De politieke constellatie is vandaag onherkenbaar veranderd. Daarom zou het tweede kaarsje wel eens het laatste kunnen zijn. Het lijkt een illusie te denken dat de Vlaamse regeringsboot rustig kan blijven voort dobberen tot 2014, niet uit evenwicht gebracht door de federale schokgolven.

Mocht de CD&V toch nog beslissen in een federale regering te stappen zonder de N-VA (bijvoorbeeld naar aanleiding van de financiële crisis), dan zal de N-VA moeilijk in de Vlaamse regering kunnen blijven. Dan krijgen we wellicht een herhaling van het scenario van september 2008. Maar ook als CD&V voet bij stuk houdt en een front blijft vormen met de N-VA, dan nog is het niet evident dat de Vlaamse coalitie intact blijft.

Recht in de leer

In dat geval zal het politieke vacuüm op federaal niveau nog een tijd blijven bestaan. Dit vormt een mooie kans voor CD&V en de N-VA om een confederalisme in de feiten te realiseren. Dat kan door in de Vlaamse regering af te spreken welke federale voorstellen worden gesteund in de Kamer, en welke niet. Met de SP.A in de Vlaamse regering is dat moeilijk. Die partij zit communautair op een heel andere golflengte dan CD&V en de N-VA.

Dat is ook gebleken uit de reacties op de nota-Di Rupo. De SP.A hangt haar wagonnetje liever vast aan de PS dan aan de Vlaamse regering. De Octopusnota – nochtans een deel van het Vlaamse regeerakkoord – zal de socialistische partij worst wezen. In de plaats daarvan kiest de SP.A voluit voor het Franstalige model van een sterk en volwaardig Brussels gewest, waar de Vlamingen niet veel in de pap te brokken hebben. Van het confederalisme moet de SP.A helemaal niet weten.

Toegegeven, ook Open VLD is niet altijd even recht in de Vlaamse leer. Vandaag zelfs minder dan ooit. Het liberale ‘ja’ aan Di Rupo sloeg vooral op het communautaire, het ‘maar’ op het sociaal-economische. Maar Paris vaut bien une messe: kunnen inbreken in de Vlaamse regering is de liberalen ongetwijfeld wat Vlaamse rechtlijnigheid waard.

Het Vlaamse front waar de N-VA federaal aan werkt (met CD&V en Open VLD), ligt momenteel grotendeels aan diggelen. Een coalitiewissel in de Vlaamse regering kan een manier zijn om dat front nieuw leven in te blazen en meteen institutioneel te verankeren. De federale strategie van de N-VA zou op die manier een hefboom worden naar confederalisme.

Het nadeel daarvan is dat de federale crisis dan zou overslaan op het Vlaamse niveau. De sterkte van de regering Peeters tot nu was juist dat ze vrij onafhankelijk opereert van de federale politiek. Dat was al zo bij het ontstaan ervan in 2009. Uit Belgisch oogpunt was een voortzetting van de tripartiete toen het meest aangewezen. De aanwezigheid van de beide federale coalitiepartners (CD&V en Open VLD) in de Vlaamse regering vormde de beste garantie dat Vlaanderen in de federale pas zou lopen. Geen wonder dat de toenmalige premier Herman Van Rompuy woedend reageerde toen hij vernam dat Kris Peeters de Open VLD had gedumpt en scheep zou gaan met de N-VA en SP.A.

Die onafhankelijkheid heeft ook een keerzijde: de Vlaamse regering speelt vandaag slechts een bijrol in de communautaire onderhandelingen. Dat bleek vorige week nog toen de minister-president in het Vlaams Parlement weigerde om een standpunt in te nemen over de nota-Di Rupo. Bekeken vanuit een federaal perspectief is het normaal dat de Vlaamse overheid zich niet te veel moeit met de federale politiek. Net zoals het normaal is dat de Vlaamse en de Belgische coalitievorming losgekoppeld zijn van elkaar.

Maar dit federale model is vandaag totaal voorbijgestreefd. De Vlaamse kiezers hebben massaal gekozen voor confederalisme. De confederale logica dicteert dat de Belgische regering een afgeleide vormt van de coalities op deelstaatniveau. In een confederatie zijn het de deelstaatregeringen die de hoofdrol spelen op alle niveaus. Vandaar dat de N-VA vorig jaar eerst zo’n confederale afspiegelingsregering wilde vormen.

Ongenode gasten

Dit plan werd meteen doorkruist doordat Groen! als ongenode gast mee kwam aanschuiven aan de onderhandelingstafel. Op die manier begon de balans wel erg door te slaan naar de linkse en Belgicistische kant. Daarom stuurde de N-VA vanaf het najaar aan op een federale coalitie met de liberalen.

Even leek het erop dat de N-VA toch de confederale afspiegelingslogica wilde volgen. Het Oosterweeldossier vormde de gedroomde aanleiding om de SP.A in de Vlaamse regering te vervangen door Open VLD. Maar de vrees was dat zo’n politieke crisis het imago van Vlaams ‘goed bestuur’ onderuit zou halen. In de plaats daarvan werd het verhaal aangehouden van de politieke stabiliteit in Vlaanderen versus de Belgische chaos.

Achteraf beschouwd is het zeer de vraag of dat verstandig was. Intussen is het misschien te laat om de SP.A te lozen. Een Vlaamse coalitiewissel dreigt op korte termijn collaterale schade te veroorzaken. Niet dat de kiezer zich dat over drie jaar (bij de volgende regionale verkiezingen) nog herinnert. Alleen, wellicht gaan we al in het najaar naar de stembus. En dan kunnen CD&V en de N-VA een Vlaamse regeringscrisis missen als de pest. Anders gezegd: de kans op vervroegde federale verkiezingen is momenteel de levensverzekering van de SP.A in de Vlaamse regering.