Economie
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hovik Begian

Een orkaan leidt tot bouwen, maar bouwt niets op

Irma

De orkanen die de voorbije weken de Caraïben en de Zuidoostkust van de VS hebben geterroriseerd, zijn even indrukwekkend als dat ze meedogenloos zijn. Maar wanhoop niet, want er is zonneschijn na de vloedregen. De economie zal immers na het natuurgeweld een zware boost krijgen, aldus de steeds terugkerende wijsheid die de alinea’s van de kranten na een natuurramp sieren. Men moet natuurlijk de verdwenen bezittingen, de verwoeste gebouwen en vernietigde infrastructuur vervangen. Dit resulteert op zijn beurt in een groei van het bbp en zorgt ervoor dat de mensen meer jobs hebben die op hun beurt meer kunnen spenderen. Dit is toch positief, niet?

Krugman

De aanhangers van deze manier van denken zijn niet de minste.  Het wordt plechtig herhaald door tal van journalisten, politici en Keynesiaanse economisten met als vandaaldrager Paul Krugman. De voordelen in termen van extra productie, meer jobs en vernieuwing worden telkens zo breed uitgesmeerd dat je haast afgunst zou krijgen dat onze lokale natuurfenomenen niet even wreed zijn. Hoe kunnen wij nu deze stellingen verzoenen met ons onderbuikgevoel dat ‘destructie’ onze welvaart niet vooruithelpt? Worden wij nu als maatschappij echt ‘rijker’ als een dief de ruiten van mijn wagen kapotmaakt? Neen. Hetgeen schadelijk is voor een individu, zal niet op een magische wijze toch voordelig worden voor een collectie van individuen (lees: een maatschappij). En wat geldt voor het destructievermogen van een dief, geldt ook voor dat van een orkaan.

Broken-window fallacy

De oorzaak van deze misvatting (de zogenaamde ‘broken-window fallacy) zit in de aanhoudende neiging van mensen om enkel de zichtbare gevolgen te zien van een bepaald beleid, of enkel de gevolgen te overwegen in hoofde van een welbepaalde bevolkingsgroep.

In de komende maanden zal men in de getroffen gebieden inderdaad meer bouwen dan anders. Dit is uitstekend voor de resultaten van de aannemers en de loonbrieven van de bouwvakkers (lees: zichtbare gevolgen voor één welbepaalde groep). De andere kant van de medaille is echter het feit dat de dollars die de mensen uitgeven om hun huizen te herstellen, niet meer kunnen worden gebruikt om vakanties, auto’s of kleren aan te schaffen.

Stel voor dat Frank 1.000 USD moet betalen voor een nieuw stukje van zijn dak. Krugman kijkt naar deze besteding en verheugt zich op de stijging van het bbp met 1.000 USD. Men vergeet evenwel dat Frank aan het sparen was om een kostuum te kopen. Pech, want in plaats van zowel een dak én een kostuum te hebben, moet de man zich tevreden stellen met slechts een dak (in de veronderstelling dat hij een droge zolder boven een kostuum verkiest). Ook jammer voor de kleermaker die zijn omzet hierdoor ziet dalen. De maatschappij is bijgevolg een kostuum armer. Zonder de herstelling van het dak, was de 1.000 USD trouwens naar de kleermaker gevloeid waardoor het bbp evengoed zou stijgen.  En de aannemers of bouwvakkers? Wel, zij zouden hun kapitaal en arbeid kunnen gebruiken – niet om een bestaand dak te herstellen – maar om bijvoorbeeld een nieuw hekje te bouwen dat voordien niet bestond. De maatschappij is door de orkaan met andere woorden een kostuum en een hekje armer.

Wat als Frank het geld leent om zijn dak te herstellen zodat hij zijn kostuum alsnog kan kopen? Ook hier is men echter blind voor de verscholen gevolgen. Het geld dat Frank zou lenen, komt immers van iemand die het heeft moeten sparen. En het gespaarde geld had opnieuw op een andere manier kunnen worden gebruikt zonder de orkanen. Niet Frank, maar Eric had bijvoorbeeld een kostuum kunnen kopen met het gespaarde geld. De maatschappij zou zonder de orkanen zowel het dak van Frank hebben gehad als de twee kostuums van Frank en Eric (en het hekje).

Eilandeconomie

Wij kunnen bovenstaande theorie het beste illustreren met een fictieve eilandeconomie. De eiland­bewoners leven daar van de jacht. Sommige mensen gebruiken hun arbeid om op konijnen te jagen. Hierdoor kan men zichzelf voeden en met de extra vangst kunnen zij eveneens de mensen bevoorraden die zich specialiseren in andere vaardigheden (kleermakers, wetenschappers, acteurs …).Deze laatsten verhandelen hun diensten of goederen in ruil voor vlees. Ook zijn de mensen op het eiland traditioneel spaarzaam en zet men een voorraadje vlees opzij voor noodgevallen.Wat gebeurt er als een orkaan door het eiland passeert en de hutjes zwaar beschadigt?

De voorraad van vlees moet worden aangewend om de hutjes te kunnen herstellen. Mensen kunnen immers voor een bepaalde tijd geen konijnen meer vangen aangezien ze hun tijd moeten spenderen aan de herstelling. Ook zullen de kapitaalgoederen wellicht sterk beschadigd zijn met een verminderde productiecapaciteit tot gevolg (minder vlees per persoon). Dit betekent allemaal dat de eilandbewoners voor een geruime minder kunnen consumeren. Ook is er niet genoeg vlees in de maatschappij om al de kleermakers, acteurs, wetenschappers … te kunnen onderhouden. Sommigen van deze mensen zullen zich wellicht (tijdelijk) moeten herscholen tot jagers. Het feit dat sommige eilandbewoners – die bijvoorbeeld daarvoor werkloos waren – nieuwe ‘jobs’ hebben en hierdoor meer vlees spenderen in ruil voor bijvoorbeeld kleren (zichtbare gevolgen voor één bevolkingsgroep) verandert niets aan het feit dat de productiecapaciteit alsook het voorraad vlees zal verminderen en dat de rest van maatschappij genoodzaakt zal zijn om te onder-consumeren.Ook is er minder tijd om aan wetenschap te doen, of om te genieten van het theater. De maatschappij is met andere woorden een stuk armer geworden.

Laten wij verder aannemen dat, ondanks de primitieve setting, de mensen op het eiland toch een overheid hebben kunnen vormen. Zou de overheid in een dergelijke situatie toch welvaart kunnen voort ­brengen? Hierbij is het belangrijk om te beseffen dat de overheid geen eigen middelen heeft en men deze slechts kan bekomen door drie principiële manieren; belastingen innen, lenen of papieren geld creëren.

Stel dat de eilandoverheid de helft van de voorraad vlees via een vermogensbelasting opeist, hetgeen men gebruikt om meer eilandbewoners aan te zetten tot het opknappen van de overheidshutjes en bruggen. Voor de mensen die het vlees accepteren, is het uiteraard feest. Het gedeelte dat ze niet consumeren, kunnen zij sparen of eventueel gebruiken om nieuwe kleren te kopen. Maar wat zijn de verscholen gevolgen? De maatschappij heeft minder vlees dan voor de orkaan en nog steeds minder productiecapaciteit. Zonder de orkaan had men de onteigende vleesvoorraden kunnen gebruiken om bijvoorbeeld een dagje niet te werken (vakantie) dan wel om betere jachtwapens te bouwen – in aanvulling op hun hutjes en bruggen.

Wat als de overheid geld in papieren vorm zou kunnen uitgeven?Zou het drukken van extra geld iets veranderen aan het feit dat gespaard vlees zal verdwijnen of dat de productiecapaciteit zal verminderen? Natuurlijk niet. Papieren geld brengt niet op een magische wijze productie tot stand. Het zou slechts ervoor zorgen dat de eilandbewoners met een bepaald eenheid papieren geld minder vlees zullen kunnen kopen (inflatie).

Conclusie

De bovenstaande illustratie mag misschien wel simplistisch lijken, maar het kan niet worden ontkend dat de economische basiswetten (en logica) onveranderd blijven in een complexere economie. Het voorbeeld van de eilandeconomie scheert gewoon alle onnodige ingewikkeldheden weg zodat wij bij de juiste conclusie uit kunnen komen, namelijk dat een natuurramp op zich na de feiten onmogelijk tot meer welvaart voor de maatschappij kan leiden.

Ik had de lezer wellicht de bovenstaande uiteenzetting kunnen besparen door gewoonweg de volgende vraag te stellen: als de keynesianen effectief geloven dat destructie onze economie een boost kan geven, waarom bombarderen wij onze eigen steden dan niet om de zoveel tijd?

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans