De Vlaamse socialist Edmond Van Beveren

Het grafmonument voor Edmond Van Beveren in Gent.

De charismatische Emiel Trossaert alias Moyson (1838-1868), die we gisteren voorstelden, belichaamde als geen ander een verbinding van Vlaamse en socialistische idealen. In het decennium na zijn overlijden komt de socialistische partijvorming van de grond. En weer wordt dit een Vlaams initiatief. Kom mee naar Gent, neem tram 1 en stap af op het Van Beverenplein.

De Eerste Internationale

Nog voor er een Nederlandse socialistische partij ontstaat (1881), een Franse (1880), een Engelse (1900) of een Belgische (1885), wordt in 1876 al een Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij (VSAP) opgericht. De grote inspirator hierachter is ook nu een Gentenaar, Edmond van Beveren (1852-1897), zoon van een ongeletterde magazijnknecht en een wasvrouw.

Zelf trouwt Edmond met de fabrieksarbeidster Camilla de Witte. Hun jongste zoon noemen ze Emiel, naar Moyson. De sobere, bedachtzame en systematisch werkende Van Beveren is op vele vlakken zowat de tegenpool van de rusteloze spring-in-‘t-veld Emiel Moyson. De ideologische continuïteit is echter duidelijk: socialist, flamingant, Heel-Nederlander en vrijdenker waren ze allebei.

Na zijn lager onderwijs wordt Edmond van Beveren leerling-schildersknecht. Hij volgt onvermoeibaar avondlessen Nederlands, Frans, Duits, sierkunst enzovoort en komt via het Willemsfonds in contact met de Vlaamse Beweging. Als in 1870 een staking van de wevers uitbreekt, spreekt de achttienjarige Edmond op een van hun meetings en wordt hij lid van de Gentse afdeling van de Eerste Internationale. In het weekblad De Werker  benadrukt hij de eenheid van Vlaamse en socialistische strijd: ‘Wij allen werkers, zullen ons Vlaams, onze echte moedertaal, eeuwig blijven behouden, kunnen nooit geen andere aannemen en kunnen of willen geen andere verstaan, en nochtans, hier te lande, hij die geen Frans kan, heeft bijwijlen geen brood.’

Gent Geprent

Van Beveren geeft de eerste Werkersalmanak  voor 1871 uit en neemt deel aan het Nederlands Werkliedencongres in Amsterdam. Een jaar later houdt hij als eerste protestmanifestaties tegen de loting voor de legerdienst. Hij werkt een paar jaar in Rotterdam en het is hij, als Vlaming, die er de plaatselijke afdeling van de Eerste Internationale opricht. Enkele jaren later zal hij hetzelfde doen in Frans-Vlaanderen (Roubaix en Tourcoing).

Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij

In het genoemde jaar 1871 beleven de Vlaamse socialisten een grote frustratie. Een belangrijke delegatie neemt in Brussel deel aan het Belgische congres van de Eerste Internationale, maar schrijft de Gentse kleermaker Paul de Witte: ‘Wij sloegen er een triestig figuur. De debatten waren er uitsluitend in het Frans en wij kenden slechts Vlaams.’ Paul de Witte richt in 1876 samen met Edmond van Beveren, Filip Coenen en Edward Anseele de Vlaamse Socialistische Arbeiderspartij op.

De Antwerpse schoenmaker Filip Coenen (1841-1892) was voordien actief in de Meetingpartij en de Nederduitse Bond, toen de speerpunt van de politieke Vlaamse Beweging. Coenen zit het eerste congres van de VSAP te Mechelen voor. Van Beveren, voordien reeds tot secretaris benoemd, is belast met het opstellen van de statuten en het programma.

Inhoudelijk was de VSAP sociaaldemocratisch, helemaal op de lijn van het baanbrekende Gothaer Parteiprogramm van haar Duitse zusterpartij. Dat programma werd in 1875 uitgevaardigd op het stichtingscongres van de Sozialistische Arbeiterpartei Deutschlands in het Duitse stadje Gotha. Jawel, het Gotha dat we kennen van de familie Saksen-Coburg-Gotha. In De Werker  schrijft Filip Coenen: ‘Vlaamse mannen op! Tonen wij ons waardig ook zonen te zijn van het Germaanse ras! Komt allen op, wordt allen lid van de socialistische partij om op bedaarde, maar zekere weg tot de regering van de rechtvaardigheid en de arbeid te geraken.’

Frans of Nederlands

Hiermee wordt gezinspeeld op de veel minder ‘bedaarde’ strekking van de Waalse socialisten die onstuimig anarchistisch en in mindere mate marxistisch zijn. Tijdens een bezoek aan Gent in 1877 wijst de Duitse socialistische voorman Wilhelm Liebknecht (1826-1900) de jonge Edward Anseele op het feit dat in Vlaanderen nationale en sociale strijd samenvallen. De kapitalisten spreken er immers Frans. Maar hoe jong Anseele toen ook is (pas 21), hij heeft zijn eigen strategie al uitgestippeld. Zoals we zullen zien is die resoluut Belgisch.

Van Beveren schrijft in die jaren honderden artikels in De Werker, de Vlaemsche Lantaarn  en vele andere bladen. Talrijke, bevattelijk geschreven brochures van zijn hand verspreiden het socialistische gedachtegoed in Vlaanderen en Nederland. Zo Het Algemeen Stemrecht, door een werkman beoordeeld en verdedigd  (1877 en 1884), Coöperatie en Socialisme  (1888), naar aanleiding van lezingen gehouden in Groningen, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De grootste oplage behaalt zijn Op voor ’t Algemeen Stemrecht!  (1890) dat onmiddellijk in het Frans wordt vertaald. Verder Zijn de eischen der socialisten droombeeldig te noemen?  (1883), en vertalingen van Wilhelm Liebknecht Tot aanval en verdediging  (1875) en van Friedrich Engels De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap (1887) enz.

Vooruit

In zijn onophoudelijke acties voor het algemeen stemrecht vloeien Van Beverens Vlaamse en socialistische overtuiging samen: ‘Het is ons goed recht te spreken in onze taal, het verhevenste en schoonste van ieder natie, en bestuurd te worden door mensen die wij verstaan.’ Hij reist onafgebroken door Vlaanderen en Nederland en geeft honderden lezingen en meetings.

Daarnaast is hij ook een knap organisator. Hij is doorlopend aan de slag voor de VSAP en vanaf 1880 voor de socialistische coöperatieve Vooruit. Die richt hij op in Gent met Anseele en enkele anderen. Het wordt een overweldigend succes. De werkkracht van Edmond van Beveren was enorm, intussen leidde hij ook als zelfstandige zijn eigen schildersbedrijf. Zijn eerlijkheid was legendarisch. In het socialistische milieu vertrouwde men hem grote schilderwerken toe zonder aanbesteding of bestek.

De Bocht van Anseele

De absolute prioriteit die Edmond van Beveren en de VSAP geven aan het algemeen stemrecht maakt het logisch dat ze snel zo breed mogelijk willen verzamelen. In 1880 fuseert de partij met de jonge, hoofdzakelijk Brusselse  Parti Socialiste Brabançon. Zo ontstaat de Belgische Socialistische Arbeiderspartij  (BSAP), onder leiding van onder meer Edward Anseele (1856-1938).

Overtuigde Vlamingen zoals Edmond van Beveren gaan hierin mee, omdat ze denken dat hiermee het algemeen stemrecht dichterbij komt. En daarvan verwachten ze – een beetje naïef, zoals weldra zal blijken – ook de realisatie van alle Vlaamse eisen. Of zoals Van Beveren schrijft op de voorpagina van Vooruit: ‘Zolang dat niet bestaat, is het onzinnig oplossingen te verwachten.’

De basis in Wallonië blijkt nog altijd te smal. Waalse socialisten blijven in meerderheid zweren bij syndicale actie en anarchistische agitatie, op behoorlijke afstand van een gedisciplineerde partij. Dus duwen ze Anseele en zijn medestanders verder in de Belgische logica. Door bemiddeling van de Oostendse arts César De Paepe (1841-1890), die in Brussel werkt, wordt de BSAP in 1885 omgevormd tot de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Dit levert een wat ruimere Waalse deelname op. Van de 59 stichtende bonden en federaties zijn er tien Waalse.

Naar de achtergrond

Het stichtingscongres heeft in Antwerpen plaats, onder voorzitterschap van Edmond van Beveren. Het zal de laatste keer zijn. Hij blijft een gerespecteerde figuur, onder meer als leider van de socialisten in de Gentse gemeenteraad. Op nationaal vlak wordt hij echter spoedig overvleugeld door de behendige Anseele.

Levenslang blijft Van Beveren een vurig Vlaams socialist, maar ook een Gentse volksfiguur die de concrete noden van de arbeiders ter harte neemt en het marxisme afwijst. Naarmate de jaren verstrijken is Van Beveren minder en minder te zien op de socialistische partijcongressen. Tenminste de Belgische. Tot aan zijn dood woont hij getrouw de congressen van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij van Nederland bij.

Edmond van Beveren sterft aan tyfuskoorts, in Gent op 3 december 1897, amper 45 jaar oud. Monumenten en straatnamen, zoals het Van Beverenplein, in Gent en elders, houden zijn nagedachtenis in ere.

Na Van Beveren

Anseele gaat zijn gang. Hij praat de Franstalige kameraden, steeds sterk in verbaal geweld, dapper naar de mond. Zo krijgt hij het gedaan bij de verkiezingen van 1894 lijsttrekker te worden in… Luik. Zijn interventies en redevoeringen in de Kamer zijn meestal in het Frans. Hij gaat zelfs zover in een van zijn eerste interventies te eisen dat alle Nederlandstalige toespraken in de Kamer in het Frans moeten worden vertaald. In 1898, een jaar na het overlijden van Edmond van Beveren, wordt Anseele lid van de Association flamande pour la Vulgarisation de la Langue française.

In datzelfde jaar blijkt overduidelijk hoe wankel de inzet van de socialisten voor de Vlaamse eisen is geworden. Ter discussie in de Kamer staat de invoering van de zogenaamde Gelijkheidswet. Tot dan was het Nederlands, hoewel de taal van de meerderheid van de bevolking, géén officiële landstaal in België. Wetten, koninklijke en ministeriële besluiten waren uitsluitend in het Frans gesteld. Eventuele Nederlandse vertalingen waren niet rechtsgeldig, zodat de rechtbanken zich alleen konden baseren op de Franstalige wetten. Toen deze voor Vlaanderen cruciale wet in 1898 ter stemming kwam, stemden zestien socialisten voor, terwijl vier zich onthielden en er negen tactisch afwezig bleven.

Veel werd verwacht van de invoering van de ‘evenredige vertegenwoordiging’, het proportionele systeem volgens de methode-D’Hondt, in plaats van een meerderheidssysteem. Dat viel voor de socialisten bitter tegen. Bij de eerste verkiezingen volgens dit systeem, in het jaar 1900, moest de BWP genoegen nemen met drie verkozenen in Vlaanderen. De socialisten waren Belgisch geworden.

Luc Pauwels :Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.