fbpx


Zonder categorie

‘Onverwijld’ en ‘politieke moed’? Niet echt

De les van BHV


Vandaag wordt de splitsing van BHV definitief goedgekeurd in het parlement. Maar er hangt een vreemd sfeertje rond deze ‘historische’ gebeurtenis. De zegebulletins van de traditionele partijen klinken geforceerd. De onverschilligheid is groot. Sommigen verbazen zich over de afwezigheid van uitzinnige vreugdetaferelen bij de flaminganten. Want gaat hun ultieme droom, waar ze vijftig jaar lang voor hebben gevochten, niet eindelijk in vervulling?

Overdreven belang

De waarheid is natuurlijk anders. Om te beginnen klopt het niet dat de splitsing van BHV vijftig jaar lang een topprioriteit was voor de Vlaamse Beweging. Het was eerder een sluimerende kwestie. Dat BHV niet werd gesplitst in het Sint-Michielsakkoord (1992) stuitte nauwelijks op kritiek. In de vijf resoluties van 1999 werd over BHV met geen woord gerept. Het is de paarse kieshervorming van 2002, ingegeven door kortzichtig electoralisme, die dit halfvergeten dossier tot helemaal boven aan de politieke agenda heeft gekatapulteerd. De arresten van het Grondwettelijk Hof van 2003 creëerden een schijnbaar gemakkelijke doelkans voor de Vlaamse Beweging. Vanaf dan was het inderdaad een prioriteit om die bal binnen te trappen.

Maar daarbij werd altijd beklemtoond dat er voor de splitsing geen enkele prijs mocht worden betaald. Zelfs de paarse partijvoorzitters hebben zich daar uitdrukkelijk toe geëngageerd in hun plechtige verklaring van 13 mei 2004. Dit had niets te maken met flamingantisch fundamentalisme. Wel met een besef dat er van de splitsing geen mirakels konden worden verwacht. Het gaat in wezen om een technische wijziging van de kieswetgeving, die een beperkt voordeel oplevert voor de Vlamingen en een beperkt nadeel voor de Franstaligen. Elke prijs die de Vlamingen daarvoor moesten betalen, dreigde het beperkte voordeel ongedaan te maken, zodat de remedie erger zou worden dan de kwaal.

Er is wel degelijk een prijskaartje

En dat is precies wat nu gebeurt. De Vlamingen wilden het territorialiteitsbeginsel versterken. Dat is deels gelukt voor wat betreft de kieskring als dusdanig: de grenzen van de kieskringen vallen voortaan samen met de taalgrens, met uitzondering van de zes faciliteitengemeenten. Maar op tal van andere vlakken wordt het territorialiteitsbeginsel ondergraven.

De rechtbanken in BHV worden helemaal niet gesplitst. Het parket wel, maar daar wordt het principe van de etnische rechtsbedeling ingevoerd: er komen aparte Franstalige parketmagistraten in Halle-Vilvoorde, onder hiërarchisch gezag van de (verplicht Franstalige) Brusselse procureur. Deze ‘etnisering’ van de rechtspraak wordt ook doorgetrokken naar de Raad van State. Voortaan geldt een vermoeden van etnische vooringenomenheid ten aanzien van de Nederlandstalige staatsraden. Daarom wordt voortaan een tweetalige Kamer bevoegd voor administratieve geschillen in de zes. Het territorialiteitsbeginsel werd door de Raad van State altijd ondersteund. Maar die moeizaam opgebouwde rechtspraak dreigt nu onderuit te worden gehaald.

Naast de gemeenschappen en de gewesten wordt een nieuwe institutionele ‘figuur’ gecreëerd en gebetonneerd met een bijzondere wet: de Hoofdstedelijke Gemeenschap van Brussel, die zich uitstrekt over heel Brabant. Een lege doos, inderdaad, maar wel een die uitnodigend klaar staat om bij een volgende staatshervorming te worden gevuld. Ten slotte wordt er ook letterlijk een prijs betaald voor de splitsing: 461 miljoen euro per jaar extra voor Brussel. Daarmee zijn de Vlamingen hun enige hefboom kwijt om ernstige hervormingen af te dwingen in de hoofdstad.

Nuttige lessen

Was het een tactische fout van de Vlaamse Beweging om tijdens het voorbije decennium zo zwaar in te zetten op BHV? Dat was het zeker, als je kijkt naar het resultaat. Want het status-quo valt veruit te verkiezen boven deze splitsing. Maar toch was de BHV-saga achteraf gezien de moeite waard. En wel om de didactische waarde ervan. Mocht je aan een scenarist vragen om de werking van het Belgische institutionele ‘model’ inzichtelijk te maken via een politieke thriller, dan zou die waarschijnlijk iets BHV-achtigs afleveren. BHV heeft voor een breed publiek duidelijk gemaakt hoe België werkelijk in elkaar zit. Het heeft de verregaande institutionele normvervaging in dit land aan het licht gebracht. Als dat de regerende partijen toevallig goed uitkomt, dan wordt er op een ongrondwettige manier aan de kieswet geprutst. Als het Grondwettelijk Hof die wetswijziging vervolgens vernietigt, dan mogen er rustig ongrondwettelijke verkiezingen worden georganiseerd. BHV heeft ook en vooral geïllustreerd hoe machteloos de Vlaamse meerderheid is. Zelfs voor aangelegenheden waar geen bijzondere meerderheid voor nodig is, kan die Vlaamse meerderheid niet meer op een normale democratische manier beslissen. De Franstaligen hebben voor alles een feitelijk vetorecht. Ze dwingen dat recht af door de spelregels naar hun hand te zetten. En de traditionele Vlaamse partijen laten betijen.

Kortom, BHV was vooral boeiende en leerrijke schooltelevisie. Of de Vlamingen deze les goed hebben geleerd, zal blijken in juni 2014.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.