Advertentie
Commentaar
Essay
Essay
Br. René Stockman

Overwinning voor abortus in Ierland

Abortus

Het heeft de gemoederen sterk beziggehouden de voorbije weken en maanden in Ierland en ook erbuiten. ‘Yes’- en ‘No’-affiches wisselden mekaar af in de straten van quasi alle dorpen en steden van Ierland, en even leek het wel dat de ‘No’-groep de bovenhand zou halen. Maar op 25 mei werd duidelijk dat 66,4 % van de bevolking die had deelgenomen aan het referendum voor ‘Yes’ had gekozen.

De vraag was om het amendement dat recht op leven van ongeboren kinderen moest garanderen uit de grondwet te verwijderen. Daarover was in 1983 reeds een referendum gehouden, en toen had 67 % van wie aan het referendum deelnam juist vóór dit amendement gekozen. Het zette toen Ierland op de kaart van de landen die zich niet lieten meezuigen met de trend om abortus onder bepaalde voorwaarden toe te laten en dus te legaliseren of tenminste te depenaliseren. Nu wordt Ierland gezien als een land dat eindelijk bijbeent. Binnenkort zal het wellicht zelf verder het voortouw nemen in de strijd voor de totale liberalisering van de abortus door nu ook de limiet voor abortus te verschuiven van 12 weken tot 24 weken (6 maanden!). De enige reden zou zijn wanneer de gezondheid van de moeder in gevaar is, zonder te bepalen over welke gevaren dat kan gaan. Nog erger zal deze limiet worden opgeheven als blijkt dat het kind zich in een levensbeperkende toestand bevindt, met de vraag wat men onder deze toestand verstaat.

Wel bijzonder is dat Ierland het enige land is waar de legalisering voor abortus aan een referendum wordt toevertrouwd, weliswaar te bevestigen door het parlement. Schokkend is eveneens dat in een goede dertig jaar een totale ommekeer heeft plaatsgevonden.

Reeds in 1983 was er geen eensgezindheid bij de katholieke bisschoppen van Ierland over het al dan niet inroepen van de gewetensvrijheid bij de gelovigen bij het uitbrengen van hun stem in zulk referendum. Zoals Johannes Paulus II in Evangelium Vitae stelde, herhaalde Benedictus XVI in 2008: ‘Politici, wier uitdrukkelijke plicht het is het welzijn van de mens te dienen, moeten zich ervan bewust zijn dat elke overwogen beslissing om een onschuldig iemand van het leven te beroven vanuit moreel standpunt niet goed te praten is.’ Sommige bisschoppen stelden destijds terecht uitdrukkelijk dat de eerbied voor het leven vanaf de conceptie absoluut is en dus een zaak is van de natuurwet waarop het geweten moet worden afgestemd. Anderen echter, spraken zich zogenaamd voorzichtiger uit en lieten het liever aan het geweten van iedere gelovige over om tot een beslissing te komen. De 67 % overwinning mag dus echt gezien worden als een uitdrukkelijke keuze voor het leven. Toen werden de gelovigen door deze verdeeldheid, die een onduidelijkheid veroorzaakte, wat aan hun lot overgelaten. Sommigen die wel tegen abortus waren, lieten zich wellicht leiden door een soort medelijden voor de toestand waarin een vrouw zich kan bevinden en legden daarom meer gewicht bij de gewetensvrijheid van eenieder dan bij de eis van het absolute respect van alle leven.

Bij het recente referendum werd de stem van de bisschoppen amper gehoord en zij die spraken trokken spijtig genoeg opnieuw de kaart van de gewetensvrijheid. Iemand in Ierland zei me dat de bisschoppen schrik hadden zich nog openlijk uit te drukken na de “nederlaag” die ze geleden hadden bij het vorig referendum over het al dan niet goedkeuren van het gay-huwelijk, waar ze zich wel duidelijk op voorhand hadden uitgesproken en de gelovigen hadden opgeroepen om tegen te stemmen. De 33,4 % die deze maal uitdrukkelijk koos voor het behoud van het amendement in de grondwet om alle leven te eerbiedigen moet dan ook beschouwd worden als een sterke en overtuigde groep die fundamenteel achter de absolute eerbied voor het leven vanaf de conceptie blijft staan. Zij verdienen vandaag meer dan ooit aanmoediging om zich in de maatschappij verder te profileren en zich uit te spreken. Zij moeten duidelijke argumenten naar voor brengen om nog te pogen de finale stemming in het parlement te beïnvloeden. Want men overschrijdt meteen al de grens van abortus naar infanticide als men een levensvatbaar kind van 6 maanden gaat ‘aborteren’. Ook al vormen ze een minderheid, hun stem mag niet zomaar gesmoord worden. Het is wel opvallend dat tegelijk in de Verenigde Staten een tegenovergestelde beweging aan de gang is, waarbij men probeert het onbeperkt uitvoeren van abortus terug aan striktere banden te leggen. Heeft men daar aangevoeld dat men echt een grens heeft overschreden? Of dat het doden met rechtstreekse of onrechtstreekse financiering van de overheid onaanvaardbaar is voor een Staat die het algemeen welzijn, vooral van de zwakste in de samenleving, moet dienen?

De leugenachtige mythe

Het is een leugenachtige mythe te beweren dat alleen abortus een vrouw in moeilijkheden kan helpen. Het is eveneens totaal onterecht mensen die tegen abortus zijn van extremisme en onbarmhartigheid te beschuldigen, omdat ze zich hardvochtig zouden opstellen tegenover vrouwen in nood, hen in de steek zouden laten of hen daarom tot illegale en dus onveilige abortussen zouden aanzetten. Zij die zich opstellen tegen abortus zijn ook diegenen die via andere wegen zoeken hoe ze vrouwen in nood echt kunnen helpen zonder dat daarom het leven van een kind moet worden opgeofferd. Hun doelstelling blijft steeds zowel de vrouw als het kind te redden en vol leven te schenken. De realiteit is dat abortuscentra er alles aan doen om het inherente schuldgevoel bij vrouwen om te praten, zoals het eindwerk van Joke Van Damme (2011 UGent) aantoont. Zij die aan de abortusklinieken staan en correcte informatie aanbieden (abortus is niet zomaar een tand trekken), bieden net concrete hulp aan, die de overheid in België althans verzuimt te bieden.

Een maatschappij die prat gaat op de promotie van de humaniteit, zou met nog meer middelen wegen moeten ontwikkelen en initiatieven moeten steunen die proberen alle leven te beschermen, ook dat van het ongeboren kind. Nu wordt doden en elimineren steeds meer de enige oplossing als men in een zogenaamde uitzichtloze situatie is gekomen. Kan dit vooruitgang worden genoemd?

Het einde van de democratie is ingeluid wanneer een toevallige meerderheid van een referendum over leven en dood van een minderheid beslist. De vraag blijft of een overheid, een samenleving vóór alles niet de opdracht heeft om met een heel speciale aandacht en met specifieke maatregelen de zwaksten binnen de samenleving te beschermen. Het achtste amendement in de grondwet van Ierland was en is hier toch wel een schoolvoorbeeld van, wanneer men er speciaal opkomt voor degenen die geen stem hebben. Wanneer een moeder afstand doet van haar beschermende rol als moeder, wordt het ongeboren kind de zwakste in de samenleving. Verdient dit kind dan geen bescherming vanuit de samenleving? Zijn er met andere woorden geen terreinen die niet zomaar aan de visie van een zogenaamde meerderheid van een bevolking of van een parlement kunnen worden prijsgegeven?

Maar het zou verkeerd zijn nu alle schuld op de overheid, het parlement of de samenleving te leggen. Het grootste probleem waar we vandaag mee geconfronteerd worden schuilt natuurlijk in de mens zelf. Het ‘baas in eigen buik’, dat destijds op een sloganeske wijze door enige dolle mina’s werd uitgeroepen, is vandaag een veralgemeende mentaliteit geworden in onze westerse beschaving. Bij velen moet alles worden opgeofferd aan de absolute zelfbeschikking waaraan in het kielzog van de absolutie vrijheid en autonomie niet meer mag worden geraakt. De zogenaamde compassie naar anderen toe die door sommigen wordt aangehaald om de praktijk van de abortus te verdedigen, is bij velen echter een bedekte vorm om het eigen verlangen naar absolute zelfbeschikking te verdoezelen. En ook de seksuele revolutie van de jaren ’60 van de voorbije eeuw heeft er zeker niet toe bijgedragen dat er vandaag minder abortussen zouden zijn dan voorheen. De artificiële voorbehoedsmiddelen worden op ruime schaal gebruikt – zelfs gratis ter beschikking gesteld aan jongeren – waardoor seksualiteit en voortplanting hun wezenlijke band hebben verloren. Het seksueel verkeer zou zogezegd aan veiligheid hebben gewonnen. Toch moeten we vaststellen dat daarmee de vraag naar abortus bij ongewenste zwangerschap helemaal niet is afgenomen, wel integendeel. Dit heeft te maken met een steeds stijgende hedonistische en utilitaristische levenswijze waarbij seksualiteit nog louter als een genotsmiddel wordt beschouwd.

Het referendum in Ierland brengt ons ook in eigen land, waar vurig wordt gestreden om zowel abortus als euthanasie uit het strafrecht te halen. Men wil beiden als een recht laten erkennen. Men wil de modaliteiten bij abortus versoepelen, onder andere door een kortere tijd te laten tussen de vraag en de uitvoering van abortus of deze bedenktijd zelfs gewoon af te schaffen. De huidige wet beschermt juist de vrouw tegen een overhaast en onder druk genomen beslissing. Vandaar de eis dat het een ‘volgehouden’ beslissing moet zijn, dus minstens zes dagen. Het klinkt dan dat het lange wachten voor de vrouw in kwestie toch ondraaglijk is. Dat het hier gaat over de vrije keuze van de vrouw om haar kind, een levend wezen, al dan niet het verdere leven te gunnen wordt totaal genegeerd. De huidige wet verplicht de uitvoerders om zorgvuldig de vrouw te begeleiden, zodat ze niet onder om het even welke druk tot abortus beslist. Aan het ongeboren leven wordt geen enkele vorm van zelfbeschikking toegekend. Het is natuurlijk de moeder die hier de bescherming van het ongeboren kind op zich moet nemen, maar wanneer ze dit niet kan of weigert te doen, is er geen enkele instantie die deze beschermende maatregel overneemt. Voor ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en ook voor mensen met een zware psychiatrische aandoening of een mentale handicap wordt een bewindvoerder aangesteld. Maar deze maatregel geldt niet voor hen die omwille van hun ongeboren zijn, tijdelijk nog onbekwaam zijn om voor hun rechten op te komen. Zijn de ongeborenen nu werkelijk de meest rechtelozen van onze maatschappij? En worden hun rechten wereldwijd steeds minder beschermd of totaal genegeerd?

De uitslag van het referendum in Ierland is wellicht een valide steekproef van wat ook in andere westerse landen over abortus wordt gedacht. Waarom gaat het in de Verenigde Staten dan in de tegenovergestelde richting? Wat kunnen we doen opdat deze 33,6 % van de Ierse bevolking de moed zou blijven opbrengen om tegenstroom te varen en niet ten onder te gaan onder de druk en de lobbying die toch wel heel groot is? Moeten we met ons allen niet blijven zoeken naar wegen om mensen die zich inderdaad in een noodsituatie bevinden alternatieven aan te bieden waar zowel moeder als kind gered kunnen worden, zoals dat vandaag ook in Polen gebeurt? 

Preventie van abortus

De preventie van abortus betekent dat we terugkeren tot de fundamenten van de mensenrechten, met name de vrijheid van de partnerkeuze om ‘te huwen en een gezin te stichten’ (artikel 16 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Slechts dan is de basis gelegd voor verantwoord ouderschap, dat het kind beschermt. Wordt het niet tijd dat we aan jongeren in hun opvoeding de weg tonen hoe ze hun seksualiteit op een echte menswaardige wijze kunnen uitbouwen? De huidige relationele en seksuele opvoeding leert uitsluitend het recreatieve aspect en vergeet het verantwoord procreatieve aspect. Want uiteindelijk is de bewustwording van dat laatste de enige manier om het kwaad te keren. Veel te vaak wordt abortus beschouwd als een back-up voor mislukte anticonceptie. Vrouwen die al of niet onder druk voor abortus ‘kozen’, hadden voordien wel degelijk de keuze of ze al dan niet met die bepaalde man gemeenschap zouden hebben. Maar ze zijn vergeten om in dialoog hun gezamenlijke verantwoordelijkheid op te nemen, waarbij zij dus evengoed het ontstaan van nieuw leven hadden kunnen aanvaarden of vermijden. Je bewust zijn dat vruchtbaarheid en seksualiteit en genot samen horen, zoals de toenmalige voorzitster van de abortuscommissie Trees Dehaene op 17 april 2007 aan de Senaat stelde[1], zal je ofwel bewuster met anticonceptie leren omgaan, of beter nog, met seksualiteit überhaupt. Dialoog tussen gehuwde partners moet hier centraal staan, en respect voor de man, voor de vrouw en voor de mogelijke derde.

In een duistere omgeving kan één licht voldoende zijn om onze weg niet te verliezen. Wanneer er hier en daar lichtpunten langs de weg worden opgesteld, zullen we quasi zeker onze bestemming kunnen bereiken. We zullen ons dan niet meer fixeren op de duisternis om ons heen, maar ons oriënteren naar het licht dat voor ons daagt. Het vraagt natuurlijk voldoende energie om een ganse nacht te blijven schijnen. Maar eenmaal zullen deze lichtpunten overbodig worden, wanneer de omgeving zelf in de vroege morgen oplicht. Dan wordt alles weer licht. Wellicht bevinden we ons momenteel ergens in de nacht en zullen we nog veel energie nodig hebben om te blijven schijnen. Maar we moeten het geloof blijven koesteren dat het eenmaal opnieuw licht zal worden. We weten echt niet wanneer, maar eenmaal zal het licht opnieuw doorbreken. En daarom moeten we blijven lichten, ook en vooral als de duisternis hardnekkig wordt.


[1] ‘Mevrouw Dehaene antwoordt dat het gevoerde preventiebeleid ertoe heeft geleid dat er in de geesten een evolutie heeft plaatsgevonden waardoor vruchtbaarheid en seksualiteit van elkaar zijn losgekoppeld. Daardoor ervaren velen de zwangerschap als iets totaal onverwacht. Het komt er dus op aan de vruchtbaarheid als onderdeel van de seksuele identiteit te beschouwen. Op die wijze zullen man en vrouw bewuster met anticonceptie omgaan.” (Verslag Belgische Senaat, zitting 2006-2007 3 – 1849/2 p. 16-17)

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans