fbpx


Cultuur
strip

Ook striptekenaars vergrijzen

Blauwbloezen gaan over in Franse en Spaanse handen



Op 6 juli schrokken vele stripliefhebbers op. Raoul Cauvin doorbrak de stilte en kondigde zijn definitief vertrek aan als scenarist van de mythische stripreeks De Blauwbloezen. De reeks vormde het grootste succes van veelschrijver Cauvin. Het is tevens een vaste waarde voor uitgeverij Dupuis. Al 48 jaar tekent Willy Lambil Cauvins Blauwbloezen. Het einde van een vruchtbare samenwerking die een niet te onderschatten impact heeft gehad op de Francobelgische strip. De Blauwbloezen onderging gedurende al die jaren een mooie evolutie.…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op 6 juli schrokken vele stripliefhebbers op. Raoul Cauvin doorbrak de stilte en kondigde zijn definitief vertrek aan als scenarist van de mythische stripreeks De Blauwbloezen. De reeks vormde het grootste succes van veelschrijver Cauvin. Het is tevens een vaste waarde voor uitgeverij Dupuis. Al 48 jaar tekent Willy Lambil Cauvins Blauwbloezen. Het einde van een vruchtbare samenwerking die een niet te onderschatten impact heeft gehad op de Francobelgische strip. De Blauwbloezen onderging gedurende al die jaren een mooie evolutie.

Meer dan twintig miljoen albums

Meteen bleek ook dat de reeks die eigendom is van de uitgeverij Dupuis zal verdergezet worden door een nieuw team. Hierover circuleerden al tal van berichten sinds 2019. Als er een zekerheid was in de stripwereld dan was het dat elk jaar stipt een nieuw album van De Blauwbloezen (Les Tunique Bleues) verscheen en de verkoop nooit te wensen overliet. De Blauwbloezen begon als een gag-reeks in het stripweekblad Robbedoes, maar na het onverwachte overlijden van de Waalse tekenaar Louis Salvérius (Soignies, 1 april 1930 – 22 mei 1972), zorgde het duo van scenarist Raoul Cauvin met tekenaar Willy Lambil voor een compleet nieuw geluid in de stripwereld.

Goed gedocumenteerde historische feiten uit de periode van de Amerikaanse burgeroorlog werden in een verhaal gegoten met running gags, scherpe dialogen, cynische humor, humanistische overpeinzingen en steeds enkele pareltjes qua fauna en flora. De onverbeterlijke vuilbek en deserteur korporaal Blutch en de naïeve romantische hondstrouwe sergeant Cornelius Chesterfield vormden het onafscheidelijke duo in een reeks waar meer dan twintig miljoen albums in vijftien talen werden verkocht.

Klassiekers van de tweede generatie

Het pensioen van de auteurs van een dergelijke succesreeks is groot nieuws. Het is ook een immens probleem, waar bijna alle grote klassieke stripreeksen die ontstonden in de jaren 1960-1970 mee worstelen. De vergrijzing van de tekenaar en de scenarist. Aangezien de francobelgische strip in tegenstelling tot de Amerikaanse comics niet door anonieme teams van onderling vervangbare tekenaars en scenaristen worden gemaakt, staat of valt een reeks dikwijls bij de deelname van één auteur. Lezers van Asterix of Lucky Luke zullen beamen dat na de dood van de Franse scenarist Réné Goscinny nauwelijks nog een fatsoenlijk album uitkwam in deze twee klassieke succesreeksen.

Niettemin bleef de verkoop tijdens het leven van de respectievelijke tekenaars Albert Uderzo en Maurice De Bevere, beter bekend onder zijn pseudoniem Morris, opvallend hoog dankzij de trouw van generaties lezers. Uderzo wist telkens miljoenen van steeds slechtere albums te slijten tot met Het geheime wapen in 2005 een gedrocht op de markt kwam dat zelfs de meest trouwe Asterix-fan deed afhaken. In 2009 kondigden Uderzo en de erfgenamen van Goscinny aan dat ze hun uitgeverij grotendeels (60%) verkochten aan hun verdeler Hachette.

Het recht om nieuwe albums door derden te laten schrijven en tekenen maakte deel uit van de overeenkomst. Sedert 2013 verschenen vier albums van de hand van scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad die zo goed mogelijk probeerden aan te sluiten bij de oorspronkelijke reeks van Uderzo en Goscinny. Conrad tekende voordien al strips met de Marsupilami van wijlen André Franquin en Kid Lucky naar Lucky Luke van Morris. De oplagen benaderen nog bij lange niet die van de periode dat Uderzo de reeks pijnlijk uitleefde met bespottelijke scenario’s, maar de sfeer rond de reeks tenminste is terug positief.

Unieke stripcultuur als motor voor export

De Francobelgische stripcultuur is bijzonder en bovendien een succesvol exportproduct. De leescultuur qua stripverhalen in de Franstalige gemeenschap was al erg vroeg cultureel geëmancipeerd (de prijs per album is ook hoger en de kaften zijn meestal gekartonneerd). Terwijl stripverhalen elders in de wereld nog denigrerend bekeken werden als mannekensbladen zorgden hoofdzakelijk Franstalige Belgische auteurs voor een brede culturele erkenning. Georges Remi, bekend onder het pseudoniem Hergé, was met Kuifje de eerste wiens werk beschouwd werd als kunst. Al snel volgden andere auteurs zoals André Franquin, Edgar-Pierre Jacobs, Paul Cuvelier, enzovoort.

Omdat deze Franstalige Belgische uitgeverijen ook Nederlandse edities uitbrachten en de twee grootste stripweekbladen Spirou en Tintin tevens een Nederlandse editie (respectievelijk Robbedoes en Kuifje) kenden, bleken deze stripreeksen in de jaren 1930-1940 al snel te leiden tot een groot Vlaams en in mindere mate Nederlands publiek. In Vlaanderen had zich tijdens de jaren 1950 reeds een vruchtbare stripcultuur ontwikkeld via dagelijkse krantenstrips zoals Nero, Suske en Wiske, de Rode Ridder, Piet Pienter en Bert Bibber, Kari Lente

Hoewel deze krantenstrips zelden in album uitkwamen en indien wel monochroom en op goedkoop papier en met geniete kaften ontstond ook in Vlaanderen een stevige stripcultuur. Een stripcultuur die dus ruimer en gevarieerder was dan in de Franstalige gemeenschap. De kwaliteit van de Vlaamse strips en vooral de drukkwaliteit volgde die van de toonaangevende van origine Franstalige strips met enige vertraging. Met de introductie van de vierkleurendruk eind jaren 1960 trokken Willy Vandersteen en Standaard Uitgeverij ook de Vlaamse strip de moderniteit in. Bij de krantenuitgeverijen Het Volk, Hoste en de Vlijt die Jommeke, Kiekeboe, Bakelandt of Piet Pienter en Bert Bibber uitgaven zou dit blijven duren tot de jaren 1990. Deze strips kenden onder meer daardoor geen internationaal succes.

Keerpunt in de jaren 1970

Midden jaren 1970 waren de stripverhalen nochtans economisch belangrijker dan de volledige bellettrie, non-fictie en kookboeken bij elkaar. Rond die tijd begon ook het verketteren van de ‘schadelijke mannekensbladen’ en hun vermeende negatieve invloed op de leesvaardigheid van de Vlaamse scholieren af te nemen. De Vlaamse uitgeverijen gingen over op algemeen Nederlands omwille van de afzetmogelijkheden in Nederland (ruim twee derde van de omzet van Suske en Wiske op een bepaald moment). Logische evoluties want de ouders van deze generatie striplezers waren zelf opgegroeid met Robbedoes, Kuifje, Buck Danny, Jan Kordaat, Alex, Blake & Mortimer, Lucky Luke, Flip Flink, Suske en Wiske enzovoort. De strip werd mainstream.

Met een meer mature groep lezers volgden ook meer volwassen stripverhalen zoals graphic novels in de jaren 1980. Maar de succesreeksen bleven vaak humoristisch en voor alle leeftijden. Zo ontstonden nieuwe klassiekers in de schoot van de weekbladen Robbedoes en Kuifje. De Blauwbloezen, Bollie & Billie, Guust Flater en vooral De Smurfen vormden die nieuwe klassieken. Later gevolgd door bijvoorbeeld ernstigere reeksen als de Torens van Schemerwoude, Yoko Tsuno, De Koene Ridder, Jugurtha, Vasco

Tekenen voor een voorschotje

Aan de vooravond van die evolutie zocht Dupuis een nieuwe tekenaar voor De Blauwbloezen. Niet eenvoudig, want los van een voorschot per plaat (pagina) bij de voorpublicatie en een percentage op de verkoop, moest een tekenaar liefst een eigen reeks opzetten zodat hij na ongeveer een achttal albums in de verkoop eindelijk een fatsoenlijk inkomen kon opbouwen. De nieuwe tekenaar van De Blauwbloezen in 1972 begon als een tekenaar van realistische strips gebaseerd op een Australische tv-serie genaamd Skippy.

Dergelijke verregaande inspiratie op tv of film was in de jaren 1970 gebruikelijk. De reeks kende nauwelijks noemenswaardige albumuitgaven. Willy Lambilotte (Tamines, 14/5/1936) met pseudoniem Willy Lambil verliet daarom zijn realistische stijl geheel om de stripreeks te tekenen. De reeks De Blauwbloezen begon ooit om het vertrek van Lucky Luke bij uitgeverij Dupuis en dus ook weekblad Spirou op te vangen. De cartoon gag-stijl van Salvérius veranderde snel in een geheel eigen stijl die het midden hield tussen realistisch en cartoonesk. De afgelopen tiental jaren evolueerde de tekenstijl steeds meer naar realistisch met cartooneske hoofden. De dynamiek in de tekeningen van Lambil, de narratief sublieme opmaak van de cases (vakjes) en de fraaie landschappen en bossen met perfect getekende flora en fauna zijn uniek.

Visuele vertelstijl

Hoewel de scenario’s van Cauvin steeds dunner werden en hij steeds meer één of twee weetjes fraai uitbouwde tot een leesbaar en vermakelijk stripverhaal, zorgde de uitgepuurde tekenstijl en visuele vertelstijl van Lambil voor een trouw en enthousiast publiek aan beide kanten van de taalgrens. 48-jaar tekent Lambil al de Blauwbloezen.

De impact van Willy Lambil kan niet overschat worden, want de vele andere reeksen waar Cauvin scenarist voor was kenden veel minder succes (hoewel het ook zelden om hele albums ging maar meer om reeksen soms heel flauwe gags). Een uitstapje als scenarist naar de Robbedoes en Kwabbernoot in de jaren 1980 bleek niet voor herhaling vatbaar. De vertelstijl die Cauvin en Lambil ontwikkelden in De Blauwbloezen is vooral visueel. De hoogbejaarde auteurs Cauvin en Lambil creëerden een eigen stijl die ze geloofwaardig konden blijven reproduceren zolang Cauvin leuke historische anekdotes over de Amerikaanse burgeroorlog kon opduikelen.

Controversiële tekenaar neemt over

Twee auteurs uit de Dupuisstal moesten de reeks dus overnemen omwille van de vergrijzing van de bestaande auteurs. Het 64ste album in de reeks wordt Cauvins laatste. De hoogbejaarde Lambil zou immers steeds meer moeite hebben om zijn platen tijdig af te krijgen. Lambil en uitgeverij Dupuis kozen naar verluidt de tekenaar en de scenarist. De dochters van Louis Salvérius verkochten hun rechten op de reeks destijds aan uitgeverij Dupuis zodat eigenlijk Dupuis beslist.

Ondertussen is nummer 65 al aangekondigd voor eind oktober 2020. Het scenario zou van de hand van Béka en Muñuera zijn en de tekeningen van Muñuera. Cauvin blijft nog de gag-reeksen Cédric en Agent 212 schrijven. Het tekenwerk en het inkten doet José-Luis Muñuera. Dit doet het ergste vermoeden aangezien die tekenaar bekend staat om comicsstijl en mangastijl te mengen met de klassieke Belgische stijlen. Kenners en fans verwijten hem een compleet gebrek aan inzicht in de Belgische stripcultuur (hij tekende ooit voor Dargaud de stripversie van de Amerikaanse Dreamworkstekenfilm The Road to Eldorado).

Afkeuring

Toen de Spanjaard Muñuera de reeks Robbedoes en Kwabbernoot een decennium geleden overnam met scenarist Jean-David Morvan was de kritiek oorverdovend. Na vier albums viel het doek tot blijdschap van vele Robbedoes-fans. Muñuera tekent echter nog wel de spin-off-reeks Zwendel (met de voormalige aartsvijand van Robbedoes als protagonist). Het scenaristencollectief BéKa zorgt voor de nieuwe scenario’s van de Blauwbloezen. BéKa is het pseudoniem van het Franse schrijverskoppel Bertrand Escaich en Caroline Roque. Auteurs van de sublieme nieuwe reeks Rommelgem bij Dupuis (een spin-off van Robbedoes met de graaf van Rommelgem in de hoofdrol die eind 2019 verscheen).

De reeds vrijgegeven cover en enkele platen tonen leuke tekeningen, maar meteen valt ook het extreme verschil in stijl op met Lambil. Nog voor het album uitkomt in oktober 2020 roeren vele fans zich online. Vele klassieke stripreeksen worden getekend en geschreven door zestigers, zeventigers en zelfs tachtigers. Voor de uitgeverijen zijn deze reeksen de sterkhouders, liever dan een nieuw initiatief een kans te geven en alles van nul te moeten opbouwen, kiezen ze voor allerhande spin-offs die meesurfen op het succes, de naambekendheid en de trouw van de lezers van klassieke reeksen. Wanneer echter de tekenaar of de scenarist van de klassieke reeks te oud wordt, slaat de paniek toe. Bij De Blauwbloezen poogde Dupuis — dat met de vlaggenschipreeks Robbedoes al goede en heel slechte ervaringen opdeed – tijdig voor de opvolging te zorgen. Velen menen dat Raoul Cauvins recente mededelingen zijn afkeuring overbrengen.

Lode Goukens

Lode Goukens is master in de journalistiek en docent 'Europese en wereldinstellingen' aan de Thomas More Hogeschool.