar het aloude jacobinisme, de basis van de Franse maatschappijordening waarbij alles via Parijs verloopt en de rest ‘parking’ is (of voor onze zuiderburen: ‘la province’).

Les Jacobins

Laten we, voor een kort historisch overzicht, ons leiden door Wikipedia. De jakobijnen vormden tijdens de Franse Revolutie van 1789 tot 1794 een centralistische, hervormingsgezinde beweging (le jacobinisme), die zich inzette voor meer sociale rechtvaardigheid, volkssoevereiniteit en de ondeelbaarheid van de Franse Republiek. De beweging kreeg haar naam in december 1789 in de Rue Saint-Jacques te Parijs, meer bepaald in het dominicaanse klooster Couvent des Jacobins St Honoré, waarvan de toren nog steeds in centrum Parijs van ver te zien is. Leden van deze ‘Club des Jacobins’ zetelden ook in de Nationale Vergadering, waar ze grotendeels samenvielen met wat de links-radicale ‘montagnards‘ zijn gaan heten.

Ze voelden zich betrokken bij het formuleren van een grondwet en noemden zich daarom Société des amis de la Constitution (grondwetsverdedigers). In 1792 hernoemden ze zich tot Société des Jacobins, amis de la liberté et de l’égalité . Zij liggen aan de basis van het Franse model van staatsorganisatie, waarbij de hoofdstad alles bedisselt. Naar goede gewoonte heeft ons land dat klakkeloos overgenomen. Zo vertonen de spoorwegnetten in ons beider landen hetzelfde patroon. De hoofdstad is telkens de spin in het net. Wanneer je met de trein twee perifeer gelegen steden wil bezoeken, is doorgaans de snelste weg om via de hoofdstad te reizen, hoewel dat neerkomt op een behoorlijke omweg.

Angelsaksische landen zijn daarentegen veel minder centralistisch ingesteld. De relatieve autonomie van Wales en Schotland die hun eigen Keltische taal mochten behouden, is daar een voorbeeld van. Van zo’n autonomie zou bij onze zuiderburen geen sprake zijn. Wie de Elzas bezoekt vindt er uitsluitend opschriften en mededelingen in het Frans, hoewel je quasi de hele bevolking het Elzassisch dialect hoort spreken.

Jean-Luc Dehaene

Wanneer onze Franstalige landgenoten pleiten voor een herfederalisering van bevoegdheden, halen zij de mosterd bij de zuiderburen. Maar de vraag is natuurlijk: is dit de meest efficiënte manier om een nationaal beleid aan te sturen? Wat kan de missie zijn van zo’n centraal bestuur? Diezelfde vraagstelling geldt evenzeer voor de Europese Commissie. Lokale beleidsmaatregelen legitimeren lijkt alvast een belangrijke (de enige?) rol voor dergelijke supranationale beleidsniveaus. We hoeven hiervoor niet ver in het verleden terug te grijpen. In de eerste helft van de jaren 90 was Jean-Luc Dehaene premier van zowat de enige regering ooit die zwaar bezuinigd heeft in ’s lands financiën.

Hij kreeg dit klaar (ondanks zware weerstand vanwege regeringspartner PS en de syndicale organisaties) door zich te verschuilen achter de Europese Commissie, die duidelijk maakte dat de landen die de euro wilden invoeren geen begrotingstekort van boven de 3% mochten laten optekenen. Dehaene hoefde slechts te verwijzen naar deze norm om zijn besparingsplannen te laten accepteren, zelfs door de belangengroepen die doorgaans het verhogen van de uitgaven als hun belangrijkste agendapunt aanvoeren.

Een centraal aangestuurd beleid

Een centraal aangestuurde staatsstructuur kan slechts slagen wanneer ze voldoende autoriteit heeft om de in Brussel genomen beslissingen daadwerkelijk te laten uitvoeren. Immers het implementeren van maatregelen gebeurt steevast door de gedecentraliseerde beleidsorganen. Daarom moet je niet ver zoeken naar de verantwoordelijkheid voor het huidige immobilisme: de weigering van bepaalde delen van het land om federale initiatieven loyaal op te volgen. We geven hiervan enkele recente voorbeelden.

In 1998 voerde Vlaanderen, op basis van een federale consensus, het toelatingsexamen in voor kandidaat-studenten geneeskunde en tandheelkunde. Dit leidde tot een vorm van numerus clausus, ten einde het aantal artsen dat mag afstuderen en een beroepserkenning kan krijgen in dit land te beperken. Een van de belangrijkste argumenten voor deze ingreep luidde: een overconsumptie aan medische handelingen tegen te gaan. De Vlamingen hebben zich daar, tot voor kort, loyaal aan gehouden. Maar de Franstalige Gemeenschap (onder wiens bevoegdheid het Franstalige onderwijs ressorteert): ho maar!

Vlaanderen betaalt

De federatie Wallonië-Brussel (op zichzelf al een illegale benaming die afbreuk doet aan onze wetten op de staatshervorming) bleek een dergelijk toelatingsexamen maar niks te vinden. En dat ook al is het deficit in vele takken van de sociale zekerheid daar te zoeken. Ze koos ervoor om alle gegadigde studenten alvast te laten beginnen aan de opleiding, en dan na drie jaar een selectie te maken van wie door mocht en wie niet. Het resultaat laat zich raden: na uitgebreide studentenprotesten in Franstalig België werd de numerus clausus afgeschaft voor Franstalige aspirant-geneesheren, en dan nog met terugwerkende kracht, waardoor er een einde kwam aan gelijk welke vorm van instroombeperking in het beroep voor Wallonië en Brussel. En Vlaanderen betaalt dat allemaal. Van solidariteit gesproken…

Uit De Tijd van 3 november 2018 leerden we dat Belfius de financiële gegevens van de Brusselse en Waalse ziekenhuizen naast de jaarrekeningen van 51 Vlaamse ziekenhuizen gelegd heeft. Alle Belgische ziekenhuizen samen halen volgens Belfius een winstmarge van 0,2 procent — een erg beperkte rentabiliteit, samen gaat het over nauwelijks 29 miljoen euro. Aangezien de Vlaamse instellingen samen 61 miljoen euro winst maken, gingen de Brusselse en Waalse ziekenhuizen in 2017 samen voor 32 miljoen euro in het rood. Ziekenhuizen kregen de raad samen te werken in regionale verbanden om kosten uit te sparen, en enkele dagen geleden stond in de kranten dat dergelijke schaalvergrotingen alvast voor enkele kankerbehandelingen realiteit zijn. Verdergaande samenwerking werd vooral opgestart in Vlaanderen, onder meer door het afremmen in kleinere ziekenhuizen van complexe ingrepen die veel expertise vergen. In Franstalig België, waar de financiële nood nochtans groter is, is dit amper het geval.

Wanneer Di Rupo nu pleit voor een herfederalisering van de gezondheidszorg omdat de ziekenhuizen van de Franse Gemeenschap verlieslatend zijn, is er maar één reactie mogelijk: ‘eigen schuld, dikke bult’. De oplossing bestaat erin het zuiden van het land te verplichten om zich achter federaal genomen maatregelen te scharen, en in de eerste plaats voor die beleidsaspecten waarin Vlaanderen (royaal èn loyaal) de rekening pleegt te betalen. Maar daar valt niet aan te beginnen zolang de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft.

Vlaanderen drie keer meer getest dan Wallonië’

Het is al meerdere malen op deze webstek naar boven gekomen: de uitbraak van het coronavirus heeft op een pijnlijke manier het onderpresteren van de medische sector in Brussel en Wallonië duidelijk gemaakt. Op 29 juli nog maakte de Waalse krant l’Avenir bekend dat er tussen 10 en 23 juni minder dan 40.000 inwoners getest zijn in Wallonië, tegenover 120.000 mensen in Vlaanderen. ‘Vlaanderen drie keer meer getest dan Wallonië’, kopte de krant. Dit soort boodschappen duikt om de ene of andere reden hoofdzakelijk op in de Franse regionale kranten. Ze moeten er toch één keer toe leiden dat ook onze zuidelijker wonende landgenoten het (relatieve) falen van hun model inzien?

Diezelfde cijfers gelden ook voor de mortaliteit van Covid-19. Het kwam al meerdere malen aan bod op deze website: de sterftecijfers van de personen met corona liggen een stuk hoger in het zuiden van het land dan bij ons. Opvallend genoeg worden de burgers dagelijks begraven onder bergen cijfermateriaal in verband met corona, maar over dit gegeven is men bijzonder discreet… Journalisten die zo graag schermen met fact checks, zijn op dit vlak bijzonder zwijgzaam. Zijn ze beducht om door politiek correcte collega’s en hoofdredacteurs te worden terechtgewezen?

Moraal van het verhaal van dit tweede stukje uit deze bijdrage: incidenten zoals de corona-uitbraak leggen vaak het disfunctioneren bloot van bepaalde structuren.

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is emeritus-gasthoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven