Binnenland, Communautair, Economie

Open brief aan Paul Magnette

Monsieur le Ministre-Président,

Laten we even teruggaan naar het eind van de jaren zestig. Charles De Gaulle antwoordt aan professor Robert Liénard van de Leuvense Universiteit, die hem zijn ongerustheid over de toestand van Wallonië te kennen had gegeven: Tracht jonge leiders te vinden die aan het volk de waarheid vertellen, en die met wat er nog rest iets op gang kunnen brengen.

Vandaag 13 december 2016 is de tiende verjaardag van de docufictie “Bye bye Belgium” van de RTBf, en we moeten constateren dat de fictie de realiteit weldra lijkt te zullen inhalen.

Op de vraag of u het einde van het land aan het voorbereiden was voor 2025, antwoordde u in Le Soir van 8 januari: Nee, helemaal niet. Het einde van het land kan er slechts komen na een globaal akkoord.

Zware vergissing! Als de independentistische strekking erin slaagt een absolute meerderheid te behalen in het Vlaams Parlement, dan kan dit heel goed, democratisch gelegitimeerd als het is, unilateraal de onafhankelijkheid van Vlaanderen uitroepen. Wij zouden dan eenvoudigweg voor een voldongen feit staan.

En in zijn helderziendheid had François Perin dit in 1981 voorzien toen hij stelde: Men zal opwerpen: nooit zal Europa, nooit zal de Navo toelaten dat België uiteenspat. Wat zouden die dan wel kunnen ondernemen? De mariniers laten ontschepen om ons met geweld te leren samenleven?

Een Franse oud-ambassadeur heeft me trouwens eens verklaard dat Frankrijk het eerste land zou zijn om een soeverein Vlaanderen te erkennen. Dat is ook mijn stellige overtuiging.

Het zou goed zijn de Waalse geesten voor te bereiden op een post-Belgische tijd.

De bevolking de waarheid vertellen, betekent hen zeggen dat Vlaanderen een natie is, en de ontmanteling van België onomkeerbaar. Met andere woorden: het zou goed zijn de Waalse geesten voor te bereiden op een post-Belgische tijd.

Maar misschien gaat u ervan uit dat een Wallonië dat aan zichzelf is overgeleverd zijn streng wel kan trekken, of dat het zijn lot zou kunnen verbinden aan dat van Brussel?

In 2013 maakte Rudi Janssens (VUB) hierover een studie die het illusoire karakter liet zien van WalloBrux. Van de Brusselaars wenst 73,9% autonomie. Pas 4,6% kiest voor een samengaan met Wallonië.

En uitgaand van de cijfers van 2012, heeft Jules Gazon, professor emeritus economie van de ULB, een verdeling van de openbare schuld tussen de Gewesten berekend op basis van het bruto binnenlands product.

Op die manier zit hij voor Wallonië aan een deficit van meer dan 11 miljard, zijnde 12% van zijn BBP, en bijna 25% van zijn openbare uitgaven. Zijn conclusie is onverbiddelijk: De blote cijfers tonen aan dat, uitgaand van het BBP, een autonoom Wallonië een hogere publieke schuld zou vertonen dan deze van Griekenland in 2009. Dit gezegd, weten we ook wat zoiets inhoudt: een hels scenario op zijn Grieks. (…) De inspanning die alle Walen dan opgelegd krijgen, zou zo’n omvang hebben dat er een klimaat van oproer uit zou voortkomen.

Het enige perspectief: deel van Frankrijk worden.

Na wat voorafging: het enige perspectief voor Wallonië is een deel van Frankrijk te worden ingeval België verdwijnt. Het zou een speciaal statuut moeten krijgen met brede autonomie, wat de Franse Grondwet het ook kan waarborgen. Zoals Jules Gazon het uitlegt: Het BBP van het met Wallonië “uitgebreide” Frankrijk zou 24 keer groter zijn dan dat van Wallonië afzonderlijk. Wat betreft begrotingsdeficit en openbare schuld ten opzichte van het BBP, zou de amplitude van de effecten erop door 24 gedeeld worden. Dat zou marginaal zijn.

Terecht anticipeerde generaal de Gaulle hierop toen hij verklaarde: Naar mijn overtuiging kan de toekomst van uw drie of vier miljoen Walen enkel verzekerd worden als een land als Frankrijk de zorg voor hen op zich neemt.

Monsieur le Ministre-Président,

In uw jaarlijkse toespraak over de toestand van Wallonië, gehouden op 13 april, schetst u een bijna idyllisch beeld: Leven wij op kosten van Vlaanderen? Ik zeg u neen! (…) Nee, Wallonië is geen achtergebleven gebied of een ontwikkelingsland. (…) Er is geen Waalse overconsumptie in de gezondheidszorg. (…) Nooit eerder waren er in Wallonië meer arbeidsplaatsen. (…) Wij lopen in op het Belgische gemiddelde.

Feiten zijn sterker dan een Lord Mayor zegt men. Helaas komen die het mooie tafereeltje verstoren, en bevestigen ze wat Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, op 29 oktober 2015 verklaarde: Wallonië is nog altijd niet van start gegaan.

Bekijken we dat punt voor punt.

Vooreerst de tewerkstelling, die al 33 jaar geen belangrijke verschuiving te zien geeft, zoals het recente rapport van het Iweps onthult (Institut wallon de l’Evaluation, de la Prospection et de la Statistique). We leren er dat de werkloosheidsgraad in Vlaanderen gehalveerd is: van 10,7% in 1983, tot 5,2% in 2015. Dat terwijl het verschil met Wallonië razendsnel gestegen is, tot 7% nu. Het Iweps duidt op volgende factoren: te hoog loonniveau, werkkrachten wier bekwaamheden niet beantwoorden aan de verwachtingen van de ondernemingen, gebrek aan mobiliteit bij de werknemers, een systeem van werkloosheidsvergoedingen dat er weinig toe aanzet weer aan de slag te gaan.

Hoe merkwaardig ook is die manie om de zaken te willen relativeren. Als de Waalse export met 0,2% zakt, dan verzekert u dat de toestand gunstig blijft, want in Vlaanderen ziet men een daling met 2,5%. Maar dat is dan wel met een Vlaamse export die 83,1% van de Belgische export vertegenwoordigt, voor een bedrag van 288,8 miljard euro!

U zegt dat Wallonië het Belgische gemiddelde benadert.

Nochtans, als we een ander rapport van het Iweps bekijken, zien we dat voor de schommelingen naar volume van het BBP, het ene jaar naast het andere, men in 2015 een verhouding van 1,2 ziet in Wallonië, met 1,4 voor België, en 2,0 voor de eurozone. In 2016 was dat 1,2 voor Wallonië, 1,5 voor België en 1,7 voor de eurozone. Waar moeten we hier een benadering zien?

Waalse overconsumptie in de gezondheidszorg, mythe of werkelijkheid?

Als we even de tabel van Eurostat 2014 bekijken, met daarin het BBP per inwoner voor de Europese regio’s, dan zien we dat bij een gemiddelde van 100, Brussel aan 207 zit, Vlaanderen op 120 uitkomt en Wallonië op 86. En al heeft Henegouwen ruime Europese steun genoten (30 miljard Belgische frank, enkel al voor de periode 1994-1995, in het kader van Objectif 1), het staat op 76, terwijl in 2003 nog op 81. Niet echt een reden om de vlag uit te steken!

Volgens u is er geen sprake van overconsumptie in de gezondheidszorg. Hebt u kennis genomen van de studie hierover van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds, die aan het licht brengt dat de verschillen tussen de gemeenschappen onophoudelijk groeien?

Zo beliepen in 2015 de uitgaven in Vlaanderen 2109 euro per inwoner, tegen 2245 in Wallonië. In 2010 was het verschil 50 euro. Op vijf jaar tijd is het dus verdubbeld. Wat nu de bijdragen betreft: in 2014 bedroegen die in Vlaanderen 19.265 euro per rechthebbende, in Wallonië 15.061.

Ook zien we een evolutie in de uitkeringen voor het aantal dagen werkonbekwaamheid en invaliditeit. Terwijl vijf jaar terug het verschil met Vlaanderen 3,8 dagen bedroeg, zijn het vandaag 5,7 dagen.

Voor het V&NZ heeft men in Vlaanderen en Wallonië een verschillende benadering wat gezondheid betreft. In het noorden ziet men bijvoorbeeld minder hospitalisatiedagen, en men geeft sterk de voorkeur aan de huisarts als beheerder van het volledige medische dossier.

Ziedaar waarom het V&NZ voor een splitsing van de sociale zekerheid pleit, een weg die u vanzelfsprekend verwerpt. Geert, stop eens met dat geklaag over transfers! hebt u uw Vlaamse ambtgenoot Geert Bourgeois zelfs toegevoegd.

Monsieur le Ministre-Président, op 7 juni hebt u verklaard: Zonder bevoegdheid over onderwijs en cultuur is Wallonië als een eunuch.

Maar is het niet uw partij, de PS, die zich in 1980 verzet heeft tegen de samensmelting in Wallonië, zoals in Vlaanderen, van Gewest en Gemeenschap?

Behalve een begroting in evenwicht, heeft de Vlaamse regering op die manier een plan kunnen aannemen, dat historisch mag heten, betreffende de kinderbijslagen en het ontvetten van het Provincie-apparaat.

Uw regering van haar kant zag zich genoodzaakt een tekort van 300 miljoen voor 2017 aan te kondigen, en heeft de knoop van de kinderbijslagen nog altijd niet doorgehakt. Aan de kant van de Franse Gemeenschap is het al niet veel rooskleuriger, en zij loopt het gevaar dat ze het pact rond de kwaliteitsnormen in het onderwijs dode letter moet laten.

Diepgaande hervormingen in het onderwijs van de Franse gemeenschap dringen zich nochtans op, als we afgaan op het slechte Pisa-rapport dat de Franstalige leerlingen kregen. Met een resultaat van 483 voor lezen, komt de Franse Gemeenschap op plaats 35, een achteruitgang met tien punten ten opzichte van het gemiddelde van de OESO-landen, en ver achter Vlaanderen dat met 511 punten op de tiende plaats staat. Voor wiskunde zitten de Franstalige leerlingen met 493 op het gemiddelde, maar ook hier komen ze ver achter Vlaanderen met 521. Voor de wetenschappen haalt de Frans Gemeenschap 485 punten, een lichte achteruitgang ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 493.

2016 heeft ook stakingen gekend in de gevangenissen en bij de NMBS. Ook hier weer gaapt een kloof tussen het zuiden dat tot het uiterste gaat, en het noorden dat zich eerder pragmatisch opstelt.

Mijn aandacht werd sterk getrokken door een interview, in La Libre Belgique van 25 juni, met Philippe Suinen, oud-administrateur-generaal van het Waalse exportagentschap (Awex). Wat we hier zien, is een socialistisch discours (van een oud-kabinetchef van Elio Di Rupo toen die vice-eerste minister was) dat heel wat meer ruimte laat: Stakingen zijn het grootste probleem van Wallonië. Als het gaat om buitenlandse investeringen, zitten wij vast aan dat stakers-imago. (…) Ik ben voorstander van een Waals unionisme, waarin alle democratische partijen en de sociale partners zich akkoord zouden verklaren met een uitgestippeld pad, bijvoorbeeld tot in 2030. (…) In de taxshift zitten uitstekende dingen. De maatregel van Willy Borsus, die de patroons vrijstelt van sociale bijdragen voor de eerste aangeworven werkkracht, is een van de beste beslissingen sinds lang.

Zou het niet gepast zijn als u zich door dergelijke uitspreken liet inspireren?

Ik van mijn kant heb altijd gedacht dat ondernemingsgeest de onontbeerlijke voorwaarde was voor een economisch herstel van de regio. De oproep van 29 januari van de Raad voor kleine en middelgrote ondernemingen aan Jean-Claude Marcourt, Waals minister van Economie, kon ik dus wel appreciëren.

De saga van de CETA

Voor de Raad moet dringend het gemiddeld aantal werknemers per onderneming opgekrikt worden tot het nationale gemiddelde van 11, en het jaarlijks percentage nieuwe Waalse ondernemingen gelijk worden aan dat van Vlaanderen, zijnde 3.2%.

Met dat doel voor ogen zou de Waalse regering de volgende vijf maatregelen moeten nemen: de leeftijd om een onderneming te beginnen vrij laten; principieel vertrouwen schenken, dus als uitgangspunt nemen dat de ondernemer te goeder trouw is en hem geen moeilijke procedures voorschotelen; succes ondersteunen; het nemen van risico’s aanmoedigen; de administratie ten dienste van de onderneming inrichten.

Maar hoe moeilijk is het niet wensen in werkelijkheid om te zetten!

En tot slot, men kan het jaar niet afsluiten zonder het over de CETA-saga te hebben. Dat de hele wereld het over u en over Wallonië had is wel zeker meegenomen, maar ging het daarbij, eerder dan om een echte democratische bekommernis, niet veeleer over politieke strategie – het heft weer in handen nemen nu de PTB [PVDA] gevaarlijk stijgt in de peilingen?

Zowel het Verbond van Waalse Ondernemingen als de Awex hadden het belang onderstreept van dit vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada, waar zij een mogelijkheid in zagen ter bevordering van onze export, die nochtans uzelf onvoldoende acht.

Was die krachtmeting op de valreep echt nodig? Alsof er 50.000 ton Canadees rundsvlees (met hormonen gefokt, wat wij nooit aangedurfd hebben…) in Namen op de Place d’Armes uitgekieperd zou worden! De interpretatieve verklaring die u hebt bekomen, verandert trouwens geen jota aan de termen van het verdrag.

Deze kwestie u heeft toegelaten op 5 december met “La Déclaration de Namur” aan te komen. Ze werd opgesteld met medewerking van een veertigtal universitairen van Europa en Noord-Amerika, en de bedoeling is verandering te brengen in de manier waarop Europa tegenover internationale handelsverdragen staat.

Misschien mag Wallonië eens beginnen met zich vragen te stellen over de aard van bepaalde landen waar het commerciële banden mee onderhoudt, en die in tegenstelling met Canada op verre na niet onze waarden delen. Stelt de wapenverkoop aan Saoedi-Arabië dan niet echt een moreel probleem?

Waar gaat het met Wallonië heen in 2017? Afgaand op de verklaring van uw minister van Tewerkstelling op 6 december, is er reden voor ongerustheid. Eliane Tillieux wil inderdaad een arbeidsduurverkorting uitproberen in het IFAPME, een overheidsinstelling met 350 werknemers.* Alsof het Franse experiment met de 35-urenweek niet afdoende had aangetoond dat het niet bij machte is de werkloosheidsgraad drastisch te laten dalen! Het Syndicat neutre pour Indépendants [Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen] heeft trouwens niet nagelaten te reageren: De arbeidsduurvermindering met behoud van (een deel van het) loon, zal onze economie doen kelderen, gezien de hoge loonkosten in ons land. Dit zou onze economie een dodelijke slag toebrengen.

Ziezo, Monsieur le Ministre-Président, dit zijn de overwegingen die ik bij dit eindejaar aan u wilde meegeven.

Gelieve, samen met mijn beste wensen voor 2017, mijn oprechte gevoelens te aanvaarden.

Jules Gheude.

 __________

 * Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises. In Vlaanderen is er het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming, Syntra.

Deze tekst is verschenen op de site van de RTBf en vertaald door Marc Vanfraechem.

Foto ©reporters

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans