Onderwijs
Vrije Tribune
Vrije Tribune

Over dialogen en hoofddeksels

Dinsdagochtend , snel een koffietje meepikken in de broodjeszaak aan het station. Net voor mij staat een jonge vrouw ook te wachten tot de machine het zwarte ochtendgoud in de kartonnen beker stort.

Ze draagt een hele leuke hoofddoek, echt exotisch met veelkleurige bloemen. Als ik haar gezicht zie, denk ik dat ze Aziatisch, Javaans of zo is. Haar doek is op een andere wijze geknoopt dan dat van moslimmeisjes.

Ik vraag me af of dit meisje, deze jonge vrouw (ik schat ze hooguit 18 jaar) met dit hoofddoekje zomaar mijn klas zou binnen kunnen. Ik gaf les op twee katholieke scholen. De ene laat religieuze tekens toe, de andere verbiedt elk hoofddeksel. Nu, ik zal maar bekennen dat ik in deze een totale leek ben, maar het meisje droeg haar bonte hoofddeksel allicht niet omdat enige religie dat zo voorschreef. 

In dat geval zou het op beide scholen ‘raak zijn geweest’ – weg dus die hoofddoek,  net als de baseballpetten, de leuke mutsen met mickey-oortjes, de deukhoedjes en wat nog allemaal. Natuurlijk kan je dit niet vergelijken met een keppeltje of de hoofddoek van een moslimmeisje – al kan ik me wel voorstellen dat sommige olijke leerlingen met een pet op hun kop hier ook al zouden protesteren.

Geloofsuitingen verdienen respect, laten we wel wezen.

Het verbod van de ene school op enig hoofddeksel gaf nooit aanleiding tot commotie. Duidelijke regels in een reglement met verklaring werden er algemeen aanvaard. De school ligt dichtbij Brussel en telt dan ook flink wat Nieuwe Vlamingen. Het is geen sinecure om jongeren met diverse culturele achtergronden samen te brengen en dan hebben we het nog niet eens over het belangrijkste probleem: het taalgebruik en de taalachterstand van diverse leerlingen.

Daar sta je dan als leerkracht: proberen leerlingen bij te werken, hen respect doen opbrengen voor elkaar,  de ouders erbij betrekken en – niet direct een bijkomstigheid –  ook nog de leerstof aanbrengen: voorwaar geen eenvoudige opdracht.

Fijn toch dat het hoofd van het katholiek onderwijsnet weer eens het debat op gang brengt over de hoofddoek om … Ja, waarom eigenlijk? Je zou je kunnen afvragen of ons onderwijs geen andere zorgen heeft.

Even terug naar de andere school waar religieuze tekenen, voornamelijk hoofddoeken, zijn toegestaan. Wel, dit is wat we een vrij ‘witte school’ noemen, met andere woorden het aantal meisjes met hoofddoek kan je op de vingers van één hand tellen. De macht van het getal speelt dus zeker een rol. Maar de leraren zagen toch dat de leerlingen met hoofddoek zich vaak afzonderden en dat een degelijke interactie met andere leerlingen al te zeer uitbleef. Pogingen om in die situatie verbetering te brengen hadden geen succes. 

Een aantal van deze leerlingen kwam niet uit de onmiddellijke omgeving van de school, terwijl er in de eigen buurt wel degelijk goede middelbare scholen te vinden waren, maar … die stonden weigerachtig tegen uitwendige religieuze symbolen. Dan nog liever die lange dagelijkse busrit.

Maar beide scholen hebben een degelijk pedagogisch project dat rekening houdt met de leerlingenpopulatie en met sociale omgevingsfactoren. Beide projecten zijn op die manier uniek.  

Het welzijn van de leerlingen hoort voorop te staan. De vraag is of de school haar belissingsvrijheid afpakken de scholier een beter onderwijs oplevert. Je moet je ook afvragen of de wens van sommigen om het hoofddoek te dragen ook geen extra druk legt op andere meisjes van allochtone origine die van dit hoofddeksel hebben afgezien. Wellicht zal het hoofd van het katholiek onderwijs de leraren dan vragen om dit ook te onderzoeken. Misschien kunnen mijn collega’s dan ook daar weer een plan voor ontwikkelen? We hebben tijd zat in het onderwijs, toch ? En wat met het risico dat je in plaats van meer cohesie te bereiken, onwillekeurig groepen vormt die net minder contact hebben met elkaar? Met alle gevolgen vandien?

Daarom zou ik Lieven Boeve aanraden deze kwestie over te laten aan de echte pedagogen; zij die voor de klas staan. Hij en zijn voorgangster Van Hecke zijn kennelijk fervente bewonderaars van Alexander De Grote – die trok ook steeds verder totdat hij merkte dat zijn troepen niet meer volgden. Het is tijd om achterom te kijken en misschien even de goegemeente te bevragen.

Nu, wij katholieken hebben één grote troef: biechtgelegenheid en dat best voor Pasen.

 

Marius Meremans is leraar secundair onderwijs en Vlaams Parlementslid voor de N-VA.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans